Analyse
In de ban van de sterke euro 14 jaar geleden - maandag 2 juni 2003

IN DE BAN VAN DE STERKE EURO

De markten waren in mei vooral in de ban van de sterke euro. Ondertussen is het hopen op een Europese renteverlaging die de economie weer de sporen kan geven, want bij de bedrijven is ondanks bemoedigende resultaten en enkele positieve economische cijfers onzekerheid nog steeds het sleutelwoord.

Europese renteverlaging onvermijdelijk

Op de wisselmarkten ging de meeste aandacht weer uit naar de aanhoudende koersstijging van de euro ten opzichte van de andere munten. De Europese eenheidsmunt bereikte zelfs een historisch hoogtepunt ten opzichte van de dollar. En aangezien de monetaire overheden aan beide zijden van de Atlantische Oceaan momenteel geen aanstalten lijken te maken om maatregelen te nemen die de huidige koersverhoudingen kunnen wijzigen, kan de trend van de koersstijging van de euro wellicht nog wat aanhouden. De Amerikaanse Federal Reserve ziet in de lage dollarkoers immers een middel om de Amerikaanse economie via een toenemende export opnieuw in de steigers te helpen en het tekort op de handelsbalans te verminderen, terwijl de Europese centrale bank (ECB) de sterke euro beschouwt als een bondgenoot om de inflatie te bedwingen. Maar of de redenering van beide centrale banken ook de juiste is, zal nog moeten blijken. De inflatiedreiging van de afgelopen maanden in Europa had immers niets te maken met sterke economische prestaties, aangezien ze het gevolg was van diverse belastingverhogingen en van de stijging van de olieprijs. Sinds het einde van de oorlog in Irak is de olieprijs trouwens flink gedaald en dat leidde ook tot een forse verlaging van de Europese inflatie. Fundamenteel gezien vormen prijsstijgingen dan ook niet langer een bedreiging voor de Europese economie. En in de Verenigde Staten zou het best wel eens kunnen dat de koersdaling van de dollar niet volstaat om de buitenlandse handelsbalans weer in evenwicht te krijgen. Want het leeuwendeel van het tekort daarop is het gevolg van de handelsbetrekkingen met China en Japan. Voor China geldt echter een systeem met een vaste wisselkoers ten opzichte van de dollar, terwijl Japan alles in het werk stelt om te vermijden dat de yen te duur wordt ten opzichte van de dollar. Kortom, de terugval van de dollar, heeft eigenlijk vooral nadelige gevolgen voor de Europese exportbedrijven en dus voor de Europese economie. In eerste instantie kan de Amerikaanse economie daar wel garen bij spinnen, maar op termijn is een zwakke Europese economie ook nefast voor de Amerikaanse export. Ondertussen is als gevolg van de vrees voor deflatie en het vooruitlopen op mogelijke renteverlagingen, de obligatierente voort gedaald. De daling van de olieprijzen, de sterkte van de euro en het feit dat de Europese consumenten de vinger op de knip houden, beperkt niet alleen het inflatiegevaar, maar doet zelfs vrezen voor deflatie, met name in Duitsland. Om dat tegen te gaan moet de ECB dringend werk maken van een nieuwe renteverlaging, want niets rechtvaardigt momenteel dat de Europese obligatierente twee keer zo hoog ligt als de Amerikaanse.

Jojobewegingen op de beurzen

De Europese beurzen klokten na een maand met heel sterke koersschommelingen eind mei toch hoger af dan eind april. De Britse en de Amerikaanse aandelenmarkt gingen weliswaar vooruit, maar omgezet in euro beperkt de winst zich voor de Belgische belegger tot 1,6 % op de beurs van Londen en 0,3 % op de beurs van New York. Na de sterke prestaties in april en de over het algemeen goed meevallende kwartaalresultaten, begonnen de aandelenmarkten onder een goed gesternte aan mei. Delhaize boekte weliswaar minder omzet, maar kon onder meer door een goede kostenbeheersing toch een hogere winst laten optekenen. Brantano, profiteerde van de goede gang zaken op de Belgische en Britse markt, wat zich vertaalde in een daling van het kwartaalverlies. KBC bood beter weerstand aan de moeilijke omstandigheden dan zijn concurrenten, al heeft de bank wel nog enkele netelige dossiers op te lossen in Oost-Europa. Positief was ook dat Deutsche Telekom, dank zij de verhoogde rendabiliteit in vaste telefonie, en de positieve ontwikkelingen bij zijn Amerikaanse dochter UST-Mobile, weer winst boekte.

En de kostenbesparingen bij de Britse farmagigant GlaxoSmithKline bezorgden het bedrijf iets betere resultaten dan verwacht. Opvallend is trouwens dat alle bedrijven heel voorzichtige voorspellingen maken voor het tweede kwartaal en voor de tweede jaarhelft of dat ze zich zelfs helemaal niet aan voorspellingen durven wagen. De koersstijging van de euro en het feit dat het nog altijd wachten is op een renteverlaging door de Europese centrale bank, zorgden er trouwens voor dat de aandelenkoersen uiteindelijk weer bijna helemaal de winst die ze begin mei hadden geboekt in rook zagen opgaan. Vooral de automobielsector - en met name DaimlerChrysler en Volkswagen - wordt zwaar getroffen door de koersstijging van de euro. De verzekeringssector leed van zijn kant onder de conclusie van een analyse die zegt dat de koersdaling van de dollar zware gevolgen kan hebben voor Europese verzekeraars, zoals bijvoorbeeld Aegon.

De farma-aandelen van bedrijven die sterk aanwezig zijn in de Verenigde Staten leden dan weer onder het risico op een strengere reglementering in het land van Uncle Sam. Tot nu toe was het prijsbeleid daar soepeler dan in Europa, maar daar kan dus ook verandering inkomen.

Dat de olieprijs lichtjes steeg van 24 dollar per barrel in april tot 26 dollar per barrel in mei, speelde dan weer in de kaart van de petroleumaandelen. De technologieaandelen profiteerden op het einde van de maand dan weer van het feit dat het Amerikaanse consumentenvertrouwen is toegenomen en van de opwaartse herziening van de Amerikaanse groeicijfers in het eerste kwartaal.

Deel dit artikel