Analyse
In goede en in kwade dagen 10 jaar geleden - woensdag 12 december 2007
Een nieuw type fonds is langzamerhand zijn plaatsje onder de zon aan het verwerven in fondsenland.

Een nieuw type fonds is langzamerhand zijn plaatsje onder de zon aan het verwerven in fondsenland. De zogenaamde 130/30-fondsen laten hun beheerders immers toe om te profiteren van zowel stijgende als dalende beurzen. Op voorwaarde dat er goed gekozen wordt uiteraard. Dubbele winst of dubbel verlies behoren immers tot dezelfde medaille. De kwaliteiten van het fondsbeheer zijn daarbij cruciaal.

Recentelijk kwamen Fortis en Robeco Bank op de proppen met een zogenaamd 130/30-fonds. Daarmee geven ze u de kans om te beleggen in een product waar vele institutionelen, zoals banken en verzekeraars, al een tijdje voor te vinden zijn. De vraag is nu of u ook de steven moet wenden naar dat speciale type beleggingsfonds.

KLASSIEK SCENARIO …
De basisfilosofie van elk conventioneel beheerd beleggingsfonds zit als volgt in elkaar. Stappen er beleggers in het fonds, dan worden met dat geld effecten zoals aandelen en obligaties gekocht. Stappen er beleggers uit het fonds, dan wordt een evenredig deel van de portefeuille van de hand gedaan om de aandeelhouders uit te betalen. Daarbij waken de beheerders en enkele controlerende partijen erover dat de portefeuille van het fonds bepaalde (spreidings)regels in acht neemt, voornamelijk om de risico’s te beheersen en de belegger te beschermen. Een van die regels is bijvoorbeeld om niet te shorten; het verkopen van posities zonder ze in de eerste plaats te hebben gekocht (zie kader).

… NIET VAN TOEPASSING
De zogenaamde 130/30-fondsen omzeilen die regel en nemen wel zogenaamde shortposities in. In dat opzicht kunnen ze worden aanzien als een combinatie van een klassiek beheerd beleggingsfonds en een hefboomfonds. De uiteindelijke bedoeling is om de belegger meer rendement te bezorgen. Zo belegt een 130/30-fonds tot 130 % van zijn vermogen in aandelen. Daarbij wordt de extra 30 % gefinancierd met de shortposities van 30 % op effecten die als overgewaardeerd beschouwd worden en die daarom verkocht werden. Het potentiële voordeel: dubbele winst. Indien de juiste keuzes worden gemaakt natuurlijk:
– Doen de aandelen die gekocht werden het goed, dan krijgt de beheerder de winst op 130 % van de belegging. Een klassiek fonds rijft enkel de winst van 100 % van de belegging binnen.
– Doen de aandelen die verkocht werden het slecht, dan boekt ook daar de beheerder winst. Een klassiek fonds verliest in het beste geval geen geld.

Long en short

Klassieke fondsen nemen uitsluitend longposities in. De beheerder koopt een aandeel en wint bij een koersstijging. Een koersdaling levert een verlies op. Dat bedraagt maximaal de inleg.

Bij een shortpositie verkoopt de beheerder het aandeel nog voor het te hebben gekocht. De bedoeling is om op een later tijdstip terug te kopen. Gebeurt dat tegen een lagere prijs dan steekt het fonds het verschil op zak. Het maximale verlies is hier echter oneindig. De koers van een effect kan immers – in theorie – blijven stijgen.

JONGE RETAILMARKT
· De prille leeftijd van fondsen zoals Fortis L Equity Fundamental 130-30 Euro en Robeco 130/30 European Equities D staat helaas een analyse in de weg. Zullen ze erin slagen om zowel de ‘goede’ aandelen te kopen als de ‘slechte’ te verkopen? In handen van een ‘goede’ beheerder vormt die strategie een opportuniteit, in handen van een ‘slechte’ beheerder een extra risico.
· Biedt de 130/30-strategie sowieso toegevoegde waarde? Het lijkt ons immers niet evident om op termijn naast de goede aandelen ook de slechte eruit te pikken. Voorbeelden uit het buitenland, waar de strategie al langer dan gisteren op de markt is, tonen ons een niet onverdeeld gelukkig plaatje. De grafiek van een van de oudste 130/30-fondsen, Natixis Westpeak 130/30 Growth Fund toont dat klaar en duidelijk. Het fonds belegt al sinds 1992 in Amerikaanse groeiaandelen en zag de shortpositie als een grote handicap in tijden van algemene beursklim. Weinig aandelen daalden waardoor de systematische shortpositie in het fonds sterk woog op de prestaties van het fonds. Nadien werd een prestatie geboekt in overeenstemming met de klassieke marktindex. Zij het wel met iets meer koersschommelingen.
· De nieuwe generatie 130/30-fondsen zijn gelukkiger pragmatischer. Of het nu gaat om een 130/30-fonds, een 110/10 of nog een andere cijfercombinatie speelt in vele gevallen weinig rol. Binnen de portefeuille passen de beheerders de verhoudingen continu aan de marktomstandigheden aan. Zo beleggen ze tussen 100 % (het minimum) en 150 % (het maximum) in effecten. De shortposities (0 % tot 50 %) wijzigen navenant.
· Het kopen waard? Voorlopig niet. Naast de effectenselectie moet de beheerder ook overweg kunnen met de over (long)- en onder (short)wegingen die gemaakt worden. De kwaliteiten van het beheer staan dan ook meer dan ooit centraal. De beheerders van die nieuwe fondsen moeten ons dan ook eerst kunnen bewijzen dat ze de juiste keuzes kunnen maken. Dat zal niet iedereen lukken.

WESTPEAK 130/30 GROWTH (vet) EN VS GROEIAANDELEN (basis 100)

Het fonds heeft, omwille van de shortposities, niet ten volle kunnen profiteren van de beurshausse eind de jaren 90. Nadien kon de beheerder ook niet echt profiteren van de marktdaling. Een bewijs dat het beheer van zo’n fonds niet voor iedereen is weggelegd.

Deel dit artikel