Uw vragen
U heeft een vraag over...
Ik vraag me af of de actie “Gouden daad” nog loopt. De website lijkt niet meer te zijn bijgewerkt.
De website www.goudendaad.be is inderdaad al een tijdje niet meer bijgewerkt maar we kunnen u bevestigen dat de actie nog steeds loopt. U kunt dus nog steeds bij uw financiële instelling, indien ze nog deelneemt aan de actie, aangeven dat zo goed als waardeloze fysieke of gedematerialiseerde effecten (die bijvoorbeeld minder zouden opbrengen dan de verkoopkosten) mogen worden overgemaakt op speciaal daartoe geopende effectenrekeningen. Alle financiële partners van het project brengen de verzamelde effecten dan samen om ze daarna gezamenlijk te verkopen.
De opbrengsten gaan evenwel niet meer naar een verzameling van liefdadigheidsinstellingen zoals twee jaar geleden maar naar de Stichting voor Toekomstige Generaties (www.stg.be), de bedenker en oprichter van Gouden Daad. Deze stichting zag in 1998 het levenslicht en steunt op verschillende manieren projecten die de nadruk op duurzaamheid leggen. De komende maanden, wanneer de opbrengst voor 2011 wordt bekendgemaakt, gaat de stichting trouwens de actie nieuw leven inblazen en opnieuw communiceren via de website.
U publiceert regelmatig artikels over orders via internet. Is het bij die banken ook mogelijk is om orders door te geven voor de beurs Alternext ?
· Alternext is de nieuwe
markt van Euronext Brussel, die in juni 2006 van start ging en die mikt op
noteringen van kleine en middelgrote ondernemingen. Alternext houdt zowat het
midden tussen de in 2004 opgerichte Vrije Markt, waarop kleine ondernemingen
noteren die aan weinig of geen verplichtingen rond onder meer grootte,
boekhouding, informatieverstrekking en kaspositie zijn onderworpen, en de
normale gereglementeerde markt Eurolist. Op Alternext Brussel noteren
ondertussen vier aandelen : De Rouck Geomatics, Emakina Group, Porthus en
Evadix.
· We namen contact op met
de vier grote bankinstellingen Dexia, Fortis, ING en KBC en daarnaast ook met
Deutsche Bank, BinckBank, Fortuneo, Cortal Consors, Keytrade Bank en Bolero (KBC
Securities). Allemaal meldden ze ons dat u inderdaad ook orders kunt doorgeven
om op Alternext aandelen te kopen en te verkopen. De gehanteerde tarieven zijn
bij al deze instellingen dezelfde als voor de orders die u doorgeeft op
Euronext.
Zijn de verschillende fiscale plafonds of grenzen voor 2011 opwaarts aangepast ?
Voor 2011 zijn verschillende fiscale plafonds of grenzen inderdaad opwaarts aangepast. Door het uitblijven van inflatie was dat begin 2010 niet het geval. Ziehier een overzicht van de bedragen van deze plafonds.
– Het maximumbedrag dat u dit jaar mag storten in een pensioenspaarfonds of een pensioenspaarverzekering is opgetrokken van 870 tot 880 EUR.
– Voor levensverzekeringen met fiscaal voordeel is het maximum aftrekbare bedrag gestegen van 2 080 tot 2 120 EUR. Dit is een absoluut maximum. Op basis van uw inkomsten en reeds afgetrokken sommen voor de aflossing van een hypothecaire lening, is het mogelijk dat uw maximaal aftrekbare bedrag lager ligt.
– Op spaarrekeningen zijn de interesten vrijgesteld van roerende voorheffing (momenteel 15 %) gestegen van 1 730 EUR (voor 2009 en 2010) tot 1 770 EUR.
– De dividenden van coöperatieve deelbewijzen tenslotte zijn vrijgesteld van belasting tot een bedrag van 180 EUR in plaats van 170 EUR eerder.
Ik probeer zonder succes om 100 stukken van het vastgoedcertificaat Genk Logistics te kopen tegen de koers die u naar voor schuift. Hoe ga ik het best te werk?
Weinig handel
Het verhandelen van vastgoedcertificaten loopt niet altijd van een leien dakje, dat is een feit. Er zijn niet zoveel effecten in omloop terwijl de interesse vrij beperkt is. Ze worden vrij weinig verhandeld en in tegenstelling tot de meeste aandelen is het niet gemakkelijk om certificaten te kopen of te verkopen. Het is zelfs niet uitzonderlijk dat er bepaalde handelsdagen geen transacties gebeuren.
Enkele fixing
U mag ook niet uit het oog verliezen dat er in vastgoedcertificaten slechts één keer per handelsdag transacties plaatsvinden, er is slechts één fixing namelijk om 15 uur. Voor 15 uur worden alle orders samengebracht en bepaalt de centrale computer tegen welke koers de meeste aantal aandelen kunnen worden verhandeld. Tot een halfuur na de fixing kan enkel en alleen nog gehandeld worden tegen de fixingkoers als er tenminste tegen die koers zowel een koper als verkoper opduikt. Niet onbelangrijk is te vermelden dat het maximale koersverschil per fixing slechts 10 % mag bedragen.
Uw order aanpassen
Het staat als een paal boven water dat handelen in liquide aandelen en in illiquide vastgoedcertificaten niet hetzelfde is en u uw strategie om aandelen te verhandelen niet zomaar kan overzetten op vastgoedcertificaten. U kan niet verwachten dat u een (naar certificaatnormen) groot pakket van 100 zomaar in de markt kan leggen tegen een lagere marktprijs en ervan uitgaan dat het order wel zal worden uitgevoerd. Het zou kunnen dat uw order na enkele weken nog steeds niet (volledig) is uitgevoerd.
Limietkoers
Wilt u sneller uw order ‘gevuld’ zien, zit er niets anders op dan iets meer te betalen. Kijk naar het orderboek (waar koop- en verkooporders worden samengebracht) om te zien of enkele ‘grote’ orders wel in de verkoop staan tegen een hogere prijs. Het orderboek is echter een dynamisch gegeven en kan vrij snel wijzigen. We raden dan ook aan het orderboek regelmatig te checken (terug te vinden op de beursplatformen van onlinebrokers en van sommige banken) en uw limiet aan de marktomstandigheden aan te passen. We kunnen ten slotte niet genoeg herhalen gezien de beperkte liquiditeit altijd met limieten te werken anders zou u kunnen voor een onaangename verrassing staan en meer moeten betalen dan u initieel had verwacht.
Gezien andere instellingen betere voorwaarden aanbieden dan deze van mijn bank, wil ik van bank veranderen. Moet ik kosten betalen om mijn huidige spaarrekening af te sluiten ?
Neen. Sinds 1 november 2007 is het voor financiële instellingen wettelijk verboden om nog kosten aan te rekenen als u een zicht- of spaarrekening wilt afsluiten. Bovendien is uw huidige bank ook wettelijk verplicht om pro rata temporis de eventuele beheerskosten terug te betalen die u eventueel op voorhand voor een heel jaar hebt betaald.
We hebben een deel van onze spaarcenten in een kasbon gestopt bij Argenta. We zouden die centen graag terug willen voor de einddatum. Mag of kan dat ?
· Als u hebt ingetekend op
een kasbon, heeft de bank in theorie altijd het recht om te weigeren uw kapitaal
terug te betalen vóór de eindvervaldag. In de praktijk loopt het meestal niet
zo'n vaart en is er een alternatief.
· Argenta hanteert de volgende voorwaarden:
– alle verlopen coupons (in uw geval die van maart 2007, 2008 en 2009) zijn definitief verworven.
– de intresten over de periode maart 2009 tot de datum van terugbetaling zullen u "prorata temporis" worden uitgekeerd (na aftrek van de roerende voorheffing).
– het bedrag aan kapitaal dat u wordt terugbetaald, zal bepaald worden aan de hand van de rente-evolutie. Als de kasbonrente op het moment van terugbetaling hoger staat dan de rentevoet waarvan u genoot, dan zult u iets minder dan uw belegde kapitaal terugkrijgen. Is de huidige kasbonrente lager of gelijk aan uw rentevoet, dan zult u 100 % van uw kapitaal terugkrijgen.
– het terugbetaalde bedrag wordt echter sowieso verminderd met 0,50 % dossierkosten (berekend op het oorspronkelijk kapitaal) en met een wederbeleggingsvergoeding van 0,40 % (de berekening daarvan is vrij complex en terug te vinden in het algemeen reglement van de bank).
· Deze voorwaarden zijn specifiek voor Argenta maar het principe bestaat ook bij andere banken. Soms hangen de voorwaarden ook af van de reden waarom er een terugbetaling wordt gevraagd (jobverlies, ziekte, aankoop van een woning ...). Tot slot geven we u nog mee dat er in de praktijk ook voor termijnrekeningen veelal een regeling voor vervroegde terugbetaling bestaat.
Als klant van Bank Degroof vind ik het eigenaardig dat het gros van hun fondsen onder de fondsenverdeler ‘Rabobank.be’ bij u staan. Hoe komt dat?
Het betreft hier geen vergissing. Omdat we maar plaats hebben voor een enkele naam publiceren we normaal gezien de naam van de hoofdverdeler naast elk beleggingsfonds. Voor fondsen van Degroof Fund Management is dat bijvoorbeeld Bank Degroof.
Op die regel hanteren we een uitzondering. Wanneer het fonds met minder kosten kan aangekocht worden bij een evenwaardige distributeur, dan vermelden we de naam van die andere distributeur. Zo koopt u het goudmijnaandelenfonds Share Gold EUR bij Bank Degroof aan maximaal 2,5 % en op een ander aan maximaal 3 %. Maar Rabobank.be heeft dat fonds recentelijk opgenomen in haar selectie aan 1 %. Aangezien de internetinstelling geen jaarlijks bewaarloon aanrekent of een andere kost hanteert, zijn de meeste retailklanten dan ook beter af bij de internetinstelling dan bij Bank Degroof wat kosten betreft.
Uiteraard is dat louter bekeken vanuit kostenstandpunt. Weet u wat u wilt, dan is een goedkope (internet)bankier iets voor u. Wilt u echter een uitgebreide adviesverlening bij uw keuzes dan kunt u meestal niet terecht bij de goedkoopste instelling.
Ik heb om 17u36 een verkooporder ingegeven voor de dag zelf voor 200 stukken AB InBev tegen slotkoers. Mijn order is tijdens de resterende 4 minuten niet uitgeoefend. Waarom?
