Dossier

Slapend kapitaal

10 januari 2014
Slapend kapitaal

10 januari 2014

Banken en verzekeringsmaatschappijen zijn sinds enige tijd verplicht om actief op zoek te gaan naar cliënten en begunstigden met wie ze geruime tijd geen contact hebben gehad. Daardoor is de kans groter dat slapend kapitaal toch terechtkomt. Voorlopig gaat die regel nog niet op voor de groepsverzekeringen.

Hebt u lang geleden een zichtrekening geopend die u helemaal vergeten was? Blijkt u zonder dat u het wist de begunstigde van een individuele levensverzekering van uw vader of moeder die al lang overleden is? Of heeft een verre oom jaren geleden een safe achtergelaten waar niemand weet van had? In al die gevallen heeft een bankier of verzekeraar "slapend" kapitaal onder zijn hoede. Vroeger riskeerde u dat geld nooit te zien. Voortaan is de kans groter dat u krijgt waar u recht op hebt.

Een oude eis van Test-Aankoop

Wij hebben in het verleden al te kennen gegeven dat het voor ons niet kon dat indien een som niet werd opgeëist bij een bank of verzekeringsmaatschappij, laatstgenoemde de cliënt of begunstigde niet moest opzoeken en het geld gewoon kon houden. We drongen er hard op aan om een einde te maken aan die onrechtvaardige situatie. We zijn dan ook zeer tevreden dat de wetgever daar inmiddels werk van heeft gemaakt. Heel wat consumenten hebben hun tegoeden daardoor teruggevonden. Daarnaast liggen ettelijke miljoenen bij de Staat klaar om door de rechthebbenden te worden opgevraagd (eind 2013 nog meer dan 80 miljoen euro).

Zoeken is een wettelijke plicht geworden

Zodra er sprake is van een slapende bankrekening of een slapende banksafe, is de bank verplicht om op zoek te gaan naar de titularis van de rekening of de huurder van de safe. Ze heeft daar 1 jaar de tijd voor.

Bij een individuele levensverzekering is het zo dat als de begunstigde zich niet tijdig spontaan meldt wanneer het verzekerde kapitaal kan worden uitgekeerd, de verzekeraar verplicht is om te proberen uit te zoeken of de verzekerde op de einddatum al dan niet nog in leven was. Hij moet dat binnen 18 maanden doen.

De regel is dat eerst een gewone brief moet worden gestuurd naar het adres waarover men beschikt. Als daar geen reactie op komt, moeten het Rijksregister en de Kruispuntbank van de Sociale Zekerheid worden geraadpleegd, waarna een aangetekende brief met ontvangstbevestiging moet worden verstuurd.

De opzoekingskosten mogen in rekening worden gebracht. Binnen bepaalde limieten weliswaar:

  • voor een bankrekening: maximaal 10 % en in geen geval meer dan € 200;
  • voor een safe: maximaal € 100;
  • voor een individuele levensverzekering: maximaal € 200, en als het verzekerd kapitaal minder bedraagt dan € 1 000 maximaal 5 %.

Wanneer moet de zoekactie worden gestart?

  • Voor een zicht-, spaar- of effectenrekening: als de titularis 5 jaar geen verrichting meer heeft uitgevoerd of niet meer in contact is geweest met de bank.
  • Voor een banksafe: als de huurder de huurprijs 5 jaar niet meer heeft betaald.
  • Voor een individuele levensverzekering: in principe als de begunstigde 6 maanden nadat de maatschappij kennis heeft van het overlijden van de verzekerde of 6 maanden na de einddatum van het contract niet van zich heeft laten horen met een contract dat pas na de leeftijd van 90 jaar afloopt: als de 90e verjaardag van de verzekerde nadert.

Twee uitzonderingen op de regel

In twee gevallen zijn banken en verzekeraars niet verplicht om de rechthebbende(n) te zoeken:

  1. als het tegoed bij de bank of de verzekeraar in kwestie minder dan € 20 bedraagt;
  2. als de opzoekingskosten het maximum overschrijden dat voor die soort van slapend kapitaal werd vastgelegd.

De Staat bewaart het geld desnoods voor u

Blijkt de rechthebbende onvindbaar of is de speurtocht niet wettelijk verplicht omdat het om een te klein bedrag gaat, dan moet de bank of de verzekeraar het geld aan de staatskas storten.

