Het jaar in beeld (14/01/2010)
Slome start, scherpe finish
De beurzen zetten 2009 barslecht in maar herpakten zich nadien met brio. Vooral de groeilanden, aangespoord door goede economische prestaties, konden bekoren. Op sectorvlak klommen de technologieaandelen uit hun dal en trokken de grondstofaandelen het laken naar zich toe. Dalende obligatierentes zorgden ook voor een feestje op de obligatiemarkten. Een feest dat voor enkele fondsen wel verbrod werd door de sterke vorm van de euro. 95 % van de fondsen in de tabellen ging uiteindelijk hoger.
AANDELEN : TWEE GEZICHTEN
· We kunnen het voorbije beursjaar in feite
in twee delen opsplitsen. De eerste twee maanden waren een regelrechte ramp, met
een totaal verlies van 13 % voor de index van de wereldwijde aandelen. De
gemoederen waren na het barslechte 2008 nog niet bedaard want de onzekerheden op
economisch vlak waren legio en tal van bedrijven kwamen met slechte prognoses
voor de dag. Het was de tijd dat een aandeel als KBC (+41,6 % in 2009) op
een maand tijd kon halveren in waarde om enkele dagen later quasi te
verdubbelen. De logica was ver te zoeken.
· Tien maanden later lijkt het tij gekeerd op
het eerste gezicht. Wereldwijd gingen aandelen sinds hun dieptepunt begin maart
maar liefst 54 % hoger, om het jaar te eindigen op een winst van 35 %.
Met dank aan de steunmaatregelen van de diverse overheden, de economieën uit de
groeilanden waarvan de meest dynamische uit de recessie geraakten, de
lagerenteomgeving en de vaak beter dan verwachte bedrijfsresultaten.
Dat de
kwaliteit van die resultaten, er gekomen door herstructureringen en
kostenverminderingen, vaak eenmalig uit de hoed kunnen worden getoverd en dat er
– om de zaken iets te nuanceren – meestal vergeleken werd met zeer
lage beginniveaus, werd voor het gemak door veel beleggers ‘vergeten’. Ook het
feit dat de door de overheid in het leven geroepen steunmaatregelen, zoals de
schrootpremie voor oudere wagens, stilaan uitdoven, konden de beleggers niet
deren. 2009 eindigde dan ook in een positieve sfeer.
· Niet geheel terecht volgens ons. Voor dit
en volgend jaar verwachten we immers geen veerkrachtig en duurzaam economisch
herstel. Elke tegenvaller kan het tij dan ook opnieuw doen keren. Dat betekent
echter niet dat we de beurs de rug toekeren. Maar voorzichtigheid blijft
vooralsnog van tel, zeker in een context van correct gewaardeerde (o.a. zoals
Frankrijk, Verenigde Staten en Zwitserland) tot dure beurzen (o.a. België,
Nederland en Japan). Wat de westerse beurzen betreft is enkel de Britse goedkoop
te noemen volgens de klassieke beursratio’s.
· Voor de samenstelling van een wereldwijd
gespreide portefeuille blijven de Britse en Amerikaanse markten onontkoombaar.
Niet zozeer door de verwachte prestaties van hun economieën, maar veeleer omdat
ze de thuisbasis zijn voor de meeste grote multinationals. En die zijn door hun
wereldwijde aanwezigheid goed geplaatst om te profiteren van groei, waar die
zich ook aandient. Op dat vlak verdienen Janus US Strategic Value A USD
(Amerikaanse aandelen, o.a. te koop bij Citibank, ISIN: IE0001256803,
+25,3 %, ***) en de fondsen in Britse aandelen Dexia Equities L UK
(LU0093582269, +44,1 %, ***) of SSgA UK Index Equity (o.a. te koop
bij Deutsche Bank, FR0000018327, +38,4 %, **) uw aandacht.
WERELDWIJDE BEURS SINDS 2005

Na een dieptepunt te hebben bereikt vorig jaar veerde de index van wereldwijde beursen sterk op. Het jaar werd afgesloten met een winst van zowat 35 %. Het niveau van begin 2008 is wel nog ver af.
|
De beurzen in december
2009 | ||
|
Beurs |
Evolutie (1)
op | |
|
1 m. |
12 m. | |
|
Amsterdam
(AEX) |
9.6% |
36.4% |
|
Athene (ATHEX
20) |
-4.5% |
20.7% |
|
Brussel (BEL
20) |
3.7% |
31.6% |
|
Frankfurt (DAX
30) |
5.9% |
18.5% |
|
Hongkong (H.
