Analyse
Stilte na de storm 11 jaar geleden - donderdag 13 juli 2006

De maand juni in beeld.

Na een barslechte meimaand kwamen de aandelenfondsen in juni weer bij hun positieven. Enkel de Turkse aandelenfondsen doken opnieuw fors lager. De obligatiefondsen boerden daarentegen achteruit. Stijgende obligatierentes zorgden voor dalende obligatiekoersen. De slechte prestaties van heel wat vreemde munten t.o.v. de euro versterkten het verlies. Enkel de obligatiefondsen in Amerikaanse dollar klommen hoger.

“Oef”, moeten vele beleggers wellicht hebben gedacht. Na het algemene pessimisme dat de beurzen in hun greep hield in mei, bedaarden de gemoederen sneller dan verwacht. In juni gaven de meeste aandelenbeurzen dan ook niet thuis. We noteerden uiteindelijk twee uitschieters:
De aandelenfondsen die mikken op Latijns-Amerika wonnen 3,7 %. Templeton Latin America A (o.a. verdeeld door Citibank en Deutsche Bank, **, +4,8 %) zette zelfs de beste fondsenprestatie neer in onze tabellen. De goede vorm van de Braziliaanse wagenverhuurder Localiza (+ 16,7 %) en van het Braziliaanse AES Tiete (energieleverancier, +9,2 %) stuwden de portefeuille hoger. In het algemeen dankten de Latijns-Amerikaanse aandelenfondsen hun winsten trouwens vooral aan de beurs van Rio de Janeiro (+ 6,7 %). Het waren de buitenlandse beleggers die de Braziliaanse beurs herontdekten na de wanprestaties van mei (-18,7 %).
De hevige schommelingen van de recente maanden bewijzen nog maar eens dat een belegging in groeilanden bijzonder risicovol is. Voorlopig blijven we af van de Latijns-Amerikaanse regio (Brazilië en Mexico in het bijzonder).
De beurs van Istanboel (-6,5 %) zit daarentegen nog steeds in de hoek waar de klappen vallen. Zo verloor EMIF Turkey (KBC, *) maar liefst 12,2 %, meteen de slechtste juniprestatie in onze tabellen. De beheerder had geen geluk met zijn beleggingen in de bankgroep Turk Ekonomi Bankasi (-35,8 %) en krantenuitgever Hurriyet Gazetecilik (-25,5 %).
Vergis u niet: zelfs na de recente tuimeling blijven Turkse aandelenfondsen nog altijd uiterst risicovol. Wij blijven dan ook achter ons advies staan: niet kopen.

De beurzen in juni 2006

Beurs

Evolutie (1) op

1 m.

12 m.

Amsterdam

0.0%

14.7%

Athene

0.0%

17.7%

Brussel

0.8%

19.0%

Frankfurt

-0.4%

21.0%

Hongkong

2.9%

8.5%

Lissabon

1.1%

26.5%

Londen

1.2%

11.5%

Madrid

1.8%

18.0%

Milaan

-0.2%

12.3%

Nasdaq Composite

0.1%

0.0%

New York (S&P 500)

0.5%

0.9%

Parijs

0.7%

17.4%

Stockholm

1.5%

19.4%

Sydney

0.3%

9.8%

Tokyo

-1.3%

22.8%

Toronto

-1.7%

22.3%

Zurich

0.3%

21.2%

(1) in %, na omzetting in euro, op eind juni 2006.

GELIJKSPEL
Gemiddeld gezien boekten de wereldwijde aandelenfondsen geen vooruitgang in juni. Toch viel het op dat vooral de fondsen die mikken op de kleinere aandelen (de zogenaamde small caps) terrein verloren, een fenomeen dat we zowel in Amerika als in Europa en Japan zagen. Zo ging het tak 23-fonds Top Profit Small Caps (Fortis AG, ****) 4,1 % lager. Het duurzame beleggingsfonds Dexia Sustainable Accent Social (**, +1,2 %) deed het beter dan gemiddeld dankzij financiële aandelen zoals het Amerikaanse Prudential Financial (+2,5 %) en het Britse HBOS (+2 %).

