Analyse
Onder de loep 14 jaar geleden - maandag 24 februari 2003

ONDER DE LOEP

WAT NA HET OLIETIJDPERK ?

Is het de Verenigde Staten om de Iraakse olie te doen ? Een vraag die voor het ogenblik miljoenen mensen bezighoudt. Maar hoe lang kan petroleum eigenlijk nog de spil van onze economie vormen ? Vroeg of laat zullen de reserves immers uitgeput geraken. Bovendien is de verbranding van fossiele brandstoffen een van de belangrijkste oorzaken van het broeikaseffect dat het hele ecosysteem van de aarde dreigt te ontwrichten. Twee redenen voor de bedrijven en de regering om rekening te houden met een radicale verandering van het energielandschap. Wat staat er allemaal op het spel ? We lichten het probleem voor u toe.

OLIERESERVES NIET EEUWIG

Zodra de helft van de ontginbare petroleumreserves zal zijn opgebruikt, zal de productie beginnen verminderen en de prijs van een vat ruwe olie beginnen stijgen. Maar wanneer zal dat zijn ? Probleem is dat het erg moeilijk is om de ontginbare reserves te meten. Volgens sommige experts zal de zogenaamde productiepiek in 2010 bereikt worden. Anderen gaan ervan uit dat reserves die tot nu toe niet of zeer moeilijk konden ontgonnen worden dankzij de technologische vooruitgang toch toegankelijk zullen worden, en zien de productie slechts vanaf 2040 afnemen. Wat er ook van zij, het tijdperk van de goedkope olie loopt de komende decennia ten einde.

Propere alternatieven

Protocol van Kyoto, kwetsbaarheid van het ecosysteem, wantrouwen ten opzichte van kernenergie of plannen om de kerncentrales te ontmantelen, genoeg andere redenen om op zoek te gaan naar olievervangende alternatieven. De laatste jaren werden talloze projecten om hernieuwbare energiebronnen (water, wind, zon) te exploiteren opgestart. In welke mate het gebruik ervan al is doorgedrongen, verschilt sterk van streek tot streek (zie fig. 1). Er zal hoe dan ook nog veel onderzoek nodig zijn, zowel vanuit technisch oogpunt als om ze concurrentieel te maken. Vraag is ook of windmolens, zonnepanelen enz. ondanks hun onmiskenbaar potentieel in het after-oil tijdperk zullen volstaan om te voorzien in de grote hoeveelheden energie (zie fig. 2) die nodig zijn om de economie draaiende te houden. De laatste tijd wordt er dan ook veel aandacht (en geld) besteed aan waterstof dat op termijn een economisch haalbaar alternatief voor petroleum lijkt te kunnen worden.

DEEL (%) HERNIEUWBARE ENERGIE IN ELEKTRICITEITSPRODUCTIE


Hernieuwbare energiebronnen genereren slechts 15 % van de Europese stroom. België is niet bepaald een voortrekker.

Water, olie van de toekomst ?

Zuivere waterstof is op aarde niet te vinden. Om dit element op grote schaal voor de opwekking van energie te kunnen gebruiken moet het geproduceerd worden. Vandaag wordt waterstof meestal op basis van aardgas gewonnen, maar er is een andere methode, de elektrolyse. Daarbij wordt water door middel van elektriciteit (die kan opgewekt worden door wind- of zonne-energie) gesplitst in zuurstof en waterstof; een brandstofcel zet daarna de energie van de waterstof om in elektriciteit.

Economen en groenen verzoend

Vanuit groen oogpunt biedt waterstofenergie het voordeel dat er slechts onschuldige waterstoom in de atmosfeer terechtkomt. Economisch gezien kan waterstof in de toekomst tal van landen onafhankelijk maken wat hun energiebevoorrading betreft aangezien de grondstof (water) ruimschoots beschikbaar is.

