Analyse
Beursintroducties: altijd een goede zaak? 2 jaar geleden - donderdag 21 mei 2015

Wanneer een bedrijf de intentie uitdrukt om naar de beurs te gaan, lokt dit dikwijls heel wat interesse van beleggers uit.

Gunstig klimaat

Nu de rentevoeten extreem laag liggen, zoeken veel spaarders hun heil op de beurs. En bedrijven profiteren ervan dat de beursindexen nieuwe records neerzetten om hun aandelen naar de beurs te brengen tegen een koers die voor henzelf erg gunstig is.

 

In 2014 waren er in de eurozone ongeveer 400 beursintroducties, het dubbele van 2013 en vier keer zoveel als in 2012. En de kans is groot dat er in 2015 nog meer bedrijven naar de beurs zullen trekken dan in 2014. In de VS is dezelfde tendens te merken. Zo waren er dit jaar op de beurs van Brussel alleen 3 introducties (Bone Therapeutics, Biocartis en TINC).

 

Waarom?

Een onderneming trekt naar de beurs om kapitaal op te halen, haar activiteiten te ontwikkelen, haar onderzoek te financieren, in gebouwen of machines of andere activa investeren, schulden af te betalen, enz.
Een bedrijf kan ook naar de beurs komen om aandeelhouders van het eerste uur (risicokapitaalmaatschappijen) de kans te geven eruit te stappen en een mooie meerwaarde te boeken.

 

Prijsbepaling

De underwriter, de bank die de beursintroductie begeleidt (zoals bv. KBC Securities), bepaalt samen met het bedrijf een prijsvork aan de hand van boekenonderzoek, sectorvergelijkingen, marktomstandigheden... Daarna toetst ze de werkelijke interesse af van institutionelen en kleine beleggers. Na de zogenaamde bookbuilding wordt de definitieve prijs vastgelegd.

 

Speculeringen en ontgoochelingen

In de periode 1960-2014 wonnen de aandelen die werden geïntroduceerd op de Amerikaanse beurs op hun eerste handelsdag gemiddeld 16,9 %. Bone Therapeutics en Biocartis zetten een gelijkaardige prestatie neer. Meer is niet nodig om speculanten aan te trekken. De kleine belegger, die over het algemeen weinig kans maakt om bij de introductie aandelen aan de haak te slaan, koopt deze echter vaak tegen een te hoge prijs. Na de initiële gebruikelijke hausse doen de meeste nieuwe aandelen het in de volgende 12 maanden immers niet bijster goed en komen ze onder het beursgemiddelde terecht.

 

Een studie over de returns van Amerikaanse bedrijven die tussen 1960-2012 naar de beurs trokken, toont aan dat na 1 jaar nieuwe aandelen het gemiddeld 4,4 % minder goed doen dan de markt. Na twee jaar stijgt dit zelfs tot 8,2 %.

 

Waarom? De vastgelegde prijs ligt vaak veel te hoog. Een bedrijf dat beslist zijn aandelen op de beurs te laten noteren en een maximum aan vers kapitaal wil ophalen, zal immers proberen een introductieprijs bovenaan de prijsvork naar voren te schuiven. Vooral wanneer de aandeelhouders van het eerste uur hun aandelen bij de beursintroductie willen verkopen.

 

Ook kondigt het bedrijf vaak te optimistische winstdoelstellingen aan. En omdat de activiteiten van het bedrijf over het algemeen vrij nieuw zijn, beschikken beleggers niet over een trackrecord om de naar voren geschoven doelen te toetsen. Maar enkele maanden later wanneer de eerste bedrijfsresultaten binnenlopen, kan euforie plaatsmaken voor ontgoocheling en de koers van het aandeel ondermaats presteren tegenover het marktgemiddelde.

 

Niet altijd

Dat betekent echter niet dat alle introducties aan de kant moeten worden geschoven. Zoals bij eender welk aandeel volstaat het de vooruitzichten op de lange termijn te analyseren. En als de koers voldoende aantrekkelijk is in het licht van de vooruitzichten, mag het aandeel worden gekocht.

 

Zo heeft het postbedrijf bpost aangetoond dat een beursintroductie meer dan succesvol kan zijn. Op iets minder dan 2 jaar tijd heeft het aandeel een return neergezet van 93 %. De analyse van het bedrijf bij de beursgang heeft ons toen ervan overtuigd om in te tekenen. De introductieprijs leek ons aantrekkelijk. En vandaag? Na de tussentijds stevige koersstijging is ons huidig advies het aandeel te houden.

 

Deel dit artikel