Analyse
Roeren in de voorheffing 11 jaar geleden - woensdag 14 juni 2006

In de eerste helft van het jaar worden traditioneel heel wat dividenden van beleggingsfondsen uitgekeerd. Regelmatig krijgen we dan ook lezersvragen over de roerende voorheffing die van toepassing is.

In de eerste helft van het jaar worden traditioneel heel wat dividenden van beleggingsfondsen uitgekeerd. Regelmatig krijgen we dan ook lezersvragen over de roerende voorheffing die van toepassing is.

TWEE TYPES DEELBEWIJZEN
· We kunnen beleggingsfondsen onderverdelen door te kijken naar het uitkeringsbeleid. Het merendeel van de beleggingsfondsen in ons land wordt aangeboden in de vorm van kapitalisatiedeelbewijzen of distributiedeelbewijzen.
– Bij kapitalisatie worden de geïnde opbrengsten (intresten of uitgekeerde dividenden) onmiddellijk terug in het beleggingsfonds herbelegd, waardoor de inventariswaarde aangroeit. Kapitalisatiedeelbewijzen keren dus nooit een dividend uit. Onze tabellen bestaan bijna uitsluitend uit dit type.
– Bij distributie worden de opbrengsten niet herbelegd, maar uitgekeerd in de vorm van een (meestal) jaarlijks dividend.
· Kapitalisatie- en distributiedeelbewijzen die gelanceerd werden aan dezelfde inventariswaarde, zullen hun waarde na verloop van tijd zien uiteenlopen. Aangezien elke dividenduitkering rechtstreeks wordt afgetrokken van de inventariswaarde, wordt het verschil tussen de inventariswaarde van beide types gaandeweg groter (zie grafiek). Zowel het kapitalisatiedeelbewijs als het distributiedeelbewijs van KBC Bonds Corporates Euro (***) kostte bij de lancering in 1999 vijfhonderd euro. Eind mei was dit respectievelijk 653,62 euro en 468,3 euro, een verschil van maar liefst 185 euro. Betekent dit dat het distributiedeelbewijs zoveel slechter heeft gepresteerd? Neen, want de belegger heeft in dit geval elk jaar een dividend ontvangen. Tot op heden keerde het distributiefonds al voor bijna 160 euro aan brutodividend uit. Bruto inderdaad, want de belegger moet op het dividend roerende voorheffing betalen.

Als u de brutodividenden onmiddellijk zélf had herbelegd in het beleggingsfonds, dan zou u in theorie ongeveer dezelfde inventariswaarde moeten bekomen als die van het kapitalisatiefonds. In de praktijk steken de instapkosten en de roerende voorheffing daar evenwel een stokje voor.

15% OF 25 %
· Veel beleggers gaan ervan uit dat de roerende voorheffing op beleggingsfondsen 15 % bedraagt. Groot is dan ook hun verbazing als ze plots jaarlijks 25 % moeten afstaan aan Vadertje Staat. Voor een dividend van 4 % wordt er per 1.000 euro plots tien euro afgehouden in plaats van zes euro. Het verschil is niet verwaarloosbaar en geldt des te meer voor aandelenfondsen en obligatiefondsen die historisch gezien hoge dividenden uitkeren.
· Om te weten welke roerende voorheffing van toepassing is op uw dividendgerechtigd fonds, dient u twee elementen na te gaan: de juridische vorm en de lanceringsdatum.
– Wat de juridische vorm betreft, is het belangrijk te weten of uw fonds een beleggingsvennootschap naar Belgisch recht of naar buitenlands recht is. Op dividenden van fondsen naar Belgisch recht wordt 15 % roerende voorheffing geheven, ongeacht de opstartdatum.
– Voor fondsen naar buitenlands recht (meestal Luxemburgs) moet u rekening houden met de opstartdatum. De regel is dat u 25 % roerende voorheffing betaalt, tenzij het een compartiment betreft dat na 1 januari 1994 is opgericht. Dan geldt de verlaagde voorheffing van 15 %.
· Beide elementen vindt u terug in de prospectus van uw beleggingsfonds, en voor de fondsen in onze grote tabellen ook op ‘ Gedetailleerde fiches ', selecteer de naam van het fonds en kijk naar de identiteitskaart van het fonds.

KBC BONDS CORPORATES EURO DIS. (in het vet) EN KBC BONDS CORPORATES EURO CAP

Op het eerste gezicht zou u het niet zeggen, maar de beide fondsen zijn identiek. Het fonds in het vet keert echter elk jaar een brutodividend uit, waardoor de inventariswaarde daalt.

RAAD VAN BESTUUR BESLIST
· Of er een dividend wordt uitbetaald, hoeveel en wanneer, wordt bepaald door de Raad van Bestuur van de beleggingsvennootschap.
 · Wordt er beslist om geen dividend uit te keren, dan wordt het geld in het fonds gehouden onder de vorm van gereserveerde winsten. De uitkering vindt dan pas later plaats en de inventariswaarde van het fonds houdt hier rekening mee.

Handig om te weten

Soms gebeurt het dat dividendgerechtigde fondsen geen dividenden uitkeren (zie F&S 137) of dat dividenden niet worden geïnd. Dit laatste is het geval voor deelbewijzen aan toonder die in de vergetelheid zijn geraakt. Weet dat u naargelang het beleggingsfonds meestal 5 tot 10 jaar de tijd hebt om uw dividenden te innen. Gebeurt dit niet, dan komen de niet opgevraagde dividenden ten goede aan het beleggingsfonds. Ondertussen worden de dividenden wel ter beschikking gehouden van de begunstigde. Als die de dividenden na vele jaren uiteindelijk toch nog int, worden er geen intresten op betaald.

Deel dit artikel