Analyse
De grote les uit het verleden 12 jaar geleden - donderdag 13 januari 2005
Overzicht van de fondsenprestaties in 2004.... Toch raden we u aan het belang van deze cijfers niet te… overschatten.

En de winnende fondsencategorieën van 2004 zijn… Belgische en Oost-Europese aandelenfondsen. Zij gingen gemiddeld 37,4 % en 30,9 % hoger. Op individueel fondsenvlak sprong Parvest Converging Europe (verdeeld door Cortal Consors) uit de band met een rendement van 50,2 %. Geen enkel ander fonds deed beter.
De verliezers van het jaar vindt u terug bij de fondsen die wereldwijd in technologie beleggen (tot - 14 %) en de obligatiefondsen en de kortetermijnfondsen in Amerikaanse dollar (- 4,6 % en - 6,2 %). Dit is volledig op het conto te schrijven van de val van het groene biljet ten opzichte van de euro (- 7,2 %). Een “top 3” en “flop 3” van de individuele fondsen vindt u verder.

Returns achterna hollen is nefast…
· Daaruit blijkt dat 2004 een goed beleggingsjaar was. Enkel diegenen die geopteerd hebben voor Japanse obligaties, sommige farma- en technologiefondsen of om het even welke Amerikaanse belegging (aandelen, obligaties en cash) kwamen er bekaaid vanaf. Betekent dit nu dat u deze fondsen links moet laten liggen om u volledig te focussen op de winnaars van 2004?
· Driewerf NEEN! Resultaten uit het verleden bieden immers geen enkele garantie voor de toekomst. De tabel bij deze tekst illustreert dit perfect. Zo klommen de Latijns-Amerikaanse aandelenfondsen met 26,6 % in 2004. Daarmee waren ze een van de beste categorieën uit onze grote tabellen (rang 3 op 58). In 2003 was deze categorie zelfs de winnaar van het jaar (rang 1 op 54). Het vergde echter moed om als belegger deze categorie twee jaar geleden te kopen na het debacle (- 36,3 % en 49ste plaats op 54). Het omgekeerde geldt dan weer voor Amerikaanse kortetermijnfondsen. Zij zijn de slechtste categorie uit 2004 terwijl ze nog de op een na beste waren in 2001. U ziet het, de prestaties kunnen jaar in jaar uit sterk schommelen.

… maar onze sterretjes wijzen de weg...
· Door u enkel blind te staren op jaarprestaties maakt u enkele klassieke fouten:
– Uw keuze uitsluitend baseren op resultaten uit het verleden is zinloos omdat ze geen enkele garantie bieden voor de toekomst. Rendementen leren ons wel iets over de manier waarop een fonds wordt beheerd en hoe het in bepaalde marktomstandigheden reageert. Rendementen met elkaar vergelijken mag, maar steeds binnen eenzelfde categorie.
– U verliest het risico uit het oog. Ook daarom is het belangrijk om appelen met appelen te vergelijken. Scheer dus thesauriefondsen in euro (risicoloos) niet over dezelfde kam als aandelenfondsen in technologie (risicovol). En zelf binnen eenzelfde categorie merken we grote verschillen. Risico is ook onlosmakelijk verbonden met (potentieel) rendement. Beide moet u altijd samen zien.
– U houdt ook geen rekening met de regelmaat in de fondsenprestaties. Wij prefereren een fonds dat regelmatig bij de betere van zijn categorie behoort boven een fonds dat af en toe het beste van zijn categorie is en af en toe het slechtste.
· Wij hebben deze 3 factoren gebundeld in onze prestatie-indicator, onze zogenaamde “sterretjes”. Die zijn daarbij gebaseerd op cijfers van 5 jaar.

… in combinatie met toekomstperspectieven
De kous is hiermee nog niet af! De analyse van beleggingsfondsen is één zaak, u moet zich ook een idee trachten te vormen van het potentieel van de verschillende beleggingscategorieën. En dit is cruciaal. Een goed beheerd fonds dat belegt in een aandelenbeurs of obligatiemarkt zonder veel potentieel, raden we simpelweg af. Het verleden speelt daarbij geen rol. Wat overblijft, zijn dus de verwachtingen voor de toekomst. Wij beslissen daarom steeds op basis van onze prognoses of wij al dan niet beleggen in een bepaalde regio, sector of markt. Nadien pikken we er die fondsen uit die ons het interessantste lijken.

Toppers en floppers 2004
De 3 beste prestaties:
1. Parvest Converging Europe  50,2 %
2. Aviva European Conv. Equity  50 %
3. WFS Equity Belgium   45 %

De 3 slechtste prestaties:
1. PAM Equities Technology    - 13,7 %
2. Fortis L Eq. Technology World   - 11,9 %
3. Fidelity Technology A     -10,3 %

HOE BRACHTEN DE TOPPERS EN DE FLOPPERS HET ER IN HET VERLEDEN VANAF?

 

2004

2003

2002

2001

Naam categorie

%

rang (58)

%

rang (54)

%

rang (54)

%

(rang 52)

TOPPERS 2004

Belgische aandelen

37,4

1

22,6

12

-20,5

29

-7,2

32

Oost-Europese aandelen

30,9

2

29,5

7

-4,0

17

10,2

3

Latijns-Amerikaanse aandelen

26,6

3

40,3

1

-36,3

49

-0,3

24

Australische aandelen

23,9

4

26,6

10

-19,2

27

2,4

20

Griekse aandelen

23,5

5

34,1

4

-32,8

43

-22,3

46

FLOPPERS 2004

Amerikaans kortetermijnpapier

-6,2

58

-16

54

-13,9

24

10,2

2

Amerikaanse obligaties

-4,6

57

-15

53

-6,5

19

10,6

1

Japanse obligaties

-2,7

56

-9,3

52

-5,3

18

-5,8

30

Technologieaandelen

-2,4

55

19,7

14

-48,7

53

-32,6

51

Zwitsers kortetermijnpapier

1,1

53

-6,8

51

2,7

12

5,3

13

Een voorbeeld: Amerikaanse obligaties boekten in 2004 een gemiddeld rendement van - 4,6 %. Daarmee waren ze de op een na slechtste categorie uit onze tabellen (rang 57 op 58). In 2001 was deze categorie nog de beste categorie (1 op 52) met een gemiddeld rendement van 10,6 %. Opmerking: We kijken enkel naar categorieën die u terugvindt in onze tabellen. Binnen deze categorieën bestaan er grote verschillen. Zo bedraagt het verschil tussen het beste en het slechtste presterende technologiefonds maar liefst 34 % in 2004. Omdat we de Chinese fondsen pas in 2003 hebben opgenomen in onze grote tabellen, hebben we deze post hier niet opgenomen. Deze fondsen verloren 0,6 % vorig jaar en stonden daarmee op de 54 plaats. In 2003 waren ze nog tweede.

Deel dit artikel