Server Error
Server Error
Server Error
Server Error
Consumentenrechten

CETA - Uiteindelijk toch ondertekend

21 nov 2016

Waar staan we na het oorspronkelijke njet van Wallonië ?

Op zondag 30 oktober 2016 werd het CETA handelsverdrag tussen Canada en de EU uiteindelijk toch ondertekend. Door de voorafgaande weigering van het Waalse en Brusselse gewest en de Duitstalige gemeenschap om dit handelsakkoord goed te keuren, is er uiteindelijk (veel te laat?) een ruim maatschappelijk debat losgebroken rond de Europese handelspolitiek. Jammer genoeg verzandde dit debat grotendeels in partijpolitieke spelletjes en communautair geïnspireerde verwijten. Test-Aankoop, dat nog steeds alle Belgische consumenten, zowel ten noorden en als ten zuiden van de taalgrens, vertegenwoordigt en die los staat van alle partijpolitiek, werkt, samen met andere Europese consumentenorganisaties al geruime tijd rond deze problematiek. Een eerste publicatie was er al in Test-Aankoop magazine van april 2015, gevolgd door een 2de publicatie in het tijdschrift van maart 2016. Zodra de definitieve tekst van het akkoord publiek was publiceerde de Consumentenorganisatie, samen met de andere belangrijke middenveldorganisaties (vakbonden, mutualiteiten, milieu- en mensenrechtenorganisaties en de noord- zuid beweging) haar analyse.

 

 

 

Waar staan we, na al het gebakkelei, nu het akkoord is ondertekend? Wat zijn de plussen en de minnen?

Eerst en vooral dient er te worden opgemerkt dat er aan de tekst van het akkoord zelf niks werd gewijzigd. Wel werden er 3 documenten aan toegevoegd:

1.    Een gemeenschappelijke interpretatief instrument opgemaakt dat samen werd opgemaakt door Canada en de EU. Hierin worden een aantal elementen uit het verdrag verduidelijkt.

2.    Een verklaring uitgaande van de Raad van Europa. Hierin worden door de Europese Raad en door een aantal lidstaten bijkomende verduidelijkingen aan en interpretaties van het verdrag gemaakt.

3.    Een verklaring van het Koninkrijk België waarin  afspraken worden gemaakt tussen de Federale staat en de deelstaten over hoe en onder welke voorwaarden het verdrag uiteindelijk zal worden goedgekeurd.

Een eerste discussie die zich opdringt is de juridische waarde van deze bijkomende documenten. Volgens de Waalse regering worden deze documenten integraal aan het verdrag toegevoegd en hebben ze dezelfde juridische waarde als het verdrag zelf. Volgens vele anderen primeert de tekst van het verdrag op deze aanvullende documenten. Het klopt dat de Waalse onderhandelaars het maximale hebben gedaan om deze bijkomende documenten juridisch zo sterk als mogelijk te maken (zo wordt er o.a verwezen naar  artikel 31 van de Conventie van Wenen dat stipuleert dat een bijkomend verklarend document juridisch bindend is). Indien er echter tegenstrijdigheden of onduidelijkheden zijn tussen de oorspronkelijke tekst en de bijkomende teksten, zal de oorspronkelijke tekst de doorslag zal geven.

Consumentenorganisaties staan traditioneel positief ten opzichte van vrijhandelsakkoorden. De overtuiging dat ze voordelen kunnen bieden voor de samenleving in haar geheel en voor de consumenten in het bijzonder, onder de vorm van betere producten en diensten aan voordeliger prijzen, wordt door hen gedeeld.

Ook het CETA akkoord bevat positieve elementen: vrijwillige samenwerking om tot meer uniforme regelgeving te komen, informatie-uitwisseling omtrent product-, geneesmiddelen- en voedselveiligheid, wederzijdse erkenning van goede fabriekspraktijken en certificaten van farmaceutische producten, chemische producten worden buiten het verdrag gehouden, …  Natuurlijk blijven deze positieve elementen behouden.

Er is, tot op vandaag, geen empirische evidentie dat dit akkoord ook een positief effect zal hebben op de consumentenprijzen.

