Waarom gebruiken we cookies? We gebruiken eigen cookies en cookies van derden om de kwaliteit van de navigatie te verbeteren, inhoud te personaliseren, statistieken te genereren, advertenties aan te passen aan je voorkeuren en je interactie met je sociale netwerken te vergemakkelijken. Voor dit doel verwerken we persoonlijke gegevens, zoals je browsergegevens. Als je je bezoek aan onze website voortzet, aanvaard je onze cookies. Als je meer informatie wenst over ons cookiebeleid of alle of sommige cookies wilt annuleren, klik dan hier

Voedseladditieven

Kleurstoffen: strengere controles nodig

27 mrt 2014
Kinderen plezieren met een prachtig versierde cupcake of een lekker snoepje, het lijkt onschuldig. Toch bevatten deze producten soms meer kleurstoffen dan goed is voor hen, zo blijkt uit een onderzoek van Test-Aankoop. De consumentenorganisatie controleerde hiervoor dertig soorten los verkocht snoepgoed, alsook elf producten voor cupcakeversiering op de aanwezigheid van vijftien kunstmatige kleurstoffen en één natuurlijke kleurstof. Vooral de situatie bij het decoratiemateriaal voor cupcakes blijkt problematisch: zeven van de elf onderzochte producten testten positief op de aanwezigheid van twijfelachtige kleurstoffen. Zes ervan bevatten bovendien de zogenaamde Southamptonkleurstoffen, die een invloed zouden kunnen hebben op hyperactief gedrag bij kinderen.  Bovendien werd in twee gevallen de wettelijk toegelaten hoeveelheid fel overschreden. Bij het los verkocht snoepgoed werden minder problemen vastgesteld: geen enkel snoepje bevatte een verboden of Southamptonkleurstof en in iets meer dan de helft werden ook geen andere twijfelachtige kleurstoffen aangetroffen. Test-Aankoop eist dat er strenger wordt toegezien op het gebruik van kleurstoffen. Ze moeten duidelijk worden aangegeven en maximale concentraties moeten zo worden opgesteld dat de dagelijkse norm niet kan worden overschreden.

Cupcakeversiering en snoepgoed onder de loep

Additieven of E-nummers komen relatief vaak voor in onze voeding: niet alleen in felgekleurde snoepjes of frisdrank, maar ook in basisvoedsel zoals beleg of yoghurt. Om eventuele gevaren voor de gezondheid te vermijden, wordt de Aanvaardbare Dagelijkse Inname per kg lichaamsgewicht als maatstaf gehanteerd. Per additief zegt deze ADI hoeveel we ervan als consument dagelijks, gedurende heel ons leven, mogen opnemen, zonder neveneffecten te moeten vrezen. Doordat heel wat producten additieven bevatten, kunnen de dagelijkse limieten voor kleine kinderen echter soms worden overschreden. 

Test-Aankoop onderzocht daarom dertig soorten los verkocht snoepgoed en elf producten voor cupcakeversiering op de aanwezigheid van kleurstoffen, alsook op de concentratie ervan. De consumentenorganisatie beperkte zich in dit onderzoek tot 15 kunstmatige kleurstoffen en één natuurlijke kleurstof. Toch geeft de analyse een goed beeld van de concentratie kleurstoffen die in dergelijke producten – hoofdzakelijk geconsumeerd door kinderen – worden gebruikt.

Meer onderzoek nodig

E-nummers worden aan ons voedsel toegevoegd om de smaak te versterken, de houdbaarheid te verlengen of om het er beter te doen uitzien. Ze hebben zelf echter geen voedingswaarde. Zolang de ADI niet wordt overschreden,  zijn E-nummers in principe niet gevaarlijk. Desalniettemin is er voor bepaalde additieven meer onderzoek nodig om alle mogelijke risico’s uit te sluiten. De zogenaamde “Southamptonkleurstoffen” (E104, E110, E124, E102, E122 en E129) maken deel uit van deze groep twijfelachtige additieven en zouden bij kinderen een invloed kunnen uitoefenen op hun hyperactiviteit.

Vooruitgang op het snoepfront

Een soortgelijk onderzoek dat Test-Aankoop in 2007 uitvoerde, bracht heel wat problemen aan het licht bij het snoepgoed. De geteste snoepjes bevatten toen een aanzienlijke hoeveelheid kleurstoffen met een wettelijke maximumlimiet en vier van de 50 onderzochte producten bleken bovendien wettelijk niet in orde. In het huidige onderzoek daarentegen werden al een pak minder problemen aangetroffen: geen enkel snoepje bevatte nog een verboden of Southamptonkleurstof en iets meer dan de helft testte eveneens negatief op de aanwezigheid van andere twijfelachtige kleurstoffen. Toch dienen ouders alsnog goed te waken over de hoeveelheid die hun kind ervan eet om overschrijding van de ADI te voorkomen.

Situatie cupcakeversiering: problematisch

Bij de cupcakeversieringen bleek de stand van zaken echter niet zo rooskleurig. Zeven van de onderzochte producten bevatten twijfelachtige E-nummers: de gele glazuur van Wilton, de groene rolfondant van Dr. Oetker, de groene suikerpasta van Cake ’n party, de oranje versie van Pastisdecor, de rode kleurstof van Cré by Alice Délice, de vloeibare citroengele kleurstof van Cake ’n party en de rode kleurstof van Vahiné. Slechts in één van deze zeven producten, namelijk de groene rolfondant van Dr. Oetker, werd geen Southamptonkleurstof aangetroffen. 

Bovendien bleken twee ervan, de groene suikerpasta van Cake ’n party en de oranje versie van Pastisdecor, de wettelijk toegelaten concentraties chinolinegeel (E104) fel te overschrijden. Daarbij komt dat de gebruiksaanwijzing van de rode kleurstof van Cré by Alice Délice sterk te wensen overlaat. Daardoor is het product erg moeilijk te doseren. Het etiket geeft aan dat het poeder direct toe te voegen is aan een vloeibare bereiding en in alle andere gevallen moet worden verdund. Als richtlijn geeft de fabrikant “ongeveer 1 gram” mee. Eén gram komt echter overeen met 70 keer de ADI van een kind van 15 kg. Het gevaar op overdosering is dus aanzienlijk groot.

Test-Aankoop eist:

  • dat voor ieder additief met een ADI-waarde, dat dus met andere woorden toxicologisch een probleem zouden kunnen vormen, er ook een wettelijk vastgelegde maximumlimiet bestaat. Vandaag de dag zijn er nog bepaalde kleurstoffen waarvoor dit niet het geval is. 
  • dat maximale concentraties zo worden opgesteld dat de ADI niet kan worden overschreden.
  • dat fabrikanten geen gebruik meer maken van dergelijke “twijfelachtige kleurstoffen”, zeker niet wanneer ze de consument misleiden.
  • dat in de herevaluatie van bepaalde additieven door de Europese Autoriteit voor Voedselveiligheid (EFSA) geen data worden gebruikt die de industrie zelf aanlevert, maar wel onafhankelijke en betrouwbare data. 
  • dat de overheden snel genoeg reageren bij eventuele nieuwe adviezen van en onmiddellijk de wettelijk toegelaten hoeveelheden aanpassen.