Analyse
De Amerikaanse verkiezingen en u 13 jaar geleden - woensdag 13 oktober 2004

De Amerikaan trekt binnenkort naar de stembus. De uitslag kan bepalend zijn voor een aantal sectoren, maar niet meer dan dat. 

Op 2 november trekken de Amerikanen naar de stembus om hun 44ste president te kiezen. De keuze gaat tussen de republikein George Walker Bush en de democraat John Fitzgerald Kerry. De peilingen tonen aan dat er opnieuw een nek-aan-nekrace in de maak is.
In tegenstelling tot de vorige verkiezingsstrijd (Bush versus Al Gore) erft de nieuwe president echter geen economie in bloedvorm met daarbij een begrotingsoverschot. Cruciaal in de verkiezingsprogramma’s van beide kandidaten is dan ook de manier waarop het almaar stijgende begrotingstekort zal aangepakt worden. Hierdoor hebben de kandidaten zelf weinig budgettaire ruimte om tijdens hun ambtstermijn met grootse plannen uit te pakken. Al beloven ze wel veel op papier… Eenmaal de president verkozen is, moeten de begrotingsplannen nog door het Congres worden geloodst. En dat is geen sinecure.

Schuldspiraal
· Sinds februari raden we een belegging aan in Amerikaanse aandelenfondsen en obligatiefondsen. De voornaamste redenen hiervoor waren de dollardaling, die het groene biljet op interessante niveaus bracht, de opnieuw correct gewaardeerde beurs en de herleving van de Amerikaanse economie. Deze factoren gelden nog steeds. Toen wezen we u echter ook op enkele knelpunten, want het is niet al goud wat blinkt in het land van Uncle Sam. De ongebreidelde consumptiedrift van de Amerikanen blijft het tekort op de handelsbalans vergroten (nu al zo’n 5,3 %) en ook de staat blijft geld uitgeven. Het begrotingstekort zal dit jaar zo’n 445 miljard dollar bedragen, een absoluut record. En mijlenver verwijderd van de overschotten die onder Clinton gerealiseerd werden.
· De negatieve schuldspiraal die werd ingezet onder Bush wordt door Kerry dan ook keurig gebruikt als een van de stokken om zijn concurrent mee te slaan. Volgens Kerry is het tekort vooral te wijten aan de vele belastingscadeautjes waarvan vooral de rijken hebben geprofiteerd. Bush van zijn kant zegt dat de belastingverminderingen noodzakelijk waren om een recessie tegen te gaan en om de economie de nodige zuurstof te geven. Volgens hem zijn het vooral de bedrijfsschandalen (zoals Enron), de oorlogen en de strijd tegen het terrorisme die geld kosten.

Eindsituatie telt
· Beide kemphanen zijn het op vele vlakken niet met elkaar eens, maar ze trekken wel aan hetzelfde zeel wat de vermindering van de overheidsschuld betreft. Ook al zou dit ten koste van economische groei gaan:
– Bush wil dat vooral doen door verdere belastingverminderingen en door te besparen op verschillende domeinen (zoals onderwijs). Defensie en binnenlandse veiligheid blijven onaangeroerd. De belastingvermindering vergroot in eerste instantie wel het begrotingstekort, maar op termijn zwengelt dit de groei aan, wat weer extra belastingen genereert.
– Kerry gooit het over een andere boeg. Hij wil dat iedere Amerikaan zijn (fiscale) verantwoordelijkheid neemt. Een gedeelte van de verworven gunsten onder Bush zullen zelfs teruggedraaid worden Geen geschenken voor de rijken dus. Daarbij wil hij dat de regering probeert om niet meer geld uit te geven dan ze bezit.
· Leggen we beide programma’s naast elkaar, dan telt niet zozeer de wijze waarop het schuldenprobleem wordt opgelost maar wel de wil om tot een oplossing te komen. In 2008 komt immers de babyboomgeneratie in aanmerking voor sociale zekerheid, wat voor problemen kan zorgen indien er nu niets wordt gedaan. De economische vraagtekens waarmee de VS nu kampen, zullen dus in de volgende ambtstermijn ten minste aangepakt worden. Of ze opgelost raken, is een andere vraag. Maar op termijn is dit alvast een positieve ontwikkeling.

