Analyse
Brengen aantrekkende voedingsprijzen de sector in gevaar? 6 jaar geleden - woensdag 15 juni 2011

Sinds enkele jaren zitten de voedselprijzen in de lift. En gezien de sterke ontwikkeling van de groeilanden en de veranderende eetgewoonten daar ziet het er naar uit dat het om een duurzame tendens gaat. Zullen de bedrijven in staat zijn om die hausse door te rekenen zonder hun volumes in gevaar te brengen?

Bedrijven moeten hun verkoopprijzen af en toe verhogen. Als de klanten dat slikken, kan dat overigens beschouwd worden als een positief teken (trouwe klanten). Nog niet zo lang geleden, net voor de crisis, kreeg de voedingsmiddelenindustrie af te rekenen met aantrekkende grondstoffenprijzen. De strategieën die de tenoren uit de sector al enkele jaren toepassen, hebben hun efficiëntie bewezen, maar zullen ze dat blijven doen in de huidige context?

 

Focus op premiummerken

Giganten zoals Nestlé, AB InBev, Pernod Ricard of Diageo zetten fors in op premiummerken, kwaliteitsproducten waaraan een hoog prijskaartje hangt. Verbruikers zijn bereid meer te betalen voor de hogere toegevoegde waarde die ze het product toekennen omwille van echte of vermeende innovaties. De prijzen zijn flexibeler (makkelijker te verhogen) en minder gevoelig voor de grondstoffenkost. Ondanks de economische problemen en de voorspellingen dat de verbruikers spaarzamer zouden worden, blijft een gegoede middenklasse deze producten kopen. De doorbraak van Nestlé en Danone in de klinische voeding past in dezelfde logica.

 

Besparingen

De bedrijven spannen zich voortdurend in om de werkingskosten terug te dringen. Dat kan gebeuren door het productieproces te verbeteren (stijging van de productiviteit) of via de schaalvoordelen die voortvloeien uit een acquisitie. Denken we maar aan de overname van de Britse snoepfabrikant Cadbury door het Amerikaanse Kraft, ook al is die operatie uiteindelijk duurder uitgevallen dan verwacht.

 

Expansie in groeilanden

Geconfronteerd met de futloosheid van de (verzadigde) westerse markten, vooral in Europa, investeren de voedings- en drankconcerns bij voorkeur in de groeilanden, waar de levensstandaard en de koopkracht van (een deel van) de bevolking geleidelijk verbeteren. Tot nu toe zijn bedrijven zoals Nestlé en Coca-Cola erin geslaagd om een bevredigend evenwicht te vinden tussen de groei op die nieuwe markten en het behoud van hun positie op hun traditionele markten in het Westen. Dat is door de concurrentie geen sinecure: op de westerse markten moeten hun goedkopere merken het opnemen tegen de huismerken en in de groeilanden moeten ze zich laten gelden ten overstaan van de lokale producten. Het is nochtans belangrijk dat de grote spelers van de sector de westerse markten niet verwaarlozen. Enerzijds realiseren ze er door de bank genomen nog meer dan de helft van hun omzet. Anderzijds is de groei in de opkomende landen wel hoger, maar is de rentabiliteit er dikwijls een stuk lager (vooral door gebrekkige infrastructuur), al is het verschil aan het verkleinen.

 

Doeltreffende strategie

Ondanks de aantrekkende prijzen van landbouwproducten zijn de voedingsbedrijven momenteel nog altijd voldoende winstgevend. Zo ligt de bedrijfsmarge bij Nestlé, Danone, Unilever of Kraft tussen 12 en 15 % en bij de producenten van sterkedranken nog hoger. Ze genereren nog altijd ruime liquiditeiten waarvan ze een flink deel aan hun aandeelhouders uitkeren in de vorm van een dividend (dikwijls payout van meer dan 50 %) en/of de inkoop van eigen aandelen.

 

Defensieve sector? Ja, maar …

De belegger mag zich niet blindstaren op het defensieve karakter van de sector en de impact van de wereldeconomie uit het oog verliezen. Wat zal er bijvoorbeeld gebeuren als die opnieuw in een recessie of in een langdurige stagnatie terechtkomt? Ten tijde van de crisis van 2008-09 bleven de aandelen van de sector alvast niet gespaard. De hiervoor geschetste strategische hoofdlijnen mogen dan efficiënt zijn, ze hebben grenzen. Zo kunnen de duurdere premiummerken in ongenade vallen en kan elke economische inzinking in de erg versnipperde sector (het marktaandeel van wereldleider Nestlé in de hele agrovoedingssector bedraagt maar 1,5 %) tot een wilde concurrentieslag leiden, ook in de groeilanden, met als gevolg druk op de prijzen en stijging van de marketingkosten. Dat scenario is momenteel echter weinig waarschijnlijk. De financiële situatie van de bedrijven uit de sector is verbeterd (beheersbare schuldenlast na periode van sterke externe groei) en we vinden de sector in zijn geheel dan ook weinig riskant.

 

Onze adviezen

Investeren in de voedingssector kan via aandelenfondsen zoals BNP Paribas L1 Equity Europe Consumer Goods of KBC Equity Fund Food & Personal Products of via de tracker SP-DR MSCI Europe Consumer Staples (FR0000001745, Parijs).
Bij de aandelen gaat onze voorkeur naar Kraft Foods.
Coca-Cola , Diageo en Nestlé kopen we niet, maar mag u wel houden.

Deel dit artikel