Nieuws

Schuldvordering: het mes in de extra kosten

21 december 2015
Schuldvordering: het mes in de extra kosten

21 december 2015

Mensen met een betalingsachterstand krijgen vaak overdreven hoge kosten aangerekend door de schuldeiser. Dat kan gaan tot een verviervoudiging van het oorspronkelijk gefactureerde bedrag. Ongehoord zo vinden wij en daarom willen wij verandering!

Een onbetaalde factuur van € 52,88 werd een rekening van liefst € 218,94. De verklaring? Twee boetes van respectievelijk € 50 en € 75, een nalatigheidsintrest van 1,65 % per maand en tot slot rappelkosten. Dit soort van voorbeelden zijn schering en inslag.

Laattijdige betalingen berokkenen nu eenmaal schade die zeker moet worden vergoed. Maar aan het buitensporige karakter van die kosten moet paal en perk worden gesteld.

Huidige wet is te vaag

De wet bepaalt dat een vergoeding voor de “voorzienbare schade” door de schuldeiser ingehouden mag worden,maar niet hoe men deze kan beoordelen. In de praktijk komen er vaak een heleboel overdreven hoge kosten boven op het verschuldigde bedrag: een forfaitaire schadevergoeding, administratiekosten, dossierkosten, rappelkosten, intrest, de kosten van de schuldinvordering door deurwaarders en andere professionele schuldvorderaars enz. 

Zo komt men tot een bedrag dat amper in verhouding staat tot de geleden schade.

Vergoedingen moeten worden begrensd

In samenspraak met andere organisaties, en meer bepaald het Steunpunt voor de Diensten Schuldbemiddeling van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, moet volgens ons de praktijk van de schuldeiser beter worden omkaderd zodat de consument beter wordt beschermd.

  • Bij wanbetalingen zou er eerst een ingebrekestelling naar de wanbetaler moeten worden gestuurd. Hiervoor zou er maximaal € 7,50 aangerekend mogen worden.
  • Als de schuld na 15 dagen nog steeds niet is vereffend, mag de schuldeiser bijkomende kosten aanrekenen die begrensd zijn:
    - nalatigheidsintresten tegen de wettelijke intrestvoet (momenteel 2,50 %), vermeerderd met maximaal 10 % (hetzij 2,75 % als conventionele intrestvoet;
    - een forfaitaire schadevergoeding van maximaal € 25 als het verschuldigde bedrag lager is dan € 250, en 10 % van het bedrag als het hoger is dan € 250, met een maximum van € 50.

Deze termijn van 15 dagen geeft de schuldenaar de tijd om de factuur, die hij misschien is vergeten te betalen of niet heeft ontvangen, te vereffenen. Ook wie de rekening wenst te betwisten of een afbetalingsplan wil vragen, krijgt zo de nodige tijd zonder dat de kosten meteen pieken.

De € 52,88 uit het eerder aangehaalde voorbeeld zou volgens deze regeling uiteindelijk € 90 zijn geworden in plaats van € 218,94. Van meer dan vier keer zoveel tot nog geen twee keer zoveel.