Analyse
Olie: verandering komt vanuit VS 1 jaar geleden - woensdag 27 april 2016

Op de recentste OPEC-vergadering bleef een akkoord over het bevriezen van de productieniveaus uit. De prijs voor een vat Brentolie dook erna omlaag en veerde dan weer op.

We blijven beleggen in Amerikaanse aandelen (10%) in onze gediversifieerde portefeuilles. Geef de voorkeur aan een tracker, i.h.b. aan iShares Core S&P 500 ETF. 

 

U kunt ook rechtstreeks in de oliesector beleggen via de onderstaande drie individuele aandelen die we koopwaardig vinden. Het zijn alle drie financieel solide bedrijven:
– 
Exxon (onze favoriet) kan bogen op een erg solide balans en vindt probleemloos financiering tegen goede voorwaarden. De groep blijft voorrang geven aan het handhaven van haar dividend, pas daarna aan groei.
– 
Chevron heeft in de periode 2009-2012 zeer fors geïnvesteerd maar schroeft die investeringen nu terug, met o.a. ook banen die geschrapt worden nog dit jaar. De groep ambieert een lichte stijging van haar productie de komende twee jaar, maar diverse vertragingen dreigen wat roet in het eten te strooien.
– 
Repsol was in 2015 verlieslatend maar zette door de lage olieprijs nog meer het mes in zijn investeringen en kosten. Dat moet vruchten afwerpen.

 

OPEC: top loopt op klippen

Op de recentste bijeenkomst van de OPEC moest Saoedi-Arabië op zoek naar een akkoord over het bevriezen van de productieniveaus met politieke tegenstander en concurrent Rusland, maar ook met aartsvijand Iran. Het doel van de operatie was uiteraard de olieprijs omhoog te krijgen door het aanbod wat in te perken. Maar tussen hoop en daad bleek de kloof voorlopig onoverbrugbaar.

 

Iran, dat na jaren van internationale sancties zijn terugkeer maakte op de markten en zijn productie maand na maand ziet toenemen, wil geen vrede nemen met het bevriezen van zijn volumes op het huidige niveau. Een standpunt dat de meeste OPEC-leden wel kunnen plaatsen, maar niet Saoedi-Arabië dus. Dat land wil dat ook de productieniveaus van Iran bevroren worden, een positie die zorgde voor het vastlopen van de onderhandelingen en de olieprijs terugwees naar 41 USD.

 

Daling Amerikaanse productie

Maar als er vandaag al weer zowat 46 USD voor een vat Brentolie wordt neergeteld, dan is dat omdat de daling van de Amerikaanse productie zich steeds duidelijker aftekent. De schalieolie- en schaliegasexploitaties in de VS hebben een beperkte levensduur en al na het eerste jaar neemt hun rendement snel af.

 

Om hun productieniveaus op peil te houden, moeten de Amerikaanse bedrijven dus blijven investeren om almaar nieuwe putten te boren, maar door de fors gedaalde olieprijzen vertraagden die investeringen en boert het aantal putten in activiteit nu snel achteruit (440 vandaag t.o.v. 954 medio april 2015). Op basis van die terugval verwacht het Internationaal Energieagentschap dat vraag en aanbod al in de tweede helft van dit jaar meer in evenwicht zullen komen.

 

Wellicht naar stabilisatie prijzen

Hoewel de Amerikaanse productie afneemt, hoeven we niet meteen te vrezen voor schaarste. Ten eerste omdat Iran, dat kan bogen op de laagste productiekosten ter wereld, wellicht zijn productie zal blijven versnellen. Ten tweede omdat ook extra Amerikaanse putten indien nodig (lees: indien de prijzen fors zouden stijgen en het rendabeler wordt) heel snel operationeel kunnen zijn.

 

Behoudens grote problemen met de wereldeconomie of een gewapend conflict in een van de producerende landen in het Midden-Oosten, verwachten we dan ook dat de olieprijs zich zal stabiliseren in de buurt van de 50 USD per vat.

 

Beperkte impact op Amerikaanse economie

De overvloedige beschikbaarheid van goedkope energie was de voorbije jaren een van de motoren voor economische groei en jobcreatie in de VS. Nu de olieproductie er daalt, vertaalt zich dat o.a. in een daling van de industriële productie met 2%. Die trend zal zich wellicht doorzetten en uiteindelijk wegen op zowel de tewerkstelling als de investeringen.

 

Maar anderzijds moeten we die impact niet overroepen: de productie van brandstoffen vertegenwoordigt immers maar 3% van het Amerikaanse bbp (4% op zijn hoogste niveau). En met een uiterst lage werkloosheidsgraad, lonen die in de lift zitten en krediet dat nog altijd erg goedkoop is, zal de consument de motor van 's werelds grootste economie blijven. De vooruitzichten voor die economie blijven beter dan die in de eurozone.

 

Deel dit artikel