Hoe hebben de fondsen het er deze zomer van afgebracht? (08/09/2010)
De financiële markten wisten tijdens de zomermaanden niet echt goed van welk hout pijlen te maken.
De goede gezondheid van het bedrijfsleven kon niet beletten dat de onzekerheden op de groeivooruitzichten aan beide kanten van de oceaan op de gemoedsrust van de beleggers wogen. Opvallend was ook de revival van de euro tegenover de dollar. Met dank aan de zwakte van de dollar vooral en niet aan de sterkte van onze eenheidsmunt. Ten slotte was het voor obligatiebeleggers smullen geblazen.
Aandelen nipt hoger
Tijdens de juli- en augustusmaanden dikten de aandelenbeurzen aan met een winst van 1,2 % gemiddeld. De resultaten van de fondsen die beleggen in wereldwijde aandelen schommelden tussen -2,5 % voor Carmignac Investissement A en +4,9 % voor BNP Paribas L1 Opportunities World.
Het fonds van de Franse beheerder Carmignac Gestion zag vooral de Amerikaanse aandelen in de portefeuille (forse) verliezen boeken. De financiële instelling Wells Fargo & Co, de op een na belangrijkste waarde, verloor 11,2 %, sectorgenoot JPMorgan Chase 4,2 % en energiereus Schlumberger 6,8 %. Een ander verhaal bij het fonds van BNP Paribas dankzij de talrijke beleggingen in “opkomende landen” (zowat driekwart van de portefeuille). Het waren vooral de Hongkongers Tencent Holdings (internetprovider, +5,2 %) en China Yurun Food (voedselverwerkingsgroep, +10,6 %) die de portefeuille vleugels gaven.
De wereldwijde aandelenfondsen gingen tijdens de zomermaanden weliswaar hoger, hun evolutie liet bij de beleggers uiteindelijk toch een wrange nasmaak achter. De beurzen vertoonden immers twee gezichten:
– In juli slaagden de aandelenfondsen erin om ferme rendementen te boeken dankzij de vaak uitstekende bedrijfsresultaten. Zowel hier als aan de overkant van de oceaan kloppen het gros van de bedrijven de verwachtingen van de analisten, en dat zowel in termen van omzet als van winst. Daarnaast waren er ook nog de resultaten van de befaamde stresstests van de Europese banken, waarin een resem financiële instellingen moesten bewijzen of ze een crisis kunnen overleven. De test leverde uiteindelijk een matig resultaat op, met zeven gebuisden, maar er vielen daarentegen geen lijken uit de kast en dat werd beschouwd als goed nieuws. Uiteindelijk dikten de wereldfondsen 1,5 % aan in juli.
– Augustus viel dan weer onder een slecht gesternte. Stoorzenders van dienst waren zwakke macro-economische cijfers, en dat in verschillende wereldregio’s. Die zorgden voor augustusverliezen tot 4,1 %, voor BNPP L1 OBAM Equity World.
De wereldwijde aandelenfondsen vinden we een goede instapcategorie voor diegenen die zonder veel poeha een aandelenportefeuille wensen uit te bouwen. Zij mogen mikken op het puik beheerde en hierboven vermelde fonds Carmignac Investissement A. Een alternatief is het op Euronext genoteerde ING Global Opportunities Fund (ticker: INGGO, NL0009265404) dat regelmatig erin slaagt om goede prestaties neer te zetten zonder roekeloze beslissingen te nemen.
Opgelet! Verwar dit fonds niet met naamgenoot en grote broer ING (L) Invest Global Opportunities (LU0250158358), die een pak duurder is (hogere instapkosten en hogere kosten van zowat 0,5 % per jaar) en daarom minder interessant. ING-agentschappen durven zich wel eens te vergissen wat beide producten betreft. Laat u niet vangen en gebruik de ISIN-code om uw keuze kenbaar te maken.
