Analyse
Delft Goliath ditmaal het onderspit ? 8 jaar geleden - woensdag 8 april 2009
Kleine aandelen hebben sinds de beurscrisis last van een Calimero-complex.

Fondsen in kleine aandelen presteerden de laatste jaren slechter dan fondsen die mikken op grote aandelen. De voordelen van de small caps in stijgende beurzen bleken net de nadelen in de huidige beursmalaise.

Beleggingsfondsen bestaan in geuren en kleuren. Een populaire onderverdeling kan worden gemaakt op grond van de ‘grootte’ van de aandelen in de portefeuille. Die grootte wordt bepaald door de zogenaamde beurskapitalisatie; dat is het aantal aandelen dat op een beurs noteert maal de koers van dat aandeel. Zo komen we tot lijstjes met ‘grote’ aandelen (big caps of large caps) en ‘kleine’ aandelen (small caps). Wat er achter die termen schuilt, is niet helemaal duidelijk en zelfs afhankelijk van beurs tot beurs. Vaak wordt gekeken naar de gemiddelde beurskapitalisatie van de aandelen op de beurs. Ligt die van een bepaald aandeel onder dat gemiddelde, dan spreken we van een klein aandeel. En omgekeerd hebben we het over een groot aandeel. Zo heeft elke beurs recht op zijn ‘kleintjes’ en ‘grootjes’.

WAAROM OPSPLITSEN?
· “En dan?” horen we velen onder u zeggen. Waarom is een opsplitsing maken op het vlak van beurskapitalisatie interessant voor de belegger?
Dat heeft te maken met het verschillende gedrag van small caps ten opzichte van large caps in dezelfde beursomstandigheden. Een opname van beide zorgt dan ook voor een extra spreiding van de portefeuille.
· Waarom reageren de Davids anders dan de Goliaths?
– Kleine bedrijven worden minder vaak opgevolgd door analisten waardoor de geringe interesse kan zorgen voor stijgende of dalende koersen.
– Kleine bedrijven zijn minder goed verhandelbaar op de beurs. Dat betekent dat u er minder snel kunt uitstappen wanneer het slecht gaat.
– Kleine bedrijven mikken vaak op een gering aantal (ster)producten. Goed nieuws kan de koers van het aandeel snel ondersteunen, slecht nieuws is meestal nefast.
· De luttele opvolging door analisten, de gebrekkige verhandelbaarheid en het grotere risico van kleine bedrijven zorgden echter ervoor dat de beleggers de kleintjes liever kwijt dan rijk waren/zijn in de huidige risicoaverse beurscontext. Het hoeft dan ook niet te verbazen dat de fondsen in small caps het de laatste jaren minder goed hebben gedaan dan soortgelijke fondsen die in de grote jongens beleggen. De verschillen bedroegen daarbij vaak 10 % en meer.
· Op termijn rekenen wij echter niet op een significante meer- of minderprestatie van groot versus klein. Door de verschillende karaktertrekken van kleine aandelen tegenover grote kan het interessant zijn om beide in portefeuille te hebben. Maar voorlopig houden we de aandelenboot nog eventjes af.

EUROPESE SMALL CAPS (vet) EN EUROPESE LARGE CAPS (basis 100)

De laatste jaren smolt de relatieve meeropbrengst van small versus big als sneeuw voor de zon.

BELGIË: SPECIAAL GEVAL
· Zowat overal ter wereld bleken de big caps de laatste jaren beter bestand tegen de beursmalaise dan de small caps. De Belgische beurs vormde daarbij een uitzondering door de slachtpartij bij grote indexjongens zoals Dexia, Fortis, KBC. De Bel-20 verloor daardoor in 2007 en 2008 respectievelijk -6 % en -54 %. Kleine aandelen zoals Lotus Bakeries, Duvel Moortgat, Mitiska en Real Dolmen deden het daarentegen beter waardoor de prestaties van Belgische small caps respectievelijk +1 % en -42 % bedroeg. · De beurscrash decimeerde de beurskapitalisaties. De grootste Belgische small caps zijn de vastgoedbevaks Wereldhave Belgium (270 miljoen euro) en Leasinvest Real Estate (190). Mediagroep Roularta zag dan weer haar kapitalisatie kelderen van 452 miljoen euro naar 116 de afgelopen twaalf maanden. Een verhaal dat vele aandelen beschoren was.

ONDUIDELIJKHEID TROEF
· U herkent de fondsen die louter in kleine aandelen beleggen vaak aan de naam. Ze gebruiken de termen ‘small (caps)’ of ‘micro (caps)’ in de naam. De woorden ‘big (caps)’ of ‘large (caps)’ komen minder voor. Dat is logisch want de meeste fondsen beleggen per definitie in de grote, liquide aandelen die in de sterindexen aanwezig zijn.
· Toch hanteert elke instelling wel een eigen methode wat small caps betreft. Het gebrek aan een definitie zien we dan ook vaak in het prospectus. Fondsen zoals Dexia Equities B Europe Small Caps hebben het over een belegging in aandelen met een ‘relatief lage omvang’ zonder daarbij in detail te treden. ING (L) Invest European Small Caps hanteert een grens van vijf miljard euro, bij Fortis L Equity Small Caps World is dat twee miljard. In de praktijk kan de beheerder daar echter (sterk) van afwijken.

Micro, klein, groot, mega?

Een precieze definitie voor smallcap bestaat er niet. Elke beurs, elke beheerder kan er zelf een waarde op plakken. In de VS en in Europa worden vaak de volgende cijfers als richtlijn gebruikt:

nano cap: < €/$ 50 miljoen

micro cap: < €/$ 300 miljoen

small cap: < €/$ 2 miljard

mid cap: < €/$ 10 miljard

large cap: < €/$ 200 miljard

mega cap: > €/$ 200 miljard

Passen we die criteria toe op onze eigen beurs, dan vinden we slechts twee large caps terug: ABInBev en GDF SUEZ. We tellen ook 11 mid caps. De rest? Small cap of kleiner.

Deel dit artikel