Analyse
Onder de loep 12 jaar geleden - dinsdag 23 augustus 2005
Energie- en nutssector.

De koersen van de aandelen uit de energie- en nutssector zijn de jongste twee jaar fors gestegen. Veel beleggers vragen zich dan ook af of het nog de moeite loont die aandelen bij te houden. Het antwoord op die vraag is volmondig ja ! Maar we moeten daar meteen aan toevoegen dat het meer dan ooit belangrijk is om selectief te zijn bij de aankopen, want door de recente koersstijgingen is het aantal koopkansen gedaald.

 

ENERGIE- EN NUTSSECTOR T.O.V. DE WERELDBEURZEN

De enerigiesector (vet; basis 100) en de sector van de nutsdiensten (dunne lijn) presteerden sinds begin 2003 veel beter dan de wereldbeurzen.

Hoge dividenden
De variabele factoren die de resultaten van deze bedrijven bepalen en die aan de basis liggen van de sterke koersstijgingen zijn in de energiesector niet dezelfde als in de nutssector. Eén zaak hebben ze echter gemeen : ze keren een groot gedeelte van hun winst aan de aandeelhouders uit via een genereus dividendbeleid en via het inkopen van eigen aandelen. Ondanks de koersstijgingen is een bruto dividendrendement van 4 à 5 % eerder regel dan uitzondering, terwijl het gemiddelde dividendrendement in de andere sectoren slechts 2 à 3 % bedraagt.

DE ENERGIESECTOR
Sinds twee jaar swingen de koersen van de petroleumaandelen de pan uit. Dat is natuurlijk te danken aan de forse prijsstijging van de ruwe olie. Die zorgt ervoor dat de winsten van de bedrijven uit de sector sterk toenemen. In 2005 zullen de petroleumbedrijven normaal dan ook nieuwe recordwinsten boeken.

EVOLUTIE PETROLEUMAANDELEN

De petroleumaandelen worden de hoogte ingestuwd (vet; linkerschaal) door de enorme prijsstijging van de ruwe olie (dunne lijn; rechterschaal).

· Olie voor altijd duur ?
Het is een vraag die meer en meer rijst omdat de prijs voor een vat ruwe olie in reële termen (zonder rekening te houden met de inflatie) dicht bij het recordpeil staat van eind de jaren zeventig, begin de jaren tachtig en omdat er voorlopig geen aanwijzingen lijken te zijn dat daar snel verandering in kan komen. Hoewel het altijd gevaarlijk is voorspellingen te doen over de manier waarop een grondstoffenmarkt zal evolueren, lijkt het ons in de huidige situatie weinig waarschijnlijk dat de olieprijzen in elkaar zullen storten. Dat betekent dus dat de petroleumbedrijven nog een mooie toekomst voor zich hebben. Aan de ene kant lijkt het huidige prijsniveau de vraag naar olie nog niet te doen afzwakken, temeer omdat de enorme economische ontwikkeling in China en India als het ware energie vreet. Aan de andere kant blijft het aanbod onder druk staan als gevolg van de wereldwijd beperkte raffinagecapaciteit en van geopolitieke spanningen en de aanhoudende terreurdreiging. Ook over de spanningen die over kernwapens zijn ontstaan tussen het westen en Iran, de tweede grootse olieproducent ter wereld, is het laatste woord nog niet gezegd. Telkens als dat probleem de media haalt, stijgt de olieprijs weer wat meer. Ondertussen heeft de raffinage heeft bijna het verzadigingspunt bereikt en er valt op korte termijn geen aanzienlijke verhoging van de capaciteit te verwachten. De huidige installaties zijn immers sterk verouderd, onder andere in de Verenigde Staten, waar voor het laatst een nieuwe raffinaderij werd gebouwd in 1976. Dat betekent meteen ook dat de installaties vaak moeten worden stil gelegd, zodat het op de markt brengen van de gevraagde petroleumproducten vertraging oploopt.

