Voeding en gezondheid onder de loep van logo TA
Dossier

Coronavaccins

28 juli 2021

Amper een jaar na de eerste melding in Wuhan, werden de eerste landgenoten al gevaccineerd. Een ongeziene snelheid, al blijven heel wat vragen nog onbeantwoord zoals de duur van de bescherming, eventuele bijwerkingen, de werkzaamheid tegen mutanten, maar ook welke afspraken Europa gemaakt heeft met de producenten.

Laat ik mijn kind vaccineren?

Gezonde jongeren hebben veel minder last van COVID-19 dan volwassenen. Een besmetting met het virus verloopt bij een jongere vaak met milde of zelfs helemaal geen symptomen. Is het dan verstandig een tiener te vaccineren tegen het coronavirus? 

Systematisch uitgenodigd vanaf 12 jaar 

Naarmate de vaccinatie van de volwassen bevolking verder vorderde, kwam de vraag op tafel of COVID-vaccins ook aan jongeren aangeraden moeten worden. Voor alle jongeren van 16 en 17 jaar gaf de Hoge Gezondheidsraad midden mei alvast een positief advies, waarna de bevoegde ministers beslisten om deze leeftijdsgroep uit te nodigen voor vaccinatie.

Begin juli volgden de aanbevelingen voor gezonde tieners van 12 tot en met 15 jaar: deze jongeren mógen zich laten vaccineren, maar dat hoeft niet systematisch te gebeuren. Voor jongeren in deze leeftijdsgroep met een onderliggende aandoening, zoals leukemie of chronische nier- of leverziekten, werd vaccinatie al eind juni aanbevolen.

Alle Vlaamse jongeren vanaf 12 jaar zullen deze zomer echter een uitnodiging krijgen om zich te laten vaccineren. Vlaanderen gaat dus een stap verder dan het advies van de Hoge Gezondheidsraad, door deze tieners systematisch een concrete afspraak aan te bieden. In Brussel daarentegen krijgen tieners van 12 tot en met 15 jaar (en hun ouders) een brief met informatie over vaccinatie. Ze beslissen vervolgens zelf of ze al dan niet een afspraak maken.

Jongeren vanaf 12 jaar kunnen zich ondertussen ook via QVAX of Bru-Vax inschrijven op de reservelijst. Maar de nodige informatie om met kennis van zaken te beslissen voor je deze keuze maakt, zal je daar niet vinden. En op de website van de Vlaamse overheid laatjevaccineren.be evenmin. 

De Hoge Gezondheidsraad benadrukte in zijn advies voor 16- en 17-jarigen nochtans terecht het belang van geïnformeerde toestemming bij minderjarigen. We verwachten dan ook dat de overheid met spoed een informatiecampagne op maat van deze jongeren op poten zet. In afwachting hiervan geven we een overzicht van de elementen die je als gezonde 12- tot 17-jarige in de balans moet leggen om met kennis van zaken te beslissen.

Omdat het volledige advies van de Hoge Gezondheidsraad voor 12-15 jarigen nog niet gepubliceerd is, kunnen we voor sommige elementen alleen gegevens voor 16-17 jarigen geven.

Individuele voordelen

Weinig effect op ziekenhuisopnames

Terwijl ouderen een groot risico hebben op ziekenhuisopname en overlijden door COVID-19, is dit bij gezonde jongeren nauwelijks het geval. Zo werden in ons land vanaf de start van de pandemie tot begin mei 2021 slechts 24 jongeren van 16 en 17 jaar in het ziekenhuis opgenomen met symptomen van COVID-19. In die leeftijdsgroep was er geen enkel overlijden.

Een besmetting met COVID verloopt bij jongeren zelfs vaak zonder of met enkel milde symptomen. Daarom halen jongeren ook minder individuele voordelen uit een vaccinatie tegen COVID. Op dit moment zijn enkel de vaccins van BioNTech/Pfizer en Moderna door het Europese geneesmiddelenagentschap goedgekeurd voor 12- tot 17-jarigen.

In ons land worden jongeren voorlopig enkel met BioNTech/Pfizer ingeënt. Dit vaccin heeft een uitstekend effect op het voorkomen van ziekenhuisopnames en overlijdens. Maar omdat het risico voor jongeren op ziekenhuisopname of overlijden zo klein is, zal vaccinatie dit risico weinig beïnvloeden. Wel is het zo dat, net als bij volwassenen, jongeren met een onderliggende aandoening of obesitas meer kans lopen op een ernstig verloop en een ziekenhuisopname. 

