Analyse
Het afgelopen jaar in beeld 10 jaar geleden - donderdag 11 januari 2007

Mooi beursjaar, zwak obligatiejaar.

2006 was een goed beursjaar voor de meeste aandelenbeleggers. Vooral de beleggingen in opkomende markten bleken een schot in de roos. Amerikaanse en Japanse aandelenfondsen ontgoochelden dan weer. Op sectorvlak ging de kroon naar de nutssector en de grondstoffensector. Farmawaarden waren de kop van Jut. De meeste obligatiefondsen hadden het ook niet onder de markt. Het renteklimaat speelde niet in hun voordeel en de sterke euro strafte een belegging in de meeste vreemde munten af. Een overzicht.

De beurzen in december 2006

Beurs

Evolutie (1) op

1 m.

12 m.

Amsterdam (AEX)

3.7%

13.4%

Athene (ATHEX 20)

2.5%

17.7%

Brussel (BEL 20)

6.0%

23.7%

Frankfurt (DAX 30)

4.6%

19.1%

Hongkong (H. SENG)

5.9%

19.7%

Lissabon (PSI 20)

5.0%

29.9%

Londen (FTSE 100)

2.9%

12.9%

Madrid (IBEX 35)

2.2%

31.8%

Milaan (MIB 30)

2.9%

17.5%

Nasdaq Composite

-0.2%

-2.0%

New York (S&P 500)

1.8%

1.6%

Parijs  (CAC 40)

4.0%

17.5%

Stockholm (OMX 30)

8.0%

24.3%

Sydney (ASX)

3.7%

15.2%

Tokyo (Nikkei 225)

3.3%

-5.3%

Toronto (S&P/TSX)

-0.2%

2.8%

Zurich (SMI)

2.2%

11.9%

(1) in %, na omzetting in euro, op eind december 2006.

ENKELE CIJFERS
· Meer dan 70 % van de fondsen uit onze tabellen boekten een positief jaarresultaat.
· Van de ruim 230 aandelenfondsen gingen er 30 lager, of een op acht.
· Driekwart van de obligatiefondsen schreven hun rendementen in het rood. Enkel de Britse, Zweedse en hoogrentende obligatiefondsen deden het goed.
· Geen enkel gemengd fonds verloor terrein.

EVOLUTIE WERELDINDEX (in EUR)

Wereldwijd gingen de beurzen zowat 11 % hoger. Een uitstekend resultaat. Dat neemt niet weg dat beleggers ook geld konden verliezen in de aandelenmarkten vorig jaar.

DE WERELD IN EEN FONDS
· De prestaties van de wereldwijde aandelenfondsen varieerden tussen die van de verzekeringsfondsen Top Profit Small Caps (Fortis Insurance Belgium, *****, + 18,7 %) en KBC-Life World Equities (*, + 3,6 %). Het dakfonds van FIB deed het voortreffelijk om verschillende redenen. Vooreerst mikt het vooral op Europese aandelen en had het dus minder vreemde munten zoals dollar en yen in de portefeuille dan gemiddeld. Ten tweede werden de kleinere aandelen geviseerd (‘small caps’). Die deden het ook in 2006 beter dan de grote beurswaarden (maar niet overal).
Het tak 23-product van KBC kampte met de forse beleggingen in Amerikaanse bedrijven (meer dan de helft van de portefeuille) en in Japanse waarden (10 %). Ook werd de kaart getrokken van de aandelen uit de gezondheidszorg. Dat alles beperkte de winsten in de portefeuille.
PAM (L) Equities Opportunity (Petercam, ****, + 17,9 %) deed het goed door de keuze voor Belgisch (een derde van de portefeuille) én financieel (een vijfde). Het fonds beperkt ook het muntrisico in de portefeuille. Voorlopig wordt er niet in de Verenigde Staten belegd.
· U mag nog steeds een wereldwijd aandelenfonds kopen indien u met een enkele belegging een grote spreiding wenst na te streven.