SENG) |
4.8% |
47.2% |
|
Lissabon
( |
2.5% |
33.5% |
|
Londen (FTSE
100) |
7.4% |
32.8% |
|
Madrid (IBEX
35) |
2.5% |
29.8% |
|
Milaan (FTSE
MIB) |
6.0% |
19.5% |
|
Nasdaq
Composite |
10.7% |
39.4% |
|
New York
(S&P 500) |
6.5% |
19.6% |
|
Parijs ( |
7.0% |
22.3% |
|
Stockholm (OMXS
30) |
4.1% |
54.2% |
|
Sydney
( |
6.5% |
66.8% |
|
Tokyo (Nikkei
225) |
9.3% |
12.3% |
|
Toronto
(S&P/TSX) |
8.0% |
49.1% |
|
Zurich
( |
6.3% |
18.0% |
REGIONAAL OVERZICHT
· Het afgelopen jaar stond er geen maat op de
fondsen die beleggen in groeilanden. In dalende volgorde van rendement
waren dat individuele landenfondsen (zoals Rusland, +133 % en Turkije,
+98,8 %), regiofondsen (zoals Latijns-Amerika, +102 % en Oost-Europa,
+81,5 %), breed gespreide groeilandfondsen (+70,5 %) en ten slotte
wereldwijd gespreide fondsen die de mosterd deels halen bij die landen, zoals
Fortis L OBAM Equity World (+62,9 %, *) en Carmignac
Investissement A (+42,6 %, ****). Dat laatste fonds mag nog worden
gekocht.
· Opvallende presteerder
bij de wereldwijde aandelenfondsen was ook KBC Equity Generation Y
(+54,4 %, ***), een fonds dat mikt op het consumptiegedrag van de jeugd en
dan ook een groot deel van de portefeuille belegt in technologie zoals
computerreus Apple (+139,2 %) en zoekrobot Google (+95,3 %).
Vooralsnog niet kopen.
· De fondsen
in Belgische aandelen klokten tot 57,3 % hoger af. Dat was het geval
voor KBC Equity Belgium (*). Hermes Belgian Growth (Bank Delen,
BE0172066855, ****, +28,7 %) bleef vorig jaar ietwat achter omdat het in
tegenstelling tot het fonds van KBC niet belegt in de vorig jaar sterk
presterende financiële aandelen zoals Fortis (+182,4 %). Ook de rit van
brouwer AB InBev (+121,5 %) werd niet in de boeken geschreven.
De
Belgische beurs is op dit moment een dure beurs en heeft enkel haar plaats als
spreiding binnen een dynamische portefeuille (zie "Strategie").
· De
Australische aandelenfondsen kenden een droomjaar met winsten tot
91,4 %. Dat was zo voor Parvest Australia (o.a. verdeeld door
Fortuneo Belgium, **) dat als geen ander inspeelde op het consumentenvertrouwen
in dat land. De jobzoekertjessite Seek Limited (+180 %) en de vastgoedgroep
REA Group (+239 %) waren de grote winnaars in het fonds.
Beleggen in
aandelen uit Down Under blijft interessant. De beurs van Sydney is nog steeds
niet duur gewaardeerd door de goede economische perspectieven van de lokale
bedrijven, de Australische dollar kan ons bekoren en de economische situatie van
het land is benijdenswaardig. Onze voorkeur gaat uit naar het passief beheerde
indexfonds SSgA Australia Index (zonder instapkosten bij Deutsche Bank,
FR0000018111, +69,5 %, ***) dat zonder franjes belegt in een breed gespreid
mandje lokale aandelen.
· Ten
slotte bleken fondsen in Japanse aandelen (+2,4 %) de kneusjes van
de klas. Henderson Japanse Equity (o.a. Deutsche Bank, -2,7 %, *) en
ING (L) Invest Japan (-3,1 %, *) waren zelfs de enige
aandelenfondsen uit de tabellen die terrein verloren in 2009. Enerzijds te
wijten aan de zwakke prestaties van grote jongens zoals Mitsubishi UFJ Financial
(financiële holding, -20,7 %) en Tokyo Electric Power (nutsbedrijf,
-24,8 %), die beide de beleggers ontgoochelden met hun vooruitzichten, en
anderzijds de zwakke vorm van de yen in euro (-5,7 %).
Wij denken dat
Japan ook dit jaar een mager economisch jaar tegemoet zal gaan. Koppel dat
nieuws aan de magere perspectieven voor de lokale aandelen en aan de yen die
steeds minder kan rekenen op overheidssteun, en u hebt voldoende redenen om niet
in Japanse aandelen te beleggen.
JAPANSE BEURS IN EURO

De Japanse beurs kende bijlange niet de euforie die heerste op andere markten in 2009. De economie kampt er immers met te veel hoofdbrekens.