DEXIA SUSTAINABLE ACCENT SOCIAL (in vet) EN WERELDINDEX (basis 100)

De laatste jaren moet het duurzame beleggingsfonds van Dexia het op rendementsvlak afleggen tegenover de wereldindex.

Wereldwijde aandelenfondsen weerspiegelen als geen ander het algemene beurssentiment. Ze blijven interessant voor wie een onmiddellijke aandelenspreiding van zijn portefeuille nastreeft, zonder daar zelf al te veel moeite voor te doen. U mag mikken op een van de fondsen in het vet in de tabellen. Deze fondsen hebben in het verleden al bewezen dat ze in staat zijn om toegevoegde waarde te bieden.
Carmignac Investissement (-0,6 %, *****) en Threadneedle Global Select (+0,3 %, ****) kopen we dan weer niet omdat hun risicogewogen prestaties de voorbije drie jaar te wensen overlieten.

De sectoren in juni 2006

Sector

Evolutie (1) op

1 m.

12 m.

Europees

Financieel

0.1%

25.5%

Farma

2.8%

18.7%

Telecom

-1.0%

-1.8%

Technologie

-1.4%

12.4%

Consumptie

0.8%

20.8%

Distributie

2.7%

21.0%

Nutssector

0.7%

26.6%

Wereldwijd

Financieel

0.3%

18.5%

Farma

1.5%

6.1%

Telecom

0.9%

4.4%

Technologie

-0.6%

4.9%

Consumptie

0.0%

17.6%

Distributie

0.0%

3.7%

Nutssector

1.1%

15.7%

(1) in %, na omzetting in euro, op juni 2006.

EUROZONEVERSCHILLEN
Binnen de eurozone lieten de fondsen prestaties optekenen tussen -4,9 % voor verzekeringsfonds EFP Combi 0/100 Europe (Fortis Bank, *) en +1 % voor ING (L) Invest Euro High Dividend (***). Fortis Bank deelde ons niet mee waarom hun product de dieperik inging. Het ING-fonds ging daarentegen hoger onder impuls van de energiereuzen Total (+1,7 %) en Royal Dutch (+2,4 %).
Wij raden deze categorie aan voor diegenen die een diversificatie nastreven zonder wisselkoersrisico. Onze voorkeur gaat uit naar het bovenvermelde fonds van ING en naar SISF Euro Equity A (Deutsche Bank, -0,3 %, **) en Dexia Equities B EMU Value (+0,1 %, **).

LANDENSPREIDING TELT
In juni konden de verschillen in rendement tussen het slechtst presterende Aziatische aandelenfonds, Templeton Asian Growth A (****, -3,4 %) en het best presterende, Fortis L Equity Asia (+1 %), in grote lijnen worden verklaard door de gekozen landenspreiding. Het Templeton-fonds werd omlaag gedreven door de Thaise bedrijven (-3,6 %), terwijl het fonds van Fortis Bank kon profiteren van de grote post Chinese en Indiase aandelen (beide +2,5 %).
Azië blijft voor ons de meest beloftevolle groeiregio. Als we kijken naar de kwaliteit van het beheer en naar de landenspreiding binnen de portefeuilles, dan steekt één fonds boven alle andere uit: Templeton Asian Growth A (****). Dit fonds wordt o.a. verdeeld door ABN AMRO, Citibank, Deutsche Bank, Keytrade Bank en Robeco Bank. Verkies de Aziatische groeiregio boven de Oost-Europese en de Latijns-Amerikaanse. Die zijn aan de huidige beurskoersen en in de huidige economische omstandigheden nog steeds te risicovol.

DIT IS BELGISCH
De mindere prestatie van de fondsen Osiris Strategic Belgian Stock (Bank Degroof, ***, -1,4 %) en Argenta Belgische Aandelen (*, -0,5 %) had weinig met het beleggingsbeleid te maken, maar meer met de frequentie van de berekening van de inventariswaarde. Die is immers niet dagelijks maar wekelijks. Zo misten deze fondsen een gedeelte van de Belgische beursrally van eind juni. Op zich is dat niet erg, want in de berekeningen van volgende maand zal dit effect dan weer in het voordeel van deze fondsen spelen.
Kiezen voor Belgische aandelen is vooral kiezen voor een defensieve en correct gewaardeerde beurs. Daarbij speelt dus zeker het thuisvoordeel, want er bestaan enkele uitstekend beheerde fondsen. De beste onder hen is Osiris Equities Belgian High Yield (Bank Degroof, *****, +1,8 %).