Vooraleer we concreet op uw vraag antwoorden, overlopen we nog eens de slotprocedure op het continusegment van de beurs van Brussel, die trouwens ook geldt op de andere Euronext beurzen. Om 17u30 wordt de handel stopgezet en daarna gaat de markt gedurende vijf minuten, tot 17u35, opnieuw in vooropening. Alle koop- en verkooporders worden in die korte tijdspanne verzameld en geen handel is mogelijk. Om 17u35 berekent de computer dan de evenwichtsprijs waartegen het grootste aantal aandelen kunnen worden verhandeld. Tussen 17u35 en 17u40 kan enkel en alleen nog tegen die slotkoers worden gehandeld.
Inderdaad, na de fixing tussen 17u30 en 17u35 kwam er een slotkoers voor AB Inbev van 38,65 EUR uit de bus. Daarna kan er in principe nog vijf minuten tegen deze koers worden gehandeld. Na de slotprocedure stonden naar alle waarschijnlijkheid nog heel wat stukken in de verkoop tegen 38,65 EUR en uw order, dat pas om 17u36 werd ingegeven, bevond zich achteraan van een lange rij. Stel dat er gedurende de slotfixing een verkooporder van 10 000 stuks tegen 38,65 EUR werd ingebracht en er slechts 3 500 effectief werden gekocht, dan staan er tijdens de laatste vijf minuten handel nog 6 500 aandelen open. Uw order komt pas nadat dit pakket is uitgevoerd aan de beurt en vier minuten was misschien te kort om dit te doen.
Uiteindelijk is er geen man overboord en beschikt u de volgende handelsdag over voldoende tijd om het aandelenpakket vooralsnog te verkopen. Op het continusegment van de Brusselse markt kan er tussen 9 uur en 17u30 doorlopend worden gehandeld. U kunt hetzelfde order opnieuw inbrengen voor onbepaalde duur, meestal wordt het order bij niet uitvoering op het einde van het jaar geschrapt ofwel kunt u zelf een vervaldatum naar keuze inbrengen.
In geval van volatiliteit op de markten kan het geen kwaad uw order op te volgen en desnoods de limiet te wijzigen.
Ik heb Belgische staatsbons in portefeuille. Hoe kan ik weten hoeveel ze noteren?
Surf
Om de koersen terug te vinden, volstaat het naar de website van het Agentschap van de Schuld te surfen (www.debtagency.fgov.be). Nadat u uw taalkeuze hebt doorgegeven, klikt u bovenaan op ‘producten’, daarna op ‘staatsbons’ en ‘secundaire markt’. Ten slotte klikt u ‘lijst van genoteerde producten’ aan en wordt u doorverwezen naar de website van Euronext waar u meteen alle genoteerde staatsbons krijgt. U kunt ook naar de website van Euronext (www.euronext.com) gaan maar dan is het wel ingewikkelder.
Heel wat informatie
In de lijst met staatsbons, vindt u het volgende:
- in de eerste kolom: de naam van de staatsbon, met de afkorting BELG vooraan gevolgd door de coupon en de afloopdatum (de naam “BELG3,10%4MAR14” bijvoorbeeld geeft aan dat het om een staatsbon gaat met een coupon van 3,10 % en afloopdatum van 4 maart 2014);
- in de tweede kolom : de ISIN-code (bovenaan de pagina vindt u ook een zoekmachine waar u via de ISIN-code rechtstreeks op zoek kunt gaan).
- in de vierde kolom : de laatste prijs waartegen de staatsbon is gehandeld; verschillende staatsbons hebben een koers die lager ligt dan hun emissieprijs: niet verwonderlijk aangezien de Belgische rente (referentierente) vrij sterk is gestegen (wanneer de rente stijgt, daalt de koers van bestaande obligaties); als u een staatsbon die onder de emissieprijs noteert, nu verkoopt, zal u verlies lijden maar indien u het papier aanhoudt tot de vervaldag krijgt u wel uw volledige inleg terug);
- in de twee voorlaatste kolommen kunt u terugvinden wanneer de laatste keer de bewuste staatsbon is verhandeld en hoeveel stukken over de toonbank zijn gegaan;
- in de laatste kolom: de afloopdatum.
Vorig jaar diende ik een aangifte tot schuldvordering in om een deel van mijn inleg in de obligatie van Overseas Diamonds te recupereren. Hoe groot is de kans dat ik er nog iets van terugzie?
Ik heb iets voor 9 uur een aankooporder voor Brederode ingegeven. Verkopers waren bereid ze af te staan tegen 18,95 EUR. Maar ik stel vast dat ik 19,25 EUR heb betaald. Waarom?
Vooropening
U hebt uw order ingegeven voor de opening van de beurs om 9 uur. Tussen 7u15 en 9 uur is de markt in vooropening en kunnen beleggers reeds hun aan- en verkooporders ingeven. Er wordt dan constant een evenwichtskoers gevormd: een theoretische koers waartegen het grootste aantal aandelen zou kunnen worden uitgevoerd. We spreken weldegelijk in de voorwaardelijke zin want tijdens die vooropening wordt geen enkel order uitgevoerd. De koers dient enkel om de eerste tendensen van de markt aan te geven.
Uw order
De koers van 18,95 EUR die u hebt gezien toen u uw order hebt ingebracht, was dus niet meer dan een theoretische koers. En deze wijzigt tijdens de periode van vooropening constant volgens de wetten van vraag en aanbod. Wanneer er meer kopers zijn, stijgt de koers, zijn er meer verkopers dan daalt ze. Soms volstaan enkele orders, zeker bij een aandeel met een beperkte liquiditeit zoals Brederode waar dagelijks zo’n 8 000 aandelen van worden verhandeld, om een totaal ander beeld te krijgen.
In uw geval is de koers gestegen tot 19,25 EUR en zijn twee scenario’s mogelijk:
– ofwel hebben zich nieuwe kopers aangediend voorbeurs die bereid waren een hogere prijs dan 18,95 EUR te betalen;
– ofwel hebben verkopers die bereid waren hun aandelen af te staan tegen 18,95 EUR zich teruggetrokken voor de openingsbel; er bleven andere verkopers over die een hogere prijs vroegen.
Uiteindelijk werd uw order uitgevoerd tegen 19,25 EUR, de openingskoers van 9 uur en de eerste transactie van de handelsdag.
Plaats limieten
We grijpen uw geval aan om aan te raden om altijd limieten te gebruiken, in uw geval dus een maximumkoers waartegen u de aandelen wenst aan te kopen. Bij een order zonder limiet hebt u geen zekerheid over de prijs, het kan meevallen maar ook tegenvallen. De prijzen die u op uw scherm ziet, kunnen enkele seconden later er al helemaal anders uitzien en dan houden we nog geen rekening met de mogelijke vertraging op het systeem (real time is nu eenmaal niet tot op de milliseconde juist).
Toen ik mijn stukken in JP Morgan Global Focus verkocht kreeg ik niet de eerstvolgende inventariswaarde, maar die van de daaropvolgende dag. Een verschil van bijna 4 %. Waarom?
De algemene regel bij een verkoop van een beleggingsfonds is dat dat gebeurt op grond van de eerstvolgende netto-inventariswaarde na ontvangst van de aanvraag. Die inventariswaarde wordt de eerstvolgende handelsdag berekend op grond van de slotkoersen van de zogenaamde orderdatum, dat is de dag waarop het order aanvaard werd. Er bestaan uitzonderingen op die regel, maar daar gaan we hier niet verder op in.
Dat betekent, per definitie, dat u op voorhand niet weet hoeveel u voor uw verkoop zult krijgen. In tegenstelling tot bij aandelen kunt u immers geen limiet instellen bij een fondsentransactie.
Onze lezer verkocht zijn stukken op 4 augustus. Het fonds is een distributiefonds en dus gebeurt de verkoop zonder beurstaks (0,5 %). De netto-inventariswaarde bedroeg die handelsdag 19,26 euro. En toch kreeg hij de koers van 5 augustus; 18,53 euro. Voor hem een verlies van bijna 4 %.
Een blik in het fondsenprospectus brengt soelaas. Daar staat dat onze lezer de koers van de orderdag had kunnen krijgen indien zijn order vóór 14.30 uur bij de beheerder was geraakt. Uit zijn verkoopborderel blijkt dat het order bij zijn financiële tussenpersoon iets na 15 uur plaatsvond. Te laat dus, waardoor het order werd behandeld als zijnde ingevoerd de handelsdag nadien. In dit geval kreeg onze lezer dus de inventariswaarde van 5 augustus en had hij de pech dat de sterk beweeglijke markten het fonds op één luttele dag bijna 4 % lager hadden geduwd. Het had net andersom kunnen verlopen.
Het prospectus inblikken is nuttig om meerdere redenen. Toch kan het gebeuren dat u vóór de prospectusdeadline uw order invoert bij uw financiële tussenpersoon om nadien te merken dat uw order toch niet op tijd bij de fondsenbeheerder geraakte. Dat zal het geval zijn indien uw financiële tussenpersoon zélf andere deadlines hanteert.
Dat is het geval bij Rabobank.be bijvoorbeeld. Nemen we bij hen als voorbeeld de fondsen van JP Morgen. De instelling ontvangt de orders (aankoop en verkoop) en controleert die vervolgens automatisch op klantenniveau (is er voldoende saldo, worden de minimumbedragen gerespecteerd, enzovoort). Nadien wordt het order door het backoffice nog eens gecontroleerd vooraleer het wordt doorgestuurd naar de fondsbeheerder. Zo’n order controleren kost tijd en daarom hanteert Rabobank.be haar eigen deadline van 13 uur voor die fondsen. Een order dat bij hen binnenkomt om 14 uur zal dan ook niet op tijd bij de fondsenbeheerder geraken. Dat type informatie vindt u gelukkig snel terug op de website van de instelling.
Jullie bevelen regelmatig producten van de Integrale. Ik vind nergens een kantoor van deze verzekeraar. Hoe kan ik hem contacteren ?
Integrale beschikt inderdaad maar over drie kantoren in België: in Brussel, Antwerpen en Luik. Als u wilt intekenen op de 786-rekening, dan surft u best naar www.integrale.be. Op de homepage ziet u een grote knop "Ons spaarproduct 786". Als u daarop klikt, verschijnt er een link naar de informatiebrochure en naar het intekenformulier. Dat formulier kunt u invullen en ondertekend en vergezeld van een recto verso kopie van uw identiteitskaart terugsturen naar Integrale, Place Saint-Jacques 11, 4000 Luik. Voor meer informatie kunt u altijd bellen naar het nummer 03/216.40.80 (Antwerpen).
De 786-rekening is interessant voor wie op zoek is naar een risicoloze belegging op lange termijn (minstens 5 jaar) die elk jaar een vaste opbrengst biedt. De gewaarborgde minimumrentevoet voor nieuwe stortingen is momenteel 3,25 %. Daarnaast zijn er nog andere koopwaardige spaarverzekeringen zonder gewaarborgde rentevoet (enkel winstdeelname). Die hebben doorgaans meer aandelen in portefeuille en zullen u op lange termijn wellicht meer opleveren.