Langdurige COVID voorkomen

Het belangrijkste risico van een infectie met het coronavirus voor jongeren is waarschijnlijk de kans op langdurige COVID (long COVID). Dit houdt in dat iemand maanden na de besmetting met het virus nog steeds last heeft van bepaalde klachten. De klachten zijn van eenzelfde type als bij volwassenen: geur- en smaakverlies, hoofdpijn, vermoeidheid, concentratiestoornissen enz. 

Hier een precies getal geven is onmogelijk, omdat de aandoening nog te weinig onderzocht is, zeker bij jongeren. De huidige studies suggereren dat zo’n 10 % van de volwassen COVID-19-patiënten die niet in het ziekenhuis werden opgenomen, 3 maanden na de ziekte nog steeds één of meerdere symptomen vertoont. Bij de gehospitaliseerde patiënten ligt dat percentage nog hoger. Aangezien jongeren minder frequent symptomen hebben, komt langdurige COVID wellicht ook minder voor. Als het toch optreedt, is de impact op het dagelijks leven waarschijnlijk ook minder groot dan voor volwassenen.

Zeldzame ontstekingsreactie bij COVID

Net zoals volwassenen kunnen jongeren, maar eigenlijk vooral kinderen, enkele weken na een COVID-19-infectie een zeer specifieke ontstekingsziekte doormaken. We spreken dan van het Multisystemisch Inflammatoir Syndroom – Children (MIS-C). Het kind of de jongere krijgt dan koorts, last van ernstige buikpijn, braken of diarree en het hart kan aangetast worden met onder andere hartfalen tot gevolg. Deze kinderen moeten opgenomen worden in het ziekenhuis, en hebben dikwijls intensieve zorgen nodig. De complicatie is gelukkig heel zeldzaam: naar schatting komt het voor bij 0,04 % kinderen van 12 t/m 17 jaar.  

Ticket naar vrijheid

Naast het verkleinen van het risico op langdurige COVID, is er voorlopig nog een ander individueel voordeel van vaccinatie voor jongeren. Namelijk de vrijheid om zonder administratieve rompslomp en kosten van allerlei testen toegang te krijgen tot evenementen en om vrij te kunnen reizen. 

Enerzijds prima, aangezien jongeren zullen heropleven dankzij de hernieuwde ontspanningsmogelijkheden en sociale contacten. Anderzijds moeten we hier wel een kritische kanttekening bij durven plaatsen. De Hoge Gezondheidsraad heeft in zijn advies voor 16- en 17-jarigen duidelijk aangegeven dat zij zonder enige vorm van druk van buitenaf moeten kunnen beslissen over vaccinatie. Wij vragen ons af of het haalbaar is om de vaccinatie van jongeren uit te stellen totdat dergelijke ‘toegangscontroles’ voor evenementen niet langer noodzakelijk zijn, zodat dit praktische voordeel geen rol meer hoeft te spelen in hun keuze. 

Individuele risico's

Bijwerkingen van de coronaprik

Het belangrijkste individuele nadeel van een coronaprik bij jongeren is, net als bij volwassenen, het risico op bijwerkingen. Denk aan vermoeidheid, hoofdpijn of rillingen. Deze bijwerkingen komen frequent voor en zijn te wijten aan de activatie van het immuunsysteem. Over het algemeen zijn deze mild tot matig van aard. De bijwerkingen verdwijnen meestal vanzelf en duren 1 à 2 dagen. 

Bij zo'n 6 % van de gevaccineerde jongeren en jongvolwassenen van 16 t/m 25 jaar kunnen deze bijwerkingen de gewone dagelijkse activiteiten tijdelijk verhinderen. Bij jongeren van 12 t/m 15 jaar is dat tot 3,5 %.

Een zeldzame bijwerking die ook bij jongeren kan voorkomen, is de ontsteking van de hartspier of het hartzakje. Volgens een recente analyse van de Amerikaanse overheidsdiensten bedraagt dat risico voor jongens van 12-17 jaar 6,3 per 100 000 toegediende doses en voor meisjes 0,9 per 100 000 toegediende doses. Deze jongeren worden over het algemeen voor enkele dagen in het ziekenhuis opgenomen en kunnen dan hersteld het ziekenhuis verlaten. Verdere follow-up is voorzien om na te gaan of er op langere termijn geen negatieve gevolgen zijn.

