Analyse
Onder de loep 13 jaar geleden - maandag 26 april 2004

ONDER DE LOEP


EUROPESE TELECOMSECTOR

De telecomaandelen, waarvoor de beleggers eind van de jaren negentig uit de bol gingen, zijn sinds het uiteenspatten van de technologiebel nog altijd uit de gratie. Het ergste lijkt wel achter de rug, maar er blijft toch heel wat onzekerheid bestaan m.b.t. tot het groeipotentieel van de sector. Selectiviteit blijft dan ook aangewezen. Momenteel gaat onze voorkeur naar het recent op de beurs geïntroduceerde Belgacom.

 

Hoogmoed komt voor de val

Opgejaagd door de internetgekte stortten de meeste grote telefoonmaatschappijen zich na de liberalisering van de telecommarkt op het internationale overnamepad en begonnen ze massaal te investeren, onder meer in UMTS-licenties (Universal Mobile Telecommunications System, een technologie die mobiel internet- en ander dataverkeer tegen hoge snelheid mogelijk maakt). Om een en ander te financieren moesten ze zich diep in de schulden steken, maar doordat de veelal (te) duur betaalde aanwinsten niet genoeg cash genereerden om de aangegane leningen af te lossen, ontsnapte een groot aantal telecomgroepen ternauwernood aan een faillissement. Noodgedwongen moesten ze hun groeiambities opbergen en meer aandacht besteden aan hun rendabiliteit. Ze dokterden drastische besparingsplannen uit, schroefden hun investeringen terug en verkochten niet-strategische activiteiten. De resultaten overtroffen de verwachtingen en de dreiging van faillissementen is afgewend, al kijken groepen zoals France Télécom, Deutsche Telekom en Telecom Italia nog altijd tegen een enorme schuldenberg aan. Er was nog een ander element dat de telecomgroepen een handje toestak. De concurrentie op de geliberaliseerde markt bleek namelijk minder erg dan gevreesd. De meeste nationale telefoonmaatschappijen hebben dan ook hun positie als marktleider kunnen behouden, zowel wat de vaste en de mobiele telefonie als wat internet betreft.

 

Een toekomst met vraagtekens

Wat de toekomst van de telecommaatschappijen in de eerste plaats onzeker maakt is het feit dat de twee belangrijkste markten waarop ze actief zijn, de vaste en de mobiele telefonie, verzadigd zijn, en in het geval van de traditionele telefonie zelfs achteruitgaan.

Enerzijds lijdt de vaste telefonie onder het feit dat de markt opengesteld werd voor concurrenten en de kans is groot dat de concurrentie in de toekomst alleen maar zal toenemen. Anderzijds wordt de traditionele telefonie aangevreten door de komst van de gsm en het succes van sms’jes en ander elektronisch verkeer. De achteruitgang werd de laatste jaren grotendeels opgevangen door de groei van de mobiele telefonie, maar gezien de hoge penetratiegraad van de mobieltjes in Europa, is het weinig waarschijnlijk dat dat in de toekomst zo zal blijven. Van de activiteit als internetprovider moet er op korte termijn ook niet veel heil verwacht worden. Deze afdeling groeit wel sterk, maar voorlopig genereert ze maar een klein deel van de omzet.

De traditionele vaste telefonie wordt ook nog belaagd vanuit een andere hoek, te weten die van nieuwe technologieën, bijv. telefoneren via internet. Dat kan nu via de kabel (ADSL-verbinding) of rechtstreeks van computer naar computer (speciale software). De kans is groot dat deze technologie het niet alleen mogelijk zal maken om goedkoper te telefoneren, maar ook om tal van andere diensten zoals visiofonie aan te bieden. Met een andere technologie, de WIFI-norm, kunnen twee laptops binnen een straal van enkele honderden meters draadloos op een netwerk (bijv. internet) inloggen en tegen zeer hoge snelheid gegevens doorsturen. Op termijn zou deze technologie een deel van de inkomsten kunnen opslorpen waarop de mobilofoonoperatoren na de lancering van de fameuze UMTS gerekend hadden.