Waarom vallen sommige banken die in België actief zijn onder het systeem van het Belgische beschermingsfonds en andere onder een buitenlandse systeem. Mogen ze dat zelf kiezen ?
In zekere zin kiezen de banken dat inderdaad zelf, meer bepaald door de keuze van de juridische vorm waarin ze in België actief zijn. Als ze hier actief zijn als een bijkantoor – wat men ook soms aanduidt met de term “filiaal” – van de buitenlandse bank, dan vallen ze onder het systeem van het land van hun moederbedrijf. Dat is onder meer het geval voor ABN Amro, Rabobank.be, DHB Bank en Credit Europe Bank. Als ze echter in ons land actief zijn als dochtermaatschappij dan vallen ze onder het Belgische systeem. Dat is bijvoorbeeld het geval voor Delta Lloyd Bank en Deutsche bank.
Mijn bankier raadt me aan mijn portefeuille te diversifiëren door in vastgoed te beleggen via vastgoedcertificaten. Zijn er speciale elementen die ik in het oog moet houden bij de aankoop daarvan ?
Om een vastgoedcertificaat te kopen, moet u gewoon een order doorgeven bij uw bank of beursvennootschap. De koersen van de certificaten kunt u terugvinden op de beurspagina’s van sommige kranten, onder het kopje “vastgoedcertificaten”. Er zijn niet zoveel dergelijke effecten in omloop en ze worden ook niet bijster veel verhandeld, zodat de koersen van dag tot dag sterk kunnen schommelen. Geef daarom samen met uw aankooporder steeds een limiet door. De aankooplimiet is de maximumprijs die u voor de certificaten wilt betalen. Zolang de koers hoger blijft liggen dan uw limietprijs, wordt het order niet uitgevoerd. Naast de prijs van de certificaten moet u ook kosten betalen. De kosten voor de aan- en verkoop van vastgoecertificaten verschillen van bank tot bank. Verifieer ze dus best nog eens vooraleer een order door te geven. Bij ING bijvoorbeeld betaalt u 1 % kosten met een minimum van 40 euro als u orders doorgeeft via Phone Bank of in het kantoor en 0,5 % kosten met een minimum van 20 euro als u het doet via “Home Bank”. Bij KBC betaalt u 1 % kosten voor orders tot een bedrag van 10 000 euro, met een minimum van 32 euro. Ligt het orderbedrag tussen 10 000 en 25 000 euro, dan komt het makelaarsloon op 0,85 %. Er is wel 0,25 % korting op het makelaarsloon als u de orders doorgeeft via KBC-Online.
Betekent de dematarialisering van effecten ook dat de zogenaamde handgift niet langer mogelijk zal zijn ?
De zogenaamde handgift is een fiscaal vriendelijke manier om effecten over te dragen. Als u effecten aan toonder gewoon aan iemand anders overhandigt, hoeven er immers geen registratierechten betaald te worden, ten minste voor zover de gever niet binnen de drie jaar overlijdt. Een letterlijke handgift zal, wanneer alle papieren effecten aan toonder verdwenen zijn, dus niet meer kunnen. Maar het principe verdwijnt niet. Ook effecten die zijn ingeschreven op een effectenrekening kunnen worden overgedragen zónder de betaling van schenkingsrechten. De handgift wordt vervangen door wat men een bankgift of een onrechtstreekse schenking noemt. De schenker schrijft dan gewoon de effecten over van zijn effectenrekening naar die van de begiftigde. Om discussies met de fiscus en de eventuele andere erfgenamen te vermijden moet er wel een bewijs zijn dat het om een gift gaat. Dit gebeurt via het opsturen van een aangetekende brief door de gever na de overdracht, waarin hij bevestigt dat de transfer een handgift is. De genieter van de schenking antwoordt, per aangetekende brief, dat hij de effecten goed heeft ontvangen en de gever daarvoor bedankt. Er mag geen melding zijn van de schenking als communicatie bij de overdracht zelf. Bij de schenking van een groot bedrag loont het de moeite om een notaris of gespecialiseerde advocaat te raadplegen, vooral als u aan de schenking bepaalde voorwaarden wilt koppelen.
Op discussiefora over aandelen, mogen de leden zomaar alles verkondigen?
Het is zo dat aandelenbeleggers die bedrijven waarin ze interesse hebben van dichtbij opvolgen, ook weleens actief durven zijn op discussiefora. Het zijn websites waar van gedachten wordt gewisseld en waar meningen en standpunten worden verkondigd. Mag men als lid van deze fora zomaar alles verkondigen? Blijkbaar niet.
Ontmoetingsplaats
Op het internet zijn heel wat discussiefora te vinden over aandelen en de financiële markten. Het zijn voor particuliere beleggers, die niet altijd makkelijk professionele analyses te pakken krijgen, plaatsen om van gedachten te wisselen en informatie te vinden. Men vindt er soms interessante visies die de eigen blik kunnen verruimen. Maar ook veel waardeloze commentaar en onjuistheden… Het komt er dus op aan het kaf van het koren te scheiden.
Koersmanipulatie en voorkennis
Kunt u als gebruiker van een internetforum schrijven wat u wilt over een bepaald aandeel? Mag men zomaar adviezen geven? Wat als u bijvoorbeeld schrijft ‘ik vind aandeel X koopwaardig en mijn koersdoel is 15 euro’ (terwijl het aandeel 10 euro staat) of ‘iedereen moet kopen, zo goedkoop is het aandeel nog nooit geweest’. In ons land mag u schrijven wat u wilt zolang uw publicaties niet ingaan tegen de regels van koersmanipulatie of handel met voorkennis. Onder koersmanipulatie wordt verstaan: onjuiste of misleidende geruchten de wereld insturen om de koers van het aandeel te manipuleren. Kortom, de schrijver heeft duidelijk de bedoeling de koers te beïnvloeden. En het is ook verboden informatie vrij te geven die nog niet bekend is bij het ruime publiek, voorkennis dus. Iets schrijven als ‘ik heb uit goede bron binnen de onderneming vernomen dat ze binnenkort wordt overgenomen tegen een vrij hoge prijs’ is uit den boze. Ook als het niet waar is, pleegt men een strafbaar feit omdat men duidelijk probeerde de koers te manipuleren.
Frankrijk: strenger
In Frankrijk is men verplicht wanneer men een advies publiceert zoals ‘dit aandeel is koopwaardig’ om de eigen positie of het eigen belang erbij te vermelden. Doet men dit niet, dan overtreedt men de regels en kan de waakhond AMF (Autorité des marchés financiers) optreden. Het AMF heeft trouwens recent deze regel nog eens onder de aandacht gebracht bij gebruikers van deze fora. In België zijn particuliere beleggers niet gehouden aan deze regel. In ons land geldt alleen een gedragscode voor professionelen zoals analisten en journalisten.
Conclusie
Discussiefora zijn voor de particuliere belegger die zich graag informeert en zijn aandelen van dichtbij opvolgt een uitstekende ontmoetingsplaats om ideeën uit te wisselen. Maar aangezien het niet over ‘officiële content’ gaat, moet u alles wel met een korreltje zout nemen. Laat u niet in de luren leggen door overenthousiaste leden. Sommigen zijn te overtuigd van het eigen gelijk en dulden geen tegenspraak. Blijf kritisch en aanzie niet alles wat geschreven wordt als de waarheid. Alvorens te beleggen, gaat u beter op zoek naar een onafhankelijke informatiebron, zoals in de rubriek aandelen van deze website.
In artikels over beleggingen wordt het woord correlatie vaak gebruikt. Kan u dit wat meer toelichten?
Begrip
Correlatie is een begrip uit de statistiek die de samenhang aangeeft tussen twee reeksen cijfers. Het concept wordt ook zeer vaak gebruikt in de beleggingswereld om aan te geven hoe verschillende effecten of activa zich tegenover elkaar gedragen. De correlatie zal zich tussen -1 en 1 ophouden. Hoe dichter bij 1, hoe meer bijvoorbeeld twee effecten elkaar spiegelen, hoe dichter bij 0 hoe minder. Een negatieve correlatie van haar kant betekent dat de effecten een tegenovergestelde beweging maken: als effect A stijgt met 1 % dan daalt effect B met 1 % bij een negatieve correlatie van -1. In een artikel over de de tracker Market Vectors Egypt Index ETF gaven we aan dat de beheerders van de tracker de bedoeling hebben om de Egyptische beursindex zo goed mogelijk te schaduwen, dus een correlatie te hebben zo dicht mogelijk in de buurt van 1.
Praktisch
Net na de tsunami en de nucleaire ramp in Japan stelden we vast dat alle risicovolle activa vrij fors in waarde daalden: een uitstekend voorbeeld van correlatie. Aandelen kregen wereldwijd rake klappen nadat de beurs van Japan fors terugviel, zo ook alle munten van opkomende landen en de meeste grondstoffen. De traditionele veilige havens daarentegen zoals het goud, de Zwitserse frank, de Japanse yen (verrassend genoeg) en Amerikaanse overheidsobligaties veerden op en hebben dus een negatieve correlatie.
Olie was het buitenbeentje want bewoog in de tegenovergestelde richting van de eerder aangestipte risicovolle activa, hoewel het net na de tsunami wel eventjes terugviel uit vrees voor een lagere vraag uit Japan. De prijs van het zwarte goud ging hoger door de onrust in het Midden-Oosten. Correlatie is dus geenszins een vast gegeven en kan door de marktomstandigheden wijzigen. De Amerikaanse dollar is daar een mooi voorbeeld van. Bij vorige crisismomenten behoorde de greenback ook tot het selecte clubje van veilige havens. Deze keer was dit niet het geval.
Belangrijk portefeuilleconcept
De correlatie is één van de elementen die de inschatting van het risico beïnvloeden. Naarmate de correlatie tussen bepaalde markten groter is, is de kans groter dat ze zich op een gelijkwaardige manier ontwikkelen en neemt de mogelijkheid af om de risico's te beperken door er gelijktijdig in te beleggen.
Het omgekeerde is ook waar : markten met een geringe onderlinge correlatie, zullen normaal gezien prestaties neerzetten die weinig samenhang vertonen. Beleggen op twee markten met een geringe onderlinge correlatie, vermindert dus in principe het risico omdat de daling van de ene markt kan worden gecompenseerd door de stijging van de andere.
Het is om te besluiten niet alleen belangrijk om uw portefeuille te diversifiëren maar ook om de correlatie tussen uw verschillende posten zo breed mogelijk te houden.
