Analyse
Petroleumsector 12 jaar geleden - maandag 30 augustus 2004

De prijzen van een vat ruwe olie swingen de pan uit. Moeten we nu olieaandelen
(bij)kopen of doen we er beter aan om ze te verkopen terwijl de koersen hoog staan ?

De prijzen van een vat ruwe olie swingen de pan uit en de petroleumproducenten boeken recordwinsten. Moeten we nu olieaandelen (bij)kopen of doen we er beter aan om ze te verkopen terwijl de koersen hoog staan ? Volgens ons blijft beleggen in de oliesector interessant. Maar te zware engagementen of speculeren (à la hausse of à la baisse) zijn uit den boze.

Recordkoers voor olie…
Een vat ruwe Noordzeeolie (“brent”) is sinds dit jaar meer dan 40 % duurder geworden en kost nu meer dan 40 dollar. Hoe komt dat ? Wel, China en de VS doen de vraag naar olie sterker toenemen dan verwacht en laten zich niet afschrikken door de hoge prijs. Anderzijds begint men te vrezen voor schaarste op de oliemarkt : de voorraden slinken en tal van onzekerheden bedreigen het aanbod. In Irak hervat de olieproductie trager dan verwacht, in Rusland staat Yukos, de grootste oliemaatschappij, op de rand van een faillissement, in Venezuela en Nigeria zijn er geopolitieke spanningen. De OPEC (organisatie van olie-exporterende landen) die traditioneel olie op de golven probeert te gieten, lijkt er niet in te slagen om de hausse te stoppen. Tenzij ze eerder oog heeft voor het op peil houden van haar eigen inkomsten…
Hoe dan ook, voor de petroleummaatschappijen is de hoge prijs een buitenkansje : hun divisie exploratie en productie rijft fenomenale winsten binnen.

… maar niet voor olieaandelen
Er is geen perfecte correlatie tussen de olieprijs en de koersen van de olieaandelen. Terwijl de prijs van een vat ruwe olie tussen 1999 en 2004 verviervoudigde, stegen de koersen van de olieaandelen slechts met 60 % (toch een stuk meer dan de wereldindex). Dat was in de eerste plaats het gevolg van de dollardaling die ervoor zorgde dat de winst van de niet-Amerikaanse producenten na conversie naar de oorspronkelijke munt een stuk lager uitkwam.

Een hoge olieprijs betekent ook niet enkel maar profijt voor de petroleummaatschappijen. Voor de takken raffinage, distributie en chemie is ruwe olie immers een grondstof waarvan ze de prijsstijgingen niet altijd volledig – en zeker niet onmiddellijk – kunnen verrekenen.

Vervolgens worden de vooruitzichten op lange termijn bedreigd door de groeiende concurrentiekracht van andere energiebronnen (al doen de grote groepen aan diversificatie).

De belangrijkste reden voor de achterstand van de olieaandelen is evenwel dat de beleggers afgeschrikt worden door de problemen van de producenten om hun oliereserves te vernieuwen. Begin dit jaar bekende Royal Dutch dat de bewezen reserves van de groep lager zijn dan ze liet uitschijnen, wat meteen twijfels deed rijzen aan de groeimogelijkheden van de gehele sector. De traditionele olie- en gasvelden zijn inderdaad over hun hoogtepunt heen. Op het einde van de jaren 90, toen de olieprijs laag stond, hebben de oliemaatschappijen te weinig geïnvesteerd in de exploratie van nieuwe vindplaatsen. Nu worden nieuwe vondsten zeldzaam. Bovendien worden dergelijke investeringen duurder (olievelden op grote diepte, pijplijnen in moeilijke regio’s…). En ten slotte bestaat het risico dat de oliemaatschappijen er door de hoge olieprijs (die, ten minste op korte termijn, veel geld in het laatje brengt), tot te zware investeringen verleid worden die hun toekomstige rendabiliteit in gevaar kunnen brengen. Voor het ogenblik blijven ze voorzichtig, uit vrees voor een terugval van de olieprijs. Ze zoeken de gulden middenweg tussen groei, rendabiliteit en risico, proberen een strategie uit te stippelen en ze zo goed mogelijk te implementeren. BP heeft bijvoorbeeld als eerste zwaar geïnvesteerd (via een joint venture met TNK) in Rusland, het grootste olie-exporterende land buiten de OPEC (dus niet gebonden aan productiequota). Een land met veel potentieel, maar de risico’s zijn navenant.

De sector loont nog de moeite
Staar u niet blind op de onvoorspelbare olieprijs. Volgens ons houden de koersen van de olieaandelen al rekening met het meest waarschijnlijke scenario, namelijk een geleidelijke terugplooiing. Op langere termijn blijven de vooruitzichten goed. Ondanks de ontwikkeling van alternatieve energiebronnen, zal de vraag naar olie nog niet onmiddellijk opdrogen. Dat de oliemaatschappijen een groot deel van hun winst onder hun aandeelhouders verdelen (via dividenden en de terugkoop van eigen aandelen) is ondertussen mooi meegenomen.

ADVIEZEN

KOOP Total (160,50 EUR) en ENI (16,90 EUR). Ze scoren het best op het vlak van de groei van de productie en keren een groot deel van hun winst uit.

HOUD BP (497 pence) en Royal Dutch (41,88 EUR). Het eerste aandeel is riskanter wegens de investering in Rusland. Het tweede lijdt onder de twijfels m.b.t. de reserves en de strategie van de onderneming (al kan het feit dat ze getipt wordt als mogelijk overnamedoelwit haar ertoe aanzetten sneller orde op zaken te stellen).

VERMIJD Repsol (16,98 EUR) wegens te zwak dividendrendement, rendabiliteit en groeipotentieel en ExxonMobil (45,44 USD) wegens problemen met vernieuwing van de reserves.

Deel dit artikel