Test-Aankoop

Blog

Proefaanbod

01.03.2010

Is uw reis al geboekt?

Het is aangeraden om op het boekingsformulier alle elementen te laten vermelden die voor u essentieel zijn om van een geslaagde reis te kunnen spreken

Bent u die lange koude winter ook zo beu? Bent u al aan het dromen over een mooie reis in de zomer? U hebt ongetwijfeld gehoord over het onderzoek van Test-Aankoop naar reisbureaus. Daarin werd gesteld dat u in bepaalde gevallen soms beter wat op internet surft om bijvoorbeeld een citytrip te boeken.

Uit de steekproef bij vijftig reisbureaus bleek dat slechts een reisbureau op vier afdoende antwoorden gaf op doelgerichte vragen. De mystery-shoppers van Test-Aankoop trokken langs de reisbureaus met vragen voor een rolstoeltoegankelijke citytrip naar Londen en een citytrip naar Cairo. Slechts een op de tien reisbureaus kende de beste reisperiode voor een trip naar de Egyptische hoofdstad terwijl bijna de helft niet weet dat er meer te zien is dan de obligate piramiden.

De reissector reageerde furieus en stelde onder meer dat reisagenten geen encyclopedieën zijn. Dat is juist, maar ik meen dat zij een daadwerkelijke meerwaarde moeten bieden. Bijvoorbeeld via gespecialiseerd en nauwkeurig advies. Zo heb ik zelf ook mijn laatste citytrip met de kinderen naar Londen online geboekt en georganiseerd. Maar tijdens de paasvakantie maak ik met enkele vrienden een rondreis in India, en ben ik maar wat blij met de raadgevingen van mijn reisbureau. Het is van groot belang zowel voor de reizigers als voor de sector zelf, dat reisbureaus echt de rol van bemiddelaar opnemen, dat reisagenten mensen zijn die onafhankelijk en met kennis van zaken raad geven.

Daarnaast is er ook het juridisch en praktisch oogpunt. Test-Aankoop stelt soms verrassende zaken vast wat betreft de boekingsformulieren. Een goed boekingsformulier is belangrijk want het biedt een geheugensteuntje voor de reizigers. Het formulier moet alle inlichtingen bevatten die essentieel zijn voor de reis. Bijvoorbeeld dat u voor halfpension hebt gekozen of dat u een annuleringsverzekering hebt gesloten. Het is echter ook aangeraden om er alle elementen te laten op vermelden die voor u essentieel zijn om van een geslaagde reis te kunnen spreken. U hebt kinderen en stelt een babysitdienst op prijs, zeezicht is absoluut belangrijk voor u, bij excursies moet u zeker zijn dat de gids een taal spreekt die u begrijpt. Laat dat zeker noteren op het boekingsformulier. Zo kan het reisbureau, in tegenstelling tot internet, een persoonsgerichte service bieden.

En als het toch misloopt, is er nog de Geschillencommissie Reizen die eventuele conflicten beslecht (in verzoening of arbitrage) tussen reiziger en het reisbureau en/of touroperator. Het boekingsformulier moet wel de algemene voorwaarden van deze Geschillencommissie vermelden of minstens een verwijzing naar de commissie. Een gewaarschuwd reiziger is er twee waard!
22.02.2010

Farma-industrie: inventief of uitbuiters van het systeem?

De afzetmarkt van een medicijn vergroot zonder dat er een dure registratie aan te pas komt

Vorige keer hadden we het in deze column over 'patiëntenbegeleidingssystemen' die farmabedrijven opzetten, met als doel de patiënten zoveel en zo lang mogelijk aan zich te binden. We blijven in dezelfde sfeer, maar hebben het nu over het zogenaamde off-labelgebruik van geneesmiddelen. U hebt er misschien nog niet van gehoord en toch is de kans reëel dat u er ooit mee te maken had.

