Nieuws

De deurwaarder, de schrik van elke consument

25 oktober 2017
deurwaarder

25 oktober 2017
Het is voor de consument te moeilijk wanneer een deurwaarder zich nu eens voor een gerechtelijke invordering kan aanbieden en dan weer voor een minnelijke invordering van een schuld. Ook is het de hoogste tijd dat de kosten die in geval van wanbetaling kunnen worden opgelegd, aan banden worden gelegd.

De doorsneeconsument kent de deurwaarder automatisch de rol toe van de boeman die alle huisraad komt opschrijven om ze daarna openbaar te verkopen. Een deurwaarder kan echter ook een heel andere job uitoefenen.

De twee petjes van de deurwaarder

Het scenario van gedwongen verkoop van huisraad komt in de eerste plaats voor wanneer men door de rechtbank was veroordeeld om een som te betalen én men niet is ingegaan op het verzoek van de tegenpartij om te betalen. De deurwaarder komt dan in naam van het gerecht de betaling afdwingen. 

Dezelfde deurwaarder kan echter ook een brief sturen in opdracht van een schuldeiser. Dat is bv. een ziekenhuis, een fitnesscentrum, een energieleverancier of een telefoonoperator, die de opvolging van wanbetalers in het kader van de minnelijke invordering van schulden heeft uitbesteed. 
In die hoedanigheid heeft de deurwaarder niet méér bevoegdheid dan de schuldeiser zelf: de wanbetaler aan de schuld herinneren en aansporen tot betalen, de betaling afdwingen kan hij in geen geval. Maar de schuldeiser hoopt wel dat een brief met de hoofding van een deurwaarder de wanbetaler schrik zal aanjagen. En veelal met succes! 

Twee in één is te verwarrend

Het feit dat een deurwaarder nu eens zijn pet kan opzetten van gerechtelijk ambtenaar en dan weer van tussenpersoon in geval van een minnelijke schuldinvordering, elk met een andere bevoegdheid, is verwarrend. 

Sommige consumenten hebben zo’n schrik dat ze hun rechten onvoldoende durven laten gelden bij een minnelijke invordering. 

Wij pleiten er daarom voor dat deurwaarders niet langer in de hoedanigheid van deurwaarder als tussenpersoon zouden mogen optreden bij een minnelijke schuldinvordering, of dat ze daarvoor op z’n minst aan de controle van de FOD Economie onderworpen zouden zijn. 

De kosten bij minnelijke schuldinvordering moeten wettelijk worden vastgelegd

Een deurwaarder moet zich bij een minnelijke schuldinvordering laten betalen door de opdrachtgever, en niet door de wanbetaler. Maar sommige schuldeisers calculeren de mogelijke tussenkomst van een deurwaarder gewoon in en leggen wanbetalers een zware schadevergoeding op. Het is mogelijk om dat strafbeding te betwisten en zelfs proberen om het door de rechtbank nietig te laten verklaren, maar de uitkomst van zo’n zaak is altijd onzeker. 

Het zou beter zijn als de regels i.v.m. de kosten, strafbedingen en verwijlintresten die een schuldeiser in zijn algemene voorwaarden mag opleggen, in een wet zouden worden vastgelegd. Momenteel wordt daar op wetgevend vlak over gedebatteerd. Ons standpunt is dat men daarbij moet streven naar een evenwicht tussen de rechten en plichten van zowel de schuldeiser als de schuldenaar. Het klopt immers dat de schuldeiser schade lijdt doordat de schuldenaar niet betaalt en het is normaal dat hij daarvoor wordt vergoed. Maar de consument moet worden beschermd tegen onredelijke strafbedingen.