Analyse
Aandelenfondsen onder vuur 11 jaar geleden - woensdag 14 juni 2006

De maand mei in beeld.

Alle aandelenfondsen in onze tabellen moesten in mei flink wat terrein prijsgeven. De oorzaak is te zoeken bij de vrees voor nieuwe rentestijgingen, iets wat meestal nefaste gevolgen heeft voor de aandelenmarkten. De obligatiefondsen bliezen dan weer warm en koud tegelijk: in de eurozone kregen ze even wat ademruimte dankzij de lichte daling van de obligatierente, maar de fondsen in dollarmunten hadden af te rekenen met de daling van hun munt ten opzichte van de euro. Met een gemiddelde stijging van 1,6 % lieten de obligatiefondsen in Britse pond de beste prestatie optekenen.

ONGUNSTIGE COCKTAIL
· Alle ogen zijn momenteel gericht op het inflatiepeil. Zowat alle centrale banken, en dan vooral de Amerikaanse, vrezen dat een versnelling van de inflatie (de stijging van het algemene niveau van de consumptieprijzen) de economische motor zal doen sputteren. Om dat te voorkomen hebben ze al meerdere keren hun leidende rentevoeten (kortetermijnrente) opgetrokken: sinds medio 2004 maar liefst 16 keer in de VS, en sinds eind 2005 al 2 keer in Europa. En wellicht zitten er nog nieuwe verhogingen aan te komen!
· Die rentestijgingen blijven niet zonder gevolgen voor uw beleggingen. Onder impuls van de leidende rentevoeten steeg de voorbije maanden ook de obligatierente (lange en middellange termijnrente), waardoor zowel de individuele obligatiekoersen als de obligatiefondsen flink lager doken. Vandaag zitten de aandelenfondsen in de hoek waar de klappen vallen. Enerzijds omdat obligaties, die nu toch al weer iets meer opbrengen, opnieuw aantrekkelijker worden in vergelijking met aandelen. En anderzijds omdat een verdere stijging van de rentevoeten wellicht slecht nieuws is voor de hele economie. Een rentestand die blijft stijgen heeft immers ook gevolgen voor de winsten van de bedrijven. Bovendien verwachten de beleggers een lichte vertraging van de economische activiteit in de VS, wat de ongerustheid nog wat aanwakkert.
Alles samen ontstond op die manier dus een ongunstige cocktail voor de beurzen: de inflatie en de rentevoeten gaan omhoog, en ‘s werelds grootste economie lijkt even naar adem te happen.
· Toch is er wellicht geen reden tot paniek en is het weinig waarschijnlijk dat we opnieuw op een beursval afstevenen zoals in 2000. De context is niet te vergelijken. De beurzen klommen de voorbije maanden wel flink hoger, en zijn in een aantal gevallen zelfs duur geworden, maar er ontstond geen speculatieve zeepbel. De bedrijven boeken nog steeds mooie winsten. Ook met de groei in de VS valt het wel mee. Die moet dit jaar toch nog 3,4 % bedragen (t.o.v. 3,5 % vorig jaar) en dus blijven bijdragen aan de groei van de wereldeconomie.
In bepaalde gevallen mag u de daling van de aandelenmarkten zelfs beschouwen als een uitgelezen beleggingskans. Het komt er uiteraard op aan om heel selectief te zijn. Zie ook onze ‘ Strategie ’.

De beurzen in mei 2006

Beurs

Evolutie (1) op

1 m.

12 m.

Amsterdam

-6.2%

20.8%

Athene

-9.6%

22.0%

Brussel

-6.0%

20.5%

Frankfurt

-6.7%

24.8%

Hongkong

-6.7%

10.3%

Lissabon

-6.5%

25.0%

Londen

-4.1%

13.8%

Madrid

-4.6%

20.3%

Milaan

-4.6%

14.6%

Nasdaq Composite

-8.0%

1.3%

New York (S&P 500)

-5.0%

2.5%

Parijs

-5.0%

19.6%

Stockholm

-8.2%

18.0%

Sydney

-7.0%

16.8%

Tokyo

-8.6%

26.8%

Toronto

-3.9%

33.9%

Zurich

-5.1%

22.3%

(1) in %, na omzetting in euro, op eind mei 2006.

