Analyse
Profiteer van de barslechte oktobermaand 12 jaar geleden - donderdag 10 november 2005

Na de uitstekende zomermaanden kreeg het gros van de beleggingsfondsen een pandoering in oktober. Laat het u echter niet aan uw hart komen en maak eventueel gebruik van de dalingen om uw portefeuille te stofferen.

Oktober was geen goede maand voor beleggingen. Vooral de toegenomen inflatievrees was hier diets aan. Een dreiging die vooral de beleggers lijkt bezig te houden, waardoor ze wantrouwiger en dus veeleisender zijn. Om dat grotere risico te compenseren, eisen ze hogere rendementen, wat leidt tot hogere rentevoeten en een daling van de obligatiekoersen.
Omdat hogere rentevoeten meestal gepaard gaan met turbulentie op de aandelenmarkten – doordat de hogere financieringskosten doorwegen op de resultaten van de ondernemingen – leden ook de aandelenmarkten verlies. Al onze categorieën in de tabellen hiernaast gingen hierdoor lager, met uitzondering van de Britse en Nieuw-Zeelandse obligatiefondsen. Zij klommen respectievelijk 0,7 % en 1,8 % hoger dankzij de goede prestaties van de plaatselijke munten ten opzichte van de euro. Cash bleek dus koning te zijn in oktober. Daarom steeg het merendeel van de thesauriefondsen in waarde.

DE BEURSMARKTEN IN OKTOBER 2005

Beurs

Evolutie (1) op

 

1 maand

3 m.

12 m.

Amsterdam (AEX)

-2.2%

-0.4%

19.3%

Athene (ASE)

-2.2%

1.1%

32.9%

Brussel (BEL 20)

-1.9%

1.1%

17.2%

Frankfurt (DAX 30)

-2.3%

0.9%

21.3%

Hongkong (Hang Seng)

-6.1%

-1.7%

17.5%

Lissabon (PSI 20)

-3.1%

3.2%

5.0%

Londen (FTSE 100)

-2.2%

2.6%

18.0%

Madrid (IBEX 35)

-3.0%

3.7%

24.7%

Milaan (MIB 30)

-6.3%

-2.6%

13.5%

Nasdaq Composite

-0.8%

-1.6%

14.0%

New York (S&P 500)

-1.1%

-0.8%

13.4%

Parijs (CAC 40)

-3.6%

-0.3%

19.7%

Stockholm (OMX)

-3.8%

0.9%

19.2%

Sydney (ASX - AORD)

-5.4%

1.2%

23.8%

Tokyo (NIKKEI 225)

-1.8%

11.7%

22.4%

Toronto (S&P/TSX Composite)

-6.6%

5.0%

28.6%

Zurich (SMI)

2.5%

7.6%

29.7%

(1) in %, omgezet in euro, op eind oktober 2005.

· Op aandelenvlak lieten vooral de groeimarkten veren.
– Kop van Jut waren daarbij de fondsen die zich specialiseren in Oost-Europa. Zij gingen gemiddeld meer dan 9 % lager. SGAM Equities Eastern Europe A (verdeeld door SG De Maertelaere, **) kreeg de grootste klappen van alle fondsen uit de tabel en verloor meer dan 12 %.
– Bij het weinige positieve aandelennieuws dat we afgelopen maand mochten optekenen, tellen we de prestaties van de wereldwijde financiële sectorfondsen. Zij gingen 1 % hoger, vooral onder impuls van Amerikaanse en Japanse banken die uitstekende resultaten konden voorleggen. Dat ook de verzekeraars met goede cijfers afkwamen, was een grote verrassing; zij boekten immers veel verliezen als gevolg van de orkanen. Hun resultaten werden dan ook op beursapplaus onthaald.
· Naast de aandelenfondsen kregen ook de meeste obligatiefondsen lik op stuk. De obligatierentes stegen immers wereldwijd waardoor de obligatiekoersen onder het vriespunt daalden. Dat reflecteerde zich uiteraard in de inventariswaarden van de fondsen. De verliezen liepen daarbij op tot 3 %. Dat was het geval voor de Zweedse obligatiefondsen. Fondsen in Europese staatsobligaties op middellange termijn krompen bijvoorbeeld met iets meer dan 1 %.
· Toch mogen sommigen zich gelukkig prijzen. In plaatselijke munt deden vele beleggingen het immers nóg slechter. De winst van de Amerikaanse dollar en het Britse pond tegenover de euro verguldden immers de pil.