KBC EQUITY FLANDERS (in het vet) EN BELGISCHE BREDE BEURSINDEX

Vlaamse aandelen doen het vooral de laatste tijd beter als de brede marktindex. De Vlaamse aandelenfondsen zijn echter ook iets risicovoller. Voorlopig kunnen ze ons nog niet bekoren.

OBLIGATIERENTE HOGER, OBLIGATIEFONDSEN LAGER
· De obligatierente bleef zowat overal ter wereld aantrekken, wat een negatieve impact had op het rendement van de obligatiefondsen. Als de rente stijgt, is dat vooral omdat de beleggers zich zorgen maken over de inflatie (= algemene stijging van het prijspeil). Een hoge inflatie is slecht nieuws voor de economie, maar betekent ook dat er een ontwaarding is van de koopkracht van het geld. Als u vandaag 100 euro bezit, is die m.a.w. over een paar jaar minder waard. Om dat gegeven te compenseren, eisen beleggers die obligaties kopen – en die hun geld dus voor een langere periode blokkeren – een hoger rendement. De nieuwe obligaties voldoen aan die wens en bieden hogere coupons. Bij de bestaande obligaties werd de coupon voor de volledige looptijd vastgelegd op het ogenblik van uitgifte, en dus gebeurt de correctie hier op het niveau van de obligatiekoers, die wel op elk moment kan variëren.
· Om de lagere coupons te compenseren, zal de koers van de bestaande obligaties dalen wanneer de obligatierente stijgt. Logischerwijs doen die koersdalingen op hun beurt ook de inventariswaarde van de obligatiefondsen dalen. Het rendement van die fondsen krijgt onvermijdelijk klappen, maar dat effect is doorgaans van voorbijgaande aard. In het verleden smolt het negatieve effect van een rentestijging op de obligatiefondsen meestal geleidelijk weg na zo'n twee tot drie jaar. Maar intussen moet u als belegger natuurlijk wel door de bittere pil heen. Toch raden we u af om nu snel alle obligatiefondsen uit uw portefeuille te wippen omdat ze de komende maanden misschien nog meer klappen zullen krijgen. Obligatiefondsen horen thuis in elke gediversifieerde beleggingsportefeuille en vormen er als het ware een goede schokdemper. En al kan hun waarde dalen, in vergelijking met de veel volatielere aandelenmarkten, is het weinig waarschijnlijk dat u echt grote verliezen lijdt.

KBC RENTA EURORENTA (in euro) EN MIDDELLANGE TERMIJNRENTE

Als de obligatierente stijgt (dunne lijn, rechts, in %), dan zal de koers van obligaties en obligatiefondsen dalen (vet, links). Of omgekeerd.

CORPORATES IN HET ROOD
· De obligatiefondsen in euro hadden te lijden onder de stijging van de obligatierente in de eurozone. De fondsen die beleggen in obligaties met een middellange looptijd moesten in juni gemiddeld 0,4 % prijsgeven, die met een lange looptijd 0,6 %.

