Analyse
Koopkrachtbescherming troef 11 jaar geleden - donderdag 13 april 2006

Bestaat er een remedie tegen obligatie-inkomsten die weggeteerd worden door  inflatie ?

Als er één zaak is waar obligatiebeleggers een hekel aan hebben, dan is het dat hun inkomsten weggeteerd worden door inflatie. Er bestaat echter een remedie: inflatiegelinkte obligaties. Fondsen in die obligaties deden het zelfs beter dan de klassieke obligatiefondsen. Valt er hier nog iets te rapen ?

In normale omstandigheden is een euro vandaag meer waard dan een euro morgen en veel meer waard dan een euro over tien jaar. De reden: inflatie. En hoe hoger de inflatie, hoe groter uw koopkrachtverlies.
Er bestaat een instrument dat dit risico uitschakelt: de inflatiegelinkte obligatie of ‘linker’. De markt in dit type obligatie is ondertussen dusdanig volwassen geworden dat de kinderziektes verdwenen zijn.

Inflatie?
· Wist u dat de maximumprijs voor een gesneden en verpakt huishoudbrood in 1989 1,202 euro was? In 2004, net voor de liberalisering van de broodprijs, was dat al 1,61 euro. Of een stijging van meer dan 30 % op vijftien jaar tijd. Dit alledaagse voorbeeld toont aan wat het begrip inflatie, of de algemene stijging van de prijzen, eigenlijk inhoudt.
· De inflatie heeft dus een impact op ons dagelijkse leven. We hebben in feite alsmaar meer geld nodig om hetzelfde product te kopen. Met dank aan de hogere grondstofprijzen, de stijgende loonmassa, enzovoort. Anders gezegd, geld verliest zijn waarde.
Zo verwachten wij voor de eurozone bijvoorbeeld een gemiddelde inflatie van 2 % voor de komende tien jaar. 100 euro vandaag zal tegen dan iets meer dan 80 euro waard zijn in reële koopkrachttermen. Daarom is het belangrijk dat de inflatie in toom wordt gehouden. En net dat is de voornaamste doelstelling van de meeste centrale banken. Zo waakt de Europese centrale bank (ECB) erover dat de inflatie in de eurozone de 2 % niet te ver overstijgt. Vandaag zit de inflatie met 2,2 % al een tijdje net over die grens.

Klassiek versus ‘linker’
· Klassieke obligaties hebben op zich al de bedoeling u te beschermen tegen koopkrachtverlies door inflatie. De nominale rente die u ontvangt, houdt immers rekening met de verwachte inflatie en biedt daarbovenop een risicopremie gelinkt aan de inflatie. Koopt u immers een obligatie op tien jaar, dan weet u niet welke prijsstijgingen zullen plaatsgrijpen in die periode en dat risico moet worden vergoed. Of die vergoeding correct is, zal pas achteraf blijken. Zeker bent u dus nooit. Met dit type obligatie loopt u dus altijd een inflatierisico, in plus of in min.
· Linkers sluiten dat risico uit. Wat de inflatie ook mag zijn gedurende de looptijd van de obligatie, u krijgt op het einde van de rit uw koopkracht terug. Deze obligaties bieden in tegenstelling tot de klassieke obligaties immers een reëel rendement. Dat betekent dat u niet alleen elk jaar een coupon krijgt die zal variëren met de inflatie, maar ook dat uw startkapitaal op eindvervaldag gelijke tred met de inflatie gehouden zal hebben. In het bovenstaande voorbeeld zal uw 100 euro belegd in een linker na tien jaar ruim 120 euro waard zijn.
In ruil voor die bescherming ligt het startpeil van de coupons wel lager dan bij de klassieke obligaties van vergelijkbare kwaliteit en looptijd.
Welk type obligatie nu interessanter is, zal afhangen van de inschatting van de inflatieverwachtingen (zie  " Linkers in de praktijk ") en van de evolutie van de markt.

Groeiende markt
· De markt van linkers is een vrij jonge markt. Ze ontstond uit de behoefte van enkele overheden om hun toekomstige uitgaven en inkomsten te koppelen aan de evolutie van de inflatie. Dat ze met de uitgifte van dit type obligaties ook een signaal de markt insturen dat het hun menens is om inflatie te bestrijden, is aardig meegenomen. Het VK gaf het startschot in 1981, de VS volgden pas in 1997, Frankrijk in 1998. Vorige maand zette ook Duitsland zijn eerste stapjes. Ondertussen vinden we linkers terug in een twintigtal landen met de bovenvermelde eerste drie op kop. Zij maken respectievelijk 25 %, 40 % en 15 % van de markt uit volgens cijfers van Capital@Work.
· Dat de markt gestaag groeit, is niet zo verwonderlijk. Niet alleen was de overheid geïnteresseerd in dit type obligatielening, ze creëerde vaak zelf ook een behoefte bij andere partijen. Sinds 2003 worden in Frankrijk de opbrengsten op het geliefde spaarboekje (de ‘livret A’) gekoppeld aan een inflatie-index. Dat verplichtte omzeggens elke plaatselijke financiële instelling zich in te dekken tegen inflatieschommelingen. In Italië en in Nederland zorgden veranderingen in de pensioenfondsreglementering voor een grote vraag naar indexgelinkte obligaties. Duitsland veranderde zelfs de wetgeving rond linkers waardoor ze konden worden gekocht door pensioenfondsen.
· Een groeiende markt heeft dan ook weer andere voordelen die op zich vers kapitaal lokken. Zo bieden steeds meer partijen inflatiegelinkte obligaties aan, wat zorgt voor hogere liquiditeit en lagere kosten.
· De fondsenbeheerders verwachten dan ook dat de almaar groeiende vraag deze markt nog een (lange) tijd zal ondersteunen. Dat dit kan leiden tot mooie fondsenprestaties leert een blik op de grafiek.

