Analyse
Telecomoperatoren 8 jaar geleden - maandag 13 juli 2009

De telecomsector mag dan defensieve kwaliteiten bezitten, aan de recente beurscrisis zijn ze niet ontsnapt. Een de operatoren hebben nog andere katten te geselen.

De telecomsector mag dan defensieve kwaliteiten bezitten, aan de recente beurscrisis zijn ze niet ontsnapt. Een de operatoren hebben nog andere katten te geselen. 
Door elkaar genomen zijn de telecomaandelen correct gewaardeerd, maar Vodafone, AT&T en Telecom Italia hebben volgens ons nog wat in hun mars.

Defensief en crisisbestendig …
De telecomsector staat bekend als defensief. Een niet te versmaden kwaliteit in deze barre tijden. Want de diensten voor bedrijven mogen dan wel onder de crisis lijden, het uitgavenpatroon van particuliere consumenten is nauwelijks veranderd. Telefoniediensten zijn inderdaad zo’n essentiële behoefte geworden, dat het economische klimaat er weinig vat op heeft. Het abonnementssysteem ontmoedigt voorts het veranderen van operator en het aanbod van pakketten (tv + internet + vaste en/of mobiele telefonie) versterkt de klantenbinding. Een en ander zorgt ervoor dat de resultaten van de sector in 2008 niet te erg onder druk kwamen. Naar verwachting zouden de bedrijfsresultaten voor alle operatoren door elkaar dit jaar met amper 2 à 3 % dalen.
Het is wel zo dat de telecomoperatoren nog altijd tegen een hoge schuldenberg aankijken en dat dat op het hoogtepunt van de crisis voor heel wat ongerustheid zorgde. Maar de situatie is al veel beter dan enkele jaren geleden en volgens ons genereren de activiteiten meer dan voldoende recurrente liquiditeiten om de financiële lasten te dragen.
De vroegere overheidsmonopolies hebben op hun nationale markt nog altijd een erg comfortabele positie. De kleine goedkopere operatoren die hun infrastructuur aan de tenoren van de sector verhuren, zijn niet echt doorgebroken.
De groeiende concurrentie zet de marges weliswaar onder druk, maar in vergelijking met andere sectoren blijft de rentabiliteit meer dan behoorlijk. Zo bedragen de bedrijfsmarges in de telecomsector 30 à 35 %.
De operatoren kunnen hun aandeelhouders dus nog altijd rijkelijk vergoeden via mooie dividenden (gemiddeld verwacht dividendrendement 2009 van 6 % bruto) of via de inkoop van eigen aandelen (op een laag pitje in 2009).

… maar niet immuun
De kans is groot dat de telecomoperatoren de gevolgen van de crisis pas met vertraging zullen ondervinden. Het consumptiegedrag is misschien niet drastisch veranderd, maar in het eerste kwartaal van 2009 tekenden zich toch enkele trends af die de komende maanden steker zouden kunnen worden. Zo vermindert het gemiddelde inkomen per abonnee, neemt het aandeel van de abonnementen in de omzet af ten voordele van de minder winstgevende prepaid kaarten en daalt het aantal gevoerde telefoongesprekken ten voordele van dataverkeer (sms, mobiel internet).
Rekening houdend met de economische onzekerheid, de toegenomen concurrentie en het verstrakken van de reglementering concentreren de operatoren zich momenteel op het beschermen van hun rentabiliteit en op het terugdringen van de kosten. Groei komt pas op de tweede plaats en in 2009 zal er dan ook beduidend minder geïnvesteerd worden. Onze voorzichtige winstramingen voor 2009 en 2010 houden daar rekening mee.

Er moet bespaard …
Gedurende lange tijd had de rentabiliteit van de telecomoperatoren nauwelijks te lijden onder de concurrentie. Die was inderdaad eerder theoretisch dan reëel. Maar de laatste jaren is daar verandering in gekomen. De Europese concurrentieautoriteiten hebben uiteindelijk de nationale instanties die weigerachtig stonden tegenover de komst van buitenlandse concurrenten op hun territorium uiteindelijk hun wil kunnen opleggen. De reglementeringen worden strenger. Sinds 1 juli is er voor de roamingtarieven . Zo zijn de roamingtarieven (tarief voor bellen en gebeld worden in het buitenland) op 1 juli andermaal verlaagd en zal dat tussen dit en 2011 nogmaals gebeuren. De terminatietarieven (bedrag dat een telecomoperator vraagt om een oproep een andere gsm-operator af te handelen) zullen ook flink dalen zodat de concurrentiepositie van de kleinere operatoren verbetert.
Dit alles verplicht de operatoren ertoe om iets aan hun kostenstructuur te doen. De belangrijkste maatregelen op een rijtje :
– banen schrappen, waarbij dankbaar gebruik werd gemaakt van het feit dat heel wat werknemers de pensioengerechtigde leeftijd bereikten;
– steeds meer activiteiten uitbesteden (bekeer van netwerken, callcenters, informatica);
– infrastructuren delen. Zo gaan Vodafone en Telefonica hun netwerken in Duitsland, Spanje, het Verenigd Koninkrijk en Ierland delen, wat volgens de Britse operator 10 % besparingen zou opleveren.
De consolidatie van de sector (allianties, samenwerkingsverbanden, fusies) die zich vooral in Europa opdringt – in de VS is de markt veel minder gefragmenteerd, met AT&T en Verizon als hoofdrolspelers – staat intussen op een laag pitje. Kleinere operaties blijven evenwel mogelijk. Zo zou Vodafone een bod overwegen op T-Mobile UK, dochter van Deutsche Telekom en vierde mobiele operator in het VK en is het niet uitgesloten dat France Télécom zijn Belgische 53 %-dochter Mobistar volledig overneemt.