Ik bezit vastgoedcertificaten en ik lees dat een belangrijke huurder van het gebouw waar die certificaten op slaan het gebouw heeft verlaten. Welke gevolgen heeft dit voor het certificaat ?
Die gevolgen hangen af van de voorwaarden in de huurovereenkomst. Als die nog niet is afgelopen moet de huurder behoudens specifieke andere bepalingen normaal huur betalen tot de overeenkomst afloopt. Ook afhankelijk van wat in de overeenkomst staat, is het ook mogelijk dat de huurder tijdens die periode nog bepaalde taksen, lasten en herstelkosten voor zijn rekening moet nemen,…
Het is ook mogelijk dat de verhuurder het recht heeft om de ruimte geheel of gedeeltelijk onder te verhuren. Voor de bezitter van een vastgoedcertificaat hangen de gevolgen van de onverwachte verhuis van een huurder dus sterk af van de voorwaarden van de huurovereenkomst of van de onderhandelde voorwaarden om te vertrekken. Als de vertrekkende huurder inderdaad erg belangrijk is voor het gebouw, houdt het certificaat hoe wat meer risico's in zolang er geen andere kwaliteitshuurder in de plaats komt.
Als ik beleg in een fonds, klopt het dan dat de kans klein is dat ik veel geld zal verliezen, aangezien een fonds altijd veel verschillende effecten in portefeuille heeft?
Het klopt inderdaad dat de meeste fondsen een degelijke diversificatie of spreiding bieden. Als er dan 1 effect slecht presteert, zullen de gevolgen op het totale rendement van de portefeuille relatief beperkt blijven.
Anderzijds bestaan er ook fondsen die meer dan de helft van hun waarde in rook zagen opgaan. Een mooi voorbeeld zijn de fondsen die investeren in bankaandelen en die de voorbije jaren door de financiële crisis bijzonder rake klappen kregen. Fondsen die zich toespitsen op een specifieke sector, een specifiek land, enz en daardoor globaal genomen te weinig gediversifieerd zijn (ook al hebben ze verschillende tientallen effecten in portefeuille) kunnen dus riskanter blijken dan u op het eerste gezicht misschien zou denken.
U doet er sowieso goed aan om voor uzelf een fondsenportefeuille samen te stellen met meerdere fondsen en er daarbij over te waken dat u uw centen voldoende spreidt over diverse landen, regio's, activiteitssectoren, munteenheden, enz, en ook zowel over aandelen als obligaties.
De negen fondsenportefeuilles op onze strategie helpen u in functie van uw beleggingsprofiel alvast een heel eind op weg.
Indien een fonds grote pakketten aandelen verkoopt, kan dat de koersevolutie van het aandeel plotseling beïnvloeden?
Niet altijd
Eerst een voorbeeld. In februari 2011 verloor Recticel, producent van schuimrubber, op Euronext Brussel een kleine 10 % nadat er naar eigen zeggen fondsen aan het verkopen sloegen. Zonder de impact van deze verkoop te willen ontkennen, is het ook zo dat de winstvooruitzichten van de groep minder rooskleurig waren geworden, door het feit dat de groep afgeleide producten van olie gebruikt voor zijn schuimrubber (olieprijs was sterk gestegen).
Maar…
…een fondsbeheerder zal altijd proberen de impact op de koers van zijn aan- of verkooporder te minimaliseren. Hij zal proberen zo onopvallend mogelijk te opereren. Hij wil inderdaad niet dat de markt zijn intentie al te goed ziet. Trouwens, als hij bijvoorbeeld slechts een gedeelte van zijn positie verkoopt, is het niet in zijn voordeel dat de koers al te zwaar daalt. De beheerder kan het pakket in stukken verkopen, een ijsbergorder in de markt zetten of proberen om buitenbeurs een tegenpartij te vinden voor zijn order. Hoe kleiner de liquiditeit in het aandeel des te voorzichtiger de beheerder moet omspringen.
Het kan echter gebeuren dat de fondsbeheerder snel moet reageren na bijvoorbeeld slecht bedrijfsnieuws (mislopen van een contract, slecht presteren, missen van de verwachtingen…) of omdat de vooruitzichten verslechterd zijn (sterke concurrent, duurdere grondstoffen…). Dit kan een impact op de koers hebben vooral wanneer het gaat over een aandeel met een kleine beurskapitalisatie gaat. Dat is precies wat er bij Recticel is gebeurd.
Maar meestal gaat de fondsbeheerder niet over tot zo’n drastische actie. Hij anticipeert en zal ofwel geheel of gedeeltelijk zijn positie afbouwen indien hij niet meer zo zeker is van zijn zaak.
Heel wat redenen
Daarnaast zijn er echter andere redenen waarom een fondsbeheerder tot actie kan overgaan. Het zou kunnen dat een bepaald fonds een nieuwe strategie invoert waar geen plaats meer is voor kleinere kapitalisaties of aandelen van een bepaald segment. Het kan ook zijn dat een zwak presterend aandeel onder de vereiste kapitalisatielimieten van een fonds is gevallen. Een verplichte verkoop is dan ook het gevolg. Een nieuwe beheerder kan aan het roer komen en een andere kijk hebben op een bepaald aandeel. Een beheerder kan op het einde van het jaar, een zogenaamde window dressing doorvoeren, net voor het einde van een bepaalde periode. Ten slotte is het ook mogelijk dat een bepaalde indexwijziging zal plaatsvinden waardoor de fondsbeheerder die een bepaalde index moet schaduwen genoodzaakt is, zijn portefeuille te herschikken. In de meeste gevallen beschikt hij over voldoende tijd om deze wijziging door te voeren waardoor de koersimpact al bij al bescheiden blijft.
Klopt het dat het rendement van bedrijfsobligaties de voorbije maanden dermate is geslonken dat ze vandaag niet langer interessant zijn ?
Het is inderdaad zo dat de "spread" of het rendementsverschil tussen bedrijfsobligaties en risicoloze overheidsobligaties door de normalisatie op de financiële markten de voorbije maanden wat is geslonken. Tijdens de eerste maanden van dit jaar kregen veel bedrijven door de economische recessie en de financiële crisis zeer moeilijk krediet van de banken en zagen ze zich genoodzaakt om andere financieringsbronnen aan te boren. Het ophalen van kapitaal via de beurzen (beursintro's en kapitaalverhogingen) was door de crisis op de financiële markten geen evidentie, en veel ondernemingen stortten zich op de obligatiemarkt om zowel bij particuliere als institutionele beleggers geld op te halen. Om die beleggers te overtuigen om in te tekenen op hun schulden, waren ze verplicht om (zeer) hoge rendementen te bieden (gezien de risicoafkeer van veel beleggers en het onmiskenbaar hoger risico van bedrijfsuitgiften t.o.v. staatspapier).
Wij hebben bedrijfsobligaties de voorbije maanden als beleggingscategorie nooit integraal koopwaardig gevonden, maar u altijd aangeraden om voor elke individuele uitgifte en emittent een risicoanalyse te maken, of m.a.w. in te schatten hoe groot de kans was dat het bedrijf zijn verplichtingen (coupons uitbetalen en kapitaal terugbetalen op de einddatum) misschien niet meer zou kunnen nakomen.
Vandaag handhaven we die politiek nog altijd. Door de beursrally en de eerste voorzichtige signalen van een mogelijk economisch herstel, werd de risicoappetijt van veel beleggers weer wat aangescherpt (terugkeer naar de aandelenmarkten), en zijn bedrijven niet langer verplicht om de zeer hoge risicopremies van een paar maand geleden aan te bieden op hun schuldpapier. Het rendementsverschil tussen bedrijfsobligaties en bijvoorbeeld een staatsobligatie of een spaarrekening is dus kleiner geworden, maar het is er wel nog altijd en de zogenaamde "corporates" blijven o.i. een plaatsje verdienen in elke goed gespreide beleggingsportefeuille.
Blijf bij elke nieuwe uitgifte de afweging maken tussen rendement en risico en zorg er ook voor dat het gewicht van één en dezelfde emittent binnen uw portefeuille nooit te groot wordt (maximum 5 %). Wie zelf niet de tijd heeft om een voldoende gediversifieerde portefeuille op te bouwen, kan ook kiezen voor een van de vele beleggingsfondsen (zonder einddatum) die investeren in corporates.
Sinds kort biedt een aantal banken (o.a. KBC, BNP Paribas Fortis en Axa) zelfs bedrijfsobligatiefondsen aan met een vaste looptijd. Die mikken vooral op "schommelingsgevoelige" beleggers. Bij fondsen zonder einddatum is de waarde van het fonds immers op elk moment afhankelijk van de individuele obligaties in portefeuille, en die varieert onophoudelijk. Het is pas aan het einde van de looptijd dat de waarde van een individuele obligatie terug stijgt naar het niveau dat de onderneming beloofde terug te betalen (meestal 100 %). Door te kiezen voor obligaties met een looptijd die in de buurt ligt van de einddatum van het fonds, kunnen de beheerders op de eindvervaldag uw beginkapitaal terugbezorgen (op voorwaarde uiteraard dat de meeste emittenten hun verplichtingen nakomen).
Met uw vraag over de secundaire markt doelt u wellicht op een aantal uitgiften eerder dit jaar die op heel wat succes konden rekenen en waarop soms heel snel niet meer kon worden ingetekend (o.a. GDF Suez, AB Inbev, Bekaert, Elia, Solvay). Maak u op dat vlak geen illusies. Als er op een nieuwe uitgifte zo snel volledig wordt ingetekend, dan wil dat zeggen dat ze door de beleggers als erg interessant wordt beschouwd, en dan zal de koers van die obligatie ook op de secundaire markt (bestaande leningen) intussen omhoog zijn gegaan. De kans dat u m.a.w. nog koopjes kunt doen op de secundaire markt, lijkt ons erg klein. We raden u dan ook aan om veeleer te wachten op interessante nieuwe uitgiften.
GRIJZE MARKT ?
Als de uitgifte van een obligatie snel wordt afgesloten kunt u het effect nog vóór de eerste officiële notering vinden bij financiële tussenpersonen tegen een prijs die al afhangt van de vraag en het aanbod. Die situatie wordt de grijze markt genoemd.
Zijn oude Russische obligaties nog iets waard ?
Na de Russische revolutie van 1917 hebben de communisten alle effecten die waren uitgegeven door het regime van de tsaar, waardeloos verklaard. Na de val van het communisme, voerden verschillende landen onderhandelingen over de mogelijke terugbetaling van die oude effecten. Rusland bereikte daarover een akkoord met Frankrijk, Groot-Brittannië en Zwitserland. De onderhandelingen met België, die gevoerd werden door ons ministerie van buitenlandse zaken, draaiden echter uiteindelijk op niets uit. Economisch hebben uw Russissche obligaties dus geen waarde meer. Maar u kunt eventueel wel proberen om ze te verkopen aan verzamelaars. De voorwaarde is dan wel dat ze nog in redelijk goede staat zijn.
