Nieuws

Consument ziet koopkracht afkalven

15 maart 2022
Consumentenbarometer Test Aankoop 2021

De Belgen hebben het in 2021 moeilijker gehad om hun dagelijkse uitgaven te betalen dan in 2020. Dat bleek uit onze consumentenbarometer, het resultaat van een grote jaarlijkse steekproef. De verklaring is niet ver te zoeken: de coronapandemie, de oplopende energiekosten en de fors stijgende inflatie vormden samen een dodelijke cocktail voor de gezinsfinanciën.

Sinds 2018 meten we elk jaar met een representatieve steekproef hoe gemakkelijk de Belgen het hoofd kunnen bieden aan hun dagelijkse uitgaven. De index van die consumentenbarometer, zoals we die tool noemden, steeg aanvankelijk jaar na jaar, wat betekende dat het alsmaar beter ging. Toen we de steekproef in december 2021 deden bij zowat 4 000 Belgen, zagen we echter een trendbreuk. Voor het eerst daalde de index. Dat betekent dat de gezinnen het in 2021 moeilijker hebben gehad dan in 2020 om hun aankopen van producten en dienstverleningen te betalen. 

Evolutie van de consumentenbarometer van Test Aankoop

Wat 2021 zo moeilijk maakte

Er zijn vier belangrijke verklaringen waarom de index van onze consumentenbarometer in 2021 is gedaald:

  • De covidcrisis is blijven wegen op het deel van de bevolking dat in 2021 geen "normale" beroepsactiviteit meer had. Volgens onze steekproef heeft 8 % van de gezinnen in 2021 een aanzienlijk inkomensverlies geleden als gevolg van de pandemie en 16 % heeft er slechts in geringe mate onder te lijden gehad (inkomensdaling van minder dan 25 %).
  • De energieprijzen hebben in oktober 2021 plotseling een forse stijging ingezet. 
  • Een hele reeks producten en diensten is duurder geworden. Die prijsstijging heeft, samen met de hogere energieprijzen, de inflatie de hoogte ingejaagd: de stijging bedroeg + 0,26 % in januari, maar in december ging het al om + 5,71 %.
  • Er was iets meer consumptie in vergelijking met 2020, toen het door de coronamaatregelen amper mogelijk was om geld uit te geven aan aankopen.

Meer gezinnen hadden het erg moeilijk 

In 2021 steeg het aandeel van de gezinnen dat ernstige financiële problemen kent. In 2020 ging het om 3,30 %, in 2021 om 4,70 %, dus bijna de helft méér, goed voor zowat 1 gezin op 20 in België. Het aandeel van de gezinnen zonder financiële problemen was gedaald van 50 % naar 46 %.

Als we naar de samenstelling van de gezinnen kijken, is er een constante over de jaren heen. De index was het laagst, en de financiële problemen dus het grootst, bij alleenstaande ouders met kinderen en zeer grote gezinnen. De daling van de index in vergelijking met 2020 was het grootst bij alleenstaande jongeren (–5 punten).

De Belgen hebben in 2021 ook minder geld kunnen opzijzetten. De mogelijkheid om te sparen en te beleggen was licht gedaald in vergelijking met 2020. Het aandeel van de personen die dat als vrij moeilijk of zelfs zeer moeilijk omschreven, was gestegen van 55 % naar 58 %.

Energie en mobiliteit waren zeer duur 

We illustreren hieronder de uitgaven die volgens de respondenten van onze steekproef het zwaarst wogen. Het eerste cijfer geeft telkens het aandeel van de Belgen weer dat het moeilijk vond om die uitgaven in 2021 te betalen en tussen haakjes vind je hun percentage in 2020.

De sterkste stijgingen qua moeilijke uitgavenposten voor 2021 werden genoteerd inzake mobiliteit (+ 7 %), wonen (+ 2 %) en voeding (+ 2 %).

Wanneer we in onze steekproef vroegen welke uitgaven de mensen in 2021 zwaar vonden maar wel belangrijk voor het welzijn van het gezin, bleken dat vooral die voor de woning te zijn. De moeilijkste uitgavenposten voor de woning waren elektriciteit, gas en water (+ 8 %), gevolgd door stookolie (+ 4 %).

Bij de andere uitgaven die moeilijk uitvielen, ging het onder meer om uitgaven voor de vrije tijd, de inrichting en het onderhoud van het huis, tandverzorging, brillen en hoortoestellen.

De Belgen zijn pessimistisch voor 2022

Meer dan 43 % van de respondenten verwachtte dat hun financiële situatie in 2022 nog zou verslechteren (in 2020 ging het om slechts 30 %), 48 % ging uit van een stagnering en slechts 9 % rekende op een verbetering (in 2020 ging het om 14 %).