Dossier

Dossier voedingsadditieven

12 augustus 2015
additifs

12 augustus 2015

Als consument geraakt u zonder hulp al lang niet meer wegwijs tussen al die additieven in uw voeding. Waarvoor dienen ze? En zijn ze allemaal onschadelijk? Een stand van zaken.

Wilt u voor een specifiek E-nummer opzoeken wat het nut is, en of er eventueel risico's aan verbonden zijn?

Gelukkig is het gebruik van additieven bij wet geregeld. De wetgeving bepaalt enerzijds algemene principes voor het gebruik, anderzijds somt ze de toegelaten additieven op. Jammer genoeg worden die mooie principes vaak met voeten getreden. Zelfs als ze onschadelijk zijn, zouden additieven enkel moeten worden gebruikt als het echt niet anders kan. Ook de consument kan iets ondernemen.

Algemene principes

  • Met de huidige wetenschappelijke kennis als richtsnoer, mogen additieven nooit risico's inhouden voor de gezondheid.
  • Ze mogen enkel worden gebruikt als ze technisch gezien onmisbaar zijn, d.w.z. als er geen andere oplossing is.
  • Ze mogen geen kwaliteitsgebreken maskeren of de consument om de tuin leiden met betrekking tot de werkelijke aard en samenstelling van het product.

Lijst van toegelaten additieven

Enkel de additieven die vermeld staan in de lijst die door de Europese Unie werd opgesteld, zijn toegelaten. Ook de voedingsmiddelen waarin ze mogen worden gebruikt en de maximale doses liggen vast. In de lijst worden toegelaten additieven per voedingscategorie opgesomd. Elke stof heeft een code die meestal met de letter E (van Europa) begint en 3 of 4 cijfers bevat. De codes zijn dezelfde in heel de Unie.

Principes met voeten getreden

De wetgeving schiet volgens ons op een aantal vlakken nog tekort. Zo zijn voor bepaalde kleurstoffen geen maximumlimieten vastgelegd, terwijl diezelfde stoffen wel ADI-waarden kregen, waarmee dus wordt toegegeven dat ze toxicologisch een probleem zouden kunnen vormen. Wij begrijpen niet waarom er dan niet meteen een maximum voor wordt gedefinieerd.

Wij hebben ook bedenkingen bij de manier waarop de Europese voedselautoriteit (EFSA) de herevaluatie van bepaalde additieven, die tegen 2020 moet zijn afgerond, doorvoert. In sommige gevallen baseert zij de beoordeling van de blootstelling van consumenten aan additieven immers op gegevens die de industrie levert. Wij pleiten er veeleer voor dat onafhankelijke data het beleid sturen opdat er nooit overschrijdingen van de ADI-waarden mogelijk zouden zijn.

Tot slot vinden wij dat kleurstoffen die als "twijfelachtig" staan geboekstaafd, volledig uit de voeding moeten verdwijnen, zeker wanneer ze misleidend zijn voor consumenten. De zes zogenaamde "Southamptonkleurstoffen" zijn daar een voorbeeld van. Ze staan ter discussie vanwege vermeende effecten op het gedrag van kinderen. Waarom ze dan niet bannen, gewoon uit voorzorg?

Onschadelijk, die additieven?

Aangezien de toxicologische dossiers die als basis dienen voor de toelating van additieven soms reeds verouderd of ontoereikend zijn en bovendien geen rekening houden met de evolutie van de productie- en bewaartechnieken, bevat de additievenlijst nog twijfelachtige en nutteloze stoffen of laat ze te hoge doses toe. Ook de voorafgaande toxiciteitonderzoeken roepen vragen op.

  • De proeven gebeuren op dieren. Die reageren niet noodzakelijkerwijs op dezelfde manier op deze stoffen als de mens. De verscheidenheid aan individuele reacties is groter bij de mens dan bij labodieren.
  • Sommige effecten zijn moeilijk vast te stellen bij dieren (hoofdpijn en depressie bijvoorbeeld).
  • De toegelaten dagelijkse hoeveelheden houden geen rekening met de mogelijke overgevoeligheid van bepaalde personen.
  • De onderzoeken naar toxiciteit hebben het nooit over de gecombineerde werking van additieven die samen worden ingenomen. Dat alles sterkt ons in onze opvatting: additieven zouden enkel mogen worden toegelaten als ze onmisbaar zijn en hun gebruik, dat in theorie beperkt blijft, moet veel strenger worden gecontroleerd.

Ons standpunt 

Wij zijn sinds jaar en dag voorstander van de politiek van het kleinste risico. Daarom zijn we nog niet principieel gekant tegen elk gebruik van additieven in de voeding. Wij vinden wel dat de toevoeging van voedingsadditieven moet worden onderworpen aan strikte voorwaarden:

  • Ze moeten technisch onmisbaar zijn en ze mogen pas worden toegelaten als er geen andere redelijke oplossing bestaat.
  • Ze mogen geen risico inhouden voor de gezondheid van de consument. De wetgeving en de toelatingen zouden regelmatig moeten worden aangepast aan nieuwe wetenschappelijke inzichten.
  • Ze moeten worden beoordeeld op basis van onafhankelijke data.
  • Ze mogen bij de consument geen verwarring scheppen omtrent de kwaliteit van de ingrediënten. Kleurstoffen, die enkel worden ingezet om de gebrekkige aanblik van een product te verbeteren en de consument te misleiden, moeten worden verboden.
  • Het aantal voedingsgroepen waarin kleurstoffen worden toegelaten, zou moeten worden beperkt. Zo horen ze niet thuis in basisvoedsel, dat we vaak en veel consumeren;
  • Als er dan toch additieven aanwezig zijn in etenswaren, moeten deze duidelijk en begrijpelijk op het etiket worden aangegeven. Dit zou ook zo moeten zijn voor bulkproducten en voor etenswaren die buitenshuis worden gegeten.
  • De zogenaamde Southamptonkleurstoffen (E102, E104, E110, E122, E124 en E129), die hyperactiviteit bij kinderen zouden kunnen veroorzaken, moeten een duidelijkere waarschuwing krijgen. Momenteel is deze nog te onopvallend en liefst zien we deze zes kleurstoffen helemaal uit onze voeding verdwijnen.

Afdrukken Versturen via e-mail