Ik bezit ING Global Opportunities en dacht dat het om een fonds ging dat geen dividend uitkeerde. Maar dat blijkt niet het geval te zijn.
Dat klopt. Het op de beurs genoteerde wereldwijd gespreide aandelenfonds ING Global Opportunities keerde in 2010 een dividend uit van 0,23 euro, goed voor zowat 1 % dividendrendement. Daarmee verbaasde het vriend en vijand want het was de eerste keer dat dat gebeurde sinds de lancering in 2001. We verwijderden dan ook het woord ‘(KAP)’ naast de fondsennaam in onze lijst.
Vanwaar dat dividend? Om fiscale redenen. Het komt erop neer dat de uitkering van een dividend binnen een Nederlandse beleggingsinstelling ervoor zorgt dat het fonds zélf de belasting op de ontvangen dividenden in de portefeuille kan terugvorderen. Dat verhoogt de netto-inventariswaarde. Omdat Nederlandse beleggers die dividendbelasting daarbij kunnen terugvorderen via hun inkomstenbelasting, levert dat het hoogste totaalrendement op … voor de grootste klantenbasis. Belgische beleggers hebben die recuperatiemogelijkheid niet en wij zitten dan ook opgescheept met een dubbele roerende voorheffing. Die wordt weliswaar gecompenseerd door de netto-inventariswaarde die wordt aangedikt met de teruggevorderde belasting
Zal het management voortaan elk jaar een dividend uitbetalen? Dat is koffiedik kijken, maar de kans is groot dat dat niet het geval zal zijn. In het verleden deed het fonds zijn uiterste best om te zorgen dat de fiscale winst (= directe inkomsten minus kosten) klein genoeg bleef om geen dividend te moeten uitkeren. Aan die strategie zal niets wijzigen.
Wat ons betreft doet de dividenduitkering geen enkele afbreuk aan de verdiensten van het fonds. Het blijft een van onze topkeuzes in de categorie ‘wereldwijde aandelen’. Topaandelen in de portefeuille zijn Apple (+63,7 % in 2010), Rio Tinto (+40,5 %) en Ping An Insurance (+37,4 %).
Ik wilde bij ING Fidelity South East Asia kopen maar kreeg een nul op het request. Nochtans biedt ING fondsen van andere beheerders aan.
Een half jaar geleden kwam ING als eerste grootbank uit de kast en begon ze fondsen van andere instellingen actief aan te bieden in het eigen kantorennet. Open architectuur, een be-proefd concept in het buitenland, heet dat in vaktaal. Daarbij nam de instelling niet te veel hooi op de vork. Er werd gekozen voor een ‘geleide’ vorm van open architectuur. Niet alleen werd het aantal externe fondsenbeheerders beperkt (Amundi Asset Ma-nagement, BlackRock en Franklin Templeton Investments), ING beperkte ook de fondsenselectie. Bleef over: een resem ‘best beheerde’ fondsen en fondsen die een aanvulling kunnen betekenen op het huisgamma van ING Investment Management.
In dezelfde beweging smeet ING ook de deur toe voor alle andere fondsen van derden. Net daarom kon de lezer Fidelity Funds South East Asia Fund EUR A k. niet kopen. En dat in tegenstelling tot BNP Paribas Fortis, Dexia en KBC bijvoorbeeld. Als u daar om een fonds van een ander vraagt dat in België mag worden verdeeld, zult u het wel kunnen kopen. Al dan niet met enig aandringen en zonder te moeten rekenen op specifieke informatie en documentatie (technische fiche, prospectus, jaarverslag).
Naar eigen zeggen is het architectuurproject een half jaar na de eerste feiten een ‘succesverhaal’. Niet alleen voldeden de fondsen aan de wensen op het gebied van rendement en risicobeheersing, ook tekenden heel wat beleggers in, zonder daarbij concrete cijfers te geven.
ING gaf wel de namen vrij van de best verkopende fondsen. Opvallend is dat bij de aandelenfondsen een huisfonds het populairste is. Het aanbieden van fondsen van derden hoeft dan ook niet per se te betekenen dat de eigen kroonjuwelen niet scoren. ING (L) Invest Global Opportunities (LU0250158358) was de gelukkige. Niet onterecht, want het wereldwijde aandelenfonds is volgens ons ook een van de betere producten uit de eigen stal. Toch zijn we er geen koper van omdat het fonds de concurrentiestrijd verliest met ING Global Opportunities Fund. Dat Hollandse fonds belegt op dezelfde manier maar is goedkoper, zowel in aanschaf (makelaarsloon versus 3 %) als in totale jaarlijkse kosten (1,3 % versus 1,8 %). Het fonds mag echter niet rechtstreeks aan de belegger gebracht worden in België. U kunt het wel kopen op Euronext Amsterdam (ticker: INGGO).
Wanneer u een effect naar voor schuiven, vermeldt u de ISIN-code. Maar wat is die code eigenlijk en waar kan ik die terugvinden?
Twaalf tekens
De ISIN-code (International Securities Identifying Number) is een internationaal geaccepteerd identificatienummer dat aan effecten (aandelen, obligaties, fondsen…) wordt gegeven om verwarring tegen te gaan en transacties, die uzelf uitvoert op het internet of via het bankkantoor doet, zonder problemen te laten verlopen. De code bestaat uit twaalf tekens: twee letters, die het land aanduiden waarin het effect is uitgegeven en tien willekeurige cijfers.
Deze code laat ook toe om het land van herkomst van de belegging te achterhalen. Het Franklin India A EUR fonds bijvoorbeeld heeft als ISIN-code LU0231205187, de letters “LU” geven aan dat het over een fonds naar Luxemburgs recht gaat. Bij het fonds KBC Equity Finance is de ISIN-code BE0166985482. Het gaat hier dus over een fonds naar Belgisch recht. Dit gegeven is ook van toepassing op aandelen. De ISIN-code van het aandeel Carrefour (FR0000120172) toont dat het een Frans bedrijf betreft. Toch geven de eerste twee letters niet altijd een land weer. Dit is het geval bij de codes die beginnen met XS, die meestal aan euro-obligaties worden gegeven.
Vermeldenswaardig is dat in de VS zelden de ISIN-code wordt gebruikt om het correcte aandeel te identificeren. Daar wordt eerder gebruik gemaakt van CUSIP (Committee on Uniform Security Identification Procedures). Noteer ook dat naast de ISIN-code effecten een ticker hebben. Dat is een code bestaande uit drie of vier letters die ook de gemakkelijke identificatie toelaten.
Wie zoekt die vindt
Indien u op zoek bent naar een ISIN-code, kunt op verschillende kanalen terecht. De ISIN-code van effecten uit onze selectie, kunt u terugvinden in onze rubriek Beleggen en daarna klikken op de afzonderlijke effecten die zich onder de hoofding ‘aandelen’, ‘obligaties’, ‘fondsen’ of ‘vastgoedbevaks’ bevinden. Voor aandelen die niet in onze selectie zitten, kunt u op de site van de beurs zoeken waar de effecten op noteren. Zo kunt u onder meer terecht op de site van Euronext (www.euronext.com), NYSE (www.nyse.com) enzovoort. Op de website www.tr8tool.com is het ook mogelijk de code van de grotere aandelen ter wereld te vinden.
Vindt u een obligatie niet terug op onze site, raden we u aan naar de site van de beurs van Luxemburg (www.bourse.lu) te surfen, beschikbaar in het Frans of het Engels. Net onder de hoofding ‘Consultation’ vindt u een zoekmachine waar u de ISIN-code van een karrenvracht aan obligaties kunt terugvinden. Aangezien een emittent reeds een hele resem obligaties kan hebben uitgegeven, is het niet altijd gemakkelijk de juiste terug te vinden op deze site.
Kent u Limburg Wind ? Is dit een interessante belegging ?
• Door het grote succes van de lancering kan er niet meer worden ingetekend op nieuwe cooperatieve deelbewijzen tot er zich nieuwe projecten aandienen. Op dat moment zal de coöperatie haar kapitaal opnieuw openstellen. Informatie over nieuwe of op stapel staande projecten, kunt u vinden op de website www.limburgwindt.be.
Hebt u geen zin om te wachten op Limburg Wind maar wilt u absoluut beleggen in een coöperatie met de focus op duurzame energie, dan kunt u wel nog terecht bij Ecopower of bij Groenkracht. Ook de coöperatie Beauvent (wind en zonne-energie en koolzaad) is een alternatief.
Rabobank.be stelt nu drie pensioenspaarfondsen voor. Hoe kan ik daaruit wijs worden?
Bij de internetbankier Rabobank.be kunt u inderdaad aan pensioensparen doen via: Rabo Pension Fund Stability (defensief fonds met meer obligaties dan aandelen), Rabo Pension Fund Balanced (neutraal fonds met een evenwicht tussen obligaties en aandelen) en ten slotte Rabo Pension Fund Growth (dynamisch fonds met het accent op aandelen).
Knuppel in hoenderhok
Het bijzondere aan die pensioenspaarfondsen is dat ze ... niet nieuw zijn. Het zijn simpelweg handelsnamen voor het ouwe getrouwe pensioenspaarfonds BNP Paribas Pension, beheerd door BNP Paribas Investment Partners. Zo is Rabo Pension Fund Growth niets anders dan BNPP B Pension Growth, maar dan gedrapeerd in een kleed van Rabobank.be.
Die techniek van een merknaam geven is niet nieuw. Ook AXA Bank en Delta LLoyd bijvoorbeeld verdelen diezelfde pensioenspaarfondsen onder de handelsnamen AXA B Pension Fund en Delta Lloyd Pension Fund. Hun fondsenkenmerken zijn uiteraard dezelfde als die van BNP P Pension Fund.
Wat daarentegen wél nieuw is, is dat Rabobank.be de eerste distributeur is die GEEN instapkosten vraagt voor dat pensioenspaarfonds. Dat is perfect mogelijk want het prospectus van het fonds vermeldt uitsluitend maximale instapkosten (3 %). Die werden tot op heden braafjes aangerekend bij zowel BNP Paribas Fortis, AXA Bank als Delta Lloyd. Rabobank.be verstoort nu dat ‘gentleman’s agreement’ ten voordele van de klant, iets wat we enkel kunnen toejuichen. De andere instellingen kunnen nu gaan uitleggen waarom ze 3 % instapkosten aanrekenen voor krek hetzelfde product.