LANGETERMIJNRENTE EUROZONE (in het vet) EN LANGETERMIJNRENTE VS

In oktober was de grootste boosdoener de inflatievrees. Dat leidde tot stijgende rentevoeten wereldwijd. Zoals u kunt zien, staan die nog lang niet op het niveau van voorheen maar zijn ze wel aan het klimmen. Dat doet beleggers twijfelen. Wordt krediet niet te duur? Zullen de vastgoedprijzen niet dalen? Dat sentiment woog uiteindelijk op beurs.

Met z’n allen lager
· Gemiddeld verloren de wereldwijde aandelenfondsen 2,6 %. Voor het eerst sinds lang kregen vooral de fondsen die zich specialiseren in kleine aandelen (‘small caps’) de grootste klappen. De beheerder van AXA Rosenberg Global Small Cap Alpha (- 5,1 %) zag biotechbedrijf Invitrogen bijna 15 % lager vallen en kon niet beletten dat ziekenhuisketen Triad Hospitals (- 8,6 %) en ooglensverdeler Bausch & Lomb (- 7,4 %) de portefeuille omlaag duwden.
Minder slecht ging het daarentegen met Parvest World (verdeeld door Cortal Consors, *, - 0,8 %). Met dank aan het Japanse Nissan (+ 4 %), de Amerikaanse bank Goldman Sachs (+ 4,6 %) en de Amerikaanse retailketen Target (+ 8 %).
· De aanschaf van wereldwijde aandelenfondsen levert u met een enkele belegging een sterk gediversifieerde aandelenportefeuille op. Onze voorkeur gaat uit naar Aphilion Q² Equities (www.aphilion.com) en Contrarian Equities@Work (Capital@Work, *****).

Kleine Duimpjes leggen de duimen
· In oktober moesten de aandelenfondsen die in kleine of zelfs middelgrote (‘mid caps’) aandelen beleggen in alle categorieën onderdoen voor de meer klassieke fondsen die enkel de grote jongens (‘big caps’) viseren. Dexia had een interessante theorie voor de slechte prestatie van de lilliputters. Met het jaareinde in zicht geven veel beheerders de voorkeur aan minder risicovolle en meer liquide aandelen, de grote aandelen dus. Daarbij was bij velen de verleiding groot om de ferme winsten op kleinere aandelen te realiseren. Kleine aandelen werden dus meer verkocht dan grote en hierdoor verloren ze meer terrein.
– Bij de gespecialiseerde fondsen uit de eurozone (gemiddeld - 4 %) verloor Dexia Invest EMU Small Cap (***) bijna 7 %. De reden moet o.a. worden gezocht in de slechte prestaties van het Nederlandse SBM Offshore (toeleverancier voor de olie- en gasindustrie, - 7,1 %), het Griekse chemiebedrijf Neochimiki (- 7,5 %) en de Franse pijpleidinglegger Vallourec (- 7,5 %).
– Bij de Europese aandelenfondsen (- 3,5 %) ging AXA Rosenberg Pan-European Small Cap Alpha (- 5,5 %, ****) zwaar kopje onder. De Italiaanse verzekeraar Fondiaria Sai (- 8,6 %) was hier de beul van dienst.
– Ten slotte kreeg Fortis L Equity Mid Caps USA (****, - 3 %) de wind van voren in de categorie Amerikaanse aandelenfondsen
(- 1,7 %). Vooral voedselproducent Pilgrim’s Pride (- 13 %) en petroleumgroup Tesoro (- 8,5 %) trokken hier de portefeuille omlaag.
· Fondsen die in kleine aandelen beleggen, hebben het de laatste jaren veel beter gedaan dan de meer klassieke fondsen die enkel maar de grote aandelen viseren. Dat was enkel een reactie op de sterke minderprestatie van vóór 2000. U mag dit type fondsen blijven beschouwen als een aanvulling in een reeds gediversifieerde portefeuille. In de eerste plaats mikken wij echter op fondsen in ‘big caps’ om een portefeuille samen te stellen.

