Analyse
Het jaar in beeld 9 jaar geleden - donderdag 10 januari 2008
Rustpauze na vier mooie jaren.

2007 had enkel de allures van een grand cru voor diegenen die de exotische toer opgingen, voor de rest proefde het jaar als een gewone wijn. Wie Belgisch, Japans of Angelsaksisch belegde, bleef zelfs met een zure nasmaak achter. Wat sectoren betreft, was de financiële sector de kop van Jut, terwijl de grondstoffensector garen spon. Door de licht gestegen obligatierentes en de zwakke muntprestaties brachten ook de beleggingen in obligatiefondsen niet echt soelaas.

TWEE GEZICHTEN
· We kunnen het afgelopen beursjaar in feite in twee delen opsplitsen. De eerste helft van het jaar was er nog geen vuiltje aan de lucht en boekten de meeste beurzen sterke winsten onder impuls van goede economische cijfers en hoge bedrijfswinsten. Over die periode gingen de markten wereldwijd gemiddeld 8 % hoger. Die winsten smolten deels als sneeuw voor de zon in het tweede halfjaar door de uitbraak van de Amerikaanse subprime-crisis (- 4 % gemiddeld). In eerste instantie moesten vooral de banken (- 11,5 %) eraan geloven, nadien drukte de onzekerheid over de impact van de uitdijende crisis op de wereldwijde economie op tal van beursindexen.
· 2008 kondigt zich alvast aan als een moeilijk jaar. De Amerikaanse kredietcrisis zal wegen op de groei en op het consumentengedrag en dat zal zich over de hele wereld laten gevoelen. Een groeivertraging in Europa zit er dan ook aan te komen. De kans is dus groot dat de bedrijfsresultaten zullen terugvallen. Kieskeurigheid in uw beleggingen wordt hét modewoord in 2008.

WERELDWIJDE INDEX (in EUR)

Net vijf-op-een-rij voor de wereldwijde beurzen maar de winst was bijzonder mager. Zaak wordt om bijzonder doordacht te werk te gaan in 2008.

De beurzen in december 2007

Beurs

Evolutie (1) op

1 m.

12 m.

Amsterdam (AEX)

1.6%

4.1%

Athene (ATHEX 20)

1.9%

15.8%

Brussel (BEL 20)

-0.8%

-6.0%

Frankfurt (DAX 30)

2.5%

19.2%

Hongkong (H. SENG)

-2.7%

25.3%

Lissabon (PSI 20)

-0.8%

16.3%

Londen (FTSE 100)

-2.4%

-4.8%

Madrid (IBEX 35)

-3.7%

7.3%

Milaan (MIB 30)

-1.1%

-6.5%

Nasdaq Composite

0.1%

-1.0%

New York (S&P 500)

-0.5%

-6.6%

Parijs  (CAC 40)

-1.0%

1.3%

Stockholm (OMX 30)

-3.0%

-10.0%

Sydney (ASX)

-2.9%

14.3%

Tokyo (Nikkei 225)

-2.7%

-14.5%

Toronto (S&P/TSX)

2.8%

14.0%

Zurich (SMI)

-3.8%

-6.1%

(1) in %, na omzetting in euro, op eind december 2007.

IN DE STAART
· Voor het eerst in vijf jaar deed onze beurs het slechter dan het wereldgemiddelde. De brede Belgische markt verloor zowat 6 % en was daarbij de op twee na slechtste volwassen beurs (na Ierland: - 24 % en Japan - 10,7 %). Die status mag grotendeels op het conto worden geschreven van de schare lokale financiële waarden. Zwaargewichten Fortis (- 30,8 %) en Dexia (- 14,9 %) gingen fors lager, vooral omwille van de mistige communicatie rond de precieze gevolgen van de kredietproblematiek. Andere aandelen gingen dan weer de dieperik in door slecht bedrijfsnieuws: Agfa-Gevaert (- 44,7%, herstructurering vlot niet), Omega Pharma (- 16,1 %, late winstwaarschuwing) en UCB (- 39,4 %, negatief advies voor ziekte van Crohn-bestrijder Cimzia). Gelukkig konden de gespecialiseerde beleggingsfondsen de schade beperken tot een verlies van 1,7 %. De winnaars waren diegene die Vlaamse aandelen viseren: KBC Equity Flanders (****) won 4 % en Vlam-21 (ABN AMRO, ***) dikte 2,3 % aan. Met dank aan InBev (+ 15,2 %) en Umicore (+ 33,2 %).
· Vorig jaar speelde haar eigen samenstelling onze beurs parten. Door een gebrek aan aandelen uit de petroleumindustrie (+ 19,9 %), chemienijverheid (+ 32,6 %) en grondstoffensector (+ 36,4%) loste Euronext Brussel internationaal de rol. Toch is de koersval overdreven. De winstgroei is bij de bedrijven nog steeds van de partij en indien we rekening houden met de winstverwachtingen is er geen enkele beurs binnen de eurozone zo goedkoop. Opteer voor Degroof Equities Belgium Active (****) of voor Petercam Equities Belgium (****).

