Waarom gebruiken we cookies? We gebruiken eigen cookies en cookies van derden om de kwaliteit van de navigatie te verbeteren, inhoud te personaliseren, statistieken te genereren, advertenties aan te passen aan je voorkeuren en je interactie met je sociale netwerken te vergemakkelijken. Voor dit doel verwerken we persoonlijke gegevens, zoals je browsergegevens. Als je je bezoek aan onze website voortzet, aanvaard je onze cookies. Als je meer informatie wenst over ons cookiebeleid of alle of sommige cookies wilt annuleren, klik dan hier

Sterven alsmaar duurder

26 okt 2018

In maart van dit jaar deed consumentenorganisatie Test Aankoop een steekproef bij 850 landgenoten tussen de 40 en de 80 jaar oud om meer te weten te komen over hun ervaringen met betrekking tot begrafenisgebruiken, hun voorkeuren daarbij en de kost die dit met zich meebrengt. Consumenten reageren over het algemeen zeer tevreden over de afwikkeling van een overlijden naar sereniteit, organisatie en infrastructuur toe. Wat echter opvalt is de fors toegenomen totaalprijs : gemiddeld geven we ruim 5000 uit aan een begrafenis, waar dat in 2008 nog zo’n 4000 € was, in 1986 maar 1900 € en in 1979 slechts 1250 €. Over een periode van 40 jaar komt dit, inflatie inbegrepen, neer op een ruime verdriedubbeling.

Peiling naar gewoonte en tevredenheid

In maart van dit jaar ondervroeg Test Aankoop 850 landgenoten die de afgelopen vijf jaar een dierbare hadden verloren over hun tevredenheid met betrekking tot de verschillende aspecten die bij een uitvaart komen kijken. Hoewel de prijs fors is toegenomen, blijft de Belg zeer tevreden over de kwaliteit van de dienstverlening en de infrastructuur. De respondenten gaven hun begrafenisondernemer gemiddeld 8,6 op 10 en toonden zich erg tevreden naar waardigheid, organisatie en contact toe. De enige kritiek die er was, was de druk die men voelde om te opteren voor duurdere producten en diensten.  Uit de cijfers blijkt dat minder dan 36% van de overledenen een teraardebestelling krijgt en 63% wordt gecremeerd. Een absolute minderheid van 1% wordt geschonken voor wetenschappelijke doeleinden. Op de vraag wat de consument zou kiezen in geval van overlijden, antwoordde 18% van de Belgen begraven te willen worden terwijl 70% aangaf te opteren voor crematie. Bij crematie heb je de keuze om de urn te begraven, in een columbarium te plaatsen, mee te nemen naar huis of om de as te laten verstrooien, hetzij op het kerkhof, hetzij in de vrije natuur, afhankelijk van de toelating daar door de lokale overheid. Steeds meer mensen lijken te kiezen om hun naaste thuis te bewaren. Crematie blijkt overigens meer ingeburgerd in Vlaanderen (72%) dan in Wallonië (43%).

Forse factuur

Op basis van de cijfers van Test Aankoop kan worden berekend dat voor het globale begrafenisgebeuren gemiddeld zowat 5000 € moet worden betaald. 25 % van de nabestaanden betaalt minstens 6000 € en 5 % betaalt maar liefst 9000 tot 15 000 €. De gemiddelde kostprijs in Vlaanderen ligt daarbij zo’n 700 € hoger dan in Wallonië (5300 € v. 4600 €). Opvallend hierbij is dat een crematie in Vlaanderen gemiddeld nog nauwelijks goedkoper is dan een niet-crematie begrafenis (5200€ v. 5400€) terwijl dit verschil in Wallonië beduidend groter is (4100€ v. 5100€).  

Verdriedubbeling

Het is niet de eerste keer dat Test Aankoop zulk een enquête doet; ook in 1979, 1986 en 2008 waren er consumentenbevragingen wat de verbruikersorganisatie in staat stelde een vergelijking te maken door de jaren heen. Op basis van de onderzoeksgegevens in 1979 begrootte Test Aankoop de gemiddelde totaalprijs voor een modale begrafenis op 1000 € tot 1500 € waar dit in 1986 al was opgelopen tot een prijs tussen de 2000 € en de 3000 €. Een crematie kostte destijds gemiddeld 1300 € tot 1700 €. Op basis van het onderzoek uit 2008 kan worden berekend dat voor het globale begrafenisgebeuren gemiddeld zowat 4000 € moest worden betaald. 25% van de ondervraagden verklaarden minstens 5000 € uit te geven. Test Aankoop concludeert dat de kostprijs van een begrafenis over een periode van 40 jaar (tussen 1979 en 2018) zowat is verviervoudigd : van 1250 € naar gemiddeld 5000 €, dit bij een overeenkomstige verdrievoudiging van de levensduurte. Wanneer strikt wordt vergeleken tussen de gemiddelde kostprijs berekend op de bedragen betaald in 2007-2008 en deze berekend op de in 2017-2018 betaalde bedragen, is er een stijging met 34% tegenover een inflatie van 23%.