Analyse
Private plaatsing: interessant voor bedrijven 7 jaar geleden - maandag 25 oktober 2010

Beursgenoteerde bedrijven hebben de voorbije jaren heel wat kapitaal opgehaald via een private plaatsing met aandelen of obligaties. De voordelen zijn legio: snelheid van uitvoering, lagere kosten en weinig administratieve rompslomp.

 

Kleine belegger buitenspel

Vorige week slaagde de Belgische biotechgroep Galapagos erin om op enkele uren tijd bijna 2,4 miljoen aandelen te plaatsen bij institutionelen tegen 12 EUR en zodoende een kleine 30 miljoen euro op te halen. Ook andere bedrijven zoals Cofinimmo, Tigenix, Omega Pharma, Thrombogenics… verrasten de markt recent met een supersnelle private plaatsing. Waarom kiezen beursgenoteerde bedrijven steeds meer voor een private plaatsing en niet voor een openbare? Ze zetten daarmee de kleine belegger buitenspel want er wordt bij een private plaatsing (meestal) enkel geld opgehaald bij institutionelen zoals durfkapitaalfondsen, verzekeringsmaatschappijen, beleggingsfondsen en dergelijke.

 

Redenen

De uitgever doet het om het kostenplaatje en de administratieve rompslomp te beperken. Hij moet immers geen prospectus uitgeven, geen dossier indienen bij het CBFA en moet kortom minder informatie leveren. Ook de snelheid van uitvoering is een voordeel. Zoals Galapagos aantoont, is het mogelijk om op enkele uren tijd een groot bedrag op te halen. Maar ook de tijdspanne tussen de beslissing van het management om over te gaan tot een private plaatsing en het effectief realiseren is klein. Een voordeel als een bedrijf een opening in de markt ziet of een bepaalde overnameopportuniteit heeft opgemerkt.

Bij een openbare plaatsing zoals de kapitaalverhoging van Agfa-Gevaert bijvoorbeeld wordt daarentegen beroep gedaan op het openbaar spaarwezen en zijn de regels veel strikter. De hele transactie is tijdrovend en duur, we hoeven enkel te verwijzen naar het opstellen van het prospectus.

 

Begeleidende banken

Wanneer een onderneming overgaat tot een private plaatsing doet ze dit in samenwerking met één of meerdere begeleidende banken. Deze banken hebben afdelingen die gespecialiseerd zijn in het zoeken van financieringsoplossingen en bij een private plaatsing zorgen ze voor het praktische. Zo weten ze door hun marktkennis waar de geïnteresseerde beleggers zich bevinden of zouden kunnen bevinden. Ze weten ook of er voldoende interesse zal zijn zodat bij aanvang al kan worden uitgegaan van een positieve afloop.

 

Ook de raad van bestuur van het bedrijf kan in deze fase een rol spelen door de investeerders aan te dragen of een voorkeur te geven. Soms wil ze bepaalde aandeelhouders geenszins in de kou laten staan zodat hun belang niet kan verwateren. Het bedrijf is immers op zoek naar een stabiel aandeelhoudersschap en aandeelhouders waarmee het een hechte band en een lange relatie kan opbouwen.

 

Voorwaarden

Verschillende verrichtingen kunnen onder een private plaatsing vallen en hoeven met andere woorden geen prospectus te publiceren. Aanbiedingen die uitsluitend gericht zijn tot gekwalificeerde beleggers bijvoorbeeld. Deze gekwalificeerde beleggers zijn volgens de wet rechtspersonen die een vergunning hebben of gereglementeerd zijn om actief te mogen zijn op de financiële markten (institutionele beleggers met andere woorden). Maar ook beleggingsinstrumenten met een nominale waarde van ten minste 50 000 EUR of waarvan men minimum een tegenwaarde van 50 000 EUR moet aanschaffen, vallen eronder. Een mooi voorbeeld hiervan was de obligatie-uitgifte van Tessenderlo Chemie van vorige week, die trouwens na één dag al werd afgesloten. De minimumcoupure bedroeg 50 000 EUR waardoor het onder een private plaatsing viel maar u en ik, als we snel genoeg waren welteverstaan, konden ook intekenen.

 

Een private uitgifte sluit dus niet altijd de ‘kleine’ belegger uit. Maar om hierop in te tekenen, moet u al over een aanzienlijke portefeuille beschikken want het is geen goed idee om bij een portefeuille van bijvoorbeeld 100 000 EUR de helft ervan in één product te gaan beleggen. Veel mogelijkheden tot diversificatie blijven er dan niet meer over. De toegang voor de kleine belegger is dan ook relatief. In de toekomst wordt de drempel trouwens verhoogd van 50 000 tot 100 000 euro. De Europese richtlijn hieromtrent zal binnenkort worden aangenomen.

 

Deel dit artikel