Dossier

Vruchtgebruik: nieuwe regels voor waardebepaling

12 maart 2015
vruchtgebruik-nieuwe-regels-voor-waardebepaling

12 maart 2015

Sinds 25/1/2015 is een nieuwe wet van kracht over de waardebepaling van het vruchtgebruik na het overlijden van de eerste partner. Daardoor kan het voor sommige koppels nu aangewezen zijn om de langstlevende op voorhand beter te beschermen.

Inleiding

Wanneer er na een overlijden een langstlevende huwelijkspartner overblijft samen met ten minste één kind of een andere erfgenaam, is de eigendom van de nalatenschap opgesplitst in vruchtgebruik en blote eigendom.

De eigendomsregeling tussen vruchtgebruiker en blote eigenaar verloopt in de praktijk soms zo stroef dat men probeert om daar vervroegd een einde aan te maken. De hamvraag is dan hoeveel dat vruchtgebruik en die blote eigendom waard zijn. Bij gebrek aan duidelijke wettelijke methode bleek dat in de praktijk vroeger echter vaak een moeilijke oefening. Daar komt verandering in met de nieuwe wet die sinds 25/1/2015 van kracht is. Jammer genoeg is ook die regeling geen perfecte oplossing. Daarom neemt u misschien maar beter uw voorzorgen.

Vruchtgebruik versus blote eigendom

Als de overledene getrouwd was en geen testament had opgemaakt, krijgt de langstlevende partner het vruchtgebruik over heel de nalatenschap als ze kinderen hadden en zijn die kinderen alleen blote eigenaars van wat in de nalatenschap stak. In een testament kan daar ten dele anders over worden beslist. De langstlevende partner is immers wettelijk beschermd: hij heeft hoe dan ook recht op het vruchtgebruik van de helft van de nalatenschap en hoe dan ook altijd op het vruchtgebruik van de gezinswoning en de huisraad die zich erin bevindt, ook al komt dat op méér dan de helft neer.

In het geval van wettelijke samenwoning komt alleen het vruchtgebruik op de gezinswoning automatisch toe aan de langstlevende partner. In een testament kan daar echter volledig anders over worden beslist, want in dat geval geniet de langstlevende geen enkele wettelijke bescherming (hij kan dus volledig worden onterfd).

De vruchtgebruiker heeft het genot van goederen die aan de blote eigenaar toebehoren, met de plicht die als een goed huisvader te gebruiken. Als het vruchtgebruik betrekking heeft op een onroerend goed, heeft de vruchtgebruiker het recht om dat zelf te bewonen, zonder huur te moeten betalen, of om het te verhuren en de opbrengst op te strijken. Voor kapitaal heeft hij recht op de intresten of dividenden, en mag hij zonder het akkoord van de blote eigenaars niet aan het kapitaal raken of de beleggingen veranderen. 

Soms een stroeve relatie

Zolang de nalatenschap hooguit de vroegere gezinswoning omvat en wat spaargeld, zijn er doorgaans weinig problemen. Tot de dag waarop de vruchtgebruiker wil verhuizen ... Ook wanneer er diverse onroerende goederen deel uitmaken van de nalatenschap, is het niet altijd makkelijk. En conflicten zijn zelfs schering en inslag als het een nieuwsamengesteld gezin betreft, waarbij de blote eigenaars niet de biologische kinderen zijn van de vruchtgebruiker.

Beide partijen hebben nu eenmaal tegengestelde belangen. Ook zitten de goederen als het ware geblokkeerd bij de vruchtgebruiker. Neem nu een woning. Als blote eigenaar bent u er weliswaar eigenaar van, maar u strijkt er geen opbrengst van op terwijl de kosten voor heel zwaar onderhoud wel voor u zijn. En als vruchtgebruiker kunt u uw zin niet doen met de woning omdat u er geen eigenaar van bent en misschien zijn onderhoudswerkzaamheden nodig waar u liever niet meer aan begint … Als het vruchtgebruik geld en een effectenportefeuille omvat, zijn de zaken evenmin evident. De intresten en dividenden zijn voor de vruchtgebruiker, maar niet de meerwaarden. Daardoor zijn kapitaliserende fondsen voor hem niet interessant, maar juist wel voor de blote eigenaar. En wat is het beste beheer van de effectenportefeuille: zeer voorzichtig rekening houdend met de leeftijd van de vruchtgebruiker, of beter dynamisch zodat de blote eigenaar er méér aan heeft? En wat als een blote eigenaar geld nodig heeft, bv. om een eigen huis te kopen?

Daardoor zien de partijen het niet altijd zitten om te wachten tot het vruchtgebruik vanzelf afloopt, wanneer de blote eigenaar door het overlijden van de vruchtgebruiker automatisch de volle eigendom krijgt. 

Er is een uitweg mogelijk

Men kan vragen om vervroegd een einde te maken aan het vruchtgebruik door het "om te zetten". De vruchtgebruiker kan zijn recht op de woning dan aan de blote eigenaar afstaan in ruil voor een volwaardig alternatief in geld. Als de blote eigenaar het vruchtgebruik niet kan afkopen, moet de woning worden verkocht en moeten beide partijen tot een akkoord komen over de prijs en de verdeling van de opbrengst. Of de vruchtgebruiker kan de blote eigendom zelf afkopen, zodat hij de volle eigendom verkrijgt.

Let wel: die omzetting kan men altijd vragen, maar men zal ze in de praktijk niet altijd kunnen eisen.

De hamvraag bij dat alles is hoeveel dat vruchtgebruik en die blote eigendom waard zijn.

Afdrukken Versturen via e-mail