PETERCAM EQ. BELGIUM (vet) EN BELGISCHE BEURS(basis 100)

De Belgische beurs had het niet onder de markt in 2007. Toch lukte het enkele fondsen, zoals dat van Petercam, om het jaar winnend af te sluiten.

EXOTISCH TINTJE
· U las het al in dit nummer, er stond geen maat op de beleggingen in de zogenaamde groeilanden. En groeien dat die deden. Aziatische fondsen klommen gemiddeld met 29 %, Latijns-Amerikaanse gingen 28 % hoger en Oost-Europese regiofondsen dikten 19 % aan, telkens na omzetting in euro. Binnen eenzelfde regio waren grote prestatieverschillen te merken en die bepaalden uiteindelijk de rendementen van de gespecialiseerde fondsen.
Zo ging de beurs van Brazilië, goed voor zowat de helft van de fondsenportefeuilles en met voorsprong de grootste Latijns-Amerikaanse beurs, liefst 62,3 % hoger. De beleggers konden duidelijk de goede economische cijfers, het beleid van president Lula da Silva en de grondstoffenmix op de beurs van São Paulo smaken. Mexico, goed voor zowat 40 % van de portefeuilles, klom slechts met 1,2 %. Het land heeft behoorlijk last van de mindere gang van zaken bij grote broer de VS. En de beurs van Buenos Aires verloor zelfs terrein (- 13,4 %). KBC Equity Latin America (*) steekt slechts een kwart in beide laatste landen en kon daarom bogen op een knalprestatie van 35 %. Fidelity Latin-America (*, + 23,2 %) deed het dan weer relatief minder wegens de prominente keuze voor financiële aandelen in de portefeuille.
· Bij de Aziatische fondsen lagen de prestaties tussen die van Fidelity South East Asia A (+ 38,4 %, *) en die van KBC Equity New Asia (+ 15,2 %, *). De eerste koos voor China (+ 49,9 %), terwijl het KBC-fonds meer dan andere de kaart van Taiwan (- 1,6 %) trok.
· Ten slotte waren de winnaars bij de Oost-Europese fondsen diegene die opteerden voor Turkse (+ 53,3 %) en Tsjechische (+ 40,8 %) beleggingen. Templeton Eastern Europe (****) ging Hongaars (+ 4,9 %) en kwam daarom niet verder dan 9,7 %.
· De prestaties van de fondsen uit de groeilanden spreekt tot de verbeelding. Met uitzondering van een belegging in Rusland (zie p. 3) vinden we echter dat de opportuniteiten aan de huidige prijzen te beperkt zijn. Hol alvast de rendementen niet achterna.

OOST-EUROPESE INDEX (vet) EN AZIATISCHE INDEX (basis 100)

Scheer ook de exotische beurzen niet over dezelfde kam. Tussen de regio’s, maar ook binnen eenzelfde regio zijn de verschillen groot. Ook al deed Oost-Europa het relatief slechter in 2007, de laatste jaren was vooral daar geld te rapen.