En ten slotte is het mogelijk dat de voor concurrentie bevoegde overheden hun beleid verstrakken omdat ze van mening zijn dat de hoge rendabiliteit van de telecomgroepen haar oorsprong vindt in een gebrek aan concurrentie. Zo verplichten de jongste Europese richtlijnen de mobiele operatoren die over een eigen netwerk beschikken om de prijs te verlagen waartegen ze hun infrastructuur verhuren aan concurrenten zonder eigen netwerk. Mogelijk worden er ook nieuwe tariefverlagingen voor gesprekken van vaste naar mobiele telefoons opgelegd.

 

EVOLUTIE TELECOMSECTOR EN WERELDBEURSINDEX


Het optimisme van de late jaren 90 is goed en wel voorbij. De telecomsector (vet, basis 100) blijft ver achter bij het gemiddelde. Selectiviteit blijft geboden.

 

 

Marketing wint aan belang

Voor de telecomoperatoren die er dankzij de kostenreducties van de laatste jaren in geslaagd zijn om hun rendabiliteit te herstellen is de eerste bekommernis nu ze er financieel iets beter voor staan om hun marktaandelen te beschermen. Aangezien de markten waarop ze actief zijn het verzadigingspunt bereikt hebben of zelfs voorbij zijn zullen ze het vooral moeten hebben van een uitgekiende en gerichte marketingstrategie. Daarvoor moeten ze de noden van hun klanten beter leren kennen zodat ze weten met welke diensten ze in de toekomst het meeste klanten kunnen houden of eventueel lokken. In dat opzicht heeft het feit van op drie domeinen actief te zijn onmiskenbaar voordelen. Het maakt het mogelijk om een geïntegreerde service (vaste/mobiele telefonie en internet) aan te bieden en vergroot de kans om een nieuwe groeipool te vinden als een nieuwe communicatietechnologie ontwikkeld wordt die zich op een van die drie markten ent (bijv. telefoon via internet).

 

Voorzichtig investeren een must

Om de toekomst veilig te stellen zal er echter meer nodig zijn dan het behoud van marktaandelen. We zijn ervan overtuigd dat de telecomgroepen meer moeten investeren in nieuwe technologieën, zelfs al wordt de achteruitgang van hun traditionele activiteiten daardoor versneld en al staat het niet vast of de nieuwe diensten winst zullen opleveren, en zo ja, hoeveel. Daarbij mogen ze uiteraard de lessen uit het recente verleden niet vergeten en zich niet laten verleiden tot te riskante of te dure investeringen, genre UMTS-licenties. Zo lijkt het ons aangewezen om te investeren in de verbetering van de bestaande infrastructuren of er zelfs nieuwe te creëren teneinde beter te kunnen inspelen op de verwachte doorbraak van de telefonie via internet. Op dat vlak staan British Telecom en Belgacom momenteel het verst. De telecomoperatoren zouden ook een belangrijke rol kunnen spelen bij het integreren van de verschillende communicatiekanalen (telefoon, informatica en internet) binnen bedrijven. Een andere interessante innovatie lijkt ons televisie via ADSL, een dienst die France Télécom reeds op haar thuismarkt aanbiedt. En ten slotte is er de fameuze UMTS, de mobiele telefonie van de derde generatie. We verwachten in een nabije toekomst geen wonderen van deze technologie, zelfs al zal ze de inkomsten per abonnee gevoelig doen toenemen.

 

Voorzichtig met overnames

Op het eerste gezicht lijkt het idee om via overnames zijn positie op een verzadigde markt te verstevigen en zijn omzet snel op te krikken erg aanlokkelijk, temeer daar de schaalvoordelen uit dergelijke operaties de overnemer besparingen kunnen opleveren. De voorwaarde is dan wel dat er geen te hoge prijs betaald wordt. Bovendien is in een recent verleden ook duidelijk geworden dat fusies of andere samenwerkingsverbanden tussen telecomgroepen van verschillende nationaliteit over het algemeen niet zo veel synergieën opleveren. Dat blijkt bijv. uit het feit dat de rendabiliteit van Vodafone niet beduidend hoger ligt dan die van zijn concurrenten, terwijl de Britse groep binnen de sector overnamekampioen is en de enige is die zijn aanwinsten min of meer verteerd heeft.

