Analyse
De europese spaarrichtlijn negeert uw fondsen niet! 12 jaar geleden - vrijdag 10 juni 2005

Vanaf 1 juli treedt de Europese spaartaks in werking. Gedaan dus met onbelaste coupons.

Vanaf 1 juli dient u als belegger rekening te houden met de Europese spaarrichtlijn… als u uw inkomsten van vastrentende beleggingen int in het buitenland. Int u, als Belg, deze inkomsten in België, dan verandert er wezenlijk niets voor u.
De landen van de Europese Unie zijn immers overeen gekomen om paal en perk te stellen aan de mogelijkheid voor een inwoner van een lidstaat om – vaak op een fiscaal vriendelijke manier – inkomsten uit kapitaal te innen in een andere lidstaat, zonder dat hij hiervoor belast wordt. Ze is van toepassing op spaar- en termijnrekeningen, obligaties, obligatiefondsen en gemengde fondsen (die beleggen in zowel aandelen als obligaties).

Achterpoortjes worden gesloten
Twee systemen worden gebruikt om tot de inning over te gaan:
· 22 van de 25 EU-landen hanteren een systeem van informatie-uitwisseling over hun grenzen heen. Concreet betekent dit dat als u, als Belg, intresten gaat innen in Frankrijk, Frankrijk bepaalde gegevens (zie kaderstukje) doorspeelt aan de Belgische fiscus. Deze informatie laat de Belgische fiscus toe om de nodige roerende voorheffing aan te rekenen.

· Daarnaast hanteren 3 landen het systeem van belastingheffing aan de bron, zonder vrijgeven van informatie. België, Luxemburg en Oostenrijk hebben immers besloten om onmiddellijk de inkomsten op spaargelden die worden uitgekeerd aan een buitenlander te belasten. Dit gebeurt in een eerste fase aan 15 %. Vanaf 2008 zal dat 20 % bedragen en vanaf 2011 zelfs 35 %. Als buitenlander kunt u wel steeds opteren voor het systeem van info-uitwisseling i.p.v. bronheffing.
Opgelet: wordt u, als Belg, aan de bron belast in Luxemburg, dan bent u toch verplicht om de intresten aan te geven aan de Belgische belastingsdiensten. Deze zal deze intresten opnieuw belasten (15 %) maar onmiddellijk aftrekken van de buitenlandse bronheffing (15 %). Dit vermijdt het betalen van een dubbele belasting. Maar u betaalt wel nog steeds de opcentiemen.

Doorgespeelde gegevens
De uitkerende instantie zal in 22 van de 25 landen (België, Luxemburg en Oostenrijk zijn de uitzonderingen) automatisch de volgende informatie overmaken aan de fiscus van de woonstaat van de belegger:
– Identiteit, woonplaats en rekeningnummer van de belegger;
– Naam en adres van de uitkerende instantie;
– Gegevens over de interestbetaling die nodig zijn om het belasten van deze inkomsten te waarborgen.

En wat met beleggingsfondsen?
· We herhalen het nogmaals. De richtlijn heeft enkel betrekking op intresten uit spaargelden uit vastrentende effecten die in het buitenland geïnd zijn. Als u, als Belg, in België uw vastrentende inkomsten int, verandert er voor u dus niets!
· Niet alle buitenlandse inkomsten uit kapitaal vallen dus onder de richtlijn. Wat beleggingsfondsen betreft vindt u in de tabel een overzicht van de fondsen die wel en die niet vallen onder de spaarrichtlijn. Zo vallen zuivere aandelenfondsen nooit onder de richtlijn. Hetzelfde geldt voor beleggingsfondsen zonder Europees paspoort (zoals bepaalde indexfondsen, fondsen van fondsen en fondsen met kapitaalbescherming) en fondsen in een verzekeringsjasje (tak 23). Fondsen zonder paspoort mogen niet buiten België gecommercialiseerd worden.
· Obligatiefondsen, monetaire fondsen en gemengde fondsen (die hebben een portie obligaties in de portefeuille) daarentegen vallen wel onder de richtlijn. Daarbij moet er een onderscheid gemaakt worden tussen de beleggingsfondsen die een dividend uitkeren (distributietype) en diegene die alle inkomsten opnieuw in het fonds beleggen (kapitalisatietype):
– Voor het distributietype is het voldoende dat 15 % van de fondsenportefeuille steekt in beleggingen die aan de richtlijn zijn onderworpen,
– Voor het kapitalisatietype is het voldoende dat 40 % van de fondsenportefeuille steekt in beleggingen die aan de richtlijn zijn onderworpen.

BELEGGINGSFONDSEN EN DE EUROPESE SPAARRICHTLIJN

Vallen NIET onder de richtlijn

Vallen WEL onder de richtlijn

aandelenfondsen

fondsen die geen zuivere aandelenfondsen zijn indien (1):

fondsen zonder Europees paspoort

* distributiedeelbewijs: fonds met min.15% in obligaties of termijnrekeningen die aan de richtlijn zijn onderworpen

tak23-fondsen

* kapitalisatiedeelbewijs: fonds met min. 40% in obligaties of termijnrekeningen die aan de richtlijn zijn onderworpen (2)

(1) Distributiedeelbewijs: beleggingsfonds keert inkomsten uit, kapitalisatiedeelbewijs: beleggingsfonds herbelegt alle inkomsten. Worden de opbrengsten van een fonds duidelijk opgesplitst in interesten en de rest, dan zal de regeling zich beperken tot het bedrag van de intresten. Vallen NIET onder de richtlijn: obligaties uitgegeven vóór 1 maart 2001. (2) in Nederland geldt 15% i.p.v. 40%.

Deel dit artikel