De kostprijs

Momenteel blijft waterstof produceren duur. Om het massaal als energiebron te kunnen gebruiken moeten er ook nog tal van problemen i.v.m. de fabricage, de opslag en de distributie opgelost worden. De drie economische grootmachten zullen allicht de kar duwen : de Europese Commissie steunt onderzoekprogramma's, Bush trekt geld uit voor de ontwikkeling van de waterstofcel en probeert de Amerikanen voor deze technologie warm te maken en Japan dat voor zijn energiebehoeften op import aangewezen is, heeft er alleen maar belang bij. Allicht zullen de nodige investeringen in eerste instantie het evenwicht van de begrotingen in gevaar brengen, maar de nieuwe markten die de nieuwe technologie kan ontsluiten moeten op termijn de financiële situatie weer in evenwicht brengen.

De een zijn dood, ...

De olie-exporterende landen zullen natuurlijk minder blij zijn met deze ontwikkelingen. Ze zijn immers sterk afhankelijk van het zwarte goud en ze zijn zeer slecht voorbereid op een trendommekeer. Ook de ontwikkelingslanden dreigen het slachtoffer van deze evolutie te worden. Immers, als de westerse landen erin slagen om hun uitstoot van broeikasgassen via het gebruik van propere energie te beperken, zal het principe van de "vervuiler betaalt" aan kracht winnen, met alle gevolgen van dien voor de arme landen die bij gebrek aan middelen hun vervuilend productie-apparaat zullen blijven gebruiken.. Een herverdeling van de wereldrijkdommen moet er van de overstap naar waterstof dus niet verwacht worden. Het zijn immers de rijkste landen die zich het best op de overschakeling kunnen voorbereiden en die over de technologie en over de patenten zullen beschikken.

DE INDUSTRIE NA HET OLIETIJDPERK

Hoe bereiden de grote industriële groepen die er het dichtst bij betrokken zijn zich op de onttroning van koning olie voor ? Zijn de effecten nu al zichtbaar ? En wat zullen ze in een iets verdere toekomst doen ?

Autosector

· Technische vooruitgang

Aangespoord door de overheid en onder druk van de groenen doen de autoconstructeurs al lang onderzoek naar minder vervuilende motoren. Naast de elektrische motor die niet langer als een serieus alternatief lijkt beschouwd te worden, knobbelden de ingenieurs nog twee mogelijkheden uit.

– de hybride motor die twee energiebronnen combineert : een op benzine lopende thermische motor produceert stroom die een elektrische motor aandrijft. Op die manier zou het benzineverbruik met 10 à 50 % dalen. Toyota en Honda commercialiseren al wagens met een hybride motor, maar gezien hun prijs (30 à 40 % duurder dan een traditionele motor) werden tot nu toe slechts 160 000 stuks verkocht. Bovendien blijft het systeem afhankelijk van fossiele brandstoffen en kan het dus niet beschouwd worden als een volwaardige oplossing voor een olieloze toekomst. Het is enkel geschikt voor de overgangsperiode.

– De waterstofmotor lijkt een betere kans te maken. DaimlerChrysler gebruikt hem al voor bussen en Toyota en Honda voor personenwagens in China en Californië. Maar hij blijft onbetaalbaar. Voorts moet er ook een distributienet opgezet worden. Een doorbraak moet ten vroegste over 15 jaar verwacht worden.

· En uw auto-aandelen ?

Moeilijk nu te voorspellen welke constructeur in het olieloze autolandschap van morgen als overwinnaar uit de bus zal komen. Ondertussen blijven we een aantal auto-aandelen voor aankoop aanbevelen : Volkswagen omwille van zijn sterke positie in het segment van de dieselmotoren, momenteel de minst vervuilende en de zuinigste. Renault lijkt ons interessant omwille van de vernieuwing van het gamma. DaimlerChrysler mag u kopen met het oog op de gunstige effecten van de herstructurering. Peugeot laat u beter links liggen.

Petroleumsector

· De eerste stappen

De grote petroleumgroepen blijven wel massaal in aardolie investeren, maar krijgen toch stilaan meer aandacht voor andere energiebronnen, zoals aardgas, waarvan nog grotere reserves bestaan en dat minder vervuilt.