VS nemen wat gas terug
Amerikaanse aandelenfondsen waren duidelijk de zwakke broertjes in de vakantiemaanden. Ze verloren gemiddeld 2,9 %. Uiteraard zat de zwakke dollar daar voor iets tussen (-3,6 % in euro). Maar zelfs in lokale munt deed Wall Street (+2,3 %) het minder goed dan andere beurzen. Dat had ook hier veel te maken met het tegenvallende economische nieuws. Er is immers niet alleen sprake van een vertraging van de lokale economie, te wijten aan een zwakke binnenlandse consumptie vooral, het nieuws dat de verlaging van de torenhoge schuldenberg bijzonder moeizaam verloopt, dat de Amerikaanse economie de laatste vijf jaar niet echt is gegroeid en dat de lokale vastgoedmarkt steeds verder in het slop geraakt, zette een domper op de vreugde die volgde op de resultatenweelde van de bedrijven.
Bij de fondsen had Threadneedle American (-5,5 %) het hard te verduren. De beheerder mikt vooral op de informaticasector en aandelen als Hewlett Packard (-14,4 % na overnamebod op databeheerder 3Par) en Cisco Systems (-9,6 % na zijn zinnen gezet te hebben op Skype) werden door de aandeelhouders afgestraft. Zij vrezen dat de overnameprooien te duur worden betaald.
Geen enkel fonds in Amerikaanse aandelen uit onze tabelselectie boekte groene cijfers tijdens de zomermaanden. Vermelding verdient wel BNPP L1 Opportunities USA en beursgenoteerde broer Columbia Securities (Euronext, COLUM). Beide houden er een vrijwel identieke portefeuille op na en konden de verliezen beperken tot respectievelijk 0,5 % en 0,3 %. Dat gebeurde door de beleggingen in mijnbouwmachinebouwer Bucyrus International (+16,8 %) en – vooral – meststoffenproducent Mosaic (+45,2 %). De messtoffensector zit volop in een biedoorlog, met dank aan de Chinese appetijt voor die ‘zachte grondstoffen’, en bedrijven zoals Mosaic en overnameprooi Potash Corporation of Saskatchewan (+64,6 %) bezorgden hun beleggers monsterwinsten de afgelopen maanden.
We hebben een boontje voor Wall Street. De beurs is niet duur als we rekening houden met de winstresultaten van de bedrijven. Daarnaast blijft de economie er nog altijd een stuk potenter dan de onze. Ten slotte is het groene biljet ondergewaardeerd tegenover de euro. Mik op onze favoriet BNPP L1 Opportunities USA of zijn beursgenoteerde metgezel Columbia Securities (Euronext, ticker: COLUM, NL0000440709) om te beleggen in de VS. Weet dat Columbia Securities wel goedkoop op de kop kan worden getikt, maar een jaarlijks dividend uitkeert dat dubbel wordt belast.
Goudmijnen in hun sas
Geen betere categorie om te illustreren hoe het beurssentiment evolueerde van goed naar slecht tijdens de voorbije zomermaanden dan die van de goudmijnen. In juli sponnen de beleggers garen bij de goede bedrijfsresultaten en stuurden ze, na winstnemingen, de goudmijnaandelen nog gemiddeld 11 % lager. In augustus verknalden de economische data het beursfeestje en gingen goud en goudmijnen opnieuw als zoete broodjes over de toonbank. De gemiddelde winst van bijna 15 % was een feit. Daarbij werd de sector geholpen door heel wat overnamenieuws en -geruchten. Zo bracht BHP Billiton, ‘s werelds grootste mijnbouwer, een vijandig bod uit op het bovenvermelde Canadese Potash en koppelde Kinross zijn karretje aan het Canadese Red Back Mining.
Absolute topper was Share Gold (Bank Degroof) dat de voorbije maanden afsloot met een winst van 6,5 %. Met dank aan de talrijke ‘kleinere’ mijnbouwbedrijven in de portefeuille zoals de Canadezen Aurizon Mines (+29,9 %) en Detour Gold (+29,3 %).
• Beleggingen in goud blijven ons vertrouwen behouden en aanzien we als een goede aanvulling voor een portefeuille. Daarbij kan geopteerd worden voor een rechtstreekse belegging in goud, via een belegging in een tracker die mikt op fysiek goud of via een – riskanter – fonds in goudmijnen. In het volgende nummer brengen we een update over de grondstof en de goudmijnsector.