EVOLUTIE ESPRIT SMALL CAP EUROPE (in euro) 

In oktober kregen de kleine aandelen (‘small caps’) de grootste klappen. Dat neemt niet weg dat deze fondsen de winnaars zijn van de laatste jaren. Een logisch inhaalmanoeuvre want in de periode vóór 2000 presteerden ze veel slechter dan de grote jongens. Wij zien dit type fondsen als aanvulling binnen een al gediversifieerde portefeuille.

Oost west, thuis best?
· Belgische aandelenfondsen verloren gemiddeld 2,5 %.
De prestaties schommelden tussen die van AXA B Belgian Equities (**, - 3,9 %) en Osiris Strategic Belgian Stocks (Bank Degroof, ***,
- 0,7 %). De beheerder van het AXA-fonds wist onmiddellijk te zeggen wat de voornaamste reden van zijn slechte prestatie was: de intekening in Telenet
(- 11,5 %). Daarnaast deden de beleggingen in EVS (- 6,2 %) en Umicore (- 8 %) de rest.
Een ander verhaal was te horen bij het fonds van Bank Degroof. De relatief goede prestatie was hier o.a. te danken aan de forse beleggingen in Option (+ 15,8 %) en Duvel (+ 3,2 %).
· Deze categorie mag nog altijd een mooie plaats in uw portefeuille innemen. De beurs van Brussel vinden we op dit moment correct gewaardeerd. Wij geloven in de strategie van Osiris Equities Belgian High Yield (Bank Degroof, *****). Dit fonds belegt in aandelen met een hoog dividendrendement.

Nutssector krijgt grootste klappen
· In oktober was het logisch dat een van de meest rentegevoelige sectoren, de nutssector, een grote tik kreeg. Gemiddeld gingen de fondsen meer dan 5 % lager. Terwijl Fortis L Equities Utilities World (*) bijna 7 % lager moest, verloor KBC Equity Utilities (*) ‘slechts’ 4,7 %. De beheerder van het fonds van Fortis Bank zag de prestaties van de Texaanse energieleverancier TXU (- 10,2 %) en elektriciteitsproducent en -distributeur Edison International (- 6,8 %) met lede ogen toe. De portefeuille van het fonds van KBC trok zich o.a. op aan de relatief goede prestaties van grote portefeuillewaarden zoals de Public Service Enterprise Group (- 1,6 %) en Tokyo Electric Power (- 1,5 %).
· Profiteer van de daling in oktober om eventueel beleggingsfondsen in deze defensieve sector bij te kopen. Daarbij mikken we op de Europese markt. Zo vermijden we de complexe en risicovollere Amerikaanse markt. Zowel Argenta Fund Nutsector Europe als Fortis L Equities Utilities Europe mogen nog worden gekocht.

EVOLUTIE ARGENTA FUND NUTSECTOR EUROPA (in euro)

De rentegevoelige nutssector had het niet onder de markt in oktober. We blijven echter sterk in zijn potentieel geloven. Daarbij mikken we op de Europese sector.

DE SECTOREN IN OKTOBER 2005

Sector

Evolutie (1) op

 

1 maand

3 m.

12 m.

Europees

Financieel

-1.5%

3.3%

27.7%

Farma

1.9%

6.1%

27.6%

Telecom

-1.0%

0.2%

12.0%

Technologie

-4.3%

1.9%

15.2%

Consumptie

0.1%

5.1%

28.7%

Distributie

-2.4%

-1.7%

10.6%

Nutssector (utilities)

-4.2%

3.1%

26.7%

Wereldwijd

Financieel

0.1%

5.6%

25.6%

Farma

-1.1%

0.7%

19.5%

Telecom

-2.4%

0.5%

16.2%

Technologie

-2.1%

0.5%

14.8%

Consumptie

-1.0%

2.3%

24.7%

Distributie

1.7%

-2.3%

12.3%

Nutssector (utilities)

-4.5%

2.7%

30.7%

(1) in %, na omzetting in euro, op eind oktober 2005.

