Dossier

Trouwen: huwelijksstelsels

11 juli 2007
trouwen huwelijksvermogen

11 juli 2007

Het huwelijksvermogensstelsel bepaalt het lot van de eigendommen van beide partners: wie is eigenaar van welke goederen, wie mag wat beheren, wie kan voor welke schulden worden aangesproken, aan wie komen de goederen toe als er een einde komt aan het huwelijk door overlijden of door echtscheiding?
De keuze van stelsel moet vóór het huwelijk worden gemaakt. Het is een erg belangrijke keuze, waar beter niet licht over wordt gegaan. Wij leggen uit welke huwelijksvermogensstelsels allemaal bestaan.

Het wettelijke stelsel

Het wettelijke stelsel, of gemeenschap van goederen, is automatisch van toepassing wanneer een koppel zonder huwelijkscontract trouwt.
Er zijn drie vermogens: het eigen vermogen van elke huwelijkspartner, en het gemeenschappelijke vermogen.
De eigen goederen omvatten grosso modo alles wat de betrokkene vóór het huwelijk bezat en alle goederen die hij/zij tijdens het huwelijk heeft geërfd of via een schenking heeft gekregen. Idem dito met de schulden: de schulden die vóór het huwelijk al bestonden en de schulden m.b.t. een erfenis zijn eigen schulden van de betrokkene.
Tot de gemeenschappelijke goederen behoren de beroepsinkomsten van het paar en de inkomsten die hun eigen goederen hebben opgebracht (bv. huur, dividenden), maar daarnaast ook al wat niet als een eigen goed kan worden beschouwd. Schulden zijn gemeenschappelijk wanneer de partners ze samen hebben aangegaan, ze verband houden met hun beroep of met de fiscus, of ze niet als eigen schulden kunnen worden beschouwd.
Elke partner beheert vrij zijn eigen vermogen. Op één uitzondering na: wanneer het huis dat als gezinswoning dient slechts eigendom is van een van de partners, is de toestemming van de andere nodig om het te vervreemden. Daarnaast mag elke partner het gemeenschappelijke vermogen alleen beheren voor de noden van het gezin en de opvoeding van de kinderen, zolang dat in het belang van het gezin is. Voor belangrijke handelingen daarentegen moeten beide partners hun toestemming verlenen.
Voor een gemeenschappelijke schuld (en alle schulden worden geacht gemeenschappelijk te zijn ...) mag een schuldeiser de terugbetaling vragen zowel uit het gemeenschappelijke vermogen als uit het eigen vermogen van elk van de partners, zelfs al ligt slechts een van de partners aan de oorsprong van de schuld. Gelukkig zijn er uitzonderingen op die regel. Voor een eigen schuld mag een schuldeiser in principe alleen het eigen vermogen van de schuldenaar aanspreken. Maar let wel: ook in dat geval zijn er uitzonderingen op de regel, waardoor het gemeenschappelijke vermogen dus toch mag worden aangesproken voor bepaalde eigen schulden.
Het wettelijke stelsel is niet aangewezen wanneer een van de partners als zelfstandige werkt of dat van plan is.
Het is evenwel mogelijk om bijzondere bedingen toe te voegen aan het wettelijke stelsel waardoor het beter kan worden afgestemd op de concrete gezinssituatie en het gezinsbudget. Men kan de gemeenschap uitbreiden of beperken, of bepalen dat de langstlevende huwelijkspartner méér zal krijgen dan normaliter.

Het stelsel van scheiding van goederen

In dat geval is er geen sprake van gemeenschappelijke goederen. In principe zijn de goederen en de schulden volkomen gescheiden. Maar in de praktijk is het niet zo eenvoudig: sommige goederen behoren aan beide partners toe en zo ook zijn sommige schulden van hen tweeën.
Elke partner beheert vrij zijn vermogen. Met één beperking: de toestemming van de andere partner is nodig om het huis dat tot hoofdverblijfplaats dient voor het gezin, te vervreemden.
De schuldeisers kunnen alleen het eigen vermogen van de schuldenaar aanspreken. De goederen van de andere partner blijven dus buiten schot, althans mits de betrokkene kan bewijzen dat het wel degelijk om eigen goederen gaat, wat in de praktijk niet altijd eenvoudig is.
Het principe van scheiding van goederen kan met bijzondere bedingen worden afgezwakt, bv. met een beding van verrekening van aanwinsten (bij de ontbinding van het huwelijk kijkt men hoeveel het vermogen van elke partner is toegenomen en trekt men dat recht). Zo'n beding is interessant als een van de partners weinig inkomsten heeft of voor de kinderen is thuisgebleven zonder een heuse carrière te willen uitbouwen.

Moet er per se een notaris aan te pas komen?

Neen, zolang u de basisformule van het wettelijke stelsel wilt. Maar zodra u van plan bent om al is het slechts een kleine wijziging aan te brengen, bent u verplicht om bij een notaris aan te kloppen: hij is de enige die een huwelijkscontract mag opstellen.


Afdrukken Versturen via e-mail