· Voorzichtig met investeringen
Ondanks de gunstige vooruitzichten voor de olieprijs tonen de petroleumbedrijven zich nog terughoudend om te investeren. Ze geven er de voorkeur aan een groot gedeelte van de opgespaarde liquiditeiten uit te keren aan de aandeelhouders, eerder dan het risico te lopen dat ze te veel investeren. Ze blijven de rendabiliteit van potentiële investeringen afwegen op basis van een zeer voorzichtige inschatting voor de olieprijs (20 à 25 USD), want ze zijn niet vergeten dat een plotse daling van de olieprijs met 10 dollar in 1999 hun rendabiliteit plots op de helling zette. De stijging van de exploratie- en productieprijzen (olielagen in diep water, zwaardere olie,…) en het toegenomen protectionisme in Rusland, het Midden-Oosten, Bolivia en Venezuela, temperen eveneens hun enthousiasme. Toch durven de grote namen uit de sector gematigde risico’s nemen in gebieden met het beste potentieel. Dat is bijvoorbeeld het geval met BP in Rusland. En dat Chevron Texaco onlangs een kolossaal bedrag neertelde voor de overname van Unocal is echt de uitzondering die de regel bevestigt.

· Diversificatie
Om de politieke risico’s te beperken en hun productieprofiel te verbeteren, kiezen de oliegroepen voor diversificatie. Dat kan zowel geografisch zijn – zo bouwt Repsol YPF zijn activiteiten in Argentinië af – als productgericht, via het mikken op andere energiebronnen dan de traditionele petroleum. Zo is er toegenomen belangstelling voor zware olie, waarvan er in Canada en Venezuela nog enorme reserves zijn, die ondanks veel hogere exploitatiekosten tegen de huidige prijzen toch rendabel zijn. Door het van kracht worden van het Kyoto-protocol, dat zoals bekend de schadelijke uitstoot van CO2, wil beperken, neemt ook de belangstelling voor minder vervuilende energie toe. Vloeibaar aardgas is bij de grote oliegroepen al sinds jaar en dag een wezenlijk onderdeel van de strategie. Daarvan zijn er nog heel wat reserves en verwacht wordt dat het verbruik ervan de komende jaren sterk zal toenemen, onder andere voor de productie van elektriciteit. Voorlopig nog wat meer in de marge is er ook stilaan meer aandacht voor hernieuwbare energie zoals zonne-energie en biobrandstof. Als de olie- en gasprijzen blijven stijgen, kan die aandacht toenemen. Het lijdt volgens ons geen twijfel dat ook de oliebedrijven klaar zullen staan om daar hun graantje van mee te pikken.

Advies
Over het algemeen is de oliesector correct gewaardeerd en de vooruitzichten blijven gunstig. We raden aan om aandelen BP te kopen. Het aandeel is goedkoop en biedt volgens ons het grootste potentieel. Het bedrijf voert zijn productie aanzienlijk op en het hanteert ook een genereus dividendbeleid. Voorts mag u de correct gewaardeerde aandelen Total, ENI, Royal Dutch Shell, Repsol YPF en Exxonmobil houden.

 

NUTSDIENSTEN
Het gros van de spelers die actief zijn in nutsdiensten (elektriciteits- en gasdistributie, water- en afvalbehandeling) heeft de jongste twee jaar een grondige herstructurering achter de rug. Ze bouwden hun schulden af, verkochten activa en concentreerden zich op hun “core business”. Hun koers profiteerde ook van de rentedalingen. Veel beleggers raakten immers erg gecharmeerd van deze aandelen die weinig risico’s inhouden en hoge dividenden uitkeren. De sector is nu in een fase van gematigde groei getreden. Er blijven nog enkele aankoopkansen. We denken meer bepaald aan Scottish Power dat voortaan deel uitmaakt van onze selectie.

