Analyse
Onder de loep : ENI 14 jaar geleden - maandag 8 maart 2004

ONDER DE LOEP


ENI

 

SECTOR:   energie en nutsbedrijf
BEURS:     Milaan
KOERS:     16,11 EUR
RISICO:    *

 

Terwijl het steeds lastiger wordt om nog makkelijk exploiteerbare olievelden te ontdekken en de grote maatschappijen er slechts met moeite in slagen om hun productie te verhogen, boert het relatief kleine ENI helemaal niet slecht. U mag nog kopen.

 

Meer dan alleen olie

 

ENI, dat nog voor 30 % in handen is van de Italiaanse staat, is op basis van het productievolume de 7de grootste oliegroep ter wereld. Naast de traditionele petroleumactiviteiten (exploratie & productie, raffinage & distributie en chemie) is de groep ook actief in de gassector (transport via Snam en Rete Gas en distributie via Italgas), in de elektriciteitsproductie (Enipower), in de dienstverlening aan de olie-industrie (Saipem) en in engineering (Samprogetti). In vergelijking met de “echte” petroleumreuzen hebben de gas- en elektriciteitsactiviteiten een relatief groot gewicht (samen 38 % van het bedrijfsresultaat ), waardoor ENI minder gevoelig is voor de schommelingen van de olieprijs en voor de wisselkoers euro/dollar. Dankzij het defensieve karakter van deze nutsvoorzieningen is ENI een van de minst riskante olie-aandelen.

 

Stroomopwaarts sterk

 

Terwijl de drie groten van de sector, Royal Dutch, Exxon Mobil en BP grote problemen hebben om hun reserves te vernieuwen en hun productie te vergroten, maakt ENI zich sterk om tussen dit en 2007 het aantal geproduceerde vaten elk jaar met gemiddeld 5 % te doen toenemen, wat vergelijkbaar is met de groeivoet die Total beoogt. Net als deze Franse oliemaatschappij is de Italiaanse groep zwaar blijven investeren in de tak exploratie & productie, haar belangrijkste (60 % van het bedrijfsresultaat) en meest rendabele divisie, toen de olieprijs op het einde van de jaren negentig ineenzakte. O.m. via een drietal overnames (British Borneo en Lasmo in de Noordzee en het Noorse Fortum) slaagde ze erin haar bewezen oliereserves en haar gasproductie snel en beduidend op te krikken. Dankzij de aanzienlijke productiecapaciteit waarover ze beschikt en de geografische diversificatie van haar voorraden (Noord- en West-Afrika, Noordzee, Kaspische Zee) kan de groep in grootscheepse projecten rivaliseren met haar grote concurrenten. Bewijs, haar post als (enige) operator en haar participatie van 17 % in het Kashagan-project in de Kaspische Zee, het grootste olieveld dat de laatste 30 jaar werd ontdekt en dat in 2008 in productie gaat. Inzake rendabiliteit ondervindt ENI wel nadeel van zijn kleine omvang (minder schaalvoordelen…), maar volgens ons zal de situatie geleidelijk verbeteren met het in productie nemen van olievelden in regio’s met lage exploitatiekosten zoals Noord- en West-Afrika. Bovendien blijft de groep haar petroleumactiva verder rationaliseren (afstoten van niet-strategische participaties, concentratie op regio’s met hoog groeipotentieel…).

 

Adequate strategie in aardgas

 

Al bij al heeft ENI de liberalisering van de Italiaanse gasmarkt, waar het nagenoeg alleenheerser was en ruime bedrijfsmarges realiseerde, vrij goed overleefd. Tegen 2009 moet het marktaandeel van de groep in het transport en de distributie van gas wel teruggebracht zijn tot 61 % (75 % in 2002). Op een “vrijgemaakte” markt staan de marges uiteraard onder druk, maar o.i. nam ENI de juiste strategische beslissingen. Zo ging de groep op zoek naar groei op beloftevolle buitenlandse markten zoals Spanje (overname van Union Fenosa), Portugal (Galpenergia) en Duitsland (GVS). Daarnaast nam ze participaties in de projecten Blue Stream (gaspijpleiding Rusland-Turkije) en Green Stream (Libië-Italië), zodat ze zich tegen aantrekkelijke voorwaarden kan bevoorraden. Anderzijds heeft ze in Italië een divisie “Energie” opgericht die warmtekrachtcentrales (centrales op gas die warmte en elektriciteit produceren) bouwt op de productiesites van ENI (raffinaderijzen, chemische fabrieken). De aldus geproduceerde stroom die in de eigen fabrieken aangewend of verkocht wordt, is niet alleen goedkoop, maar bovendien telt het gas dat in de centrales verbruikt wordt, niet mee voor de berekening van het (geplafonneerde) marktaandeel in gas dat ENI in Italië heeft.

 

Vooruitzichten en advies

 

Terwijl de meeste petroleummaatschappijen de laatste tijd met weinig opbeurend nieuws kwamen (middelmatige resultaten, verzwakkende vooruitzichten) zorgde ENI voor een aangename verrassing. De groep realiseerde in 2003 een courante winst van 1,46 EUR per aandeel, een groei met 21 % t.o.v. 2002. De stijging van de productie (+6,1 %) en de hogere brandstoffenprijzen volstonden ruimschoots om de daling van de dollar tegenover de euro en de zware verliezen in de petrochemietak te compenseren. Aangezien er een daling van de olieprijzen verwacht wordt, rekenen we voor dit jaar op slechts 1,32 EUR winst per aandeel.

Toch blijven we vertrouwen hebben in ENI. Natuurlijk blijft zijn kleine omvang zijn belangrijkste handicap, maar we geloven dat de groep er zal in slagen om haar rendabiliteit op te krikken tot in de buurt van die van haar grote concurrenten dankzij de goede vooruitzichten voor de divisies exploratie & productie en gas & energie en een mogelijk herstel in de petrochemietak (die nog altijd te koop staat). We wijzen er ook op dat ENI bij de concentratie van de sector die vroeg of laat verwacht wordt, een actieve rol zou kunnen spelen, maar op korte termijn zien we de situatie niet ingrijpend veranderen.

Correct gewaardeerd aandeel, laag risicoprofiel en hoog dividendrendement. U mag nog altijd kopen.

 

EVOLUTIE ENI EN OLIESECTOR

 


Sinds begin 2002 overvleugelt ENI (vet, basis 100) zijn sectorgenoten en op grond van de goede vooruitzichten moet het aandeel zijn voorsprong kunnen behouden. Koopwaardig.

 

Deel dit artikel