Home > Gezondheidszorg > Symptomen & ziektes > HIV en aids
HIV en aids
Het aantal hiv-besmettingen ging in ons land de laatste jaren weer in stijgende lijn. Het ziektebeeld aids is wel beter onder controle. Alle aandacht moet bij ons gaan naar preventie en naar de strijd tegen discriminatie van mensen met hiv.- Dossier
- Welk voorbehoedsmiddel voor u ?
In bloed, sperma, vaginaal vocht en moedermelk
Het hiv-virus kan zich voornamelijk in vier lichaamsvochten concentreren: bloed (ook menstruatiebloed), sperma, vaginaal vocht en moedermelk. Om zich tegen een besmetting met hiv te beschermen komt het er dus op aan te vermijden dat een van die vloeistoffen van een seropositief persoon het lichaam van een nieuwe gastheer binnendringt. Dat zou kunnen gebeuren via de anus, de vagina, de mond, inwendige of uitwendige wondjes.
Welke zijn de voornaamste risicogedragingen?
Wie weet hoe de overdracht kan gebeuren, kan ook meteen het risicogedrag en de risicogedragingen afbakenen: onbeschermde seksuele contacten (anaal, vaginaal en oraal), uitwisseling van naalden bij intraveneus druggebruik, prikongelukken met naalden, niet-steriel chirurgisch materiaal of materiaal voor piercings en tatoeages, borstvoeding. Van al deze risicocontacten levert onbeschermde anale of vaginale penetratie (d.i. zonder condoom) het grootste besmettingsrisico op. De aanwezigheid van een andere seksueel overdraagbare aandoening is een bijkomende risicofactor voor besmetting met hiv.
Tijdig testen is belangrijk
Een tijdige diagnose is erg belangrijk voor een goede monitoring van de besmetting en om verdere verspreiding van de ziekte tegen te gaan.
U moet er wel mee rekening houden dat na het risico (onveilige seks, prikaccident …) een periode van minimaal 6 weken, en bij voorkeur 3 maanden, moet verstrijken alvorens u de test laat uitvoeren. Laat u de test sneller doen, dan zijn de antilichamen tegen hiv immers niet noodzakelijkerwijze op te sporen door de tests. Voor een hiv-test gaat u naar de huisarts.
Hoe wordt hiv niet overgedragen?
Besmetting met hiv kan niet gebeuren:
- via contact met speeksel, zweet, uitwerpselen of urine (tenzij die bloed bevatten);
- door een persoon met hiv te kussen, de hand te schudden of te omhelzen;
- door elkaar te masturberen (tenzij er contact is tussen een besmette vloeistof en een wonde in de huid);
- wanneer u een massage krijgt van iemand die besmet is met hiv;
- wanneer u samenleeft met iemand met hiv en douche, bad, toilet en eetgerei deelt;
- via hoesten of niezen;
- via insectenbeten.

Favorieten |
Email |
Google |
Myspace |
Facebook |
Live |
Digg |
Del.icio.us |
Msn Reporter |
Bligg |
StumbleUpon |
Favorieten
Email
Google
Myspace
Facebook
Live
Digg
Del.icio.us
Msn Reporter
Bligg
StumbleUpon