Dossier

Pensioensparen

11 april 2018
épargne pension

11 april 2018

Pensioensparen is een vlag die verschillende ladingen dekt. Welke zijn de verschillende fiscaal bevoordeelde beleggingsformules waarmee je voor een aanvullend pensioen kunt zorgen? Welke kies je het best en wat is de Beste Koop?

Wat is het?

Het is voor iedereen die over wat geld beschikt dat hij ten minste tot zijn 60e kan beleggen, sowieso aangeraden om individueel voor een appeltje voor de dorst te zorgen tegen dat men met pensioen gaat. Mooi meegenomen is dat de fiscus financieel een ruggensteuntje geeft in de vorm van een belastingvoordeel. Al wat je daarvoor moet doen, is je geld op een specifieke manier beleggen. Dankzij een belastingvermindering krijg je al naargelang het geval 25 % of  30 % van het belegde bedrag terug (telkens iets méér als we rekening houden met de gemeentelijke opcentiemen). Dat belastingvoordeel wordt achteraf weliswaar behoorlijk getemperd door de eindbelasting die nog volgt. Toch kan zo'n belegging precies door het belastingvoordeel interessanter zijn dan een soortgelijke belegging zonder fiscaal ruggensteuntje. 

Je gaat er echter wel beter van uit dat het geld dat je belegt, zo goed als geblokkeerd zit tot je met pensioen gaat. Als het je bedoeling zou zijn om het bijeengespaarde geld reeds na een paar jaar op te vragen, bv. om minder te moeten lenen voor het eigen huis dat je wilt kopen, zou je daar veel van verliezen doordat de fiscus je dan zwaar zou beboeten.

Twee formules

Enerzijds is er het zogenoemde pensioensparen. Daarbij heb je de keuze tussen: 

  • een pensioenspaarfonds: een beleggingsfonds dat specifiek in het kader van het pensioensparen werd opgericht en dat door een bank wordt beheerd; 
  • een pensioenspaarverzekering: een levensverzekering waarvoor je aangeeft dat je met de storting aanspraak wilt maken op de belastingvermindering in het kader van het pensioensparen. 

Anderzijds is er de formule van de "gewone" levensverzekering. Dat is de naam die wij gebruiken voor wat de fiscus het “langetermijnsparen” noemt. 

De fiscale regels verschillen lichtjes.

Het jaarlijkse maximumbedrag

De storting waarmee je jaarlijks aanspraak kunt maken op belastingvoordeel, is beperkt en verschilt volgens de formule. 

Bij het pensioensparen is het maximum voor iedereen gelijk, ongeacht het bedrag van de beroepsinkomsten. Maar sinds 2018 zijn er twee mogelijkheden:

  • ofwel beleg je maximaal € 960, en dan kun je aanspraak maken op een belastingvermindering van 30 %;
  • ofwel beleg je maximaal € 1 230, en dan is de belastingvermindering beperkt tot 25 %.

Die nieuwe regeling werd pas begin april in een wettekst gegoten, en op dat ogenblik waren veel banken/verzekeraars nog niet klaar met de praktische uitvoering ervan. Informeer dus maar beter eerst vóór je geld stort. Je zult hoe dan ook bij je bank/verzekeraar moeten langsgaan als je het hogere bedrag wilt beleggen. 

De belastingvermindering in het kader van de "gewone" levensverzekering bedraagt hoe dan ook 30 %. De maximumstorting hangt daar af van de nettoberoepsinkomsten, met een absoluut maximum per persoon, dat voor 2018 neerkomt op € 2 310. In de praktijk ligt het maximum lager zodra je minder dan € 35 610 aan beroepsinkomsten hebt (vervangingsinkomsten inbegrepen) want het mag hoe dan ook slechts gaan om € 172,80 plus 6 % van je beroepsinkomsten.

Let wel: voor sommige consumenten heeft het totaal geen zin om mee te doen aangezien ze door de omstandigheden toch geen belastingvoordeel zullen genieten:

  • Belastingvoordeel is per definitie uitgesloten als je geen belasting verschuldigd bent doordat je inkomsten zo laag zijn. Dat geldt bv. voor sommige gepensioneerden.
  • Belastingvoordeel met een “gewone” levensverzekering is soms niet mogelijk of hooguit slechts ten dele zolang je belastingvoordeel geniet met een hypotheeklening of met een andere levensverzekering. Meer daarover onder “Ons advies qua bedrag”. 

Het productaanbod qua pensioenspaarfondsen

Er bestaat slechts een beperkt gamma aan pensioenspaarfondsen. Meestal heb je intern de keuze qua risicograad, al naargelang het percentage aandelen en obligaties in portefeuille: 

  • Dynamisch betekent dat hoofdzakelijk wordt belegd in aandelen en slechts een klein deel in obligaties. 
  • Bij neutraal gaat het fiftyfifty om aandelen en obligaties. 
  • Defensief ten slotte slaat op een portefeuille met grotendeels obligaties en slechts een klein deel aandelen. 

