Analyse
Kosten onder de loep 12 jaar geleden - donderdag 14 juli 2005

Beleggen in fondsen gebeurt niet kosteloos. Toch is het voor de belegger vaak onduidelijk welke soorten kosten er bestaan ...

Beleggers zijn steevast verbaasd als we een opsomming geven van alle mogelijke kosten die een beleggingsfonds kan aanrekenen. In vele gevallen hebben ze noch een idee van het aantal kostenposten, noch van de feitelijke grootorde van de diverse kosten. Koopt u een fonds, dan huurt u immers de diensten van een handvol specialisten: professionele beheerders, boekhouders, controleurs, juristen, redacteurs, enzovoort. Zij werken uiteraard niet gratis.
Onze dienst Individuele Hulpverlening krijgt dan ook regelmatig vragen over (instap)kosten voorgeschoteld. Beleggers begrijpen vaak niet waarom ze 3 % instapkosten hebben betaald, terwijl de buurman slechts 2 % heeft moeten dokken. Voor hetzelfde fonds!

Instapkosten
Vooreerst betaalt u bij de aankoop van uw beleggingsfonds de eenmalige instapkosten. Deze kost wordt berekend als een percentage van de netto inventariswaarde en ziet u onmiddellijk geafficheerd op uw rekeninguittreksel. De grootorde van deze kosten is afhankelijk van een aantal factoren en varieert tussen 0 % en 5 %:
Beleggingsbeleid: Een fonds dat in aandelen belegt, zal over het algemeen meer instapkosten aanrekenen dan een geldmarktfonds.
Financiële instelling: De ene bankier rekent voor zijn fondsen nu eenmaal meer kosten aan dan de andere. Zo krijgt u bij Argenta de huisfondsen kosteloos in handen. Daarentegen steekt bijvoorbeeld Dexia Bank voor Dexia Index Fund een beschamende 5 % op zak.
Concurrentie: Vandaag kunt u een beleggingsfonds op meerdere plaatsen kopen. En niet overal betaalt u evenveel instapkosten! Meestal bent u het goedkoopste af bij de oorspronkelijke verdeler, maar door de grote concurrentie kunt u een bepaald fonds vaak elders goedkoper kopen. Goede adressen zijn daarbij kleinere banken zoals Keytrade Bank, waar u een ruime selectie tegen forfaitaire kosten (9,95 euro) kunt kopen, of Deutsche Bank.
Waar u uw fondsen ook koopt, de maximale instapkosten staan altijd vermeld in de prospectus van het fonds. Vaak bedraagt de grens 3 %.

Andere eenmalige kosten
· Naast de instapkosten bestaan er ook andere eenmalige kosten:
Uitstapkosten: Vooral fondsen met kapitaalbescherming en tak 23-producten rekenen uitstapkosten aan. Bij deze laatste zijn die vaak degressief en verdwijnen ze zelfs naarmate de jaren verstrijken.
Beurstaks: Geldt enkel bij de verkoop van een beleggingsfonds dat geen dividenden uitkeert. Deze taks bedraagt 0,5 % van de verkoopwaarde, met een maximum van 750 euro. Tak 23-fondsen zijn hiervan gevrijwaard.
Materiële levering: De taks op de materiële levering (0,6 %) is weliswaar afgeschaft voor fondsen, enkele banken rekenen u wel kosten aan als u de stukken opvraagt. Dat kan oplopen tot tientallen euro’s.

Beheerlonen
· In tegenstelling tot de vorige kosten zijn de beheerskosten jaarlijks over de hele looptijd van uw belegging te betalen. Nog een verschil: u vindt ze nergens terug op uw rekeninguittreksels. Deze kosten worden immers dagelijks proportioneel van de inventariswaarde afgehouden. In principe is deze kostenpost de vergoeding die u betaalt aan de personen die uw geld beleggen.
· De beheerskosten kunnen bestaan uit twee delen. Naast een vast percentage van de netto inventariswaarde hanteren steeds meer beheerders een prestatiegerichte vergoeding. Voorbeelden hiervan zijn enkele fondsen van Dexia en de EMIF-fondsen verdeeld door KBC. Zodra de prestaties van het fonds boven een bepaalde drempel liggen, krijgt de beheerder hier nog een extraatje.
De beheerskosten vormen vaak de zwaarste kostenpost voor de belegger. In tegenstelling tot de instapkosten zijn de beheerlonen er door de jaren heen niet goedkoper op geworden.
· Ook de beheerskosten hangen af van enkele factoren:
– Meer nog dan bij de instapkosten speelt het beleggingsbeleid van het fonds een rol. Het beheer van aandelenfondsen (1 % - 1,5 % beheerloon) vergt meer tijd, moeite, geld en kennis dan dat van kortetermijnfondsen (0,5 %) of obligatiefondsen (0,5 % - 0,8 %).
– Het soort beheer is belangrijk. Actief beheerde fondsen proberen de beursindex te kloppen en vragen daarvoor hogere beheerkosten dan passief beheerde fondsen. Die pogen een index te schaduwen en zijn iets eenvoudiger te beheren. Het actief beheerde KBC Equity Europe rekent bijvoorbeeld 1,15 % aan, zijn passieve broertje KBC Index Europe 0,6 %.
Meestal herkent u een indexfonds aan de naamgeving én aan de lage(re) beheerskosten.
– Er bestaan ook fondsen die ogenschijnlijk geen beheerlonen aanrekenen, de zogenaamde dakfondsen. Zij beleggen in andere fondsen, die uiteraard wel beheerskosten aanrekenen. U betaalt hier dus indirect een beheerloon.