… en geïnvesteerd worden
In Europa en in de VS heeft de telefoniemarkt, zowel de vaste als de mobiele, zijn verzadigingspunt bereikt (meer dan één gsm per inwoner). De echte uitdaging voor de telecomoperatoren op iets langere termijn is dan ook om opnieuw te gaan investeren.
· In optische vezels
Vooral met het oog op de verwachte boom van het dataverkeer zijn investeringen op dit vlak levensnoodzakelijk. In de VS, waar slechts 40 % van de plattelandsbevolking op hogesnelheidsinternet geabonneerd is, voorziet het herstelplan van Obama overigens in massale investeringen op dat vlak.
· In geografische expansie
Sinds de liberalisering van de markten een tiental jaren geleden, zijn de groeimogelijkheden van de Europese operatoren op eigen bodem beperkt. Ze hebben dan ook meer oog voor het consolideren van hun positie en minder voor groei via overnames. Sinds enkele jaren hebben ze daarom hun pijlen gericht op de groeilanden die ook nu nog heel wat potentieel bieden. France Telecom mikt vooral op Afrika, Telefonica  op Latijns-Amerika, Deutsche Telekom  op Oost-Europa, Telecom Italia op Brazilië en Vodafone op Azië, in het bijzonder India. Maar de crisis heeft in deze regio’s zwaar huisgehouden en de risico’s van dergelijke investeringen (onstabiele markten, bevoorrechte lokale operatoren) in de verf gezet. Dat zal de komende jaren ongetwijfeld een domper op het enthousiasme zetten.

· In nieuwe diensten
Met de doorbraak van de gsm enkele jaren geleden is het grootste nut van een vaste telefoonlijn nu de toegang tot snel internet en tot digitale tv. De operatoren spelen daarop in door hun diensten te bundelen (telefoon + internet + tv), maar moeten steeds meer afrekenen met de kabeloperatoren die hun deel van de koek opeisen en de prijzen omlaag duwen, zoals Telenet (15,08 EUR; verkopen).
Het enorme succes van de smartphones – de Pre van Palm, de Blackberry van Research in Motion, de N97 van Nokia (xx,xx EUR; verkopen) en vooral de iPhone van Apple – laat vermoeden dat mobiel internet de komende jaren zonder enige twijfel een explosieve groei zal kennen. Tegen 2010 zullen smartphones 20 % van de wereldwijde verkoop van telefoons uitmaken. Een meevaller voor de operatoren : de terugval van de vocale telefonie kan op die manier gecompenseerd worden door de toename van het veel winstgevender dataverkeer (klanten met een iPhone spenderen bijvoorbeeld twee keer meer dan de andere). Dat geldt zeker voor AT&T, France Telecom en Mobistar (zie p. 6) die met Apple een exclusiviteitscontract gesloten hebben voor de verkoop van de iPhone in hun winkels, een contract dat hen heel wat nieuwe erg rendabele en trouwe abonnees kan opleveren.
Het succes van de internetwinkel App Store van Apple, die programma’s voor de iPhone verkoopt, steekt menig concurrent de ogen uit. Er werden namelijk al meer dan een miljard programma‘s gedownload. Een groeiend aantal informaticareuzen (Google, Microsoft …) hoopt dan ook een graantje mee te kunnen pikken van de verwachte boom van het mobiele internet en de ruime mogelijkheden die het biedt : volgende generatie spelconsoles, gps met aanduiding van restaurants, parkings …, betaling via gsm (wijdverbreid in Japan en in voorbereiding bij Belgacom.  In de toekomst zal de keuze van de verbruikers voor een bepaalde operator minder afhangen van de telefoondiensten dan van de aangeboden toepassingen. En wat “content” betreft, zijn de telecomoperatoren niet direct het best geplaatst (summier aanbod : beltonen, achtergronden, enz.).

Drie uitverkorenen
Van de telecomoperatoren die wij opvolgen zijn er momenteel drie goedkoop, AT&T, Telecom Italia en Vodafone. Die mag u kopen.
De sector in zijn geheel is correct gewaardeerd. Fondsen die zich toespitsen op telecomaandelen raden we momenteel dan ook niet voor aankoop aan.

AT&T heeft de laatste maanden garen gesponnen bij de verkoop van de iPhone in de Verenigde Staten. In het eerste kwartaal verleidde groep 1,6 miljoen klanten, waarvan 40 % voordien geen klant bij haar was. Klanten die voor meerdere maanden gebonden zijn, die 1,6 keer meer besteden dan de andere en die voor overvloedige en recurrente inkomsten zorgen, wat een voldoende tegenwicht vormt voor de kortingen die op de verkochte iPhones toegestaan werden.

Telecom Italia heeft zijn schuldenlast de laatste jaren aanzienlijk zien aangroeien. Maar momenteel wordt er een herstelplan doorgevoerd, het plan 2009-11 dat voorziet in de verkoop van niet-strategische activa, het verminderen van het personeel … Het management bevestigt bovendien dat de groep zich toespitst op Italië (75 % van de omzet) en op Latijns-Amerika, in het bijzonder Brazilië (17 %).

Vodafone boekt nog altijd een mooie vooruitgang in de groeilanden. In India maakte de groep in het laatste kwartaal 7,8 miljoen nieuwe klanten. Ze beschikt over een goede geografische spreiding en voert haar inspanningen om de kosten snel te verminderen nog op. Om haar aandeelhouders te paaien wordt het dividend opgetrokken (rendement van 7 % bruto verwacht voor het lopende boekjaar).

 

 

 

 

 

Deel dit artikel