Waarom gebruiken we cookies? We gebruiken eigen cookies en cookies van derden om de kwaliteit van de navigatie te verbeteren, inhoud te personaliseren, statistieken te genereren, advertenties aan te passen aan je voorkeuren en je interactie met je sociale netwerken te vergemakkelijken. Voor dit doel verwerken we persoonlijke gegevens, zoals je browsergegevens. Als je je bezoek aan onze website voortzet, aanvaard je onze cookies. Als je meer informatie wenst over ons cookiebeleid of alle of sommige cookies wilt annuleren, klik dan hier

Financiële diensten

Schuldvordering: het mes in de extra kosten

21 dec 2015
Mensen met een betalingsachterstand krijgen vaak overdreven hoge kosten aangerekend door de schuldeiser. Dat kan gaan tot een verviervoudiging van het oorspronkelijk gefactureerde bedrag. Ongehoord, zeggen Test-Aankoop en het Steunpunt voor de Diensten Schuldbemiddeling van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest die een voorstel doen om de wet bij te sturen.
Een onbetaalde factuur van € 52,88 werd een rekening van liefst € 218,94. De verklaring? Twee boetes van respectievelijk € 50 en € 75, een nalatigheidsintrest van 1,65 % per maand en tot slot rappelkosten. Dit soort van voorbeelden zijn schering en inslag. Dat er kosten worden aangerekend, staat niet ter discussie. Laattijdige betalingen berokkenen nu eenmaal schade en die schade moet worden vergoed. Maar aan het buitensporige karakter van die kosten moet via de wet paal en perk worden gesteld, aldus Test-Aankoop. 

Huidige wet biedt te veel speelruimte 

De wet bepaalt dat bij wanbetaling de strafbedingen enkel een vergoeding voor de “voorzienbare schade” mogen inhouden, dus geen bedrag als boete. Maar ze bepaalt niet hoe men kan beoordelen of een bedrag al dan niet in verhouding staat tot de geleden schade. In de praktijk komen er vaak een heleboel overdreven hoge kosten boven op het verschuldigde bedrag: een forfaitaire schadevergoeding, administratiekosten, dossierkosten, rappelkosten, intrest enz. De wet omtrent de minnelijke invordering van schulden uit 2002 moest die praktijken een halt toe roepen. Helaas vereist ze enkel dat de kosten worden gerechtvaardigd door “het onderliggende contract”. Bepaalde leveranciers (energieleveranciers, telecomoperatoren, ziekenhuizen enz.) hebben dan ook uitgebreide strafbedingen opgenomen in hun algemene voorwaarden om te verkrijgen wat de wet net wou vermijden: dat wanbetalers opdraaien voor de kosten van de schuldinvordering door deurwaarders en andere professionele schuldvorderaars. 

Vergoedingen moeten worden begrensd

In samenspraak met andere organisaties, en meer bepaald het Steunpunt voor de Diensten Schuldbemiddeling van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, stelt Test-Aankoop voor een artikel toe te voegen aan het Wetboek van Economisch Recht. 

  •  Bij wanbetalingen zou de schuldeiser of degene die de schuld minnelijk invordert (deurwaarder, incassobureau of advocaat) in eerste instantie een ingebrekestelling naar de wanbetaler moeten sturen. Hiervoor zou maximaal een vergoeding van € 7,50 mogen worden aangerekend. 
  • Als de schuld 15 dagen na de ingebrekestelling nog steeds niet is vereffend, mag de schuldeiser bijkomende kosten aanrekenen die begrensd zijn: 
- nalatigheidsintresten tegen de wettelijke intrestvoet (momenteel 2,50 %), vermeerderd met maximaal 10 % (hetzij 2,75 % als conventionele intrestvoet); 
- een forfaitaire schadevergoeding van maximaal € 25 als het verschuldigde bedrag lager is dan € 250, en 10 % van het bedrag als het hoger is dan € 250, met een maximum van € 50. 


De termijn van 15 dagen geeft de schuldenaar de tijd om de factuur, die hij misschien is vergeten te betalen of niet heeft ontvangen, te vereffenen zonder buitensporige kosten. Ook wie de rekening wenst te betwisten of een afbetalingsplan wil vragen, krijgt zo de nodige tijd zonder dat de kosten meteen pieken. De € 52,88 uit het eerder aangehaalde voorbeeld zou volgens deze regeling uiteindelijk € 90 zijn geworden in plaats van € 218,94. Van meer dan een vier keer zoveel tot nog geen twee keer zoveel.