SECTORAAL OVERZICHT
· Op sectorvlak stond er afgelopen jaar geen
maat op de fondsen die beleggen in grondstoffen. Althans gemiddeld want
de verschillen tussen de fondsen waren bijzonder groot. Zo boekte BlackRock
GF World Mining A USD (o.a. Deutsche Bank, **) een winst van 97,5 %,
terwijl DWS Invest Commodity Plus LC slechts 8,5 % hoger klom. Een
wereld van verschil. De reden is dat het eerste fonds in grondstofgerelateerde
bedrijven belegt zoals de mijnbouwgroepen Rio Tinto (+207 %) en Xstrata
(+236,7 %).
Het fonds van DWS Investment belegt daarentegen in de
grondstoffen zelf, zij het indirect via zogenaamde afgeleide producten zoals
swaps en opties. Wat daar allemaal mee kan mislopen, kunt u lezen in
F&S 179.
Op dit moment beleggen we niet in een fonds dat de brede
grondstoffensector viseert. Heel wat aandelen noteren duur en niet alle
grondstoffen zijn even interessant.
· In het verlengde van de brede
grondstoffondsen konden de goudmijnfondsen uitblinken met een gemiddelde
winst van 50,5 %. Share Gold (Bank Degroof, ****) deed er met een
rendement van 67,3 % nog een schepje bovenop, het beursgenoteerde
Placeuro Gold Mines (+94 %) deed het zelfs nog beter, met dank aan
mijnbouwgroepen zoals de Amerikanen Hecla Mining (+114 %), Northgate
Minerals (+262 %) en Taseko Mines (+615 %). Meer daarover in het
volgende nummer en onze analyse "Goudenhanddruk voor goud
?".
· En wat te denken van de
prestatie van de fondsen in technologieaandelen (+48,8 %)? Eindelijk
konden de aandeelhouders van fondsen als Dexia Equities B World
Technology (+48,1 %, *), met dank aan Apple en Google, en Fortis L
Equity Technology Europe (+37 %, *) nog eens lachen.
Door die
prestaties presteerde de sector beter, lees: minder slecht, dan gemiddeld de
afgelopen drie jaren. De toekomst zal er echter anders uitzien denken we. De
koersen van de meeste sectoraandelen hebben immers al een voorsprong genomen op
hun potentieel. Momenteel zijn we geen koper.
· Aan aankooptips op sectoraal vlak echter
geen gebrek.
– De achtergebleven nutssector (+10,7 %) werd ons
inziens te zwaar afgestraft de laatste jaren en kan rekenen op mooie fundamenten
(zoals hoge dividenden, bevolkingsaangroei, enzovoort). SSgA Utilities
Index Fund (Deutsche Bank, FR0000018467, *, +2,4 %) en de beursgenoteerde
trackers EasyETF Euro Utilities (STU, +5,9 %) en StreetTRACKS
MSCI Europe Utilities (ticker: SYU, +11,4 %), beide mikkend op de
Europese markt, mogen nog worden gekocht.
– De telecomsector (zie
artikel "Beleggen in praatjes")
biedt nog kansen op een mooie inhaalbeweging. Bovendien geniet die sector
ondanks de crisis een vrij stabiele inkomstenstroom.
– Ook het defensieve
karakter van de farmasector kan ons nog bekoren. Fidelity Global
HealthCare A (ISIN: LU0114720955, **, +21,4 %) geniet onze voorkeur in
die categorie omdat de beheerder regelmatig goed weet te presteren. Net als
Fortis B Equity Pharma Europe (ISIN: BE0166265075, **, +18,8 %), op
Europese leest geschoeid.
|
De sectoren in
december 2009 | ||
|
Sector |
Evolutie (1)
op | |
|
1 m. |
12 m. | |
|
Europees | ||
|
Financieel |
4.0% |
44.3% |
|
Farma |
6.5% |
16.7% |
|
Telecom |
4.4% |
18.3% |
|
Technologie |
5.6% |
32.1% |
|
Consumptie |
7.4% |
35.0% |
|
Distributie |
3.5% |
43.0% |
|
Nutssector |
7.0% |
8.1% |
|
Wereldwijd | ||
|
Financieel |
4.5% |
38.1% |
|
Farma |
6.1% |
13.4% |
|
Telecom |
5.6% |
10.1% |
|
Technologie |
11.5% |
57.9% |
|
Consumptie |
7.0% |
30.4% |
|
Distributie |
5.5% |
28.8% |
|
Nutssector |
8.0% |
12.1% |
OBLIGATIES IN VORM
· 2009 was ook een bewogen jaar wat de
obligatiemarkt betreft. De beurspaniek begin het jaar zorgde immers ervoor dat
beleggers massaal veiliger oorden gingen opzoeken en dus automatisch bij de
obligaties terechtkwamen, met lagere obligatierentes en hogere obligatiekoersen
tot gevolg. Op voorwaarde dat het ging om obligaties van onberispelijke
kwaliteit, zoals staatsobligaties van grote westerse landen. Nadien bleven ze
floreren toen bleek dat de zo gevreesde inflatie uitbleef, en dat ondanks de
massale geldinjecties door de overheden. Staatsobligatiefondsen in euro
boekten dan ook winsten tot 7,9 %. Dat was het geval voor ING (L) Renta
Fund Euro (**) en Parvest Euro Bond (**), twee klassieke fondsen uit
het gamma.
