Analyse
Privak Quest for Growth: een gokje waard? 6 jaar geleden - dinsdag 26 juli 2011

De koers is sinds begin dit jaar gestegen. De décote is daardoor iets afgenomen.

Terwijl de wereldbeurzen gemiddeld 1,6 % verloren is de koers van de privak Quest for Growth (5,70 EUR) sinds begin dit jaar met 7,31 % gestegen. De décote is daardoor iets afgenomen, maar bedraagt nog altijd bijna 38 %. Het aandeel blijft goedkoop, maar wij geven de voorkeur aan de holding Brederode (19,11 EUR).

 

Quest for Growth (QfG) is een privak, een actieve investeringsmaatschappij die haar participaties niet lang in portefeuille houdt. De portefeuille is zowat 106 miljoen euro waard en is hoofdzakelijk belegd in Europa. Ze bestaat voor 62 % uit beursgenoteerde bedrijven (27 in totaal), voor 30 % uit private equity (niet-beursgenoteerde participaties) en voor de rest uit liquiditeiten (0,42 EUR per aandeel). Inclusief de liquiditeiten bedroeg de intrinsieke waarde eind juni 9,22 EUR.

 

Beursgenoteerde aandelen …

Behalve enkele participaties in de gezondheidszorg (diensten aan farmaceutische industrie, generische geneesmiddelen …) gaat het om kleine en middelgrote groeibedrijven in spitstechnologie en engineering (software, meetapparatuur, IT-diensten, geavanceerde uitrustingen …). Cleantech (duurzame energie, nieuwe materialen …) alleen al maakt 40 % van de genoteerde aandelen uit. Nederland en België nemen 40 % van deze portefeuille voor hun rekening.

 

Van de 15 zwaarste participaties van QfG lijken er weinig ons goedkoop. Enkel de audiovisuele specialist EVS en het Zwitserse farmabedrijf Roche lijken ons koopwaardig.

 

… en private equity

In het niet-beursgenoteerde gedeelte van de portefeuille zitten zeer innoverende nichespelers die echter minder ver in hun ontwikkeling staan.

 

QfG heeft momenteel minderheidsparticipaties in 11 niet-genoteerde ondernemingen. Het gaat hoofdzakelijk om biotech-, farma- en softwarebedrijven die over een nieuw product beschikken dat rijp is om op de markt gebracht te worden of in een verder stadium zit en die binnen de drie jaar na de instap van QfG naar de beurs kunnen gebracht worden of aan een overnemer kunnen verkocht worden.

 

Daarnaast belegt QfG onrechtstreeks in private equity via fondsen die zich toespitsen op cleantech, biowetenschappen (biotechnologie, uitrustingen en informatica i.v.m. gezondheidszorgen …) en informatietechnologie (ICT). Deze indirecte beleggingen vormen 50 % van de private-equityportefeuille. QfG is overigens van plan om deze poot verder uit te bouwen. Via fondsen is een ruimere spreiding mogelijk wat met het oog op de gebrekkige transparantie en de zwakke liquiditeit van private equity zeker een troef is. Bovendien bieden fondsen op een markt waar de concurrentie hoogtij viert meer kans om een opportuniteit mee te pikken.

 

Voorlopig nog geen dividend

Volgens zijn statuten moet QfG minstens 90 % van zijn winst uitkeren. Maar de privak die de verliezen ingevolge de crisis van 2008 (4,10 EUR per aandeel) nog altijd niet heeft goedgemaakt, heeft zijn aandeelhouders sinds het uiteenspatten van de zeepbel in 2000 nog maar drie keer een dividend uitbetaald. En of het boekjaar 2011 een dividend zal opleveren (uit te keren in 2012) is allesbehalve zeker. Want de privak moet eerst nog een overgedragen verlies van 0,52 EUR per aandeel aanzuiveren. En nu beursintroducties zeldzaam zijn (in het nabije verleden werden tal van geplande IPO’s afgelast of uitgesteld als gevolg van de crisis van de overheidsschulden), verwachten we niet dat de privak voldoende meerwaarden zal realiseren om dit jaar de uitkering van een behoorlijk dividend mogelijk te maken.

 

Beleg liever in Brederode

De belangrijkste reden om in QfG te beleggen is de décote van het aandeel en de hoop dat die wegsmelt. Met 38 % bedraagt ze meer dan het gemiddelde van de afgelopen 10 jaar (27 %) en zodra de groep opnieuw een dividend uitkeert (waarschijnlijk in 2013 op basis van de winst 2012) zal die onderwaardering wellicht krimpen. Voorts zal de ontwikkeling van de Europese regelgeving i.v.m. vermogensbeheer (Europese richtlijn AIFM en UCITS 4) de private-equitymarkt wellicht dynamiseren (soepeler financiering en grotere liquiditeit).

 

Die argumenten gelden echter ook voor Brederode. Deze Belgische holding belegt ook indirect in private equity via fondsen van derden en het aandeel noteert met een vergelijkbare décote (37 %, tegen een historisch gemiddelde van 25 %). Private equity weegt weliswaar zwaarder door in de portefeuille (49 % tegen 30 % voor QfG), maar is beter gespreid (10 keer meer fondsen) en dus minder riskant. Voorts is de portefeuille beursgenoteerde participaties (vooral grote kapitalisaties) defensiever en geografisch veel beter gespreid. De portefeuille van Brederode is ook negen keer meer waard dan die van QfG, waardoor de beheerskosten slechts de helft bedragen. En ten slotte stellen de dividenden die zijn beursgenoteerde participaties uitkeren Brederode in staat om zijn dividend regelmatig te verhogen (verwacht nettorendement van 2,2 %).

 

Deel dit artikel