EN WAT MET EUROPA ?
· Fondsen die beleggen in Europa boerden heel goed. Ze gingen gemiddeld 20,3% hoger. Diegene die vooral oog hebben voor de Zwitserse (+ 17,2 %) en Britse (+ 18,8 %) aandelenmarkt boekten de minste resultaten. Dat en de voorname keuze voor aandelen uit de consumptiegoederensector deden Argenta Europese Aandelen (*, + 12,4 %) de das om.
· De kunst was om zo veel mogelijk in de eurozone te beleggen. Die fondsen gingen 22 % hoger. Opnieuw spanden de specialisten in kleinere beurswaarden de kroon. Zo ging Dexia Equities B EMU Small Cap (***) maar liefst 33,8 % hoger.
Threadneedle European Smaller Companies (o.a. verdeeld door Citibank, Deutsche Bank en Keytrade Bank, *****) deed het zelfs nog iets beter met een winst van bijna 37 %. Met dank aan de toeleveranciers Elringklinger (Duitsland, auto-industrie, + 60 %), Sika (Zwitserland, bouw, + 70 %) en Sulzer (Zwitserland, industrie, + 91,5 %).
· De resultaten van de fondsen in kleine aandelen waren de laatste jaren ronduit fantastisch. 2006 vormde daarop geen uitzondering. De reden? Dat type aandelen werd ettelijke jaren terug genegeerd door de beleggers waardoor vele kleine jongens goedkoop zaten te verkommeren op de beurzen. Eenmaal ze in het vizier kwamen van de (grote) beleggers veerden hun koersen versneld op. Wij raadden dat type fondsen in het verleden aan als extra portefeuillespreiding. Vandaag noteren de kleine aandelen niet langer meer goedkoop ten opzichte van de grote aandelen. Te behouden maar niet meer (bij)kopen.

THREADNEEDLE EUROPEAN SM. CIES (vet) EN EUROPESE INDEX

Beleggen in kleinere aandelen is niet voor de risicoschuwe beleggers. De beursbewegingen worden immers uitvergroot … in plus als in min. Op dit moment zijn de small caps geen koopjes meer. Niet meer bijkopen.

· Diegenen die op zoek zijn naar een gespreide belegging zonder muntrisico kunnen terecht bij een eurozonefonds. Onze voorkeur gaat uit naar Dexia Equities B EMU Value (**), ING (L) Invest Euro High Dividend (**) en SISF Euro Equity A (**). Een alternatief zijn Europees gespreide fondsen. Zij beleggen zowat de helft van de portefeuille buiten de eurozone: 35 % Britse, 10 % Zwitserse en 5 % Zweedse aandelen.

DANKZIJ SUEZ VOORAL
· Ook Belgische aandelenfondsen deden het goed met een winst van 23,4 %. KBC Multi Track Belgium (*, + 26,2 %) ging met de lauweren lopen. Daarmee deed het fonds het even goed als de Bel 20, inclusief dividenden. De beste prestatie werd trouwens neergezet door de indexfondsen, diegene die de Belgische beurs schaduwen. Dat komt omdat ze meer dan 10 % mogen beleggen in een aandeel. Zo konden ze ten volle profiteren van de knalprestatie van het Franse Suez (+ 49,9 % en zowat 17 % van de portefeuille).
· Koop enkel Belgische aandelenfondsen indien u er nog geen hebt. Kies voor Osiris Equities Belgium Active (Bank Degroof, maar te koop in de meeste kantoren, *****).