· Het zijn echter de 'corporate' obligatiefondsen die de zwaarste klappen kregen: ze gingen in juni gemiddeld 0,7 % lager. Deze fondsen beleggen in bedrijfsobligaties, en naast de ongerustheid over de inflatie, was er ook toenemende bezorgdheid over de kredietwaardigheid van de uitgevers. Dit is voor de beleggers niet onbelangrijk, want als de financiële situatie van een bedrijf verslechtert, zou dit er toe kunnen leiden dat het zijn verbintenissen niet kan nakomen (het uitbetalen van de coupons en het terugbetalen van het kapitaal op de eindvervaldag van de obligatie). Doordat de risicograad dus licht toenam, wilden de beleggers dit gecompenseerd zien door een hogere opbrengst, wat er dan weer voor zorgde dat de daling van de bestaande obligaties en obligatiefondsen zich nog iets scherper aftekende. Er is echter geen reden tot paniek. De risicograad steeg maar heel lichtjes, en de impact op de fondsen bleef uiteindelijk beperkt. De bedrijven mogen zich dan al tijdelijk misschien iets minder zorgen maken over hun schuldenlast, het overgrote deel kan na de vele jaren van herstructurering nog altijd een gezonde financiële balans voorleggen. En al wordt er een lichte vertraging van de economische groei verwacht tegen eind 2006, intussen laten de meeste bedrijven nog altijd mooie winstcijfers optekenen. Tot slot geven de beheerders van de corporate obligatiefondsen resoluut de voorkeur aan emittenten met een degelijke kredietwaardigheid.
· Kortom, zelfs als de risicograad nog verder zou stijgen, zullen de gevolgen voor de bedrijfsobligatiefondsen relatief beperkt blijven. En die laatste brengen toch nog altijd meer op dan de risicoloze staatsemissies. Wie wil beleggen in obligaties in euro, mag dus van ons nog steeds kiezen voor bedrijfsobligatiefondsen. Ze hebben alle ***.

DALENDE MUNTEN
Obligatiefondsen in vreemde munten zijn afhankelijk van de koersevolutie van hun munt van uitgifte. Zo steeg de Amerikaanse dollar de voorbije maand 0,5 % tegenover de euro en wonnen de obligatiefondsen in USD gemiddeld 0,6 %. Hetzelfde kan echter niet gezegd van de Australische (-1 %), de Canadese (- 0,6 %) en de Nieuw-Zeelandse dollar (- 3,6 %), en al evenmin van het Britse pond (- 0,7 %) en de Japanse yen (- 1,5 %). De combinatie van stijgende rentevoeten en een dalende munt zorgde ervoor dat de obligatiefondsen in al deze munten terrein verloren.
Het zwaarste verlies was voor KBC Renta NZD-Renta (-3,5 %, ***), het enige fonds dat voluit belegt in obligaties in Nieuw-Zeelandse dollar (NZD). Over de voorbije 12 maanden bedroeg het verlies maar liefst 13,3 %. De NZD lijkt sinds eind 2005 in vrije val. Aanvankelijk boden obligaties in NZD een fors hoger rendement dan obligaties in euro, maar doordat de obligatierente in Europa gestaag hoger klom, werd dat verschil alsmaar kleiner. Heel wat beleggers kiezen nu opnieuw voor obligaties in euro en keren obligaties in NZD de rug toe. Dat bleef niet zonder gevolgen voor de koers van de kiwidollar. Hetzelfde scenario geldt ook voor de Australische dollar, maar in mindere mate. Deze munten zullen wellicht nog verder dalen en uiteindelijk opnieuw koopwaardig worden. Maar op dit moment lijkt hun valbeweging nog niet ten einde en is het nog te vroeg om er opnieuw in te investeren.

De munten in juni 2006

ISO Code

Koers (1) (in euro)

Evolutie (2) op

Persp. (3)

1 m.

1 j.

1 j.

LT

DKK

0,1341

0.0%

-0.1%

=

=

SEK

0,1086

0.6%

2.6%

+

++

NOK

0,1257

-2.0%

-0.5%

-

-

CHF

0,6384

-0.4%

-1.0%

=

++

GBP

1,4464

-0.7%

-2.3%

=

=

USD

0,7821

0.5%

-5.3%

-

=

CAD

0,7032

-0.6%

4.3%

-

=

AUD

0,5810

-1.0%

-7.7%

-

+

NZD

0,4772

-3.6%

-17.0%

-

=

JPY

0,6841

-1.5%

-8.2%

+

++

Cijfers steeds eind juni 2006; (1) bv. 1 USD = x euro; (2) in %, t.o.v. de euro; (3) verwachte muntevolutie op 1 jaar en op lange termijn.

KIWIDOLLAR IN EURO

Obligaties in euro werden opnieuw aantrekkelijker. Veel beleggers keren daarom obligaties in Nieuw-Zeelandse dollar de rug toe. Dat zorgde voor een heuse koersval van de kiwidollar. Afblijven is vooralsnog de boodschap.

Deel dit artikel