Analyse
Balans wereldwijde beurzen 6 jaar geleden - woensdag 29 december 2010

In 2010 kenden de ondernemingen met de grootste aanwezigheid in de opkomende landen, met China op kop, het meeste succes.

De grote winnaars waren de Zweedse en Duitse beurs die 28,2 % en 21 % zijn gestegen! De beurzen van de eurozone hebben een rendement van 7,3 % neergezet, die van heel Europa 16,8 %. In de VS boekten de S&P500 en de Nasdaq een rendement van 15 % (25,7 % in EUR) en 18,6 % (29,7 % in EUR).


 

Duitsland, grote winnaar

Duitsland kent geen crisis: de werkloosheid daalt, besparingsmaatregelen zijn onbestaande en bedrijven investeren massaal. Kers op de taart is dat de Duitsers opnieuw aan het consumeren zijn geslagen. De Duitse beurs, die vooral uit industriële waarden en minder uit financiële bestaat, heeft het jaar afgesloten met een veel hogere winst dan andere beurzen uit de eurozone. Dit is trouwens een mooie revanche voor de industriële groepen waarvan werd gezegd dat ze te weinig op nieuwe tendensen inspeelden. Mooie rendementen waren er voor de zwaargewichten Siemens (+50,8 %), Volkswagen VZ (+102,5 %) en BMW (+99,4 %).

Mooie verrassingen…

De grondstoffensector zonder olie (+53 %) heeft geprofiteerd van de stijging van de koper- en ijzerertsprijs. Tegenover de bijna niet te stillen Chinese honger staat een aanbod dat nauwelijks is gestegen. Rio Tinto won 43,6 %. De groep heeft een alliantie met BHP Billiton verworpen en haar investeringen voor 2011 verdrievoudigd. Rio Tinto gaat ervan uit dat de grondstoffenprijzen, gedragen door de vraag van China, hoog zullen blijven.

 

De drankensector (+31,7 %) heeft zijn sterke prestatie van 2009 in 2010 doorgetrokken. In onzekere economische tijden teert de sector op zijn defensieve status: ondanks de trage groei in de ontwikkelde landen hebben consumenten hun drankuitgaven niet verminderd. De grote jongens uit de sector hebben hun prijzen kunnen behouden, zelfs lichtjes verhoogd. Ze hebben hun broodnodige structurele kostenbesparingen voortgezet waardoor ze het hoofd hebben kunnen bieden aan de hogere grondstoffenprijzen en de hoge schulden, die er zijn gekomen door de grote overnames van voor de crisis. Het dynamisme van de opkomende landen heeft uiteindelijk voor een positieve eindbalans met hogere volumes, waaronder ook voor ‘premium’ producten, gezorgd.

 

De automobielsector boekte een rendement van 39,6 %. De sterke omzet in China, de Europese slooppremies en het herstel van de Amerikaanse markt hebben de schade beperkt. De winstgevendheid is daarenboven ondersteund door de kostenbesparingsmaatregelen van de afgelopen 24 maanden. Duitse producenten hebben geprofiteerd van de terugkeer van de vraag naar luxemodellen. BMW en Daimler wonnen 99,4 % en 45,6 %. Volkswagen VZ steeg met 102,5 % ondanks de moeizame fusie met Porsche. 

 

De chemiesector (+40,3 %) is in een hogere versnelling gekomen dankzij het prille economische herstel en het dynamisme in de opkomende landen. De resultaten gepubliceerd in 2010 waren constant beter dan verwacht dankzij onder andere de kostenbesparingsinspanningen. Ondanks de moeilijkheden verbonden aan de integratie met Ciba heeft BASF een rendement van 46 % geboekt. Tessenderlo dikte met 23,6 % aan.

 

Zonder op te vallen heeft de farmasector toch een rendement van 10,4 % neergezet. Het gehele jaar hebben de grote namen resultaten bekendgemaakt die in lijn der verwachtingen lagen. Uitgezonderd het bod van Sanofi (-6,4 %) op Genzyme heeft de sector geen grote overnamedossiers gekend.

…en de ontgoochelingen

De Europese financiële aandelen ontgoochelden dit jaar met een winstje van slechts 5,7 %. De almaar grotere vraagtekens rond de soliditeit van de banken, na de Griekse crisis, hebben de regulatoren ertoe aangezet om in juli 2010 stresstests door te voeren. Uiteindelijk waren ze ruimschoots onvoldoende om het vertrouwen terug te brengen zoals de Ierse bankcrisis heeft aangetoond. Crédit Agricole verspeelde 16,9 % door zijn blootstelling aan Griekenland. De Basel III normen, bedoeld om de soliditeit van de banken tegen 2019 te verstevigen, laten daarenboven heel wat vragen onbeantwoord onder andere over de capaciteit van investeringsbanken om opnieuw te groeien. De hypothese dat de dividenden de komende jaren zeer laag zullen liggen, wint steeds meer terrein. Société Générale (-13,3 %), Barclays (+2,7 %), Crédit Suisse (-7,5 %) en Deutsche Bank (-11 %), zeer actief op het vlak van trading, hadden het niet onder de markt. Ondanks de sterke resultaten hebben verzekeraars te lijden onder de volatiliteit van de beurzen en de ongerustheid over de toekomstige balansnormen. AXA, dat het moeilijk heeft om beleggers van zijn strategie te overtuigen, verloor 19,6 %.

 

De nutssector zit opnieuw in moeilijkheden en was de enige sector die in 2010 in het rood eindigde (-0,8 %). De gasprijzen zijn gedaald door de crisis en de belangrijkste spelers dragen een zware schuldenlast. In een klimaat waar krediet niet voor het rapen ligt, kan dit tellen. Daar komt nog eens de druk van de overheden bovenop: nieuwe belastingen en beperkingen op prijsverhogingen. GDF Suez (-2,2 %) was begin dit jaar genoodzaakt zijn margedoelstellingen neerwaarts aan te passen. Om zijn balans te versterken heeft National Grid (4,4 %) zijn kapitaal verhoogd.

De rendementen, uitgedrukt in EUR, zijn berekend van 31/12/2009 tot 24/12/2010 en houden rekening met de gestorte dividenden in die periode (we gaan ervan uit ze geherinvesteerd zijn). De rendementen op sectorbasis zijn wereldwijd behalve indien anders wordt aangegeven.

 

Welke aandelen mogen gekocht worden ? Welke verkopen ?

 

 

Deel dit artikel