Overstappen loont
U mag dit jaar tot 880 euro volstorten in uw pensioenspaarfonds. Geen instapkosten betalen i.p.v. 3 % levert u een winst op tot 26,4 euro. Dat bedrag zal in de toekomst enkel maar hoger liggen omdat de plafonds voor het pensioensparen regelmatig zullen verhogen.
Bent u klant bij een van bovenstaande instellingen en doet u er aan pensioensparen via een pensioenspaarfonds, voer dan de druk op om te heronderhandelen over de kosten. Lukt dat niet, dan kunt u altijd terecht op www.rabobank.be:
– Hebt u dit jaar nog niet gestort voor uw pensioensparen, dan kunt u er meteen een nieuwe pensioenspaarrekening openen.
– Hebt u voor dit jaar al stortingen verricht, dan wacht u om fiscale redenen beter tot volgend jaar om te storten in Rabo Pension Fund. Op dat moment kunt u eventueel uw volledige pensioenspaarrekening overdragen.
Ik wou Picanol verkopen. Telkens mijn limiet bereikt was, wrong er zich voor de fixing een order met lagere koers tussen en mijn verkoop viel in het water. Hoe dit vermijden?
Principes dubbele fixing
Het aandeel Picanol noteert op de dubbele fixingmarkt. Dit betekent dat slechts twee keer per dag, om 11u30 en 16u30 transacties worden afgesloten telkens tegen slechts één welbepaalde koers. Indien uw verkooplimiet hoger ligt dan deze koers, is uw order niet uitgevoerd. Aangezien de liquiditeit op Picanol vrij beperkt is, meestal worden slechts enkele orders uitgevoerd, kan de inbreng van één order al voldoende zijn om de theoretische evenwichtskoers te veranderen. Die koers wordt voor de fixing constant bepaald door het centrale orderboek, waar alle openstaande orders instaan, en dit tot exact het uur van de fixing. Bij de meeste onlinebrokers heeft men toegang tot een beknopt overzicht van dit orderboek. Men kan dus tot op de seconde de wijzigingen opvolgen.
Opportunistische beleggers wachten tot net voor de klok 11u30 of 16u30 slaat om hun orders met een weloverwogen limietkoers in te zetten om zo de evenwichtskoers naar hun hand te zetten of in hun voordeel te laten uitdraaien zodat hun order wordt uitgevoerd ten koste van andere. Met de huidige technologie (onder meer via onlinebrokers) is dit alles perfect mogelijk. Ze zetten de markt naar hun hand door een lagere limiet in te brengen bij een verkooporder zodat ze voor andere orders komen te staan of een hogere limiet bij een aankoop. Een andere manier om iedereen de loef af te steken, is door het inbrengen van een marktorder zodat het order voorrang krijgt op orders met limieten.
Hoe dit vermijden ?
Ten eerst kunt u een marktorder (verkooporder zonder limiet) in de markt zetten. Dit biedt het meeste kans op succes maar is tevens de gevaarlijkste oplossing, zeker bij minder liquide aandelen zoals Picanol. Als u een al te groot verkooporder zonder limiet in de markt zet en daar te weinig kopers tegenover staan, kan uw order op de (theoretische) koers wegen. Een dergelijk order mag enkel als er voldoende kopers zijn en u het orderboek net voor de fixing kan volgen. Als de evenwichtskoers al te sterk zou dalen, kunt u nog altijd het verkooporder terugtrekken. Eventueel kunt u hierna een order met een kleiner volume inbrengen zodat u de markt minder verstoort.
Een tweede mogelijkheid is te wachten alvorens het order in te leggen tot de fixing tot stand is gekomen. U hebt immers tot een halfuur na de fixing de mogelijkheid om te handelen tegen de fixingkoers. Voorwaarde is wel dat in uw geval zich nog aankopers aandienen of nog aankooporders openstaan tegen de fixingkoers.
Ten tweede kunt u uw limiet minder hoog zetten dan u van plan was te doen, zodat het voor de opportunistische beleggers minder interessant wordt om zich in laatste instantie nog voor u te zetten. De kans op slagen wordt groter maar is niet verzekerd. Ten slotte kunnen we enkel nog meegeven dat indien u aandelen wilt verhandelen op de fixingmarkt, u het fixinggebeuren en het orderboek op de voet moet kunnen volgen. Indien nodig kunt u dan uw limieten en volume aan de marktomstandigheden aanpassen.
Obligaties worden meestal uitgegeven tegen een prijs die afwijkt van hun nominale waarde. Ik vraag me af waarop uitgevers eigenlijk hun keuze baseren.
Dat de prijs van genoteerde obligaties niet altijd overeenkomt met de nominale waarde (zie kader) is redelijk makkelijk te begrijpen omwille van de diverse factoren (evolutie van de rente, vraag en aanbod,...) die de prijs beïnvloeden. Maar ook nieuwe obligaties worden zelden uitgegeven tegen hun nominale waarde. Als een uitgever besluit om een obligatie op de markt te brengen, bepaalt hij voor eens en voor altijd welke intrest de beleggers die deze obligatie kopen, zullen krijgen. Maar tussen dat moment en het ogenblik waarop de obligatie effectief op de markt komt, kunnen zich op de rentemarkt veranderingen voordoen.
Om concurrentieel en rendabel te blijven, past de uitgever zich nog aan. De nominale intrest die de belegger krijgt, verandert niet meer maar de uitgever kan wel spelen met de uitgifteprijs. Als hij een intrest van 4 % heeft aangekondigd, maar als de rentevoeten lager zijn als de obligatie effectief op de markt komt, kan hij u iets meer doen betalen, bijvoorbeeld 101 %, omdat zijn obligatie een hogere rente biedt dan de marktrente op dat moment. Het omgekeerde kan ook. Als de rente ondertussen wat gestegen is, kan de uitgever zich wat genereuzer tonen door een uitgifteprijs voor te stellen van bijvoorbeeld 99 % om u zo te overtuigen de obligatie toch te kopen. Houd dat goed voor ogen als u een obligatie koopt : niet het niveau van de coupon is wat echt telt, maar wel het reële rendement, dat rekening houdt met de coupon, maar ook met de uitgifteprijs. In onze rubriek Spaarwijzer vindt u dan ook altijd het reële rendement van de obligaties die we bespreken. Maar ook dat is niet alleenzaligmakend, want u moet ook rekening houden met de munt waarin de obligatie wordt uitgegeven en de kwaliteit van de uitgever.
Nominale waarde en prijs
De prijs van een obligatie wordt altijd uitgedrukt in een percentage van de nominale waarde ervan. Als u al materiële effecten in handen hebt gehad, weet u dat de nominale waarde de waarde is, die is ingeschreven op de mantel van de obligatie. Het kan bijvoorbeeld gaan om een bedrag van 1 000 euro. Indien de prijs van de obligatie overeenstemt met de nominale waarde – een prijs van 100 % – dan kunt u ze kopen tegen pari. Maar dat is erg uitzonderlijk. Meestal verschilt de prijs waartegen u een obligatie kunt kopen immers van de nominale waarde ervan. Indien de prijs hoger ligt, spreekt men van een prijs boven pari, en indien de prijs lager is dan de nominale waarde dan kunt ze kopen onder pari.
Mijn aankooporder op Colruyt werd niet uitgevoerd hoewel enkele dagen erna de koers onder mijn limiet dook. Wat is er gebeurd?
U hebt uw order ingegeven net voor de coupon werd geknipt van het Colruyt-aandeel, om 28 september nabeurs om precies te zijn. Bij bepaalde gebeurtenissen zoals ex-coupon, een kapitaaluitkering of aandelensplitsing vervallen alle lopende orders, zowel aankoop als verkooporders, en wordt het orderboek van nul heropgebouwd. In het geval van Colruyt was het orderboek op 29 september maagdelijk wit en waren alle openstaande orders voor het aandeel gewist. Vanaf 7u15 gaat de pre-openingsfase of vooropening van start en vanaf dan kunnen nieuwe orders in het orderboek worden ingebracht. Om 9 uur krijgt men dan de openingskoers en worden de eerste orders uitgevoerd.
Dit is normaal want eigenlijk koopt u na een gebeurtenis een ander aandeel, in uw geval een Colruyt-aandeel zonder coupon. We raden u aan om op geregelde tijdstippen de stand van zaken van uw lopende orders te controleren. Sommige onlinebrokers zoals BinckBank bieden de mogelijkheid aan een verwittiging te sturen via sms of e-mail wanneer een order is vervallen. Op 15 oktober was het orderboek van Colruyt opnieuw helemaal leeg, deze keer omdat de nieuw gesplitste aandelen (een oud werd gesplitst in vijf) noteerden. Dit geldt ook voor de VVPR-strips.
Waarom geven de Belgische internetbrokers geen persoonlijk beleggingsadvies in verband met fondsen?
BinckBank, Fortuneo Bank, Keytrade Bank en Rabobank.be hebben een breed fondsenaanbod en lage kosten. Wilt u echter persoonlijk beleggingsadvies, dan kunt u niet bij die instellingen terecht. Daarom vinden we de brokers geschikt voor de fondsendoe-het-zelver. Hebt u echter nood aan meer advies, dan dient u elders te kijken.
Om advies te mogen geven, moeten de brokers uw beleggersprofiel maken en moeten ze zorgen dat elk advies geschikt is voor uw profiel. Die procedure past voorlopig niet in hun strategie van lage kosten. Zo mag BinckBank door haar banklicentie in ons land wél advies verlenen, maar doet ze het niet. In Nederland doet ze dat wel, via het label ‘Alex’.
Wenst u toegang tot ‘complexe producten’, zoals opties, warrants en converteerbare obligaties, dan moeten die brokers toch uw kennis en ervaring op het gebied van die beleggingen meten. Past zo’n belegging niet bij u maar wilt u ze toch kopen, dan moet de broker u daarvan verwittigen, waarna u verder kunt gaan op eigen risico.
Geeft de broker u alleen toegang tot niet complexe beleggingen, dan spreekt men van ‘execution only’ en is er geen enkele toetsing nodig.
Hoe meet men het vertrouwen van de consumenten ?
Grootschalige bevraging
Het consumentenvertrouwen is één van de vele statistieken die de financiële analisten en andere professionals uit de economische en financiële sfeer met argusogen volgen. De graadmeter wordt uitgedrukt aan de hand van een cijfer dat wordt opgemaakt op basis van een maandelijkse bevraging bij een representatief staal van de bevolking. Om het Europese consumentenvertrouwen te meten bijvoorbeeld legt de Europese Commissie een vragenlijst voor aan 40 000 respondenten. Hun antwoorden resulteren in een globaal cijfer dat een weerspiegeling is van wat men het consumentenvertrouwen noemt.