· U itdagingen
De spelers uit deze sector staan voor diverse uitdagingen. De belangrijkste is ongetwijfeld de liberalisering van de elektriciteits- en gasmarkt in Europa. Dat proces is in een aantal landen al sterk opgeschoten en de grote energieverbruikers mogen in ieder geval vrij hun elektriciteits- en gasleverancier kiezen. Ten laatste vanaf 1 juli 2007 zullen ook alle particulieren in de Europese Unie over de mogelijkheid beschikken om vrij hun leverancier te kiezen. Ook de bijkomende lasten die verband houden met de ingestelde quota voor de uitstoot van CO2 in het kader van het Kyoto-protocol, vormen voor de sector een belangrijke uitdaging. Voorts doet de prijsstijging van olie en gas de productiekosten stijgen, maar de nutsbedrijven zijn er goed in geslaagd die stijgingen door te rekenen aan de consumenten. Over het algemeen hebben de ondernemingen uit de sector trouwens vrij goed geanticipeerd op de aan de gang zijnde veranderingen. Zij hebben de nodige maatregelen genomen om hun positie te bestendigen of te versterken. Bovendien verwachten we niet dat op de markt van de particulieren sterke nieuwe concurrentie zal ontstaan. Op die markt zullen de zwaargewichten uit de sector dus meer dan waarschijnlijk nog een tijdje hun dominante positie kunnen handhaven.

· Aanpassen is noodzakelijk
De meeste nutsbedrijven hadden tot voor kort een monopoliepositie op hun thuismarkt, maar ze werden dus nu gedwongen om zich aan te passen aan de nieuwe concurrentiële omgeving. Om de verwachte daling van hun marktaandeel op de thuismarkt te compenseren, hebben ze hun strategie aangepast. Enerzijds mikken ze op een afzetmarkt buiten de landsgrenzen, maar wel voornamelijk in Europa, omdat de risico’s daar minder groot zijn. Die expansie financieren ze met de aanzienlijke liquiditeiten die ze op de thuismarkt genereren omdat hun activa er al lang afgeschreven zijn. Maar toch blijven verschuivingen in dit vlak nog voorzichtig, temeer omdat politieke bemoeienissen in deze strategische sector vaak niet van de lucht zijn, zoals ook bleek bij het samengaan van Suez en Electrabel. Toch ontstaan grensoverschrijdende samenwerkingsverbanden. Die zijn volgens ons de voorloper van een echte consolidatie, die de komende jaren zou moeten versnellen. Anderzijds beginnen elektriciteitsdistributeurs ook gas te verkopen en omgekeerd. Zo is er in Dutsland een samenwerking tussen E.ON en Ruhrgaz en heeft EDF in Frankrijk ambities in de gassector en GDF in de elektriciteitssector. Omdat gas steeds vaker wordt gebruikt om elektriciteit te produceren, is het door die toenadering alvast mogelijk om de bevoorradings- en productiekosten te verlagen.

Advies
De sector van de nutsdiensten ziet zich momenteel geconfronteerd met een geleidelijke wijziging van zijn omgeving. Het hoge dividendrendement en het lage risiconiveau, de twee kenmerken die grotendeels de charme van deze defensieve sector bepalen, staan echter geenszins op de helling. Na de sterke koersstijgingen van de jongste twee jaar is de sector over het algemeen iets minder interessant geworden. De sector is over het algemeen correct gewaardeerd. Toch blijven drie goedkope aandelen volgens ons koopwaardig: EDP, National Grid en Scottish Power. Suez is nu correct gewaardeerd. Dat aandeel mag u houden.

 

SCOTTISH POWER
In Groot-Brittannië is Scottish Power één van de zes verticaal geïntegreerde spelers in gas en elektriciteit. De markt is er erg gefragmenteerd en dat biedt ruimte voor consolidatie. Volgens ons is Scottish Power alleszins een speler waar andere ondernemingen wel eens een begerig oog op zouden kunnen laten vallen. Het aandeel is goedkoop en voor enkele zwaargewichten uit de sector is het strategisch interessant. De verkoop van het Amerikaanse elektriciteitsfiliaal Pacificorp, waaruit Scottish Power nooit voldoende rendement haalde, verhoogt nog de aantrekkingskracht van Scottish Power als overnameprooi. Bovendien biedt dit aandeel een zeer mooi dividendrendement van 4,8 %.

Deel dit artikel