In de praktijk wordt het geld toevertrouwd aan de DCK of Deposito- en Consignatiekas (een afdeling van de FOD Financiën), samen met alle nodige gegevens om de rechthebbende alsnog te identificeren. Want die kan het geld daarna tot 30 jaar later alsnog opeisen. De DCK kent dan intresten toe op de bewaarde tegoeden (momenteel 0,30 % per jaar).

Drie kanttekeningen:

  • Bij effectenrekeningen waar de totale waarde van alle effecten samen minder bedraagt dan € 1 000, zullen de effecten eerst worden verkocht en dus in cash omgezet.
  • Een safe waarvan men de huurder of zijn erfgenamen niet kan vinden, zal in het bijzijn van een deurwaarder of een notaris worden geopend. Als ze contant geld bevat, zal de bank het tegoed op een rekening storten, en dan gelden dezelfde regels als voor elke slapende zichtrekening. De rest zal in een verzegelde enveloppe worden gestopt en aan de DCK overhandigd. De rechthebbenden kunnen die inhoud tot 30 jaar later bij de DCK opeisen; daarna wordt alles verkocht of vernietigd en de opbrengst komt aan de Staat toe. Begin 2014 is het evenwel nog altijd wachten op een koninklijk besluit om die regels in de praktijk te brengen. 
  • Voor een individuele levensverzekering moet de verzekeraar niets storten aan de DCK als het niet zeker is op welk bedrag de begunstigde recht heeft, bv. omdat een ander kapitaal bij leven is verzekerd dan bij overlijden en de verzekeraar niet weet of de verzekerde nog in leven was op de einddatum. Hij moet wel de nodige informatie aan de DCK bezorgen, zodat die de begunstigde desgevallend naar de verzekeringsmaatschappij kan doorverwijzen.

Kunt u zelf slapend geld terugvinden?

Bent u op zoek naar een rekening waarvan u de begunstigde bent of naar de rekening van een naaste die overleden is of die niet in staat is om zijn bezittingen te beheren en onder voorlopige bewindvoering werd geplaatst?

  • Zolang het een nog niet slapende rekening betreft, kunt u een aanvraag indienen bij Febelfin.
    Voor het kapitaal van een individuele levensverzekering biedt Assuralia die dienst niet aan. In dat geval zult u zich dus zelf moeten wenden tot alle verzekeraars in België. Het alternatief is wachten tot de einddatum van het contract of tot de verzekerde 90 jaar wordt, want dan zal de verzekeringsmaatschappij zelf starten met opzoekingen.
  • Als het eenmaal een slapende rekening of slapend kapitaal betreft, kunt u bij de DCK terecht. Voor uw eigen rekeningen en kapitalen kunt u haar onlinedatabank raadplegen via de website www.myminfin.be (u moet inloggen met uw elektronische identiteitskaart of met een token, en dan klikken op "eigendom" en vervolgens op "slapende tegoeden"). Voor info over rekeningen of kapitalen van iemand anders moet u een schriftelijke aanvraag indienen (DCK, Kunstlaan 30, 1040 Brussel).

Wat met de groepsverzekering?

Voor groepsverzekeringen gelden andere regels. Daardoor is het voorlopig nog altijd zo dat het geld in de praktijk nog te vaak niet bij de begunstigde terechtkomt.

Soms weten de begunstigden immers zelf niet dat ze recht hebben op een kapitaal. Of ze beschikken over onvoldoende informatie om het geld op te vragen, bv. omdat de vroegere werkgever niet meer bestaat of omdat de verzekeringsmaatschappij van naam is veranderd (bv. na een overname). Dat zou weldra moeten verbeteren. Dankzij de Databank Aanvullende Pensioenen (www.db2p.be) zal het binnenkort immers mogelijk zijn om zelf alle groepsverzekeringscontracten op naam terug te vinden.

De verzekeraars zijn nochtans verplicht om de begunstigde(n) op de hoogte te brengen wanneer het contract afloopt. Het probleem is dat ze het Rijksregister mogen raadplegen om de werknemer op te sporen, maar daar niet toe verplicht zijn. Bovendien volstaat dat niet altijd. Zeker niet als de werknemer meermaals van werkgever is veranderd en er onvoldoende informatie is om te achterhalen wie de begunstigden zijn.

En zolang niemand het geld komt opeisen, mag de verzekeringsmaatschappij het houden.