Belangrijker in de Verenigde Staten dan in Europa
Omdat de Amerikaanse gezinsbestedingen goed zijn voor 70 % van het Amerikaanse Bruto Binnenlands Product (BBP; geheel van goederen en diensten die een land in één jaar produceert en levert) wordt er in de Verenigde Staten met nog meer belangstelling naar uitgekeken dan in Europa, waar de consumptiebestedingen 60 % van het BBP vertegenwoordigen. De voorspellende waarde van het consumentenvertrouwen voor de economische ontwikkelingen is dan ook groter in het land van Uncle Sam. Ook de historiek van de statistiek zelf zorgt ervoor dat nog iets reikhalzender naar de Amerikaanse barometer wordt uitgekeken dan naar de Europese. De Amerikaanse Conference Board, de instelling die het consumentenvertrouwen berekent, bestaat immers al sinds 1916. Op het oude continent zijn er weliswaar een aantal landen die al omzeggens even lang naar het vertrouwen van de consumenten peilen, maar de op Europese schaal georganiseerde enquête is van veel recentere datum. Al bij al moeten we echter ook zeggen dat de evolutie van het consumentenvertrouwen wel een goede graadmeter is om uit te vlooien hoe de gezinsbestedingen zullen evolueren, maar het blijft moeilijk om te zeggen met hoeveel ze zullen stijgen of dalen. Momenteel valt het Amerikaanse consumentenvertrouwen terug nu de stimuleringsmaatregelen van de overheid uitdoven. De kans op een double dip of het hervatten van de recessie wordt hierdoor opnieuw groter.
Wat bedoelt men eigenlijk met het rijkdomeffect ?
Het rijkdomeffect is een algemeen gangbare term om aan te duiden dat consumenten zich rijker voelen dan ze werkelijk zijn. Als mensen aandelen bezitten waarvan de waarde voortdurend stijgt, dan geeft hen dat de indruk dat ze een bepaalde rijkdom hebben, ook al is dat, zolang ze die aandelen niet tegen die hoge prijs verkopen, slechts een rijkdom op papier. Hetzelfde gebeurt bij de waardestijging van de woningen waarvan mensen eigenaar zijn. Toen de Amerikaanse vastgoedprijzen de jongste jaren fors stegen, zorgde dat dus ook voor een rijkdomeffect bij de Amerikaanse consumenten. Dat werd nog versterkt door de lage rente. Daardoor konden de huiseigenaars immers niet alleen hun hypotheeklening herschikken tegen betere voorwaarden, maar in veel gevallen ook een bijkomende lening aangaan voor een bedrag dat overeenstemde met de gestegen waarde van de woningen. Deze techniek van “hypotheekextractie” is in de Verenigde Staten en in Groot-Brittannië vrij gebruikelijk en bezorgt de huiseigenaars dadelijk extra baar geld, wat uiteraard ook hun rijkdom doet toenemen. Het rijkdomeffect stimuleert onvermijdelijk de consumptie. Sinds de Amerikaanse vastgoedprijzen echter fors gedaald zijn, wat aanleiding gaf tot de subprimecrisis en alles wat daaruit voortvloeide, is van dit rijkdomeffect geen sprake meer.
Mijn aandelen in BNP P L1 Bond Euro Inflation-Linked worden omgezet in Parvest Bond Euro Inflation-Linked. Betaal ik roerende voorheffing op de meerwaarde?
Zo’n fondsenherschikking kan inderdaad gevolgen hebben op fiscaal vlak indien het vastrentende fondsen betreft. Zo is bij een klassieke verkoop van beleggingsfondsen die meer dan 40 % van de portefeuille beleggen in cash en obligaties de meerwaardebelasting van doen. Die zal grosso modo maximaal 15 % van het verschil tussen uw verkoopprijs en uw aankoopprijs bedragen.
En die meerwaardebelasting geldt ook bij een gedwongen uitstap uit het fonds, zoals na een opgedrongen fusie? Op het moment van de fusie zult u roerende voorheffing op de meerwaarde moeten betalen.
Toen de zogenaamde Reynderstaks in 2006 werd ingevoerd, werden er twee opties voorzien in geval van fusie.
Optie 1. U betaalt bij de fusie geen meerwaardebelasting maar zet die als het ware over naar het nieuwe fonds. Bij de toekomstige verkoop van dat nieuwe fonds zal de totale meerwaarde in rekening worden gebracht, inclusief de eventuele meerwaarde van vóór de fusie. Die oplossing bleek al snel technisch en administratief heel moeilijk te realiseren en werd door de sector niet als valabel beschouwd en niet weerhouden.
Optie 2. Op het moment van de fusie wordt een ‘tussentijdse afrekening’ gemaakt en krijgt u de voorheffing gepresenteerd. Nadien start de meerwaardeteller in het nieuwe fonds vanaf nul. Besluit u dat fonds te verkopen, dan zal worden gekeken naar de opbouw van de eventuele meerwaarde tussen het moment van uw verkooporder en het moment van de fusie om de eventuele meerwaardebelasting te berekenen. U hoeft dan ook niet te vrezen dat uw tweemaal de meerwaardebelasting zou moeten betalen.
Opgelet. Uw financiële instelling zal de belasting onmiddellijk afhouden van uw rekening. Hebt u onvoldoende geld daarop staan, dan zult u debetintresten betalen. Verifieer dan ook uw rekening.
Ik heb een aankooporder gegeven voor Cofinimmo tegen 90 EUR. Twee dagen later tikte het aandeel mijn limietkoers aan en ging daarna opnieuw hoger. Maar mijn order was niet uitgevoerd. Kan dit?
Jazeker, het is niet omdat een bepaalde limietkoers (maximumprijs die men bereid is te betalen) is bereikt tijdens een handelssessie dat uw order automatisch is uitgevoerd. Op de beurs van Brussel werkt men met een ordergedreven systeem en een orderboek. Bij het inbrengen van een limietorder komt u al naargelang de prijs in een ‘wachtlijst’ terecht. Hoe hoger de prijs bij een aankoop, hoe hoger u in de lijst komt te staan. Bij orders met éénzelfde limiet krijgt deze die het eerst werd ingelegd voorrang.
Hier wringt in uw geval het schoentje. In het orderboek stonden verschillende aankooporders voor u met dezelfde limiet van 90 EUR. Die orders kregen voorrang omdat ze eerder werden ingevoerd dan uw order. Aangezien het verhandelde volume tegen 90 EUR te klein was, is uw order niet aan de beurt gekomen. U viste achter het net en eenmaal de koers weer begon te stijgen, was het te laat.
Om in de toekomst dergelijke voorvallen te vermijden, raden we u aan om geen ronde getallen meer te gebruiken als limietkoers. In uw geval was een order tegen 90,05 EUR beter geweest. Het komt immers vaak voor dat aandelen op ronde getallen (10, 50, 100) blijven steken omdat op die niveaus veel orders staan en u tegen die koersen achteraan een lange rij komt te staan. Kijk dan ook in het orderboekje (beschikbaar bij de meeste onlinebrokers) niet alleen naar de prijzen maar ook naar het aantal orders dat uitstaan tegen een bepaalde prijs.
Waarom geen dividend meer innen met coupons VPK Packaging ?
Zoals u zich ongetwijfeld herinnert moeten volgens de wet tegen eind 2013 alle bestaande materiële effecten die in België werden uitgegeven verdwijnen en omgezet worden in gedematerialiseerde effecten of effecten op naam. Sinds 1 januari 2008 mogen dergelijke effecten overigens niet meer in België materieel geleverd worden. Zo is het bij een kapitaalverhoging dus niet meer mogelijk nieuwe materiële aandelen te bekomen. Ook bij andere verrichtingen zoals splitsingen en omruilingen kunnen aandeelhouders enkel nog opteren voor aandelen op naam (ingeschreven in het aandeelhoudersregister van de vennootschap) of gedematerialiseerde aandelen op een effectenrekening bij een financiële tussenpersoon. En van Belgische bedrijven die na 1 januari 2008 naar de beurs kwamen circuleren conform deze wetgeving uiteraard geen materiële aandelen.
Overgangsregeling
Wat de bestaande materiële aandelen betreft, geldt er bij de meeste (maar niet alle !) ondernemingen een overgangsregeling. Zolang de wet dit toelaat (tot 31/12/2013 dus) laten ze hun materiële aandelen gewoon in omloop. Enkel wanneer de aandeelhouder ze neerlegt voor deelname aan een algemene vergadering, kunnen ze niet meer worden teruggegeven (“geleverd”) en moeten ze automatisch op een effectenrekening belanden (of op naam gezet worden). Dit was aanvankelijk ook het geval voor de aandelen van VPK Packaging. Op 25 april 2008 werd echter op een buitengewone algemene vergadering beslist met ingang van 1 januari 2009 de statuten te wijzigen en geen materiële effecten meer te erkennen. Voor een VPK-aandeelhouder die zijn rechten wil uitoefenen of zijn dividend wil innen, zit er dus sinds 1 januari 2009 niets anders op dan zijn aandelen op een effectenrekening te plaatsen of op naam te laten registreren bij VPK. Dat de meeste aandeelhouders pas na meer dan een jaar na het in voege treden van de nieuwe statuten daarmee geconfronteerd werden is het gevolg van het feit dat VPK in 2009 geen dividend (over boekjaar 2008) heeft uitgekeerd. Het was immers pas bij de (eerstvolgende) dividenduitkering in mei 2010 dat het merendeel van de aandeelhouders met hun materiële couponnetjes naar de bank trokken en zo de vraag van hun bankier voorgeschoteld kregen om hun VPK-aandelen op een effectenrekening te plaatsen. Wil u uw dividenden (blijven) ontvangen, kan u niets anders dan gehoor geven aan de eis van uw bankier.
Enkele van mijn BNP Paribas L1-fondsen worden omgezet in een Parvest fonds. Moet ik verkopen?
KBC is niet de enige fondsenpromotor die stevig aan de fondsenboom schudt. Ook BNP Paribas Fortis doet dat. De aanleiding van de operatie hing hier wel in de lucht. Sinds de fusie van de vermogensbeheerder BNP Paribas Investment Partners, bekend van de Parvest-fondsen, met Fortis Investments, bekend van de Fortis-fondsen, bestaan er heel wat overlappingen tussen beide in Luxemburg gevestigde paraplufondsen. Wat wilt u met maar liefst 250 compartimenten. Er werd dan ook – terecht – besloten om de fondsen beter op elkaar af te stemmen.
Deze maand rollen de koppen bij 18 compartimenten van BNP Paribas L1, het vroegere Fortis L Fund. Het gros zal opgaan in compartimenten van Parvest, de rest in andere compartimenten van BNP Paribas L1. De operatie is een kostenloze affaire voor de belegger.
