Voeding en gezondheid onder de loep van logo TA
Hoe wij testen

Hoe testen wij jonge kaas?

27 september 2021

Een plakje jonge kaas op je boterham is een klassieker voor in de lunchtrommel en een cruciaal onderdeel van je croque monsieur. Maar welke jonge kaas is de beste? Lees hier over hoe wij verschillende soorten kaas testen en de beste selecteerden. 

Samenstelling

We evalueerden de samenstelling aan de hand van 3 parameters: vetgehalte op droge stof, vetgehalte per 100 g en zoutgehalte op droge stof. 

 

Vetgehalte op de droge stof

Het vetgehalte op de droge stof werd gecontroleerd aan de hand van de specificaties voor de meest typische jonge kazen: BOB Noord-Hollandse Gouda en BGA Gouda Holland. 

Voor volvette kazen is in beide specificaties bepaald dat het vetgehalte op de droge stof tussen 48 en 52% moet liggen. Wij straffen de kazen alleen af als deze meer dan 52% vet bevatten. Kazen met een vetgehalte van minder dan 48% vormen een minder groot probleem. 

Voor vetarme kazen hebben wij uiteraard andere maximumreferenties gebruikt, omdat deze minder vet bevatten. De meeste vetarme kazen hebben een vetgehalte op de droge stof van ongeveer 30%. Wij gebruiken een optimaal bereik van 30-34%. Lichte kazen met meer dan 34% vet op de droge stof worden minder goed beoordeeld. 

Uit onze test bleek dat twee volvette kazen meer dan 52% vet op de droge stof bevatten. En onder de magere kazen, bevatten drie kazen meer dan 34%. 

 

Vetgehalte per 100 gram

Om gezond te blijven, beperk je best de consumptie van verzadigde vetten. Zodra een product 6 g verzadigd vet bevat, krijgt het bij de berekening van zijn Nutri-Score 6 minpunten. 10 g verzadigd vet geeft 10 minpunten. Alle harde kazen bevatten meer dan 10 g verzadigd vet. 

Kijken we vervolgens naar de voedingsrichtlijnen, dan zien we dat het Nederlands Voedingscentrum de grens legt bij kazen met een 30+-waardering (d.w.z. 30% vet/100g droge stof), terwijl Gezond Leven het heeft over een limiet van 20 g vet/100 g. Dit is ongeveer dezelfde als de referentieberekening die wij hier hanteren. 

We gaven de hoogste score aan kazen met maximaal 20 g vet/100 g, een goede score aan kazen tussen 20,5 en 25 g, een gemiddelde score aan kazen met 25 tot 30 g, een lage score aan kazen met 30,5 tot 35 g en een slechte score aan kazen met meer dan 35 g vet/100 g in het product.

In onze test scoorden alle 11 magere kazen hoog. Van de volvette kazen scoorden er 13 gemiddeld, 8 laag en 1 slecht (de Bio Jonge Gouda van de Boni Selectie van Colruyt).

 

Zoutgehalte op droge stof

Het zoutgehalte op de droge stof mag volgens de samenstellingsvoorschriften voor zout niet meer bedragen dan 3,6% voor Noord-Hollandse Gouda en 4% voor Gouda Holland.

Bij de berekening van de Nutri-Score worden 6 negatieve punten toegekend zodra het zoutgehalte hoger is dan 1,35 g/100 g product, wat overeenkomt met ongeveer 2,25% zout op de droge stof (voor een gemiddelde kaas met 60% droge stof).

Het blijkt moeilijk om onder deze drempel te geraken. In onze test bevat slechts 1 kaas minder dan 1,35 g zout/100 g en minder dan 2,25% op de droge stof: de biologische Maasdam Milbona (Lidl).

Het Nederlands Voedingscentrum beveelt kazen aan met minder dan 2g zout/100g product, wat neerkomt op ongeveer 3,33% zout op de droge stof (voor een gemiddelde kaas met 60% droge stof).

In onze test, met een droge stofgehalte dat varieert van 47% tot 65%, ligt de grens van 2g zout/100g product eerder bij 3,6%, de grens voor de Noord-Hollandse Gouda.

We hebben dus de hoogste score gegeven aan kazen met minder dan 2,25% zout op de droge stof (slechts één: Bio Milbona Maasdam van Lidl), een goede score aan kazen met minder dan 3,6% zout (22 kazen) en een gemiddelde score van meer dan 4% (6 kazen). Vier producten kregen voor dit criterium de beoordeling "onvoldoende" (>4% zout op de droge stof).