Analyse
Wereldwijde beursbalans 2011 5 jaar geleden - dinsdag 27 december 2011

Begin 2011 gingen we er niet van uit dat de Europese indices opnieuw zoveel terrein zouden kwijtspelen.

Begin 2011 leken de beurzen klaar voor een positief beursjaar. Hoewel de markten niet ondergewaardeerd waren en er verschillende pijnpunten konden worden gevonden, gingen we er helemaal niet van uit dat de Europese indices opnieuw zoveel terrein zouden kwijtspelen. De schuldcrisis en de vrees voor een recessie hebben hier nochtans voor gezorgd. Het verschil tussen de landen onderling sprong wel in het oog. De markten van de opkomende landen hadden het ook zwaar te verduren door de risicoaversie.


VS beter dan Europa

In de VS hebben de beurzen in 2011 het niet zo slecht gedaan. De Nasdaq ging er 1,6 % op vooruit terwijl de S&P 500 zelfs een winst van 4,5 % kan voorleggen. De beurzen van de eurozone van hun kant verloren gemiddeld 16 %.

De beursprestaties waren ondermaats in de eurozone omdat de markten twijfelden of er voldoende solidariteit tussen de lidstaten zou aanwezig zijn om uit de crisis te geraken. En omdat de ECB, onder invloed van Duitsland, niet duidelijk de rol speelt van zogenaamde lender of last resort (hetgeen haar Amerikaanse collega zonder verpinken doet). Bovendien zal de economie van de eurozone begin 2012 in een recessie terechtkomen maar blijft het gissen naar de omvang ervan. Dit terwijl de economische groei in de VS, hoe klein ook, positief zal blijven.

De Belgische beurs is momenteel correct gewaardeerd. De Noord-Amerikaanse en Britse markten, die minder volatiel zijn, blijven ondergewaardeerd.

Europa met twee snelheden

In de eurozone kregen vooral de beurzen van de landen die het zwaarst getroffen werden door de schuldcrisis de hardste opdoffers te verwerken : de Griekse beurs verloor 52,7 % en de Italiaanse 22,4 %. De noorderlijke landen deden nauwelijks beter. Ze kregen af te rekenen met vrees (hernieuwd in het 2e semester) dat de situatie verder zal verslechteren en de eurozone zou kunnen imploderen (vandaag lijken de betrokken landen niet bereid dit te laten gebeuren).

 

Buiten de eurozone had de Zweedse beurs, de grote winnaar in 2010 (+28,2 %), te kampen met winstnemingen en verloor 12,6 %. Andere beurzen waren vluchthavens: Londen daalde slechts 1,5 % en Zürich 4,1 %.

Beurs van Frankfurt ?

Hoe is het te verklaren de beurs van Frankfurt in 2011 15,4 % achteruit ging terwijl de Duitse economie wordt aanzien als één van de meest solide.

In eerste instantie omdat de Duitse beurs, na haar herstel van 21 % in 2010, begin 2011 verre van ondergewaard was. En van zodra duidelijk werd dat de economische situatie in Europa zou verslechteren, namen beleggers een deel van hun winst op.

In tweede instantie omdat de zwaargewichten op de Duitse beurs de grootste slachtoffers waren van die verkoopdruk. Vooral financiële aandelen kregen het hard te verduren: Deutsche Bank liet 22,8 % liggen en Commerzbank 69,5 %. De elektriciteitsproducenten kregen dan weer de wind van voren toen Duitsland aankondigde uit de nucleaire energie te stappen: E.ON verspeelde 22,6 % en RWE 40,6 %. De industriële waarden op hun beurt ondergingen de Europese economische terugval: Thyssen-Krupp (staal) daalde met 41,6 %, Man (vrachtwagens) 23,8 % en Heidelberger (cement) 66,6 %.

Opkomende landen

In de opkomende landen was de economische groei minder sterk dan men bij het begin van het jaar had gedacht. De index die de gemiddelde prestatie van de beurzen van de opkomende landen weergeeft (MSCI emerging markets) liet een groot deel van de winst van 2010 liggen en verspeelde 15,7 %. Waarom?

Om te proberen een te hoge inflatie in te dijken hebben de meeste centrale banken in de ontluikende markten (India, China, Brazilië…) tijdens het jaar hun leidende rentevoeten opgetrokken. Deze monetaire verstrakking heeft uiteindelijk op de economie gewogen en de export naar de VS en Europa mede doen vertragen.
– In Brazilië (17,5 %) was er in het derde trimester een nulgroei van de groep en werd de economische groeiverwachtingen voor 2011 verlaagd tot 3,5 % (tegenover 7,5 % in 2010). Om de groei te stimuleren heeft de Braziliaanse centrale bank sinds juli tot drie keer toe de rente verlaagd tot 11 % (andere opkomende landen zouden de komende maanden dezelfde weg opgaan). De olie- en mijnbouwsector hebben ook op de Braziliaanse index gewogen.
– In China (18,1 %) heeft de economische groei ook de gevolgen moeten dragen van de strijd tegen de inflatie (fors lager de laatste maanden, dit zou nu onder controle moeten zijn).
– India (-34,6 %) die ook moet schipperen tussen groei en inflatie, kreeg daarenboven af te rekenen met wantrouwen van beleggers tegenover landen met een vrij hoge schuldpositie.
– Rusland (-17,8 %) van zijn kant heeft geprofiteerd van het zware gewicht van de olie- en gassector in zijn economie om de schade te beperken.

 

Vermeldenswaardig is ten slotte dat de zwakke prestatie van sommige beurzen van opkomende landen in euro te maken had met de depreciatie van de eigen munt (de Turkse lira bijvoorbeeld daalde met 19 %).

 

Rendementen in EUR, berekend tussen 31/12/2010 en 22/12/2001, houden rekening met uitgekeerde dividenden die werden herbelegd.

Deel dit artikel