SECTORVERSCHILLEN
· Op sectorvlak trokken de grondstoffondsen aan de kar met winsten tot 44 % voor BlackRock MLIIF World Mining A (**). Het fonds trok zich op aan de prestaties van zwaargewichten Rio Tinto (+ 83,8 %) en BHP Billiton (+ 61,9 %). Opvallend was de teleurstellende prestatie van DWS Invest Commodity + LC (+ 4,1 %) dat de prestaties van de energiebedrijven Cameco Corp (- 10,5 %) en Calvalley Petroleums (- 13,5 %) moeilijk kon verteren. Voorlopig blijven we af van fondsen die de brede grondstoffenmarkt viseren.
· Dat is niet het geval voor de pure goudmijnfondsen die we nog als speculatief koopwaardig beschouwen. Onze favoriet BlackRock MLIIF World Gold A (****) blonk uit met een winst van 20,5 %. De grootste waarden in de portefeuille, Newcrest Mining (+ 37,1 %) en Barrick Gold (+ 24,9 %) deden het goed en ook de keuze voor het Hongkongse Zijin Mining (+ 154,6 %) bleek een schot in de roos. SGAM Equities Gold Mines (**, + 1,6 %) zouden we daarentegen vermijden. Het fonds rekent niet alleen de hoogste kosten aan, ook slagen de beheerders almaar minder erin om goede prestaties te boeken. Hun keuzes voor Newmont Mining (- 1,6 %) en Yamana Gold (- 10,2 %) liepen met een sisser af.
· De goede prestatie dankte het farmafonds Janus WF Global Life Sciences EUR (+ 17,9 %) vooral aan het feit dat er geen wisselkoersrisico genomen werd en aan de prominente beleggingen in Merck & Co (+ 23,9 %) en CVS Caremark (+ 14,9 %). ING (L) Invest Health Care (- 10,5 %) trekt vooral de Amerikaanse kaart en slikte de verliezen van Pfizer (- 17,2 %) en Wyeth (- 20,1 %).
De farmasector (gemiddeld: - 2,2 %) stond dus opnieuw in de hoek waar de klappen vallen. Veel medicijnen kregen immers geen goedkeuring in 2007 door strengere reglementeringen. Ook de concurrentie met generische producten vrat aan de winsten. In afwachting van betere tijden blijven de bedrijven daarom kosten besparen, productpijplijnen vullen en hoge dividenden uitkeren. Koopwaardig op lange termijn.

JANUS WF GLBL LIFE SCIENCES EUR EN ING (L) HEALTH CARE (basis 100)

Het grote verschil tussen beide fondsen is dat het Janus-fonds (vet) zich indekt tegen het wisselkoersrisico en het ING-fonds niet. Dat had de laatste jaren grote gevolgen op het geboekte rendement.

De sectoren in december 2007

Sector

Evolutie (1) op

1 m.

12 m.

Europees

Financieel

-2.0%

-9.8%

Farma

-4.1%

-9.0%

Telecom

-1.1%

19.1%

Technologie

-2.0%

-1.1%

Consumptie

-0.8%

10.7%

Distributie

-3.5%

1.9%

Nutssector

0.8%

24.1%

Wereldwijd

Financieel

-2.9%

-9.6%

Farma

-4.4%

-8.5%

Telecom

0.8%

18.4%

Technologie

0.4%

1.3%

Consumptie

-0.4%

5.4%

Distributie

-2.1%

-4.8%

Nutssector

0.8%

17.0%

(1) in %, na omzetting in euro, op eind december 2007.

OBLIGATIES IN KLEINE TERTS
Van 2007 kan niet gezegd worden dat het een gunstig jaar was voor de obligatiefondsen. De stijging van de obligatierentes en de sterkte van de euro – lees: de daling van de vreemde munten – hebben druk uitgeoefend op het rendement van de fondsen. Laten we beginnen met de obligatiefondsen in euro. De fondsen die het meeste afgestraft werden, waren die van beheerders die beleggen in langlopende obligaties (gemiddeld - 2,4 %) of in bedrijfsobligaties (gemiddeld - 1,8 %). De langlopende obligaties hadden te lijden van de stijging van de obligatierentes. Een voorbeeld: het rendement van de Belgische staatsobligatie op tien jaar is op jaarbasis gestegen van iets minder dan 4 % tot iets meer dan 4,30 %, met zelfs een toppunt van 4,75 % halverwege het jaar. De uitleg daarvoor is zoals gebruikelijk. Tegenover de nieuwe obligaties die genereuzere coupons opleveren, zien de oude obligaties daarentegen hun prijzen dalen. Met tot gevolg dat ook de waarde van de fondsen die dergelijke obligaties in portefeuille hebben, daalt.

AVIVA LONG TERM BOND (linkerschaal) EN EUROPESE OBLIGATIERENTE OP TIEN JAAR

Wanneer de obligatierente (rechterschaal, in %) stijgt, zoals dat het geval was in 2007, daalt de waarde van het fonds (vet), en omgekeerd. Blijf voorlopig op een afstand van obligaties met een te lange looptijd.

