Openbaar vervoer

Good Move: het plan voor een groenere mobiliteit

Deel op

Het Brussels Hoofdstedelijk Gewest lanceert tien jaar na het Iris II-plan het Good Move-plan, voor een concrete overgang naar een mildere vorm van mobiliteit. Met drie hoofdonderdelen wil Good Move concrete actie ondernemen voor een groenere en aangenamere stad voor haar inwoners.

De Europese mobiliteitsweek is een gelegenheid om de aandacht te vestigen op de vele acties die ondernomen moeten worden om de doelstellingen van de Europese Green Deal te halen. Het Good Move-plan van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest reikt echter veel verder en maakt deel uit van een langetermijnvisie, tot 2030.

Het plan is verdeeld in drie “hoofdstukken”: het milieu, het economische en het sociale aspect. Met als doel de mobiliteitsuitdagingen beter te begrijpen en te anticiperen op de behoeften van morgen. Eerdere plannen hebben hiervoor al de basis gelegd maar hebben hun doelstellingen niet bereikt.

In de praktijk gaat het om de uitvoering van 50 concrete maatregelen, die in het actieplan zijn onderverdeeld in de volgende 6 zwaartepunten: verbetering van levenskwaliteit in de buurten, herstel van het evenwicht tussen auto en ander vervoer, ontwikkeling van toegankelijkheid van mobiliteitsdiensten, bewustwording en centralisatie van de besluitvorming, concrete acties en flexibiliteit.

Verbetering van levenskwaliteit in de buurten

Een belangrijk punt in het Good Move-plan is de verbetering van de levenskwaliteit door een veilige en rustige openbare ruimte te creëren. Sinds begin dit jaar is hiervoor in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest een 30 km/u-zone ingesteld om het aantal ongevallen te verminderen en ruimte te maken voor fietsers en voetgangers. Hoewel veiligheid hier een van de belangrijkste doelstellingen is, roept het milieuaspect vragen op: is 30 km/u technisch gezien een goed idee voor de huidige auto's? Mobiliteitsexpert Leo Muyshondt zegt: "We onderzoeken dit momenteel met onze labo-contacten om de juiste informatie te krijgen".

Snelheid is niet de enige kwestie, ook de infrastructuur moet in orde zijn om alle weggebruikers veilig op weg te krijgen. Daarom worden verkeersplannen opgesteld om de verkeersdoorstroming voor alle gebruikers te optimaliseren. Uiteraard moeten de weggebruikers zich aan de regels houden om deel te nemen aan het algemene succes van dit plan, wat niet voor iedereen het geval is.

Ten slotte zullen de grote emblematische openbare ruimten worden gerenoveerd, zodat de inwoners van de stad kunnen genieten. Ook het probleem van leveringen wordt aangepakt, met name door een intelligentere organisatie, het creëren van speciale ruimtes, het groeperen van leveringen, het geven van de voorkeur aan (al dan niet elektrische) fietsen en het ondersteunen van winkeliers in hun inspanningen om te veranderen.

Herstel van het evenwicht tussen auto en ander vervoer

Om de milieu-impact van de mobiliteit te verminderen, is de actie van het Gewest opgesplitst in drie fases: optimalisering van het gebruik van de bestaande infrastructuren om de doorstroming van alle vervoerswijzen te garanderen, ontwikkeling en verbetering van de verschillende netwerken en het waarborgen van een goed niveau van dienstverlening, infrastructuren en uitrusting door middel van preventief beheer en regelmatig onderhoud.

Ontwikkeling van de toegankelijkheid van mobiliteitsdiensten

In de huidige context moeten veel burgers in hun dagelijks leven gebruikmaken van verschillende soorten vervoer. Deze verplaatsingsgewoonten, in combinatie met de wens om het gebruik van de auto terug te dringen, vereisen concrete maatregelen zoals de digitale en fysieke integratie van vervoersdiensten. Met name door de ontwikkeling van MaaS, de ontwikkeling van de kwaliteit, leesbaarheid en toegankelijkheid van openbaarvervoersnetwerken en -diensten, en ten slotte de versterking van de onderlinge koppeling van de verschillende diensten zijn nodig.

Bewustmaking en centralisatie van de besluitvorming

Omdat het milieu een zaak is van iedereen, worden weggebruikers door Good Move uitgenodigd zich bewust te worden van de rol die zij spelen. Zo zou door het belasten van automobilisten van buiten het gewest het verkeer tegen 2030 met 25% kunnen afnemen, om plaats te maken voor andere, milieuvriendelijkere mobiliteitsoplossingen. Dit zou de luchtverontreiniging verminderen en daarmee de kwaliteit van leven en gezondheid van burgers verbeteren.

In de praktijk wordt dit idee geconcretiseerd door het "Smartmove"-voorstel, dat een combinatie is van stadstol en een intelligente kilometerheffing voor de komst van bezoekers en/of pendelaars in het Brussels Gewest. Dit voorstel heeft veel politieke reacties uitgelokt, zowel in Vlaanderen als in Wallonië. Het heeft ook een juridische discussie op gang gebracht. De conclusie lijkt te zijn dat deze maatregel, waarvan de precieze aard nog niet bekend is, niet meteen het daglicht zal zien.

"Wij zijn van mening dat de wijziging van de belasting op auto's van "bezit" naar "gebruik" alleen aanvaardbaar kan zijn als de 3 gewesten bij de beslissing worden betrokken", aldus mobiliteitsexpert Leo Muyshondt. Afgezien van de burgers zullen de verschillende gewesten immers in overleg moeten handelen, willen zij efficiënt zijn. In het algemeen moet een samenwerking tussen de gemeenten, de naburige gewesten, de federale regering, Europa en de publieke en private actoren worden bevorderd, net als een participatieve en op de burger gebaseerde uitvoering van de acties van het plan.

Tussen concrete acties en flexibiliteit

Good Move is opgezet als een middel om de doelstellingen op lange termijn te bereiken. Het plan combineert concrete acties om op specifieke problemen te reageren met een zekere mate van flexibiliteit. Er zal een meerjarenprogramma worden opgezet om de vastgestelde acties te kunnen plannen en ze aan de hand van de evaluatie ervan te kunnen bijstellen, zodat bepaalde prioriteiten en middelen zo nodig opnieuw kunnen worden vastgesteld.

Net als bij de LEZ-maatregelen is het van essentieel belang de sociale aspecten niet uit het oog te verliezen door bijvoorbeeld steun in te voeren voor gezinnen met een laag inkomen die het zich niet kunnen veroorloven een nieuwere, minder vervuilende auto aan te schaffen. Maar ook door het vervoersnetwerk te ontwikkelen van de gebieden met de laagste inkomens naar de werkgelegenheidsgebieden, en door stedelijke ontwikkelingen te koppelen aan het mobiliteitsaanbod.

Kortom, het gaat er niet alleen om diverse maatregelen te treffen om het autogebruik terug te dringen, maar ook om een billijker en efficiënter beleid uit te denken en voor te stellen, ondersteund door alternatieven die het mogelijk maken deze vervuilende vervoermiddelen te vervangen.

Commentaar

Openbaar vervoer

Hoe tackelen we de uitdagingen van het openbaar vervoer in de toekomst? Daar moeten we post-COVID-19 over nadenken.

Meer info...