WERELDWIJDE AANDELEN
In mei gaven de wereldwijde aandelenfondsen gemiddeld 6,1 % prijs. Templeton Growth (Euro) A (o.a. verdeeld door Deutsche Bank, ***) maakte meteen een opgemerkte entree in onze tabellen en zette met een daling van ‘slechts’ 4,2 % de beste maandprestatie neer in zijn categorie. Belangrijke posten in de portefeuille zijn onder meer de Amerikanen News Corp (media, + 7,5 %) en Tyco International (elektronica, + 0,9 %). Bij de fondsen die nog aardig presteerden vinden we ook Triodos Values International Equities. Het verlies bleef hier in mei ‘beperkt’ tot 4,8 %. In vergelijking met de andere fondsen ligt de focus van de beheerders minder op Japanse aandelen, en net die liepen vorige maand zware averij op: ze daalden gemiddeld met 8 %, t.o.v. 5,9 % voor de Europese en 4,8 % voor de Amerikaanse aandelen. De wereldwijde aandelenfondsen zijn hoofdzakelijk samengesteld uit de drie bovenstaande categorieën.
Rolinco (Robeco, - 8,3 %, *) verloor het meeste terrein. Dezelfde logica blijft gerespecteerd, want bij dit fonds investeerden de beheerders meer dan gemiddeld... in Japanse aandelen. Maar ook de keuze voor het biotechbedrijf Neurocrine (- 67 %).
De internationale aandelenfondsen blijven interessant voor wie zijn aandelenportefeuille in een keer voldoende wil spreiden. We breiden onze selectie uit met een aantal nieuwe fondsen, waarvan er verschillende koopwaardig zijn. Zo raden we u naast Aphilion Q² Equities en Contrarian Equities@Work (Capital@ Work, ***) nu ook PAM (L) Equities Opportunity (Petercam, ****) en Templeton Growth (Euro) A (Deutsche Bank, ***) aan.

EVOLUTIE VAN CONTRARIAN EQUITES@WORK (in euro)

Dit internationale aandelenfonds zet regelmatig goede prestaties neer. U mag nog kopen. Zo bezorgt u op die manier uw portefeuille meteen een mooie spreidingsgraad.

AMERIKAANSE AANDELEN
De Amerikaanse aandelenfondsen in onze tabel gaven in mei gemiddeld 5,5 % prijs. Janus WF US Strategic Value A (verdeeld door Citibank, ****) beperkte de schade tot 2,5 %. Dit fonds is er in het verleden trouwens al meermaals in geslaagd om beter te doen dan zijn referentiemarkt en we nemen het dan ook op in onze selectie. De beheersfocus ligt vooral op middelgrote Amerikaanse bedrijven uit de financiële sector, de materialensector en de energiesector. U mag kopen. De Amerikaanse aandelenfondsen zullen de komende maanden wellicht verder onder druk komen te staan – zeker als de Federal Reserve haar leidende rentevoet zou optrekken – maar hoe dan ook blijft de Amerikaanse economie een van de meest dynamische ter wereld en dus kunt u elke daling ook beschouwen als een uitgelezen koopgelegenheid. Ook de volgende fondsen vinden wij nog koopwaardig: Dexia Sustainable North America (***), Balzac USA Index (verdeeld door Deutsche Bank, **), en KBC Index United States (**).

BELGISCHE AANDELEN
De Belgische aandelenfondsen doken gemiddeld 5,1 % lager. Osiris Equities Belgian High Yield (Bank Degroof) bewees nog maar eens zijn degelijkheid en moest ‘maar’ 4,4 % prijsgeven. U mag dit *****-fonds nog steeds kopen. De beheerders spenderen minder dan gemiddeld aan zogeheten 'steraandelen', en precies in die categorie vielen er in mei brokken: KBC (- 8,7 %), Inbev (- 6,2 %) en GBL (- 6 %). Belgische aandelen behouden trouwens hun plaats in elke correct gespreide beleggingsportefeuille.

UPPERCUT VOOR TECHNO
De technologiefondsen moesten vorige maand gemiddeld 8,5 % prijsgeven, de sterkste daling van alle sectoren. De stijging van de rentestand maakt lenen duurder en aangezien de technologiesector bijzonder investeringsintensief is, zal dit een negatieve impact hebben op de bedrijfswinsten. De grootste daling komt op conto van Fidelity Technology A (verdeeld door Deutsche Bank, **). Dit fonds belegt onder meer in aandelen die noteren aan de beurs van Singapore, maar die daalden vorige maand met maar liefst 10 %.
We vinden de technologiesector in zijn geheel nog altijd te riskant. Afblijven dus.