Wat de bedrijfsobligatiefondsen betreft, verklaart de stijging van de obligatierentes uiteraard ook hun povere prestatie. Maar daarbij komt dat die fondsen eveneens te lijden hadden van het wantrouwen dat heerst sinds de subprime-crisis van deze zomer. De beleggers, die op zoek zijn naar veilige beleggingen, gaven de voorkeur aan staatsobligaties die de reputatie hebben veiliger te zijn dan obligaties uitgegeven door bedrijven. Die obligaties moeten dus een veel hoger rendement bieden om de beleggers nog te kunnen verleiden, wat tegelijkertijd leidt tot een daling van de koersen van de bestaande obligaties. Zoals we meer uitgebreid uitleggen in de tekst 'Wanneer de gelegenheid de dief maakt', kunt u de huidige stijging van de rentetarieven benutten om te beleggen in bedrijfsobligatiefondsen. Zij bieden een behoorlijk extra rendement in vergelijking met staatsobligaties.

ARME DOLLAR!
· De obligatiefondsen in Amerikaanse dollar gingen gemiddeld 4,1 % lager. Maar dat is alles welbeschouwd niet zo erg als men weet dat het groene biljet in 2007 met bijna 10 % gezakt is ten opzichte van de euro. Het talent van de beheerders heeft daar misschien iets mee te maken, maar de fondsen boden vooral goed weerstand aan het feit dat de Amerikaanse obligatierentes, in tegenstelling tot die in Europa, tijdens de voorbije twaalf maanden teruggevloeid zijn. Lagere rentes en dus hogere obligatiekoersen (in lokale munt). De economie van Uncle Sam wordt geplaagd door een vertraging, wat de Amerikaanse centrale bank ertoe genoopt heeft om haar leidende rentevoeten meermaals te verlagen. En de obligatierentes volgden. Het einde van de tunnel is nog niet in zicht voor de Amerikaanse economie en het is niet uitgesloten dat de rentetarieven nog zullen zakken. Op gevaar af dat de dollar nog meer in waarde zal verminderen.
Op middellange termijn verwachten we echter een verbetering. De Verenigde Staten blijven immers de grootste economie ter wereld die zeer flexibel is en over een grote vernieuwingscapaciteit beschikt. Ooit zal de Amerikaanse economie dus opnieuw groeien en daarvan zal de dollar profiteren. Wanneer u weet dat de dollar momenteel met meer dan 20 % ondergewaardeerd is ten opzichte van de euro, is zijn haussepotentieel indrukwekkend.

AMERIKAANSE DOLLAR (in euro)

Het groene biljet zal nog onder druk blijven staan zolang de lokale economie zich niet herstelt. Op middellange termijn verwachten we echter een opleving van de ondergewaardeerde munt.

· Nog altijd in de dollarzone is de goede weerstand van de obligatiefondsen in Australische dollar opmerkelijk (gemiddeld + 2,6 %). De kangoeroemunt is niet gezakt ten opzichte van de sterke euro (+ 0,5 % in 2007) en de Australische obligatierentes zijn gedaald, wat de obligatiekoersen, en dus de fondsen, een duwtje in de rug heeft gegeven.

De munten in december 2007

ISO Code

Koers (1)
(in euro)

Evolutie (2) op

Persp. (3)

1 m.

1 j.

1 j.

LT

DKK

0,1341

0.0%

0.0%

=

=

SEK

0,1058

-0.8%

-4.5%

+

++

NOK

0,1260

2.5%

3.4%

=

-

CHF

0,6042

0.1%

-2.8%

=

++

GBP

1,3616

-2.8%

-8.3%

-

+

USD

0,6840

0.4%

-9.8%

=

++

CAD

0,6930

1.7%

6.3%

=

+

AUD

0,6006

-0.3%

0.5%

+

=

NZD

0,5264

0.8%

-1.6%

=

-

JPY

0,6123

-0.3%

-3.8%

+

++

Cijfers steeds eind december 2007; (1) bv. 1 USD = xxx euro; (2) in %, t.o.v. de euro; (3) verwachte muntevolutie op 1 jaar en op lange termijn.

TELEURSTELLENDE KROON
Het jaar 2007 is het jaar van de teleurstellingen. Terwijl de Zweedse economie het goed doet (inflatie onder controle, lage werkloosheid, goede groei) en de centrale bank haar leidende rentevoeten tot viermaal toe opgetrokken heeft, kon men zich in 2007 verwachten aan een stijging van de Zweedse kroon. En toch is die laatste, zonder duidelijke reden, met 4,5 % gezakt, wat de obligatiefondsen in het rood deed duiken (gemiddeld - 3,7 %). Wedden dat het jaar 2008 een gunstiger jaar zal zijn voor de Zweedse kroon, die nog altijd ruimschoots (met een goede 20 %) ondergewaardeerd is ten opzichte van de euro. U mag kopen.

Deel dit artikel