Bij off-labelgebruik worden geneesmiddelen gebruikt voor andere aandoeningen of doelgroepen dan die waarvoor ze geregistreerd zijn. In sommige gevallen kan die behandeling wel soelaas bieden. Helaas bestaat ook misbruik door de farmaceutische industrie, die het systeem uitbuit om haar afzetmarkt uit te breiden. Begin 2009 kreeg farmareus Eli Lilly een boete van 1,4 miljoen dollar voor de promotie van off-labelgebruik van Zyprexa, een antipsychoticum dat geregistreerd werd voor ernstige psychiatrische aandoeningen, en dat off-label aangewend werd voor het behandelen van vaker voorkomende zaken als depressie en slaapproblemen. Eli Lilly wist dat Zyprexa sufheid kon veroorzaken, maar claimde dat deze bijwerking een voordeel was en wist zo veel artsen in rusthuizen te overtuigen om Zyprexa voor te schrijven. Bepaalde manieren van off-labelgebruik van medicijnen zijn dus niet goed te praten. Wist u trouwens dat de cortisonenneusspray die u gebruikt bij een banale verkoudheid, enkel geregistreerd is om de symptomen van een allergie te verminderen? En als een sporter epo neemt, is dat niet omdat hij chronische nierinsufficiëntie heeft, maar wel om zijn prestaties te verbeteren. Hiermee belanden we in de illegale sfeer: ook doping is in zekere zin een vorm van off-labelgebruik. Uiteraard is dit zeer voordelig voor de farma-industrie: de afzetmarkt van een medicijn vergroot zonder dat er een dure registratie aan te pas komt. Bovendien kan de fabrikant niet verantwoordelijk worden gesteld wanneer het misloopt. Het is immers de arts die de therapeutische vrijheid heeft om iets voor te schrijven. Er bestaat in België geen wet die het off-labelgebruik van medicijnen regelt, wel in Nederland. Uit een studie van het Europees Geneesmiddelenagentschap blijkt dat medicijnen bij kinderen meer ernstige bijwerkingen hebben als ze off-label worden gebruikt. Dat komt onder meer omdat de juiste doses proefondervindelijk tot stand moeten komen. Zorgwekkend, net als het feit dat artsen soms zelf niet goed weten voor welke indicaties geneesmiddelen geregistreerd zijn en voor welke niet. Begrijpelijk als u weet dat een origineel geneesmiddel en een generiek vaak niet allemaal dezelfde indicaties hebben. Er moet dan ook dringend transparantie komen, en meer wetenschappelijke basis voor dat off-label voorschrijven. Meer dan redenen genoeg om onze minister van Volksgezondheid Laurette Onkelinx aan de tand te voelen.
08.02.2010

Patiƫntenbegeleiding door bedrijven: nee, bedankt

Het is niet aan de farmaceutische bedrijven om patiënten te begeleiden bij hun medicatiegebruik

Mijn huisarts heeft me zowat een jaar geleden verplicht om een cholesterolverlager te nemen. Sindsdien neem ik dagelijks mijn pilletje en ga ik braaf op controle wanneer dat noodzakelijk is. Onze mensen van Test Gezondheid, de gezondheidstak van Test-Aankoop, weten evenwel dat heel wat patiënten problemen hebben met therapietrouw. Patiënten volgen niet steeds de adviezen van hun arts en stoppen soms met de voorgeschreven medicatie of wijzigen op eigen houtje de dosering.

De farmaceutische industrie heeft daar natuurlijk iets op gevonden: patiëntenbegeleidingsprogramma's. Zo vraagt het bedrijf Pfizer aan artsen dat ze patiënten aan wie ze Lipitor voorschrijven, zouden aansporen om een website van Pfizer te bezoeken. Daar kan de patiënt zich inschrijven voor een 'begeleidingsprogramma'. Het is de bedoeling ervoor te zorgen dat hij dagelijks trouw zijn medicatie, in dit geval Lipitor, blijft nemen.

Die website is alleen toegankelijk wanneer de patiënt het lotnummer van een doosje Lipitor intikt. Op de website wordt Lipitor verder niet bij naam genoemd. Wel is het logo van het bedrijf zichtbaar. Patiënten vinden er uitleg over cholesterol en hartziekten en ontvangen regelmatig mailtjes om hen eraan te herinneren de website te bezoeken. De kernboodschap is dat ze hun geneesmiddel trouw moeten blijven nemen en dat stoppen zeer gevaarlijk zou zijn. Er wordt de loftrompet gestoken over het medicijn, dat 'door miljoenen mensen wordt gebruikt'. Men noemt geen namen, maar voor de patiënt gaat het dus om Lipitor en alleen Lipitor.

Wij vinden dat een verontrustende evolutie. Het is niet aan de farmaceutische bedrijven om patiënten te begeleiden bij hun medicatiegebruik. Het is niet het bedrijf dat erop zal wijzen dat er misschien betere behandelingen zijn. Het is niet het bedrijf dat de patiënt erop zal wijzen dat in zijn geval de potentiële voordelen van het geneesmiddel misschien erg klein zijn en niet noodzakelijk opwegen tegen de bijwerkingen. Kunnen we van die bedrijven verwachten dat ze de patiënt aanraden te stoppen met hun behandeling of hen te adviseren over te schakelen naar een geneesmiddel van de concurrentie? U weet wel beter!