Andere jaarlijkse kosten
· Naast de beheerskosten bestaan er nog andere jaarlijkse kosten die ook jaarlijks te betalen zijn, zoals de kosten voor de administratie, het juridische advies, de bewaargeving van de stukken in de portefeuille, de controlediensten, de boekhouding, de transacties en de publicaties.
· Ook dat zijn allemaal “onzichtbare” kosten waarvan u nergens een spoor ziet op uw uittreksels. Ook zij worden immers automatisch verrekend in de inventariswaarde. Wij vinden het alvast jammer dat uw financiële tussenpersoon deze kosten zelden zal vermelden, of zelfs kennen.
Rest u dus zelf het nodige zoekwerk te verrichten in de (verkorte) prospectus en vooral in het jaarverslag, documenten die u vindt bij de uitgevende instelling en de fondsenverdeler. In het eerste document vindt u een raming van alle kosten, in het tweede een volledig detail. Maar het is een omslachtige procedure die waarvoor slechts weinigen zich de moeite getroosten.
· Het is dan ook goed nieuws dat, ten laatste eind dit jaar, de meeste fondsen verplicht zullen worden om de zogenaamde totale kostenratio (TER) te publiceren. Deze ratio verzamelt bijna alle kosten onder één vlag en maakt een kostenvergelijking alvast gemakkelijker en zinvoller.
· Ten slotte bestaat er ook nog zoiets als het jaarlijkse bewaarloon. Koopt u fondsen, dan moet u ze immers parkeren op een effectenrekening (behoudens materiële levering). Bij de meeste banken betaalt u daarbij een bewaarloon voor de beleggingsfondsen van een andere instelling. Elke instelling hanteert hierbij een eigen systeem. Per beleggingsfonds kan er zowel een forfaitair bedrag als een variabel bedrag aangerekend worden. Bij enkele banken zoals Deutsche Bank, Keytrade Bank en Rabobank.be is dit dan weer gratis.

JAARLIJKSE KOSTEN WEGEN OP RENDEMENT

Jaarlijkse

1.000 euro wordt na (x) jaar:

kosten

1 jaar

5 jaar

10 jaar

15 jaar

20 jaar

0%

1.070

1.403

1.967

2.759

3.870

0.50%

1.065

1.370

1.877

2.572

3.524

1%

1.060

1.338

1.791

2.397

3.207

1.50%

1.055

1.307

1.708

2.232

2.918

2%

1.050

1.276

1.629

2.079

2.653

2.50%

1.045

1.246

1.553

1.935

2.412

3%

1.040

1.217

1.480

1.801

2.191

3.50%

1.035

1.188

1.411

1.675

1.990

Via een simulatie kunt u zien dat de impact van jaarlijkse kosten op uw eindrendement aanzienlijk is. We hanteren als voorbeeld een scenario waarbij 1.000 euro startkapitaal jaarlijks 7 % opbrengt.
U ziet dat na 10 jaar kosteloos te beleggen, uw geld is aangegroeid tot 1.967 euro, bijna een verdubbeling. Met jaarlijkse kosten van 3 %, houdt u nog 1.480 euro over. Uw meerwaarde slinkt dus met bijna 50 %!
Uiteraard worden deze verschillen groter naarmate u langer belegt, de opbrengstvoeten hoger zijn en de kosten stijgen.

In een notendop
· Kies nooit fondsen louter en alleen op basis van kosten. Zij weerspiegelen niet noodzakelijk de kwaliteit van het fonds. Minstens even belangrijk blijven uw profiel (beleggingshorizon, risicotolerantie, globale portefeuille) en de toekomstperspectieven van de markt waarin het fonds belegt.
· Wat kosten betreft wegen de jaarlijkse zwaarder door dan de eenmalige, zeker na verloop van tijd. Hoe hoger de jaarlijkse kosten, hoe moeilijker het fonds het zal hebben om het even goed, laat staan beter, te doen dan zijn referentie-index.
· Hou altijd rekening met het totale kostenplaatje (TER) en vergelijk daarbij steeds binnen eenzelfde categorie. Een Aziatisch landenfonds zal steeds duurder zijn dan een obligatiefonds in euro. Binnen dezelfde categorie kunnen de verschillen daarbij zeer groot zijn.
· Door de concurrentie op de fondsenmarkt kunt u vaak tegen voordelige tarieven instappen. Onderhandel daarom steeds met uw bankier over de instapkosten. Hier zijn enkel de maxima bepaald, niet de minima. Vindt u geen luisterend oor, ga dan naar enkele kleinere instellingen zoals Keytrade Bank en Deutsche Bank. Deze prijsbrekers rekenen daarbij geen of een minimum bewaarloon aan.

KBC INDEX WORLD (in het vet) EN KBC EQUITY WORLD SINDS 2000 (basis 100)

Hoewel het actief beheerde KBC Equity World bijna het dubbele van de beheerskosten van KBC Index World (vette lijn) aanrekent, resulteerde dat niet in een beter rendement. Uit studies blijkt zelfs dat een hoog beheerloon helemaal niets zegt over de kwaliteiten van het beheer.

Deel dit artikel