SECTOREVALUATIE

Naam sector

Score

bevaks

++

financiën

+

voedsel&drank

+

nut

+

farma

+

distributie

=

telecom

=

technologie

--

De sectorscore kijkt naar de waardering en het risico van de aandelen uit een bepaalde sector. Ze schommelt tussen ++ (zeer goed) en - - (zeer slecht). Bij een identieke score hebben we de beste bovenaan gezet.

Obligaties boeren achteruit
· De aandelenfondsen zijn niet de enige die een slechte maand hadden. Ook de obligatiefondsen leden onder de algemene daling op de obligatiemarkten. Hoewel de inflatiedreiging nauwlettend wordt opgevolgd door de centrale banken, dringt ze zich meer en meer op, vooral onder invloed van de nog altijd hoge prijzen voor olieproducten. Die dreiging vertaalt zich in een toegenomen wantrouwen van de beleggers die als gevolg daarvan hogere rentevoeten eisen om het grotere risico te compenseren. Dergelijke renteverhogingen gaan gepaard met een daling van de obligatiekoersen, en van de fondsen die erin beleggen.
· De daling trof zowat alle obligatiefondsen van onze selectie. Op twee uitzonderingen na: de obligatiefondsen in pond sterling, die gemiddeld met 0,7 % hoger gingen, en het obligatiefonds in Nieuw-Zeelandse dollar, KBC Renta NZD-Renta (KBC, **), dat de grootste terreinwinst registreerde van onze obligatieselectie (+ 1,8 %). Verklaring: zowel in het Verenigd Koninkrijk als in Nieuw-Zeeland zijn de obligatierentes minder gestegen dan elders, maar het pond sterling en de Nieuw-Zeelandse dollar zijn vooral in waarde toegenomen ten opzichte van de euro (respectievelijk 0,7 % en 1,6 %). U mag een klein deel van uw portefeuille besteden aan obligatiefondsen in pond sterling: de munt is correct gewaardeerd en de rentevoeten zijn hoger dan bij ons. Wij raden u in het bijzonder KBC Renta Sterlingrenta (KBC, **) aan.
Inschrijven op obligatiefondsen in Nieuw-Zeelandse dollar is enkel interessant voor de lange duur en vanuit een defensief standpunt.
· Elders gaan de rendementen in het rood, voornamelijk voor de obligatiefondsen in Zweedse kroon (- 3 %). De daling van de kroon (- 2,3 %) deed zich vooral de laatste maand voelen.

Obligaties in euro
· De obligatiefondsen in euro hebben in oktober allemaal terrein verloren. De stijging van de obligatierentes heeft daar uiteraard mee te maken, maar ze trof de fondsen op ongelijke wijze. Het is de gemiddelde looptijd van de obligaties in portefeuille die het verschil maakt. Langlopende obligaties zijn immers gevoeliger voor de evolutie van de obligatierentes. Dat bleek nogmaals vorige maand. De obligatiefondsen op korte termijn zijn gemiddeld gedaald met 0,4 %, de obligatiefondsen op middellange termijn verloren 1,1 % en de obligatiefondsen op lange termijn … 2 %!
· Onder de obligatiefondsen op lange termijn stellen we duidelijke rendementsverschillen vast. Zo verloor KBC Renta Long EUR (KBC, ***) 'slechts' 1,6 % terwijl Fortis L Bond Long Euro (*) met 2,5 % lager ging. Dat verschil kan worden verklaard door het feit dat de gemiddelde duur van de obligaties in portefeuille veel langer is voor het fonds van Fortis (13 jaar) dan voor dat van KBC (slechts 8 jaar). Trouwens, de beheerders van Fortis zijn van plan om de komende weken te beleggen in obligaties met een kortere looptijd.
De stijging van de obligatierentes is nog niet voorbij. Als u dat nog niet gedaan hebt, is het meer dan tijd om uw obligatiefondsen op lange termijn te verkopen.
· Als u wilt beleggen in euro, raden we eerder bedrijfsobligaties (= ‘corporates’) aan. Ten eerste is de gemiddelde looptijd van de obligaties in portefeuille korter (zie tabel). Ten tweede is het rendement van dit type obligaties hoger dan dat van staatsobligaties. Daartegenover staat een iets groter maar toch aanvaardbaar risico. We tippen op PAM (L) Bonds EUR Quality (Petercam, ***) maar als u klant bent bij een van de volgende banken zijn ook Fortis L Bond Corporate Euro (***) en Dexia Invest European Corporates Bonds (***) aanvaardbare alternatieven.