Collectieve voor- en nadelen

Bij het afwegen van de voor- en nadelen van vaccinatie kan een jongere, naast de impact op zichzelf, ook nadenken over de impact op de rest van de samenleving. Jongeren zouden zich natuurlijk vanuit het collectief belang kunnen laten inenten, maar daarvoor moeten zij wel eerst toegang hebben tot alle voors en tegens van het vaccin om zelf deze weloverwogen keuze te maken. 

Groepsimmuniteit

Hoe meer mensen gevaccineerd zijn, hoe dichter we als maatschappij bij groepsimmuniteit komen. Dat betekent dat ook niet-gevaccineerden beter beschermd zijn tegen de gevolgen van een infectie met COVID-19. Een coronaprik kan daarom dus bijdragen tot de bescherming van de omgeving.  

De volledige groep van 16- en 17-jarigen is goed voor 2,16 % van de bevolking, alle 12- tot 15-jarigen voor 4,5 %. De vraag is dus in welke mate het aanbieden van vaccinatie aan deze groepen substantieel bijdraagt aan de opbouw van groepsimmuniteit. Als de overheid ervoor pleit dat jongeren zich moeten laten vaccineren, dan zien we graag een uitgebreide analyse waarin alle voor- en nadelen helder naar voren komen. Wat zal de verwachte impact van deze vaccinatie op deze groepen zijn voor de circulatie van het virus? Welke maatregelen zullen na vaccinatie van jongeren wel of niet genomen moeten worden? En wat wordt er verwacht voor het aantal ziekenhuisopnames als jongeren zich laten vaccineren? Nu wordt het vaccin aan deze doelgroep aangeboden zonder duidelijke informatie. We hadden die impact liever becijferd en gemodelleerd gezien, vooraleer beleidsbeslissingen genomen worden, zoals Duitsland bijvoorbeeld deed.

Overigens doet zich hier ook een ethisch dilemma voor. Een deel van de volwassen bevolking heeft bewust gekozen om zich niet te laten vaccineren, en draagt dus niet bij aan de opbouw van groepsimmuniteit. Jongeren zijn over het algemeen minder kritisch en minder geïnformeerd en zien dit vaccin waarschijnlijk simpelweg als hun ticket naar vrijheid. Is het dan wenselijk om deze jongeren in te zetten als pasmunt om die desbetreffende groepsimmuniteit te bereiken? 

Ontstaan van nieuwe varianten tegengaan

Door de vrije circulatie die het virus krijgt onder jongeren die niet gevaccineerd zijn, kan dit het ontstaan van nieuwe virusvarianten in de hand werken. Echter ontstaan varianten evengoed elders in de wereld, omdat minderbedeelde landen veel te weinig vaccins tot hun beschikking hebben. Bovendien zijn in die landen de grootste risicogroepen niet eens gevaccineerd, met veel ziekenhuisopnames en overlijdens tot gevolg. 

We hebben dan ook ethische bezwaren bij beleidskeuzes waarbij vaccins op grote schaal ingezet worden voor jongeren die weinig gezondheidsrisico’s lopen, terwijl elders in de wereld ouderen en risicopatiënten sterven omdat ze geen toegang tot vaccins hebben. Liever zouden wij zien dat België, net als andere welgestelde landen in Europa of bijvoorbeeld de Verenigde Staten, hun vaccins zouden geven aan ontwikkelingslanden om hun risicogroepen te vaccineren.

Kortom, de vaccinatie van jongeren heeft een aantal voor- en nadelen die goed moeten worden afgewogen. De exacte grootteorde inschatten is op dit moment erg moeilijk. Daarom nemen we deze leeftijdsgroep voorlopig niet op in Mijn Vaccin Balans, waar je een overzicht kan vinden van de individuele voor- en nadelen voor volwassenen.

We vragen aan de bevoegde overheidsinstanties deze voor- en nadelen zo goed mogelijk in kaart te brengen, en deze informatie op een laagdrempelige manier te communiceren naar jongeren, zodat deze een écht geïnformeerde keuze kunnen maken.

Een laatste opmerking: De pandemie heeft ons (helaas) geleerd dat nieuwe varianten geregeld de overhand krijgen en dat deze besmettelijker kunnen zijn of/en meer complicaties geven. Bovenstaande informatie is gebaseerd op de kennis die we tot nog toe hebben. We kunnen niet uitsluiten dat nieuwe varianten de beschreven risico’s veranderen.