EN DE SECTOREN ?
· Op sectorvlak zagen we zowel goed als slecht. De beste sectorprestaties uit de tabel kwamen van de nutssector, Zij gingen gemiddeld 26 % hoger dankzij de uitstekende cijfers die de bedrijven konden voorleggen en de nog steeds aan de gang zijnde consolidatiegolf. U kon er nog alles over lezen in het vorige nummer van F&S. Fortis (L) Equity Utilities Europe (*) won maar liefst 37,6 %. De beheerder mikt vooral op brede nutsbedrijven zoals Suez (+ 49,2 %) en het Britse Centrica (+ 41,9 %). Zelfs na de goede prestaties zijn de aandelen uit die sector nog niet duur. We verkiezen fondsen die zo breed mogelijk beleggen
· De goudmijnfondsen (+ 22,3 %) en de fondsen die beleggen in grondstoffen (+ 20,3 %) vervolledigen de top drie. MLIIF World Mining A (+ 28,4 %) kon teren op een overweging in zink- en nikkelbedrijven. Die gingen fors hoger na speculatie op de onderliggende grondstofprijzen en enkele positieve analistenrapporten. Zo was Zinifex (Australië, + 162,5 %) een schot in de roos en ook Freeport Resources (Canada, + 121 %) kon er wat van. DWS Invest Commodity Plus LC (+ 5,8 %) deed het met heel wat minder door de keuze voor onder andere Aber Diamond (Canada, -10,1 %). Beleggen in de grondstoffensector (F&S 138) is uitermate riskant en niet weggelegd voor het gros van de beleggers. De durvers onder u mogen profiteren van het structurele onevenwicht tussen vraag en aanbod om een goudmijnfonds (F&S 142) te kopen. Onze voorkeur gaat daarbij uit naar MLIIF World Gold A (****). Een breed grondstoffenfonds zouden we niet kopen.
· Kijken we naar de onderkant van de sectorladder dan vielen de prestaties van de farmasector op. Gemiddeld gingen de fondsen 1,3 % lager. Maar schijn bedriegt. De fondsen die uitsluitend mikken op Europese farmawaarden, zoals Fortis B Equity Pharma Europe (***), wonnen een dikke 10 %. Zo gingen spelers als het Deense Novo Nordisk (diabetesbehandeling, + 32,8 %) en het Franse Essilor (oogoptische producten, + 19,4 %) fors hoger. Het waren daarentegen de fondsen die er een internationale portefeuille op nahielden die in het rood eindigden. Zij verloren tot 10 %. Dat was het geval voor MLIIF World Healthscience A (*). Die slechte prestaties zijn vooral te wijten aan de Amerikaanse farma-industrie. Vele analisten verwachten dat de nieuwe Democratische wind die door het Amerikaanse congres waait niet zo gunstig zal zijn voor de farmasector. Ook kampten heel wat Amerikaanse bedrijven met tegenslagen in hun productontwikkeling. Bekendste slachtoffer is Pfizer (- 0,7 %) die het onderzoek naar een veelbelovend cholesterolmedicijn in een late fase moest stopzetten na tientallen overleden proefpersonen.
We vinden dat er te veel slecht nieuws in de koersen verrekend zit. De vooruitzichten ogen immers goed. Zo zijn de pijplijnen met nieuwe producten gevuld en blijven de bedrijven saneren.

De sectoren in december 2006

Sector

Evolutie (1) op

1 m.

12 m.

Europees

Financieel

5.2%

26.4%

Farma

1.3%

6.5%

Telecom

5.7%

20.9%

Technologie

3.7%

7.3%

Consumptie

3.4%

20.5%

Distributie

3.5%

29.0%

Nutssector

5.9%

44.4%

Wereldwijd

Financieel

4.4%

13.6%

Farma

0.8%

1.5%

Telecom

5.6%

21.5%

Technologie

0.5%

-0.3%

Consumptie

3.5%

9.7%

Distributie

2.3%

0.6%

Nutssector

4.5%

26.1%

(1) in %, na omzetting in euro, op eind december 2006.

SLECHT RAPPORT VOOR OBLIGATIES
· Zoals we al zeiden in de inleiding zal het jaar 2006 voor de beleggers in obligatiefondsen niet de annalen ingaan. Twee redenen verklaren de slechte prestaties. Enerzijds de stijging, zowat overal in de wereld, van de rentevoeten. Daardoor werden de bestaande obligaties minder aantrekkelijk en dat woog door op de waarde van de fondsen. En anderzijds de sterke euro ten opzichte van tal van vreemde munten. Vooral de Amerikaanse dollar en de Japanse yen moesten daarvoor de tol betalen en daalden respectievelijk met 10,5 % en 11,4 %. De fondsen die in die munten beleggen, volgden.
· Logisch gevolg daarvan was dat de internationale obligatiefondsen, gediversifieerd op wereldvlak, amper schitterden. De fondsen vermeld in onze selectie verloren gemiddeld 3,2 % in 2006. De beheerders van Templeton Global Bond A onderscheidden zich van de rest door een winst te boeken van 1,4 %. Terwijl de meeste beheerders zich beperken tot beleggen in obligaties in euro, Amerikaanse dollar en Japanse yen, aarzelen zij niet om het over een andere boeg te gooien door te beleggen in obligaties in Zweedse kroon, Zuid-Koreaanse won, Poolse zloty, enzovoort. Over het geheel genomen leverde dat atypische beheer behoorlijk goede resultaten op in 2006 en zelfs de voorbije drie jaar. Op dit moment beschikken we nog niet over voldoende historische gegevens om correct te oordelen over de kwaliteit van het beheer van het fonds.
Als u in een enkele keer uw obligatiebeleggingen wilt diversifiëren, weet dan dat er al een zeer goed beheerd fonds in die categorie bestaat, namelijk PAM (L) Bonds Universalis (Petercam, ****). Hoewel het in 2006 iets lager ging (- 1,6 %), behaalt het hogere resultaten dan het gemiddelde. Volgens de beheerders is dat te danken aan het feit dat ze de yen praktisch links hebben laten liggen en dat ze iets minder dan de andere beheerders beleggen in Amerikaanse dollar; twee munten die het in 2006 niet goed deden zoals we al aanhaalden. Daarnaast hebben ze ook met succes geprofiteerd van rentebewegingen op de financiële markten door een deel van hun obligaties te kopen en te verkopen al naargelang ze verwachtten dat de rentetarieven zouden stijgen of dalen. U mag kopen.