Met CETA worden ook een aantal kansen gemist: bescherming aanbieden bij online aankopen in Canada, roaming tarieven terugdringen,  geo-blocking praktijken aan banden leggen, … Ook hier geen wijzigingen door de bijkomende documenten.

Ten slotte bevat het akkoord een aantal elementen die Test-Aankoop (sterk) verontrusten.

De eerste en voornaamste zorg die de consumentenorganisatie heeft omtrent  het CETA akkoord is de Private arbitrage (ISDS/ICS).Dat bestaat erin dat  buitenlandse investeerders (en alleen zij) overheden kunnen dagvaarden en schadevergoeding van hen eisen wanneer ze vinden dat er maatregelen werden uitgevaardigd die de waarde van hun investeringen verminderen. De bijkomende documenten zorgen voor een aantal belangrijke verduidelijkingen en vooral mogelijke blokkeringen. Een eerste winst is dat bij de voorlopige toepassing van het verdrag (de periode dus tussen de handtekening van  zondag 30 oktober en de definitieve goedkeuring  door alle betrokken parlementen, wat normaalgezien ongeveer 2 jaar zal duren) ICS wordt uitgesloten. Daarnaast verbindt de Belgische Federale regering er zich toe om het advies in te winnen van het Europees Hof van Justitie omtrent de verenigbaarheid van ICS met de Europese verdragen. Dit is zeer  positief want dit is altijd een vraag van het maatschappelijk middenveld geweest (en dus ook van Test-Aankoop) maar noch de Commissie noch de lidstaten wilden dit advies inwinnen (volgens ons omdat ze vrezen dat het advies negatief zal zijn).  Ten slotte staat er zeer expliciet vermeld dat CETA niet zal worden geratificeerd door de parlementen van Brussel, Wallonië en Duitstalige Gemeenschap als ICS zoals het nu in het verdrag staat niet wordt gewijzigd. ICS moet worden omgevormd tot een echte openbare rechtbank met volledig onafhankelijke rechters (in de zin van het Europees Hof van Justitie). Wallonië en collega’s  houden dus wel een belangrijke sleutel in handen om het verdrag alsnog te kelderen.

Een tweede zorg is het voorzorgsprincipe. In het verdrag wordt dit Europese principe onvoldoende expliciet vermeld. Er wordt wel verwezen naar de bepalingen van de Wereldhandelsorganisatie (WTO) maar deze zijn veel zwakker. Bijvoorbeeld is dit het geval in de clausule rond biotechnologie waar beperkingen maar mogen worden opgelegd op basis van ‘scientific based arguments’. Dat klinkt zeer redelijk maar in feite komt het erop neer dat ingrijpen maar mag als het onomstotelijk is aangetoond dat iets schadelijk is voor de mens. In praktijk is er in vele gevallen een marge van onzekerheid of duiken de bewijzen van gevaren pas na jarenlang gebruik op. Juist daarom het ‘voorzorgsprincipe’: eerst moet worden aangetoond dat iets veilig is vooraleer het mag worden toegepast. In de bijkomende documenten wordt dit voorzorgsprincipe wel dik in de verf gezet maar dat gaat enkel op voor bijkomende documenten 2 en 3, eenzijdig uitgaande van de EU en België. De vraag kan worden gesteld in hoeverre Canada hieraan gebonden is.

Een derde punt voor Test-Aankoop zijn de aspecten rond dataprotectie & privacy. In de EU behoort privacy en data bescherming tot de fundamentele rechten van de burgers. Dit is niet het geval in Canada, privacy en data bescherming worden er geregeld op een lager niveau. Het is geen goed idee een fundamenteel recht ‘te onderhandelen’ in een handelsverdrag want het risico bestaat dat deze rechten zullen gezien worden als een ‘burden to trade’ en via ISDS/ICS aangevallen worden. Als wat hierboven staat rond ICS uiteindelijk zijn beslag krijgt neemt dit risico voor een stuk af.