Terwijl de Amerikaanse groepen de inspanningen tot een minimum beperken (ExxonMobil heeft zijn investeringen in hernieuwbare energiebronnen bijv. stopgezet, wegens niet winstgevend genoeg, maar zou wel interesse hebben voor de brandstofcel) lijken hun Europese concurrenten een meer toekomstgerichte strategie te volgen. Royal Dutch/Shell heeft bijv. een scenario uitgewerkt met een belangrijke rol voor de alternatieve energiebronnen, BP zoekt het vooral in de zonne-energie, terwijl TotalFinaElf eerder op kernenergie mikt.

En uw olie-aandelen ?

Welke projecten momenteel ook lopen, in de huidige stand van zaken kan men niet voorspellen welke groep met het meeste succes zal omgeturnd worden tot een energiebedrijf dat waterstof kan produceren, stockeren en verdelen. Vergeten we ook niet dat waterstof momenteel uit aardgas gewonnen wordt. Voor groepen met een sterke positie in de aardgasproductie zal de overstap naar waterstof het makkelijkst zijn. Om die reden hebben wij een voorkeur voor het Italiaanse ENI (kopen). BP (houden) en Royal Dutch /Shell (houden) kunnen ons niet bekoren omdat ze problemen hebben met de autonome groei van hun brandstoffenproductie, voorlopig nog het belangrijkste criterium op korte termijn. TotalFinaElf mag gezien de goede vooruitzichten in de exploratie/productie opnieuw gekocht worden. Exxon Mobil (niet kopen) en Repsol (niet kopen) zijn te duur.

Chemiesector

· De groene chemie

De vrees is ongegrond dat met de petroleum ook de industriële chemie verdwijnt. Alle cosmeticaproducten, plastics enz. die nu op basis van fossiele brandstoffen gemaakt worden, zullen in de toekomst uit plantaardige en dus hernieuwbare grondstoffen kunnen gewonnen worden. Er moet nog wel aan de productiekosten gesleuteld worden. Waterstof kan de chemische industrie van de toekomst ook een nieuw elan geven.

· En uw chemie-aandelen ?

Du Pont produceert componenten voor de brandstofcel, terwijl Air Liquide zo'n cel ontwikkelt om bijv. gebouwen te verwarmen. Interessante ontwikkelingen, maar niet voldoende om de aankoop van beide aandelen nu te rechtvaardigen.

NOG EEN LANGE WEG TE GAAN

Er is geen ontsnappen aan : de overgang naar een nieuw energietijdperk zal diepgaande aanpassingen van de economie in haar geheel vergen. Zowel de privé-bedrijven als de regeringen beginnen zich erop voor te bereiden. De overgang zal natuurlijk niet ineens gebeuren, maar in verschillende stappen. Mogen we ervan uitgaan dat de overgangsperiode al echt begonnen is ? Hoelang zal ze duren ? En zo zijn we terug bij ons beginpunt : hoe lang kunnen we nog voort met de ontginbare oliereserves en hoe lang kunnen we nog rekenen op een redelijke prijs voor een vat ruwe olie. En de Verenigde Staten, de motor van de wereldeconomie, blijven die niet te veel vastzitten in de "petroleumlogica"? Of mogen we vertrouwen op het reactievermogen waarvan ze in het verleden al dikwijls het bewijs leverden ?

Zolang die vragen onbeantwoord blijven, is het voor een belegger onmogelijk te bepalen welke strategische positie hem zal toelaten een graantje mee te pikken van de doorbraak van de nieuwe energiesystemen. Ondertussen houdt u best rekening met bovenstaande adviezen. Ze passen dan wel grotendeels in een erg petroleumgebonden logica, maar niets belet de bewuste belegger om de metamorfose nauwlettend op te volgen en op het juiste ogenblik zijn positie aan te passen. U kunt daarbij uiteraard op ons rekenen.

ENERGIE NODIG VOOR 1 000 EUR PIB (equivalent kg aardolie)


De Europese en de Japanse economieën zijn minder energieverslindend dan de Amerikaanse, maar met de uitbreiding van de EU zou het Europese gemiddelde onder druk kunnen komen.

 

Deel dit artikel