Zegt de naam Alli u nog iets? 'Alli is een geneesmiddel, geschikt voor volwassenen in overgewicht boven de 18jaar met een body mass index (BMI) van 28 of hoger. Dit medicijn moet gebruikt worden in associatie met een dieet met een verminderd calorie- en vetgehalte', stelt GlaxoSmithKline (GSK). Test-Aankoop heeft in mei 2009 gewaarschuwd voor een oneigenlijk gebruik van Alli toen het vrij van voorschrift op de markt kwam.

GSK zelf zette ook een patiëntenbegeleidingsprogramma op poten. Veel mensen haken immers af omwille van vervelende bijwerkingen. Daarenboven is het nut van dit middel voor de meeste gebruikers vrij beperkt. Maar het is niet op hun website dat patiënten te weten komen dat ze misschien maar beter stoppen.

Bedrijven ontwikkelen steeds vaker begeleidingsprogramma's om rechtstreeks te communiceren met patiënten. Het is hen erom te doen de afzet van het eigen merkgeneesmiddel veilig te stellen door patiënten te 'fideliseren'. Laten we dat niet vergeten.
01.02.2010

Een op twintig Vlamingen kent betalingsmoeilijkheden!

Vorige donderdag mochten we mee aanschuiven aan het banket van de Beroepsvereniging voor het Krediet met als gastspreker de heer Jan Smets van de Nationale Bank van België. Ik blijk er (nog) geen persona non grata te zijn, hoewel de kredietgevers me vertellen dat ze liever hebben dat wij ons bezig houden met de kwaliteit van de worsten dan met banken en kredieten! Dream on … Test-Aankoop waakt over consumentenbelangen in de brede zin van het woord en niet enkel over hun voeding. Bertholt Brecht had het over “Erst das Essen, dan die Moral”.

 

Welnu, over de moraal van sommige kredietgevers heb ik twee weken geleden nog geschreven in deze column. Wanneer de kredietgevers het hebben over een “kwaliteitsvolle manier waarop kredieten worden verstrekt” en de vertegenwoordiger van de Nationale bank het heeft over “meer crisisgebonden betalingsmoeilijkheden”, dan neem ik er toch liefst de cijfers zelf bij. De Centrale voor Kredieten aan Particulieren publiceert immers ieder jaar de officiële cijfers over aantallen kredietovereenkomsten evenals aantallen gezinnen die betalingsmoeilijkheden kennen.

 

Voor alle duidelijkheid, ik ben niet tegen krediet. De meesten onder ons worden niet rijk geboren en moeten dus een of meerdere leningen aangaan om een woning te kopen, een auto te financieren, andere zaken te bekostigen. Steeds meer consumenten zijn dan ook betrokken bij kredietverstrekking: bijna 57 % van de meerderjarige landgenoten heeft een of meerdere kredietovereenkomsten lopen. Van die lopende kredieten zijn het de kredietopeningen die bijna de helft van de kredietmarkt uitmaken (47 %). Tezelfdertijd stellen we vast dat de stijging van overmatige schuldenlast voor een groot deel te wijten is aan het groeiende succes van kredietgevers van buiten de banksector: warenhuizen, financieringsmaatschappijen, postorderbedrijven. En kredietopeningen zijn dan wel erg soepel in het gebruik, het nadeel is dat de consument een zeer hoge intrestvoet moet betalen en te veel vrijheid krijgt: het minimumbedrag dat hij elke maand moet terugbetalen, is bij de meeste kredietgevers zeer klein en voor de rest mag hij zelf beslissen wanneer en hoeveel hij terugbetaalt, waardoor het makkelijk is om de afbetaling eens te "vergeten".

 

In de cijfers van de Kredietcentrale voor het jaar 2009 vinden we dan ook terug dat een kleine helft van de betalingsmoeilijkheden zich situeert bij deze kredietopeningen (45 %). In het algemeen gaan we van 495 miljoen kredieten met betalingsachterstand in 2008 naar 511 miljoen in 2009, hetzij een stijging met 3,3 %. Het aantal consumenten met betalingsmoeilijkheden liep het voorbije jaar op tot 356 611 personen, hetgeen overeenkomt met meer dan 4 % van de meerderjarige consumenten. De meerderheid van de consumenten die zich in deze weinig benijdenswaardige situatie bevinden, heeft een of twee betalingsachterstanden. Een Vlaming op twintig kent een betalingsachterstand, terwijl dit aantal voor Brussel en Wallonië zelfs een op tien beloopt. In deze tijden van aanhoudende crisis is het dan ook de verantwoordelijkheid van de bevoegde ministers, maar in feite van de hele regering, om te waken over een verantwoorde manier van kredietverstrekking, opdat een aantal landgenoten niet met de strop om de nek het jaar moeten doorkomen.

