Analyse
Helleense obligatieopportuniteit 7 jaar geleden - donderdag 11 maart 2010
Griekenland krijgt de laatste maanden slaag. Biedt die situatie koopkansen?

Griekenland staat in de schijnwerpers en de torenhoge schuldpositie is er slechts het topje van de ijsberg. Toch verwachten we geen wanbetaling op diens schulden. We vinden de hoge rentevergoedingen op de Griekse obligaties zelfs interessant. Beleggers die bereid zijn risico te nemen, mogen er een beperkt deel van hun portefeuille in steken. Welke mogelijkheden dienen zich aan?

· Staatsobligaties in euro worden traditioneel aanzien als een van de saaiste beleggingscategorieën die er te vinden zijn. Zelden swingen hun rendementen de pan uit. Dat is ook volstrekt normaal. Het rendement van dat type obligatie wordt immers niet beïnvloed door wisselkoersschommelingen (geen muntrisico), de economieën uit de eurozone worden geacht volwassen te zijn waardoor een risico op wanbetaling van de uitgevende landen te verwaarlozen is (verwaarloosbaar debiteurenrisico) én de Europese centrale bank waakt er als een moederkloek over dat de inflatie in de eurozone niet de spuigaten uitloopt (weinig inflatierisico). Kortom, staatsobligaties in euro zijn saai maar gedegen.
· Aan die situatie is nu een eind gekomen nadat vooral de Griekse obligaties in het donkerrood doken. Alle looptijden meegerekend, kalfden ze met gemiddeld 8 % af sinds bekend raakte dat het land met een begrotingsprobleem worstelt. Helleense obligaties met een looptijd van tien jaar en langer gingen zelfs 14 % lager waardoor de opbrengsten van de afgelopen jaren als sneeuw voor de zon verdwenen. Hoe is het toch zo ver kunnen komen?

EVOLUTIE PRIJS GRIEKSE OBLIGATIES (7-10 jaar) SINDS 2006

Lokale problemen stuurden de beleggers in Griekse staatsobligaties terug naar af.

SLECHTE FINANCIËN
· De groei van de laatste jaren in Griekenland is er vooral gekomen door de sterke binnenlandse vraag waarbij de plaatselijke gezinnen boven hun stand leefden. Er werd weinig gespaard en veel geleend. Vooral de vastgoedsector kende een heuse boom, o.a. dankzij de gigantische infrastructuurwerken voor de Olympische Spelen in Athene (2004). Maar ook daar werd flink boven de stand geleefd.
· De concurrentiekracht kreeg een knauw door de dure euro en de concurrentie vanuit Oost-Europa en Azië. De industriële sector ging daarbij zienderogen achteruit door de focus op producten met weinig toegevoegde waarde. De toeristische sector brengt minder geld in het laatje door het succes van Turkije en Noord-Afrika. En omdat de arbeidskosten sterk gestegen zijn, werden de landen zelf minder competitief in de eurozone zelf waardoor ze aan de rand staan van de economische afgrond.
· Die problemen joegen alvast de lokale obligaties de gordijnen in. Tal van beleggers dumpten Griekse obligaties waardoor de koersen omlaag doken en de obligatierentes fors de hoogte invlogen. Zo lagen de rentevoeten op Griekse middellange termijnobligaties begin maart op 5,8 %. Een half jaar geleden was dat nog 3,5 %. Ter vergelijking, in Duitsland, dé referentiemarkt in de eurozone, ligt diezelfde rente op 2,4 % (zie grafiek).
· We achten het echter weinig waarschijnlijk dat Griekenland uit de eurozone zou vallen. Dat zou de geloofwaardigheid ervan te sterk ondermijnen en veel kostelijker uitkomen dan hulp bieden aan het land zelf. In een dergelijke context vinden wij de hoge rentevoet die Griekse obligaties bieden dan ook aantrekkelijk, zeker in combinatie met het gebrek aan muntrisico in dit geval.

RENTE OP GRIEKSE (vet) EN OP DUITSE OBLIGATIES (basis 100)

Griekse obligaties bieden een fors meerrendement tegenover soortgelijke Duitse broertjes. Een opportuniteit voor wie het hogere risico accepteert.

DIVERSE MOGELIJKHEDEN?
· Sinds de invoering van de euro fuseerden alle beleggingsfondsen die specifiek mikten op obligaties in Griekse drachme met fondsen in obligaties uit de eurozone. Sindsdien werd er geen enkel fonds meer gelanceerd dat uitsluitend belegt in de Griekse obligatiemarkt. Obligatiefondsen in euro bevatten per definitie Griekse overheidsobligaties maar de weging in de portefeuille is klein; enkele procenten van de portefeuilles. Dat is te weinig om belangrijk te zijn.
· Dezelfde redenering geldt voor de Europese en internationale obligatiefondsen. Hier leggen Griekse emissies nog minder gewicht in de schaal.
· Waar Griekse obligaties wél een verschil (kunnen) maken, is bij de inflatiegebonden obligatiefondsen in euro. Omdat de Griekse markt voor dat type obligaties relatief groot is binnen de eurozone steken de portefeuilles tot maximaal 15 % vol met Helleense obligaties. In het verleden was dat echter meer. En de verschillen tussen de fondsen zijn groot. Bij de fondsen die we aanraden spant het KBC-fonds de kroon met een belegging van zowat 10 % in Griekse waarden.
· In de praktijk laat dus geen enkel fonds u toe om ten volle de kaart te trekken van Griekse obligaties. U moet zich dan ook wenden tot de aankoop van individuele Griekse staatsobligaties, te koop onder andere bij BNP Paribas Fortis, Dexia en KBC. Diegene met een looptijd van drie tot zeven jaar bijvoorbeeld bieden momenteel een nettorendement tussen 4,5 % en 5 %. Interessant voor de belegger die bereid is een bepaald risico te nemen en als spreiding van de portefeuille (maximaal 5 %).

Deel dit artikel