We zijn alvast te vinden voor de herstructurering:
De beleggingsstrategie van de nieuwe fondsen is in quasi alle gevallen dezelfde als van de oude waardoor de aandeelhouders geen verrassingen te beurt vallen. Dat is logisch want in de tweede helft van vorig jaar vond al een grootscheepse harmonisatie tussen beide fondsen plaats op dat vlak.
Een verschilpuntje toch. De houders van het door ons aangeraden fonds in geïndexeerde obligaties BNP P L1 Bond Euro InflationLinked krijgen met Parvest Bond Euro Inflation-Linked een fonds in huis met een kleine fractie Griekse obligaties in portefeuille (zowat 3 %).
De belegger krijgt er finaal zelfs fondsen voor die in het verleden beter hebben gescoord op het vlak van risicogewogen prestaties. In bijna alle gevallen ligt de prestatie-indicator, onze sterretjes zeg maar, hoger bij het overnemende Parvest-compartiment.
En ten slotte hoeft dat alles niets extra’s te kosten want op het vlak van kostenratio’s zijn er meestal geen significante verschillen tussen de fuserende fondsen. We zien de fusies tussen beide fondsen dan ook als win-win voor de klant en de financiële instelling.
BNP Paribas Investment Partners heeft trouwens de smaak te pakken en plant voor het einde van dit jaar nog een resem fondsenveranderingen. Zo zullen een aantal Parvest-fondsen worden opgeslorpt in BNP Paribas L1-fondsen. Details zijn nog niet gekend. Wordt vervolgd.
Wanneer is er sprake van recessie ?
In feite bestaan er verschillende definities voor een economische recessie. In de publieke opinie luidt het over het algemeen dat er sprake is van recessie als het Bruto Binnenlands Product (BBP; geheel van goederen en diensten die een land in één jaar produceert en levert) twee kwartalen na elkaar daalt. Normaal gezien verwachten we niet dat dit momenteel in de Verenigde Staten zal gebeuren. Op basis van deze definitie zou men het dus inderdaad niet over een Amerikaanse recessie kunnen hebben.
Door de manier waarop de economische wereld functioneert, kunnen echter kanttekeningen worden geplaatst bij deze definitie. De economische actoren slagen er immers steeds beter in om de economische schokken op te vangen, zodat het risico op een terugval van de economische activiteit in een bepaald jaar afneemt. Maar dat belet niet dat de activiteit gevoelig kan vertragen, met alle gevolgen vandien. Vandaar dat men ook een andere definitie kan hanteren om een recessie aan te duiden. Het is een definitie die ook wordt gehanteerd door de NBER, het Amerikaanse organisme, dat ermee belast is de groeicycli te definiëren. Die duidt recessie aan als een “gevoelige daling van de economische activiteit die verschillende maanden aanhoudt en een zichtbare impact heeft op diverse elementen van de economie, zoals het BBP, de gemiddelde inkomens, de tewerkstelling, de industriële productie en de verkoopcijfers van de ondernemingen”.
In het verleden zaten er al vaak knikjes in de Amerikaanse groei. Ook in 2001 was er sprake van recessie, hoewel de groei over heel het jaar toen uitkwam op 0,8 % en de activiteit niet twee trimesters na elkaar daalde.
Nu er voor 2008 voor de Amerikaanse economie hooguit een groei van 0,7 % wordt verwacht, is het duidelijk dat de Verenigde Staten op dat vlak heel ver verwijderd blijven van hun gebruikelijke kruissnelheid, en dat men dus wel degelijk van een recessie kan spreken als men de meest pragmatische definitie hanteert.
Ik heb nog KBC Renta NZD-Renta op stal staan. Mag ik dat fonds behouden?
KBC Renta NZD-Renta is het enige beleggingsfonds op onze markt waarmee u uitsluitend kunt mikken op beleggingen in Nieuw-Zeelandse dollar, in dit geval obligaties.
Lange tijd waren ook wij liefhebbers van dat fonds. Zo wezen we u in mei 2009 op het feit dat de Nieuw-Zeelandse dollar na de sterke val in 2008 goedkoop was geworden tegenover de euro. Het uiteenspatten van de vastgoedzeepbel zorgde ervoor dat de kiwidollar een koopje was geworden.
Maar aan alle mooie liedjes komt een eind. De dollar begon aan een sterke remonte en werd opnieuw duur tegenover de euro. Daarom besloten we ook om onze winsten te nemen in november 2010. Het KBC-fonds dikte in die periode 36 % aan, vooral geruggensteund door de sterke prestatie van de dollar (+26,3 %).
Sinds januari is de Nieuw-Zeelandse dollar in vrije val. Hij slikte al een verlies van zowat 7 % tegenover de euro. Nochtans staan de overheidsfinanciën in het land er niet slecht voor en bieden obligaties in Nieuw-Zeelandse dollar een rentevoordeel van meer dan 2 % tegenover de broertjes in euro. Dat lokt normaal gezien het nodige volk, maar niet nu. Waarom?
Nieuw-Zeeland stevent af op een recessie en wordt daarbij niet geholpen door de recente aardbevingen. De bevolking gaat er gebukt onder de hoge schulden en dat weegt op de consumptie en de bouwsector vooral.
Daarnaast zijn de beleggers wereldwijd beducht voor de dure dollar zelf, zeker nu de munt in een neerwaartse spiraal lijkt te zijn terechtgekomen. Het rentevoordeel biedt onvoldoende bescherming tegen een mogelijk wisselkoersverlies is de algemene teneur.
Zelfs na de recente val blijft de Nieuw-Zeelandse dollar overgewaardeerd tegenover de euro. We zien voorlopig geen reden om aan ons verkoopadvies te sleutelen.
Op wat zijn uw dividendramingen gebaseerd ?
Winstverwachting
De vraag die we ons altijd moeten stellen is of een dividend duurzaam is. Met andere woorden : zullen de betrokken ondernemingen ook het volgende jaar een dividend toekennen of het zelfs gevoelig verhogen ? Uiteraard klopt het dat het management bepaalt hoe hoog het dividend zal zijn. Formeel moet het daarvoor wel een voorstel voorleggen aan de algemene vergadering, maar dat wordt bijna altijd automatisch goedgekeurd. Financiële analisten beschikken in dit verband echter over de nodige referentiepunten om prognoses te kunnen maken. Zo analyseren ze eerst de kwaliteit van de winst op basis waarvan het dividend wordt uitgekeerd. Als de winst bijvoorbeeld voornamelijk afkomstig is van factoren waarvan het weinig waarschijnlijk is dat ze zich opnieuw zullen voordoen, zoals de verkoop van bepaalde activa, is het volgende dividend bijvoorbeeld al in gevaar. Met een algemene regel kan men eigenlijk zeggen dat de evolutie van het dividend die van de winst moet volgen. Vandaar dat de winstverwachting, met uitsluiting van de niet-recurrente elementen, een goed startpunt is voor de dividendraming.
Historiek
Ook de historiek van de uitgekeerde dividenden kan een handje helpen. Als in vorige moeilijke periodes immers niet in het dividend werd gesneden, vergroot de kans dat dit ook nu niet gebeurt. En die kans is nog groter als het dividend zonder bruuske veranderingen in het dividendbeleid gestaag is toegenomen. Als het dividend daarentegen de jongste jaren te sterk is toegenomen in vergelijking met de winststijging, dan is de toekenning ervan minder zeker. Het management beschikt dan immers over minder manoeuvreerruimte, aangezien het de winst ook voor andere doeleinden moet gebruiken zoals de terugbetaling van de schulden, investeringen en het aanleggen van een appeltje voor de dorst.
Pay-out ratio
Het gedeelte van de winst dat wordt uitgekeerd in de vorm van een dividend – wat met ook aanduidt met de Engelse term “pay-out” ratio en dat eigenlijk niets anders is dan het dividend per aandeel gedeeld door de winst per aandeel – is in dat verband van cruciaal belang. Hoe hoger deze ratio, hoe groter de kans dat het management het dividend verlaagt of opschort in moeilijke periodes. Zo is het dividend van de Franse cosmeticagroep L’Oréal de jongste jaren zo snel toegenomen dat het nu al de helft van de winst per aandeel vertegenwoordigt. Gezien de moeilijkheden die de groep te wachten staan, betekent dit dat er nog weinig ruimte is om het dividend te verhogen.
Terugbetaling van de schulden
Een ander belangrijk element voor de dividendraming zijn de verwachte terugbetalingen van de schulden. Want dat is voor een onderneming belangrijker dan het uitkeren van een dividend. Een bedrijf met een hoge schuldgraad kan dan ook, vooral in crisistijden, eerder geneigd zijn om het dividend te verlagen of te schrappen.
Dividendrendement
Ook het dividendrendement zelf, met andere woorden de verhouding tussen het dividend per aandeel en de beurskoers, kan een belangrijke indicator zijn. Als dit rendement erg hoog is en meer dan 5 % of 6 % bedraagt, is het opletten geblazen, want de kans is dan groot dat dit wil zeggen dat de beurs niet gelooft dat dit dividendrendement zal kunnen worden aangehouden. En vaak krijgt de beurs achteraf ook gelijk. Eind 2004 bijvoorbeeld bedroeg het dividendrendement bij General Motors 5 %, wat erg veel was voor de sector, terwijl de koers van het aandeel op 40 dollar stond. Vandaag is de koers van het aandeel teruggevallen tot… 2 dollar en is er van een dividend helemaal geen sprake meer.
In de rubriek “fondsen” vermelden jullie beheerkosten voor elk fonds. Wanneer rekent de bank mij die kosten aan?
De beheerkosten voor een fonds of sicav zijn een vergoeding voor het werk van de beheerder in kwestie. Hoewel u als houder van de fondsdeelbewijzen die kosten moet betalen, zullen ze u niet rechtstreeks worden aangerekend. U zult ze m.a.w. niet terugvinden op uw rekeninguittreksels. Ze worden immers dagelijks afgehouden van de inventariswaarde.
Er zijn doorgaans twee soorten beheerkosten: enerzijds een vast percentage van de netto-inventariswaarde, en anderzijds ook steeds vaker een deel dat afhankelijk is van de prestaties van het fonds. De beheerkosten zijn vaak de zwaarste kostenpost voor een belegger en in tegenstelling tot de instapkosten zijn ze de voorbije jaren niet gedaald.
Voor aandelenfondsen schommelen de beheerkosten vaak tussen 1,20 en 1,50 %, voor obligatiefondsen veelal tussen 0,50 en 0,75 %. Bij actief beheerde fondsen (die beter trachten te presteren dan een referentie-index) zijn ze hoger dan bij passief beheerde (die enkel pogen hun referentie-index min of meer te evenaren).