Diversificatie
· Wat de prijszetting van linkers betreft, zijn de meningen verdeeld. Sommige beheerders vinden de markt duur, andere dan weer goedkoop. Maar waar iedereen het er wél over eens is, is dat de toevoeging van dit type obligatie voor de nodige diversificatie zorgt binnen een gespreide portefeuille. Dat wordt ondersteund door de academische wereld.
· Linkers reageren positief op inflatie terwijl klassieke obligaties en aandelen hierop negatief reageren. Daarnaast zijn linkers minder volatiel dan klassieke obligaties. Beide elementen zorgen ervoor dat de meeste beleggers baat hebben met het opnemen van dit type obligatiefonds in hun portefeuille. Dat zal des te meer het geval zijn voor diegenen die risico schuwen en al over obligatiefondsen beschikken.

Steeds ruimer aanbod
· Het aantal gespecialiseerde fondsen groeide – net als de markt –gestaag. KBC Bonds Inflation Linked Bonds pionierde in 1999 en is het grootste gespecialiseerde fonds op onze markt. Vanaf 2003 begon het aantal fondsen pas sterk te stijgen, vooral dankzij de inspanningen van Deutsche Bank en Citibank die werk maken van het aanbieden van fondsen van derden. Zo werden de gespecialiseerde fondsen van Crédit Agricole, INVESCO en Schroder plots aan de man gebracht, ook al bestonden ze vaak al langer in het buitenland.
· We kunnen het aanbod opdelen in twee soorten:
– het merendeel van de fondsen belegt uitsluitend in de eurozone met linkers uit Frankrijk en Italië als speerpunten
– twee fondsen beleggen wereldwijd. Inflation@Work van Capital@Work belegt naast de eurozone vooral in de VS en in Japan. De beheerders dekken zich gedeeltelijk in tegen muntrisico. SISF Global Inflation Linked Bond steekt bijna de helft van de portefeuille in Amerikaans papier en een vijfde in Brits. Frankrijk krijgt de hoofdmoot van de rest van de portefeuille toebedeeld. Hier is er geen wisselkoersindekking.
· Het nadeel van deze jonge fondsenmarkt is dat het moeilijk is om nu al zicht te hebben op de kwaliteiten van het beheer van de meeste fondsen. Toch kunnen de beleggingsfondsen die al een tijdje bestaan ons bekoren. Fondsen zoals KBC Bonds Inflation Linked Bonds en INVESCO Euro-Inflation Linked Bond A slagen erin om met weinig risico een aardig rendement bijeen te sprokkelen.

KBC BONDS INFLATION LINKED BONDS (in het vet) EN KBC RENTA EURORENTA SINDS 2001 (basis 100)

Vooral de laatste jaren maakte het inflatiegelinkte beleggingsfonds van KBC (in het vet) het verschil met het klassieke broertje uit dezelfde stal. Verwacht wordt dat de specifieke kenmerken van linkers, gekoppeld aan de steeds grotere (institutionele) vraag naar die producten, de markt zullen blijven ondersteunen. Vooral beleggers die risico schuwen, mogen nog kopen.

In een notendop
· Of de geïndexeerde obligaties hun uitstekende prestaties van het verleden zullen herhalen, is moeilijk te zeggen. Volgens sommigen is de markt duur, volgens anderen dan weer niet. Wij denken dat de grote vraag naar linkers eerder een voordeel is dan een nadeel op termijn.
· Maar eerlijk gezegd liggen wij daar niet wakker van. Wat belangrijk is, is de toegevoegde waarde die dit type obligaties bieden in een portefeuille: de opname van linkers zorgt binnen de meeste portefeuilles voor een betere portefeuillespreiding. Punt. Het risico van de portefeuille verlaagt zonder dat dit ten koste gaat van potentieel rendement. Dat geldt dus temeer voor de belegger die risico schuwt of belang hecht aan het behouden van zijn koopkracht.
· Op dit moment hebt u de keuze uit tal van fondsen. Kijken we naar hun kenmerken (rendement, risico, regelmaat in de prestaties), dan merken we vrij weinig verschillen tussen de fondsen die zich focussen op de eurozone. U mag dus gaan voor het beleggingsfonds dat voor u het gemakkelijkst te kopen is. Bent u klant bij Deutsche Bank, dan raden we u CAF Euro Inflation Bond aan. Dit fonds rekent op dit moment geen instapkosten aan. U bespaart zo 2 %. Ook de wereldwijd gespreide fondsen mogen worden gekocht. Zowel Inflation@Work als SISF Global Inflation Linked Bond beleggen het gros van de portefeuille immers in euro of in vreemde munten met potentieel.

Linkers in de praktijk
Centraal in de discussie of inflatiegelinkte obligaties al dan niet goed geprijsd zijn, staan de inflatieverwachtingen. Linkers worden pas interessant als we aannemen dat de inflatieverwachtingen waarmee de klassieke obligaties rekening houden, onderschat zijn. KBC reikte ons een praktisch voorbeeld aan. Een Franse linker met looptijd 2013 biedt een reëel rendement van 1,5 %. De klassieke obligatie met dezelfde looptijd geeft een nominaal rendement van 3,67 %. Het verschil bedraagt dus 2,12 %. Dat wil nu zeggen dat de klassieke obligatie een gemiddelde Franse inflatie van 2,12 % anticipeert tussen nu en 2013. Blijkt achteraf dat de gemiddelde inflatie in werkelijkheid hoger lag, dan brachten linkers meer op dan de klassieke obligaties. En omgekeerd.

Deel dit artikel