 

Aandeelhouders niet vergeten

Het lijkt ons aangewezen dat de telecomgroepen hun aandeelhouders laten meedelen in hun hervonden rendabiliteit en hen met een gul dividend belonen. Dat een dergelijke politiek van herverdeling van de rijkdommen het risico op onbezonnen overnames beperkt, is mooi meegenomen. Bovendien werkt een hoog dividend koersondersteunend, waardoor de risicograad vermindert.

 

Besluit

De meeste telecomoperatoren zijn nu winstgevende ondernemingen met een stevige positie op hun sleutelmarkten. Maar allerhande gevaren (nieuwe technologieën, concurrentie, strakkere reglementeringen, onbezonnen overnames) kunnen het prille winstherstel in het gedrang brengen. Volgens ons moeten de operatoren de teugels in handen nemen en opnieuw voorzichtig beginnen investeren, temeer daar de meeste er nu de middelen toe hebben. De groepen die nog problemen hebben met hun schuldenlast moeten uiteraard extra voorzichtig zijn. We geven in ieder geval de voorkeur aan de ondernemingen die financieel het sterkst in hun schoenen staan en over de middelen beschikken om de technologische uitdagingen aan te gaan en die hun aandeelhouders in hun rijkdom laten delen.

 

Adviezen

· Belgacom (25,51 EUR) is momenteel het enige telecomaandeel uit onze selectie dat op ons aankooplijstje staat. De vroegere Belgische staatsmonopolist is financieel kerngezond. De verwachte omzetgroei op lange termijn is eerder beperkt, maar daar staat tegenover dat de groep een aantrekkelijk investeringsprogramma heeft, met o.m. het Broadway-project, een optische vezel die de ontwikkeling van de telefonie via internet kan bevorderen. Er worden mooie dividenden in het vooruitzicht gesteld en het risico op ongelukkige overnames lijkt ons beperkt. U mag dit correct gewaardeerde aandeel kopen.

· British Telecom, Telefonica en Vodafone mogen in portefeuille blijven.

British Telecom (180,25 pence) lijkt op het eerste gezicht een aankoop waard : het aandeel is goedkoop, de financiële situatie is gezond en de onderneming keert een hoog dividend uit. De langetermijnvooruitzichten worden volgens ons echter ernstig beknot door het feit dat de groep enkel actief is in de vaste telefonie (traditionele gesprekken en internet) en afwezig is op de markt van de mobiele telefonie. De traditionele vaste telefonie is immers op haar retour en zal het grootste slachtoffer zijn van technologische innovaties. Houden, maar niet kopen.

Telefonica (12,83 EUR) heeft onmiskenbaar troeven : een mooi groeipotentieel op lange termijn dankzij sterke positie in Latijns-Amerika en een aandeelhoudersvriendelijk beleid (hoog dividend, terugkoop eigen aandelen). Maar de recente belangrijke overname van de Latijns-Amerikaanse mobilofonieactiviteiten van het Amerikaanse BellSouth doet ons vrezen voor een wijziging in de tot nu toe voorzichtige overnamepolitiek, wat de financiële gezondheid zou kunnen aantasten. Het aandeel is bovendien op het randje van duur. Houden, maar niet meer kopen.

Vodafone (137,50 pence) heeft dankzij zijn omvang en zijn ruime geografische dekking een streepje voor op zijn concurrenten, maar de recente drieste overnamepogingen (mislukt bod op AT&T Wireless) maken ons voorzichtig. Correct gewaardeerd aandeel. Houden, maar niet kopen.

· De overige telecomaandelen uit onze selectie, Deutsche Telekom France Telecom, KPN en Telecom Italia laat u best links liggen. Mobistar (54,60 EUR) kopen we evenmin. De groep wordt ongetwijfeld goed beheerd en boekte de laatste jaren, met name in 2003, mooie resultaten, maar we vrezen dat het lastig zal worden om die prestatie te herhalen omdat de mobilofoniemarkt steeds moeilijker wordt. Bovendien is het aandeel duur. Afblijven.

 

MOBIELE (vet, basis 100) EN VASTE OPERATOREN

 

De liberalisering van de sector en de torenhoge schulden deden de beleggers duidelijk de voorkeur geven aan de mobiele operatoren boven de traditionele.

 


Deel dit artikel