FORTIS L BOND LONG EURO (in het vet, linkerschaal) EN LANGETERMIJNRENTE IN DE EUROZONE (rechterschaal)

De evolutie van de koers van het fonds van Fortis is zeer gevoelig voor de evolutie van de obligatierentes. Na de jongste jaren heel wat vooruitgang te hebben geboekt, zou de koers wel eens zwaar op de proef kunnen worden gesteld in de loop van de komende maanden in verhouding tot de mate waarin de rentevoeten stijgen. Verkopen.

Stijgende dollar
· Dankzij de appreciatie van de Amerikaanse dollar met ongeveer 0,7 % ten opzichte van de euro kon de daling van de koers van obligaties in plaatselijke munt gedeeltelijk worden gecompenseerd. Na omrekening in euro gingen de obligatiefondsen in Amerikaanse dollar gemiddeld 0,4 % lager. Het groene biljet heeft zijn terreinwinst te danken aan het steeds grotere renteverschil ten opzichte van de euro, alsook aan de goede economische statistieken. Wij rekenen immers op een economische groei van 3,6 % in 2005 in de Verenigde Staten, tegenover slechts 1,2 % in de eurozone.
· Verwacht wordt dat de stijging van de obligatierentes zich zal doorzetten aan de andere kant van de Atlantische Oceaan, wat vermoedelijk zal doorwegen op de koers van de fondsen. Maar terzelfder tijd zou die rentestijging het groene biljet kunnen versterken en zo de daling van de obligatiekoersen compenseren. Een ander positief punt is dat de Amerikaanse obligaties vandaag een behoorlijk extra rendement bieden in vergelijking met de obligaties in euro. Een buitenkans om te diversifiëren die u moet grijpen door middel van fondsen zoals Dewaay American Bonds (HSBC Dewaay, ***) en ING (L) Renta Fund Dollar(***).

DE MUNTEN IN OKTOBER 2005

ISO

Munt

Koers (1)

Evolutie (2)

Persp. (3)

Code

 

(in euro)

1 m.

1 j.

1 j.

LT

DKK

Deense kroon

0,1340

0.0%

-0.4%

=

=

SEK

Zweedse kroon

0,1048

-2.3%

-5.1%

+

++

NOK

Noorse kroon

0,1284

1.0%

4.4%

-

--

CHF

Zwitserse frank

0,6467

0.5%

-1.2%

=

+

GBP

Britse pond

1,4780

0.7%

2.6%

=

-

USD

Amerikaanse dollar

0,8349

0.7%

6.2%

+

-

CAD

Canadese dollar

0,7078

-1.0%

9.8%

+

=

AUD

Australische dollar

0,6238

-1.5%

6.2%

+

-

NZD

Nieuw-Zeelandse dollar

0,5843

1.6%

8.6%

-

--

JPY

Japanse yen (100)

0,7172

-2.0%

-3.1%

+

++

Cijfers steeds eind oktober 2005; (1) b.v. 1 USD = x euro; (2) in %, t.o.v. de euro; (3) verwachte muntevolutie op 1 jaar en op lange termijn

Deel dit artikel