Impact op sectoren
· We denken dus dat het voor de Amerikaanse economie in zijn geheel en de beurzen meer specifiek niet echt veel uitmaakt wie er op 2 november wint. Maar op sectorvlak kan de nieuwe president wel degelijk zijn stempel zetten op de toekomst.
· Bush wordt aanzien als “bedrijfsvriendelijker” en de voortrekker van de traditionele industrie. Sectoren als chemie, (oude) energie, tabak en transport genieten zijn sympathie. Maar de grootste rol speelt hij wellicht in het farmadebat. In tegenstelling tot Kerry wil Bush immers geen totaaloplossing voor alle patiënten of een stimulans voor generische producten. Collectieve prijsverminderingen voor geneesmiddelen in het teken van de ziekteverzekering Medicare zijn uit den boze. Dit is koren op de molen van de grote farmabedrijven die zo hun winsten kunnen blijven veilig stellen. De hoge Amerikaanse schuldenlast speelt daarbij… in hun kaart. Waar zal Kerry immers het geld vandaan halen om zijn omgekeerde visie te betalen?
· Kerry heeft het meer voor de nieuwere sectoren zoals technologie en telecom. Ook wil hij de draad van de vroegere vice-president Al Gore oppikken door alternatieve energie te bevorderen. Dit maakt de Verenigde Staten op termijn minder afhankelijk van de oliesector. Daarbij krijgt ook de autosector het hard te verduren. Bush, geboren en getogen in het zwarte goud, ziet dit natuurlijk anders.

Haastige spoed…
· De neutrale Amerikaanse centrale bank (de “Fed”) waakt over de economie van Uncle Sam en dat verandert niet na 2 november. Op korte termijn kunnen er misschien verschuivingen optreden binnen bepaalde sectoren op de beurs, maar dat kan dan een correctiebeweging zijn zoals beschreven in het kaderstukje “Herhaalt de geschiedenis zich?”. Voor de langetermijnbelegger maakt dit uiteraard geen verschil uit. Zowel aandelen- als obligatiebeleggingen in de Verenigde Staten bieden goede perspectieven in een gediversifieerde portefeuille.
· Op sectoraal vlak zijn enkel problemen voorzien voor de farmasector indien Kerry wint én indien hij effectief middelen vindt om zijn dure hervormingen door te voeren. Dit valt te betwijfelen en hij zal gedwongen zijn over te gaan tot minder drastische maatregelen. Daarnaast zal een republikeins congres af en toe wel stokken in de wielen steken.

Herhaalt de geschiedenis zich ?
Er is al tal van wetenschappelijk onderzoek verricht naar de impact van een democratische of een republikeinse overwinning op de beurs. Die studies tonen aan dat er op langere termijn praktisch geen verschil is. Op korte termijn oogt het plaatje anders. Dan is een democratische overwinning in vele gevallen het best voor de beurs. Denken de beleggers dat een democraat zal winnen dan dalen de beurzen aanvankelijk. Een democratische kandidaat heeft immers meer oog voor het sociale aspect en voert allerhande maatregelen door die op het eerste zicht vooral geld kosten en weinig opbrengen. Tijdens het presidentsschap wordt deze negatieve overreactie echter gecorrigeerd. En het omgekeerde geldt bij de anticipatie van een republikeinse overwinning.
Een andere theorie stelt dan weer dat de laatste 2 ambtsjaren de beste beursjaren zijn. Omdat in de eerste 2 de moeilijke beleidsbeslissingen worden genomen.
Kortom, enkel de speculanten kunnen hier eventueel hun voordeel uithalen want voor de langetermijnbelegger maakt het uiteindelijk niet veel verschil uit.

 

Deel dit artikel