OBLIGATIES IN EURO
Hoewel vooral de langlopende obligatiefondsen in euro (- 2,7 %) te lijden hadden van de rentestijging, moeten we opmerken dat de bedrijfsobligatiefondsen zich uiteindelijk niet al te slecht verdedigd hebben (- 0,1 %). Die fondsen beleggen in obligaties met een veel kortere looptijd en ondervonden bijgevolg minder hinder van de rentestijging. We vestigen de aandacht op de goede prestatie van PAM (L) Bonds EUR Quality (Petercam, + 1,1 %, ***). Volgens de beheerders is dat goede resultaat toe te schrijven aan het feit dat ze de voorkeur gaven aan obligaties uit de banksector en vooral aan obligaties van verzekeraars. De situatie van die laatsten is verbeterd, onder meer omwille van een kalm orkanenseizoen in de Verenigde Staten (ze zullen dus minder moeten uitbetalen voor veroorzaakte schade). Doordat die maatschappijen gezonder zijn, kunnen ze goedkoper lenen waardoor de koers van de bestaande obligaties de hoogte ingaat. Voor uw beleggingen in euro blijven we de voorkeur geven aan bedrijfsobligatiefondsen (‘corporates’), die een behoorlijk extra rendement opleveren.

VREEMDE MUNTEN
· Eerst het goede nieuws. In deze bewogen tijden gingen de obligatiefondsen in Zweedse kroon 4,1 % hoger. De munt (+ 4 %) wist te profiteren van het uitstekende niveau van de Zweedse economie, het verlangen van de nieuwe regering om investeerders aan te trekken en de stijging van de rentetarieven in 2006. Het haussepotentieel is zeker nog niet helemaal aangewend, dus mag u nog obligatiefondsen in Zweedse kroon kopen. Meer hierover in onze analyse.
· De obligatiefondsen in Amerikaanse dollar gingen gemiddeld 8,3 % lager. Oorzaak is de zwakte van het groene biljet die voornamelijk toe te schrijven is aan het feit dat het verschil tussen de Europese rentes en de Amerikaanse rentes almaar kleiner wordt, ten nadele van de dollar. De obligatiefondsen in yen (gemiddeld - 12,1 %) hadden dan weer volop te lijden van de sterke daling van de Japanse munt, die wanhopig wacht tot de rentes stijgen in Japan.
Richt u eerder op de toekomst en beschouw die dalingen als een extra gelegenheid om te kopen. Aan hun huidige niveau zijn beide munten immers fors ondergewaardeerd ten opzichte van de euro. Onze strategie geeft u een idee hoeveel procent van uw portefeuille u in dat type obligatiefondsen mag beleggen.

AMERIKAANSE DOLLAR (in euro)

De daling van de dollar is een extra gelegenheid om uw portefeuille aan te sterken met die munt.

De munten in december 2006

ISO
Code

Koers (1)
(in euro)

Evolutie (2) op

Persp. (3)

1 m.

1 j.

1 j.

LT

DKK

0,1341

0.0%

0.1%

=

=

SEK

0,1108

0.5%

4.0%

+

++

NOK

0,1218

-0.6%

-2.7%

=

=

CHF

0,6213

-1.3%

-3.4%

=

++

GBP

1,4842

0.0%

2.0%

=

-

USD

0,7584

0.5%

-10.5%

-

+

CAD

0,6517

-1.4%

-10.2%

-

++

AUD

0,5977

0.4%

-3.9%

+

=

NZD

0,5347

3.5%

-7.4%

-

--

JPY

0,6365

-2.4%

-11.4%

+

++

Cijfers steeds eind december 2006; (1) bv. 1 USD = xxx euro; (2) in %, t.o.v. de euro; (3) verwachte muntevolutie op 1 jaar en op lange termijn.

Deel dit artikel