Met een pensioenspaarfonds is je inleg sowieso niet beschermd. In ruil voor die financiële onzekerheid mag je op lange termijn normaliter rekenen op een hoog potentieel rendement.

Het productaanbod qua levensverzekeringen

Je kunt eenzelfde levensverzekeringscontract meestal zowel sluiten in het kader van het pensioensparen als in dat van de "gewone" levensverzekering. Die keuze moet je bij de aanvang maken.

Er zijn hoe dan ook heel veel levensverzekeringen op de markt, en ze bestaan in drie soorten:

  • Tak 21 is de soort zonder risico. De verzekeraar garandeert een gewaarborgde intrestvoet op je stortingen (let wel: dat kan ook 0 % zijn) en vult dat rendement eventueel aan met een winstdeelneming als de resultaten van de maatschappij dat toestaan. 
  • Tak 23 is een levensverzekering waar een beleggingsfonds aan is gekoppeld. Dus is er automatisch risico aan gekoppeld. Er zijn echter verschillende risicograden mogelijk: net als bij de pensioenspaarfondsen kan er een dynamische, neutrale of defensieve versie van het fonds bestaan, maar het fonds kan bv. ook puur beleggen in aandelen (nog risicovoller dan dynamisch dus). Met zo’n contract heb je geen enkele garantie voor je inleg, maar op lange termijn mag je normaliter rekenen op een hoog potentieel rendement.
  • Tak 44 is vrij recent. Dat is één contract met twee verschillende componenten: enerzijds een tak 21, anderzijds een tak 23 (met zoals net uitgelegd mogelijk verschillende versies met een andere risicograad). Al naargelang de component die je kiest, heb je dus een belegging respectievelijk zonder of met risico. 

De juiste keuze is belangrijk

Als je maximaal voordeel wilt halen uit de fiscaal bevoordeelde spaarformules voor een aanvullend pensioen, kies je hoe dan ook beter niet op gelijk welke leeftijd zomaar een belegging. Hoe meer de datum nadert waarop je het opgebouwde kapitaal denkt op te vragen, hoe meer het aangewezen is om veilig te beleggen.

Daarom ga je ook beter elk jaar opnieuw na of je nog goed zit qua product én qua beleggingsformule. Als je vindt dat je verkeerd bezig bent, kun je altijd gewoon stoppen met storten in dat product en naar een ander overstappen. Maar weet dat als je het reeds opgebouwde kapitaal wilt meenemen, je in sommige gevallen een financiële kater riskeert. 

a) Veranderen maar binnen dezelfde formule blijven

  • Je belegde in het kader van het pensioensparen: dan is er geen probleem om het reeds opgebouwde kapitaal mee te nemen. Met een pensioenspaarfonds betekent dat dus dat je alles overdraagt naar het pensioenspaarfonds van een andere bank en met een tak 21-levensverzekering naar de tak 21-levensverzekering van een andere verzekeraar. De overdracht is wel alleen belastingvrij als je het volledige bedrag transfereert, en niet slechts een deel. En met een verzekering is de kans zeer groot dat je uitstapkosten zult moeten betalen bij de oude verzekeraar en/of instapkosten bij de nieuwe. 
  • Je belegde in het kader van de “gewone” levensverzekering in een tak 21-levensverzekering: dan zal de fiscus je bij de overdracht naar een andere verzekeraar beboeten met een belasting van 33 %.

b) Veranderen om het risico te verlagen

Je kunt in dat geval slechts in twee gevallen zonder problemen switchen:

  • Als je in een pensioenspaarfonds hebt belegd, kun je binnen datzelfde contract meestal overstappen van de dynamische versie naar de neutrale en vervolgens naar de defensieve versie. Je blijft dan wel beleggen in een formule met risico, aangezien je geen garantie hebt over je inleg, maar hoe minder aandelen in portefeuille, hoe minder groot de kans op koersschommelingen op korte termijn.
  • Als je hebt gekozen voor een tak 44-levensverzekering (in het kader van het pensioensparen of de “gewone” levensverzekering), kun je binnen datzelfde contract probleemloos van tak 23 overschakelen naar tak 21. Daarmee stap je van een risicovol product over op een risicoloos product, waarbij je niet langer hoeft te vrezen dat je je inleg verliest. Bij het pensioensparen moet je wel de volledige reserve overdragen, bij de “gewone” levensverzekering heb je de vrije keuze qua bedrag.

Als het daarentegen je wens is om binnen het pensioensparen het kapitaal over te dragen van een pensioenspaarfonds naar een levensverzekering, zal de fiscus de switch beboeten met een belasting van 33 %.

Je begrijpt nu het grote belang om reeds van bij de start de juiste productkeuze te maken. We helpen je daarbij in wat nu volgt.


Afdrukken Versturen via e-mail