Een vierde punt betreft de liberalisering van Diensten. Test-Aankoop heeft geen principiële houding voor of tegen de liberalisering van diensten. Soms kan liberalisering voordelig zijn voor de consument, zoals in het geval van telecomdiensten, maar soms is dit helemaal niet zo zeker, zoals voor het onderwijs of de gezondheidszorg. De consumentenorganisatie vindt dat de beslissing om al of niet over te gaan tot liberalisering van een dienst pas mag gebeuren na een publiek tegensprekelijk debat en met een meerderheid in het parlement. In vroegere handelsverdragen werd er met een positieve lijst gewerkt. Dit betekent dat de diensten die voor liberalisering in aanmerking kwamen expliciet werden opgesomd, de niet vermelde diensten bleven buiten schot. In CETA werkt men voor de allereerste keer met een negatieve lijst: alle diensten komen in principe in aanmerking voor liberalisering tenzij ze expliciet in de lijst zijn opgenomen. In praktijk betekent dit dat vele diensten via dit verdrag ‘al stoemelings’  worden geliberaliseerd, wat dus voor Test-Aankoop niet kan. De bijkomende documenten benadrukken dat alle overheden zelf kunnen bepalen wat ze ‘publieke diensten’ vinden en deze onverminderd zelf kunnen aanbieden. Er worden geen eisen naar privatisering gesteld en overheden behouden het recht om diensten te hernationaliseren.

Een vijfde punt zijn de hoofdstukken omtrent duurzaamheid en werknemersrechten.  In CETA gaan de meeste hoofdstukken over handel en investeringen maar ook zijn er 3 hoofdstukken omtrent duurzaamheid en werknemersrechten. Deze worden echter niet op gelijke voet behandeld. Er is voorzien dat wie de afspraken in verband met handel en investeringen niet respecteert gesanctioneerd kan worden. Wie, daar en tegen, de arbeidsvoorwaarden of de milieunormen aan z’n laars lapt kan wel op de vingers worden getikt door een commissie maar hoeft geen echte sancties te vrezen. Handel en investeren worden dus boven arbeids- en duurzaamheidsnormen geplaatst. Test-Aankoop vindt dat beiden op gelijke voet moeten worden behandeld. In de bijkomende teksten wordt er uitvoerig vermeld dat zowel op het vlak van duurzaamheid, werknemersrechten en respect voor het milieu naar de hoogst mogelijke normen zal worden toegewerkt en dat aantasting van de bestaande normen en rechten onaanvaardbaar is. Een dwingend sanctiemechanisme blijft echter achterwege.

Ten slotte vermelden we nog dat de bijkomende Belgische tekst voorziet dat tussen nu en de ratificering door de parlementen iedere regio een evaluatie kan maken van de socio-economische en milieugevolgen en op basis daarvan kan beslissen tot niet ratificering. Daarnaast wordt er verduidelijkt dat de afspraken die worden gemaakt via ‘regelgevende samenwerking’ tussen Canada en de EU en die, volgens de Europese Raad moeten worden goedgekeurd door de lidstaten” voor België betekent dat ook de regionale parlementen hun zeg moeten krijgen.

 

Eindbalans:

·        De provisies rond ICS zijn zeer positief. Als deze worden uitgevoerd en als dit uiteindelijk leidt tot een echte internationale handels- en investeringsrechtbank dan komt het grootste bezwaar van de consumentenorganisatie tegen het CETA akkoord te vervallen. Waakzaamheid is hier geboden dat de beloftes worden ingelost.

 

·        De meeste van de andere bezwaren van Test-Aankoop worden (gedeeltelijk) beantwoord in de bijkomende teksten. Enkel de blijvende onzekerheid omtrent de juridische draagwijdte ervan blijft een domper.

 

·        Test-Aankoop hoopt dat gans dit proces rond CETA en de activiteiten van het sociale middenveld (waaronder ook de consumentenbeweging) rond TTIP de wijze waarop de EU handelsverdragen onderhandeld fundamenteel zal wijzigen. Meer transparantie, meer inspraak van alle stakeholders en verdragen die handel niet meer alleen als een doel op zich zien maar als een middel om tot duurzame welvaartsverbetering te komen in lijn met de normen en waarden die in de EU gelden.


 
Server Error
Server Error