3 %-grens gesloopt
De vakantiemaanden brachten een primeur met zich mee. Voor het eerst in de naoorlogse geschiedenis leverde een Belgische overheidsobligatie met een looptijd van tien jaar minder dan 3 % bruto op. De reden? De zeer lage inflatieverwachtingen. Sommigen denken zelfs dat het gemiddelde prijspeil in België de komende jaren zal zakken. Deflatie in plaats van inflatie (= stijging van de levensduurte) dus. Wordt dat scenario werkelijkheid, dan levert een optisch lage coupon van 3 % (bruto) in werkelijkheid meer op en daar kunnen de beleggers op dit moment blijkbaar mee leven.
Vanwaar komt die plotse deflatievrees? De groeivooruitzichten in de Verengde Staten en in China, de twee grootste economieën ter wereld, werden neerwaarts herzien. Dat zorgt voor een domper op het wereldwijde economische herstel.
De dalende rentevoeten deden zich niet alleen in ons land voor maar in de hele eurozone. Ze waren dan ook koren op de molen van de fondsen die in middellangetermijnobligaties in euro beleggen (+ 3,2 %). Een fonds zoals BNPP L1 Bond Euro Long Term (+8 %), dat belegt in obligaties met een looptijd van tien jaar en langer, schoot daarbij de hoofdvogel af met een sterke winst van 8 %. Dalende rentevoeten zorgen er immers voor dat de bestaande obligaties in de portefeuilles van het fonds plots interessanter worden tegenover het nieuwe, lager renderende, aanbod. Beleggers zijn bereid daar een hogere prijs voor neer te tellen en dat weerspiegelt zich in de inventariswaarde van het obligatiefonds.
En nu? De rentes staan historisch laag. De hamvraag is uiteraard of de inflatie zo laag zal blijven, zeker in het licht van de deflatiescenario’s die her en der het levenslicht zien. Die zouden de rentevoeten immers nog lager kunnen sturen. Wij zijn er echter niet van overtuigd dat het deflatiescenario werkelijkheid wordt en achten het niet ondenkbaar dat de rentes hoger zullen liggen in de toekomst. Wij raden u dan ook af om te beleggen in de klassieke fondsen in staatsobligaties in euro. In afwachting parkeert u uw geld beter op een hoogrentende spaarrekening. Die levert niet alleen kapitaalbescherming op, maar ook de flexibiliteit om uit te stappen indien zich een opportuniteit aanbiedt. Voorbeelden zijn Spaarrekening Plus (Ethias), Fortuneo Plus (Fortuneo Belgium) en Rabobank Internet Spaarrekening (Rabobank.be). Meer details vindt u onder het gedeelte ‘spaarrekeningen’.
Yen vs. regering: 1-0
Tijdens de voorbije maanden slaagden de fondsen in obligaties in Japanse yen erin om 2,5 % te klimmen. Dat resultaat werd neergezet na een bijzonder sterke augustusmaand (+6,5 %). De fondsenportefeuilles konden teren op de lagere lokale obligatievoeten en – vooral – op de yen die opnieuw hoge ogen gooide (+5,8 % vorige maand).
De niet geringe klim van de yen is opmerkelijk. Sinds januari staat de munt al 25 % hoger tegenover de euro. Ook bereikte ze een (vijftienjaars) record tegenover de dollar. Voor een exportgerichte economie als de Japanse doet dat pijn. Het hoeft dan ook niet te verbazen dat Tokio almaar meer dreigt met interventies om de munt in haar klim te stoppen.
De vorm van de yen schuilt in zijn status van veilige haven. Heel wat Japanners repatriëren geld richting thuisland en verkopen daarbij andere munten. Dat ondersteunt de koers van de yen. En dat zet een geheel andere industrie in gang. De stijgende yen zorgt er immers voor dat beheerders van hefboomfondsen die de (laagrentende) munt verkopen om andere (hoogrentende) munten te kopen, de zogenaamde carrytrade, nu hun posities in yen versneld moeten afsluiten door massaal yen op te kopen. Die extra koopdruk doet dan weer de yen stijgen, waardoor nog meer handelaars moeten verkopen, waardoor het veilige havenstatuut versterkt wordt, waardoor nog meer Japanners aan het hamsteren slaan, enzovoort.
De hausse van de yen is grotendeels technisch van aard en volgens ons geen lang leven geschoren. De overgewaardeerde munt kan ons niet bekoren.