De sectoren in mei 2006

Sector

Evolutie (1) op

1 m.

12 m.

Europees

Financieel

-6.3%

29.9%

Farma

-3.1%

14.6%

Telecom

-3.8%

0.7%

Technologie

-7.9%

17.9%

Consumptie

-5.9%

26.9%

Distributie

-2.8%

20.5%

Nutssector

-4.1%

31.1%

Wereldwijd

Financieel

-6.6%

22.7%

Farma

-3.4%

4.9%

Telecom

-5.6%

6.7%

Technologie

-9.1%

6.8%

Consumptie

-6.2%

21.9%

Distributie

-4.8%

7.3%

Nutssector

-4.0%

21.0%

(1) in %, na omzetting in euro, op mei 2006.

OBLIGATIEFONDSEN REDDEN DE EER
Terwijl de aandelenfondsen zwaar op hun doos kregen, gingen tal van obligatiefondsen (een beetje) hoger. Met dank aan de licht gedaalde obligatierentevoeten, die – na maanden van opwaarts geweld – even een adempauze inlasten (zie grafiek). Enkel in de Verenigde Staten klommen de rentevoeten op maandbasis hoger.

LANGETERMIJNRENTE IN DE EUROZONE (in %)

In mei genoten de meeste obligatiefondsen van een beetje respijt dankzij de dalende rentevoeten. Daardoor konden de meeste wat terrein terugwinnen, maar op jaarbasis kleuren vele rendementen nog steeds rood.

Zoals wel vaker speelden de wisselkoerscapriolen van diverse munten een hoofdrol, zowel in positieve als in negatieve zin. In onze tabellen ging de lauwerkrans naar de obligatiefondsen in Britse pond (GBP, + 1,7 % gemiddeld). Hun prestatie was vooral te danken aan de mooie klim van het Britse pond in euro (+ 1 %, zie munttabel). Hoewel het pond al 4,6 % hoger noteert dan twaalf maanden geleden, mag u nog steeds beleggen in deze weinig risicovolle en hoogrentende munt. Onze voorkeur gaat uit naar KBC Renta Sterlingrenta (**). Het goed beheerde Fidelity Sterling Bond A (***) kopen we niet door de regelmatige uitkering (elke drie maanden) van een klein brutodividend.
Aan de andere kant van het rendementsspectrum vinden we de beleggingen in de dollarmunten terug. De Canadese dollar kon de schijn nog enigszins ophouden (- 0,2 %), maar dat kan niet gezegd worden van de Amerikaanse dollar (- 1,9 %) en de Australische dollar (-2,6 %). Fondsen zoals KBC Renta AUD-Renta (***) gingen tot 2,4 % lager.

De munten in mei 2006

ISO Code

Koers (1) (in euro)

Evolutie (2) op

Persp. (3)

1 m.

1 j.

1 j.

LT

DKK

0,1341

0.0%

-0.2%

=

=

SEK

0,1079

0.4%

-1.4%

+

++

NOK

0,1282

-0.2%

1.5%

-

--

CHF

0,6408

0.4%

-1.5%

=

++

GBP

1,4570

1.0%

-1.3%

=

=

USD

0,7786

-1.9%

-3.9%

-

=

CAD

0,7072

-0.2%

9.5%

-

=

AUD

0,5868

-2.6%

-4.4%

-

=

NZD

0,4949

-2.0%

-13.5%

-

--

JPY

0,6945

-0.1%

-7.6%

+

++

Cijfers steeds eind mei 2006; (1) bv. 1 USD = x euro; (2) in %, t.o.v. de euro; (3) verwachte muntevolutie op 1 jaar en op lange termijn.

WERELDWIJD GESPREID
Slechts weinig fondsen verloren geen terrein in de categorie ‘wereldwijde obligatiefondsen’. Daarvoor waren de zwakke prestaties van vooral de dollarmunten, deviezen waarin deze fondsen beleggen, er teveel aan. Zoals u al kon lezen in onze aankooptip, beperken enkele fondsen hier het deviezenrisico. Dit is zeker het geval voor Dexia Bonds International die geen last had van de diverse muntschommelingen (status quo, ***). Templeton Global Bond A (o.a. verdeeld door Deutsche Bank) slikte een verlies van 2,1 %. De beheerder belegt dan ook in exotische munten en obligatiemarkten. Zo verloor de Koreaanse won 4,9 % en de Thaise bath 3,6 %.