18.01.2010

Hospitalisatie-verzekeraar DKV bakt het bruin

De tariefwijziging van DKV is onwettig. Verzekerden moeten de verhoging van het tarief dus niet betalen 

De hospitalisatieverzekeringen worden almaar duurder. Voor heel wat mensen wordt deze erg noodzakelijke verzekering een onbetaalbare zaak. De verzekeraars lieten de premies ongebreideld stijgen sinds 2004, vooral voor senioren. Sommige maatschappijen passen de truc toe om met een redelijke premie van start te gaan, maar die buitensporig op te trekken als de verzekerde eenmaal te oud is om nog van verzekeraar te veranderen.

In 2005 verkreeg Test-Aankoop van de rechtbank dat verzekeraar DKV niet langer zijn premies voor hospitalisatieverzekering mocht verhogen op basis van de leeftijdscategorie waartoe de verzekerden behoren. Direct gevolg van die rechterlijke uitspraak was dat DKV zijn discriminerende tarievenbeleid op basis van leeftijd moest veranderen. Maar DKV ging in beroep en dat is nog steeds hangende.

Inmiddels verplicht de wet-Verwilghen van 2007 om de premies te indexeren op basis van een of meer objectieve indexen. Maar we zijn nu twee jaar verder en die indexen bestaan nog altijd niet. Nochtans zijn er maatschappijen, zoals AG Insurance, die de premies aanpassen aan een onderdeel van het indexcijfer van consumptieprijzen, namelijk de verpleging in eenpersoonskamers. De wet werd in juni 2009 al aangepast: de verzekeraars mogen de premie sindsdien niet alleen indexeren, ze mogen ze ook optrekken als ze daarvoor de toestemming krijgen van de CBFA, de controlerende instantie in de verzekeringssector, en ze mogen ook de voorwaarden aanpassen. Dat is strijdig met het wettelijke principe dat de verzekeraar de dekkingsvoorwaarden na het sluiten van de overeenkomst niet meer kan wijzigen.

Intussen schrikt DKV er niet voor terug nog maar eens een premieverhoging door te voeren. Onlangs kondigde DKV een stijging aan met 7,84 %. Test-Aankoop trok aan de alarmbel en vroeg en kreeg de aandacht van enkele parlementsleden. Zo ondervroeg senator John Crombez (SP.A) enkele dagen geleden minister Didier Reynders (MR), bevoegd voor verzekeringen. Hij kreeg een onverwacht antwoord. Luidens het antwoord van Reynders vallen de 'door DKV eenzijdig aangekondigde tariefwijzigingen onder geen van de door de wet bepaalde mogelijkheden. De wijzigingen zijn dan ook onwettig en nietig op het vlak van het overeenkomstenrecht. Verzekerden moeten de verhoging van het tarief dus niet betalen.' Duidelijke taal, maar helaas lezen slechts weinig mensen de verslagen van de Senaat. Dezelfde minister Reynders bereidt echter het koninklijk besluit voor over de langverwachte medische index en in de ontwerptekst worden de leeftijdsgebonden premiestijgingen gerechtvaardigd. Hoe dat komt? Welnu, de tekst van het KB werd voorbereid door deskundigen uit de verzekeringssector, onder wie de topmensen van de verzekeringssector Assuralia, de beschermheren van DKV. Regelrechte schande. We mogen hopen dat dit KB niet door de ministerraad wordt goedgekeurd.

Ivo Mechels blogt

Ivo Mechels blogt Ivo Mechels werkt sinds 1995 bij Test-Aankoop, de jongste jaren treedt hij vooral op als woordvoerder. In deze blog levert hij commentaar op de consumentenactualiteit. De standpunten die hij vertolkt zijn niet de "allerindividueelste expressie van zijn allerindividueelste emotie" maar wel die van Test-Aankoop. Zin om te reageren op deze standpunten of om andere thema's aan te kaarten ? Ga gerust uw gang maar weet dat Ivo het zeer druk heeft en niet met alle Vlamingen apart in debat kan gaan. Deze weblog is ook niet de plaats om individuele problemen aan te kaarten, daarvoor bevelen wij ons Contact Center aan.