Analyse
Farma opnieuw gezond 12 jaar geleden - donderdag 13 oktober 2005

De aandelen uit de farmasector boekten de laatste jaren weliswaar vooruitgang, ze waren de zwakke leerling in de klas. Het potentieel is echter aanwezig en de fondsen bieden een interessante spreiding voor de lange termijn.

De farmasector is al een tijdje niet meer de defensieve sector van weleer. Een stabiele sector-groei, ongeacht het economische klimaat, is niet meer aan de orde van de dag wegens de keiharde concurrentie, de juridische steekspelen en het gebrek aan sterke geneesmiddelen (de zogenaamde ‘blockbusters’) in de pijplijnen. Dat vertaalde zich in eerdere magere beursprestaties. De afgelopen twaalf maanden boekte de sector op de beurs een winst van 17 % in euro. Niet onaardig zou u denken, maar wereldwijd gingen de beurzen over die periode meer dan 27 % hoger. Het verschil wordt nog groter als we kijken naar de laatste drie jaren (zie grafiek).

FARMAWAARDEN (in het vet) EN WERELDWIJDE AANDELENBEURS SINDS 2001 (basis 100)

De laatste jaren blijft de farmasector achter op de wereldwijde beurs. Wij geloven dat de sector voldoende gewapend is om die achterstand weg te werken. Interessante diversificatie voor de lange termijn.

Pathologie
· De beleggers hadden vooral vraagtekens bij de mogelijkheid van de sector om uit te pakken met vernieuwende en veilige producten. Steeds minder producten zorgden immers voor toegevoegde waarde. En als ze dan al op straat geraken, is het wachten op de kwaliteit ervan. Voor Merck zijn de eerste van vele (4000!) processen begonnen in verband met pijnstiller Vioxx. Pfizer had problemen met de ontstekingsremmers Celebrex en Bextra en moest Bextra onverwacht uit de handel nemen. En Biogen trok het veelbelovende multiple-sclerosemedicijn Tysabri terug. Niet alleen de betrokken aandelen deelden in de klappen. Het beleggersvertrouwen was compleet zoek en de ganse sector kreeg een knauw.
· De generische geneesmiddelen, identieke maar goedkopere kopieën, zetten de winstmarges van de grote farmawaarden permanent onder druk. Verlaagden de bedrijven hun prijs niet, dan verloren ze gewoonweg marktaandeel. In de nabije toekomst staan zo nog enkele patenten op vervallen. De verwachting is dat de generische sector de volgende vijf jaar jaarlijks met zo’n 10 % zal groeien.

Herstelproces
· In het eerste halfjaar van 2005 zijn sommige bedrijven zoals Eli Lilly en Pfizer begonnen aan een rondje massale kostenbesparingen. Daarmee vervoegden ze bedrijven als Sanofi-Aventis. Verwacht wordt dat het gros van de sector zal volgen. Nu kosten besparen betekent immers later winsten vergaren.
· Andere bedrijven kiezen dan weer voor externe groei. Zo speelden de boswachters Novartis en Teva zelf voor stroper door enkele concurrenten uit de generische sector over te kopen. Teva wordt daarmee zelfs de grootste generische speler op de markt. Andere klassieke firma’s geloofden dan weer zodanig in de portefeuilles van moleculen van biotechnologiebedrijven dat ze die opkochten. De fusies en samenwerkingsakkoorden tussen klassieke farmabedrijven onderling en klassieke farmabedrijven met generische ondernemingen en biotechnologiebedrijven zijn dan ook niet uit de lucht.
· De Amerikaanse ‘tax break’, kaderend in het pakket maatregelen om de jobgroei aan te zwengelen, doet wonderen. Winsten uit het buitenland kunnen hierdoor gerepatrieerd worden naar de Verenigde Staten tegen een lage belastingsvoet (5,25 % tegenover 35 %). De farmasector maakt daarvan massaal gebruik. Die fiscale steun levert de bedrijven geld op om hun plannen versneld uit te voeren, zij het op het gebied van besparingen, onderzoek of acquisities.
· De grootste opluchting in de sector was wellicht de recente overwinningen van Eli Lilly en Sanofi-Aventis in hun patentrechtzaken. Dat leidt tot een toenemend optimisme bij de beleggers dat de patenten, en dus de winsten, langer bij de moederbedrijven kunnen blijven.
· Als klap op de vuurpijl ogen voor het eerst sinds lang sommige pijplijnen veelbelovend, vooral op het gebied van kankerbestrijding, tabaksontwenning en zwaarlijvigheid. Daarnaast wordt de pijplijn van de biotechsector steeds meer volwassen.

Fondsenaanbod
· In deze sector onderscheiden we twee soorten beleggingsfondsen. Er zijn er die wereldwijd beleggen en andere die uitsluitend focussen op Europa. De wereldwijd gespreide fondsen beleggen zo’n 50-60 % in de Verenigde Staten, 20-30 % in Europa en 5 % in Japan. Vandaag heeft het zuivere regionale onderscheid Europa/Verenigde Staten nog maar weinig zin. De grote farmabedrijven verspreiden hun producten wereldwijd en praktisch alle grote laboratoria liggen in de Verenigde Staten.
· In de portefeuilles vindt u vooral traditionele geneesmiddelenfabrikanten zoals Pfizer, Johnson & Johnson, GlaxoSmithKline en Roche. Tot 10 % van de portefeuilles worden daarnaast in biotechbedrijven belegd zoals Genentech (nu onderdeel van het Zwitserse Roche) en Amgen (zie ook kadertje). De rest van de portefeuille wordt belegd in producenten van medisch materiaal (zoals Boston Scientific, Medtronic en Smith & Nephew) en in medische dienstverlening (zoals ziekenhuizen HCA en HMA, Wellpoint).

Ons advies
· Wij vinden deze sector tegen de huidige prijzen interessant maar niet zonder enig risico. Daarom is spreiding én een langetermijnvisie belangrijk.
· Als we kijken naar onze prestatie-indicator dan geven we de voorkeur aan Dexia Equities B Pharma Plus (***) en Fortis B Equity Pharma Europe (***). Verkies dit laatste Belgische beleggingsfonds boven de Luxemburgse moeder Fortis L Equity Pharma Europe. Beide hebben quasi dezelfde portefeuille maar de L-versie is kleiner van omvang en iets duurder als we rekening houden met het totale kostenplaatje.
· Als alternatief kunt u ook kiezen voor een zogenaamde tracker, een soort indexfonds dat noteert op de beurs. Geef hier de voorkeur aan StreetTRACKS MSCI Europe Health Care (Euronext Parijs, ISIN: FR0000001737). Het wordt iets beter beheerd dan EasyETF Euro Health.

Biotechnologie
In ons land kunt u ook heel wat zuivere biotechnologiefondsen kopen. Meestal herkent u ze aan de fondsennaam ‘biotech’ of ‘innovative healthcare’. Vele biotechnologiebedrijven zijn veelbelovend maar bijzonder risicovol. Daarom beleggen we liever in een klassiek farmaciefonds dat vooral in grote farmabedrijven belegt en daarbij ook oog heeft voor de biotechnologiezijde van het verhaal. Zo profiteert u rechtstreeks (tot 10 % van de portefeuille) en onrechtstreeks (via de klassieke farmabedrijven die akkoorden hebben met of participaties in tal van biotechbedrijven) van het potentieel van de biotechondernemingen zonder daarbij overdreven risico’s te nemen.

Deel dit artikel