DICHTER BIJ HUIS
De rendementen van de Europese obligatiefondsen schommelden tussen - 1,1 % voor KBC Bonds Europe (***) en +0,7 % voor Demeter Bonds Europe (***). Het KBC-fonds kreeg lik op stuk door de beleggingen in Turkse lira (- 17,6 %), Poolse zloty (- 1,7 %) en Slowaakse kroon (- 1,1 %). Het fonds van Bank Degroof deed het veel beter dankzij de prominente keuze voor obligaties in Britse pond.
Op dit moment zijn we geen voorstander van deze fondsen. We geven de voorkeur aan fondsen in kwalitatieve bedrijfsobligaties in euro (de zogenaamde ‘corporates’), eventueel aangevuld met goed beheerde fondsen in Britse pond en in Zweedse kroon.

HOOGRENTEND
Fortis L Bond Currencies High Yield (- 4,1 %) en KBC Bonds Euro Candidates (- 2,5 %, ***) hadden het in mei niet onder de markt. Een groot deel van de portefeuille van het KBC-fonds zit in Turkse obligaties, terwijl het Fortis-fonds de mosterd haalt in Mexicaanse (- 3,8 %) en Zuid-Afrikaanse obligaties (- 11,3 %). Dexia Bonds High Yield (- 0,2 %) hanteert een andere politiek en belegt vooral in risicovolle bedrijfsobligaties in euro (met weinig muntrisico dus). De obligaties in deze fondsen zijn hoe dan ook te riskant. Afblijven.

PAM (L) BONDS HIGHER YIELD (in het vet) EN PAM (L) BONDS EURO QUALITY (basis 100)

Beide Petercam-fondsen zoeken hun heil buiten de klassieke markt van overheidsobligaties. Het fonds in het vet doet dat door obligaties in risicovolle munten of van risicovolle emittenten. Het tweede fonds belegt daarentegen in kwalitatieve bedrijfsobligaties in euro. Onze voorkeur gaat uit naar dit laatste fonds.

OBLIGATIES ALS BUFFER
Door de zwakke aandelenprestaties ontsnapte ook geen enkel gemengd fonds aan een negatief beleggingsresultaat. De defensief gemengde fondsen (meer obligaties dan aandelen) verloren gemiddeld 1,7 %, de neutrale (ongeveer een gelijke verdeling tussen aandelen en obligaties) 3,5 % en de dynamische (meer aandelen dan obligaties) 5,1 %. Opvallend waren de prestaties van de verzekeringsfondsen (tak 23). Omdat ze gemiddeld iets defensiever zijn ingesteld, deden ze het gemiddeld ook beter.
Het hoeft niet te verwonderen dat Fidelity FPS Defensive A (- 0,3 %, ***) bijna geen terrein prijs gaf. De portefeuille van het fonds bestaat uit 40 % cash en slechts 20 % aandelen. We vinden het fonds iets te defensief om het u aan te raden.
Bij de gemengde fondsen verloor het dakfonds DB Strategic Neutral (***) maar liefst 7,3 %. Ook DB Strategic Dynamic (**) was met een verlies van 8,9 % kop van jut binnen de dynamisch gemengde fondsen. Beide fondsen beleggen meer dan gemiddeld in aandelen, maar daarnaast wogen nog twee andere factoren op de portefeuille in mei: de beleggingen in zowel aandelen- als obligatiefondsen die mikken op groeilanden, en de honger naar Japanse aandelen (- 8 %). Toch blijven beide fondsen koopwaardig.
Dezelfde redenen kunnen worden aangehaald voor de minder goede prestaties van AXA B Global Fund of Fund (- 4,1 %, *) en AXA B Dynamic Fund of Fund (- 6,3 %, *).
Gemengde fondsen laten u toe om met een enkele aankoop en zonder veel tamtam een gespreide obligatie- en aandelenportefeuille te bekomen. Kies vooreerst voor het type dat het beste aansluit bij uw risicoprofiel: defensief, neutraal of dynamisch.

Deel dit artikel