Analyse
Europese nutsbedriijven 11 jaar geleden - maandag 13 maart 2006

Op enkele maanden van de volledige liberalisering van de gas- en elektriciteitsmarkt in Europa proberen de tenoren van de sector hun positie via overnames te verstevigen.

De laatste weken is de consolidatie van de sector van openbaar nut in een stroomversnelling geraakt. Op enkele maanden van de volledige liberalisering van de gas- en elektriciteitsmarkt in Europa proberen de tenoren van de sector hun positie via overnames te verstevigen. Het Duitse E.ON dat vanaf deze week in onze selectie opgenomen wordt, en het Italiaanse Enel behoren momenteel tot de actiefste jagers.

“Utilities”minder defensief
Voorzieningen van openbaar nut (gas, elektriciteit, water, afvalverwerking) werden tot voor kort als een defensieve sector beschouwd. Maar zijn imago als veilige belegging (weinig risico en hoog dividendrendement) begint stilaan af te brokkelen.
Door de voortschrijdende liberalisering van de Europese energiemarkten die vanaf juli 2007 afgerond zal zijn, moeten de nutsbedrijven op hun nationale markt concurrenten dulden die de comfortabele marges die hun monopoliepositie hen verschafte, in gevaar brengen. Dat dreigt aan hun inkomsten te knagen. Om hun toekomstige groei veilig te stellen, kunnen de vroegere monopolisten weinig anders dan opteren voor externe groei, vooral in het buitenland. Een en ander dreigt invloed te hebben op hun risicoprofiel. Bovendien zal de invoering van strengere milieunormen (Kyoto-verdrag) zoals de sinds april 2005 opgelegde quota voor de uitstoot van CO2 de komende jaren voor bijkomende kosten zorgen.

Expansiehonger…
Via bezuinigingen en afslankingen (verkoop van activa) konden de Europese energiereuzen de afgelopen jaren hun schulden afbouwen. Bovendien slaagden ze erin om de forse stijging van de brandstofprijzen (petroleum, gas, steenkool) voldoende door te rekenen in hun verkoopprijzen, zodat ze een flinke oorlogskas konden opbouwen. Ze zijn klaar om op overnamepad te gaan en gezien de beperkte groeimogelijkheden op hun thuismarkt, zijn ze wel verplicht om hun prooien in het buitenland te zoeken.
De strijd is onlangs in alle hevigheid losgebarsten toen de Duitse energiereus E.ON het bod dat het Spaanse Gas Natural in september laatstleden op zijn landgenoot Endesa uitbracht met niet minder dan 30 % overschreed. Toen het Italiaanse Enel daarop naar het Suez lonkte, werd in allerijl de fusie van de Franse groep met haar landgenoot Gaz de France aangekondigd. Hoe beide operaties zullen aflopen, is onzeker. Zo moeten de Europese instantie die over de concurrentieregels gaan op 17 maart aanstaande o.m. uitspraak doen over de vraag of het Franse interventionisme van de Franse overheid in het dossier GDF/Suez. Wat er ook van zij, men kan er zeker van zijn dat de nog erg versnipperde nutssector verder zal consolideren en dat E.ON en Enel de handdoek nog niet in de ring hebben geworpen.

… die verder reikt dan Europa
Als de huidige operaties goede resultaten afwerpen, valt het te verwachten dat de expansiedrift zich niet tot Europa zal beperken. Vooral de Verenigde Staten lijken een begeerlijk doelwit. De Amerikaanse markt is immers erg gefragmenteerd en de energie-infrastructuur is er verouderd. Bovendien is de reglementering er soepeler dan in Europa. Dat biedt interessante groeimogelijkheden voor de Europese nutsbedrijven. Ze zijn nu al de grootste ter wereld zijn en beschikken over de nodige middelen en expertise om nieuwe markten te veroveren.
De Britse groepen National Grid en Scottish Power, die al vele jaren met de volledige liberalisering van de energiemarkt in het UK geconfronteerd worden, hebben zich intussen al stevig op de Amerikaanse markt genesteld. Na de verkoop van een activiteit in 2005 is de positie van Scottish Power er momenteel vrij zwak, maar National Grid verwierf recent nog de Amerikaanse gasdistributeur KeySpan. De Spaanse nutsbedrijven zijn dan weer goed vertegenwoordigd in Latijns-Amerika.

Focus op gas + elektriciteit
Behalve door geografische expansie worden overnames ook dikwijls geïnspireerd door de dwingende economische logica om als bedrijf zowel in gas als in elektriciteit actief te zijn. De combinatie van beide levert niet alleen besparingen op, maar is ook strategisch interessant omdat ze de risico’s op het vlak van de bevoorrading beperkt. Om stroom op te wekken wordt er immers alsmaar meer gas gebruikt in plaats van steenkool of petroleum. Bovendien is er een stijgend aantal industriële en zelfs particuliere klanten vragende partij voor een gecombineerd aanbod van gas en stroom. In die optiek nam E.ON al in 2002 zijn landgenoot Ruhrgas over. Het bod van Gas Natural op Endesa en de fusie tussen GDF en Suez passen in dezelfde logica.
Men kan zich in dit verband afvragen of het “multifocale “ model van nutsbedrijven die naast een energiepoot ook een milieupoot (water, afvalbeheer) bezitten, nog een bestaansreden heeft. De meeste tenoren van de sector hebben trouwen hun milieu-activiteiten ondertussen al afgestoten of staan zoals het Duitse RWE op het punt dat te doen. Suez en het eveneens Franse Veolia Environnement lijken momenteel nog geen plannen in die richting te hebben, maar mochten ze deze activiteiten ooit in de etalage willen zetten dan zal er o.i. geen gebrek zijn aan gegadigden. Er zijn met name heel wat institutionelen (beleggingsfondsen…) geïnteresseerd in een financiële belegging in weinig riskante en weinig conjunctuurgevoelige activiteiten die veel cash en mooie dividenden genereren.

Adviezen
Indien een of meer van de momenteel hangende operaties uitgevoerd wordt, zal dat allicht wel invloed hebben op de risicograad die we aan de aandelen in onze selectie toekennen. We moeten immers rekening houden met de risico’s waarmee de integratie van een overname gepaard gaat. Dat neemt niet weg dat een belegging in de nutssector nog altijd minder risico inhoudt dan gemiddeld en dat de dividenden regelmatig moeten blijven stijgen.

Van de nutsbedrijven in onze selectie zijn er drie aandelen goedkoop : Enel (6,97 EUR), National Grid (597,50 pence) en Scottish Power (575,00 pence) mag u kopen. Dit laatste wordt getipt als overnameprooi.

EDP (2,97 EUR), Iberdrola(26,36 EUR), Elia (31,00 EUR), Endesa (27,75 EUR) en E.ON (91,90 EUR) zijn correct gewaardeerd en mag u houden;

Véolia (45,50 EUR), Electrabel (446,50 EUR) en EDF (41,01 EUR) zijn duur en verkoopt u beter.

Ook Suez (34,17 EUR) is duur en komt voor verkoop in aanmerking, maar gezien het mogelijke overnamebod van Enel mogen speculatief ingestelde beleggers het aandeel houden.

Deel dit artikel