· Maar dat was niet
alles. De geldcreatie door de overheden resulteerde in een toevloed aan
liquiditeiten die de markt overspoelden en zorgden voor een kentering op de
beurzen. Daarbij herstelden ook de financiële aandelen. En omdat die uitgevers
zijn van heel wat obligatieleningen die zaten te verkommeren in de portefeuilles
van hoogrentende obligatiefondsen (+35,6 %) en
bedrijfsobligatiefondsen (+15,2 %) kreeg dat type fondsen dan ook
vleugels. Typerend zijn de mooie prestaties van de obligatiefondsen van het
Petercam. Nog geen jaar geleden kreeg het beurshuis nog de zwarte piet
toegeschoven wegens de grote verliezen tengevolge van de keuze voor o.a.
achtergestelde obligaties van financiële instellingen.
· Uiteraard zaten de fondsen in
converteerbare obligaties mee aan de dis (+24,7 %). Die obligaties
profiteren immers mee van de gestegen koersen van de onderliggende aandelen.
Fortis L Bond Best Selection Convertible Europe (LU0377063960), een van
onze favorieten, kon zo met 40,5 % aandikken. Die markt blijft nog
interessant en de gespecialiseerde fondsen mogen dan ook nog worden
gekocht als spreiding binnen het obligatiegedeelte van uw portefeuille.
CONVERTEERBARE OBLIGATIES (vet) EN KLASSIEKE OBLIGATIES

De financiële crisis dreef beleggers richting staatsemissies en weg uit convertibles (vet). Die val was overdreven en wordt nu goedgemaakt.
EURO OPNIEUW BEPALEND
· De fondsen die beleggen in obligaties in
Amerikaanse dollar (-1,3 %) en Japanse yen (-5,1 %)
hadden vooral last van een sterke euro. Zij verloren respectievelijk 3,1 %
en 5,7 % tegenover de euro. De gespecialiseerde fondsen waren dan ook de
grote verliezers in 2009. Wij verwachten dat beide munten én
obligatiecategorieën het ook in 2010 moeilijk zullen hebben.
· Fondsen die beleggen in obligaties in
Australische dollar (+22,1 %), Nieuw-Zeelandse dollar
(+20,8 %) en Canadese dollar (+12 %) konden dan weer profiteren
van de goede vorm van de lokale munten in euro (respectievelijk +25 %,
+20,6 % en +14 %). De munten compenseerden de negatieve impact van de
gestegen lokale obligatierente ruimschoots. De vrij gezonde financiële situatie
van die landen, terwijl bijna overal overheidstekorten en -schulden de pan
uitswingen, lokte tal van beleggers. Voor vastrentende beleggingen in
Australische dollar en Nieuw-Zeelandse dollar komen daar de aanlokkelijke
rentevergoedingen bovenop.
|
De munten in december
2009 | |||||
|
ISO |
Koers (1) |
Evolutie (2)
op |
Persp. (3) | ||
|
1 m. |
1 j. |
1 j. |
LT | ||
|
DKK |
0,1344 |
0.0% |
0.0% |
= |
= |
|
SEK |
0,0976 |
2.4% |
7.3% |
+ |
++ |
|
|
0,1207 |
2.9% |
17.4% |
= |
= |
|
CHF |
0,6743 |
1.7% |
-0.2% |
= |
++ |
|
|
1,1256 |
3.0% |
8.8% |
- |
++ |
|
USD |
0,6970 |
4.6% |
-3.1% |
- |
++ |
|
CAD |
0,6648 |
5.2% |
14.0% |
= |
++ |
|
|
0,6268 |
2.8% |
25.0% |
= |
-- |
|
NZD |
0,5072 |
6.5% |
20.6% |
+ |
-- |
|
JPY |
0,7487 |
-3.2% |
-5.7% |
= |
++ |
WORDT 2010 EEN GOED
OBLIGATIEJAAR?
Combineer de grote hoeveelheid overheidsgeld in
omloop met de grondscherende rentevoeten en het lijkt weinig waarschijnlijk dat
de rentes nog verder zullen dalen. Toch lijkt een obligatiekrach niet voor
morgen. We bekijken de kwestie volgende maand.







